biekesblog


vrijdag 9 augustus 2019

Het menneke


Vol consternatie zat ik naar Remco te staren, bijna lachwekkend geprangd tussen twee bomen van kerels, maar wel met Europees goud rond z'n nek.
Een “menneke”, een “ventje”, een “jochie”. Een snotneus met acné en Justin Bieber-haar. Guitigheid en babyvet. Strakke spieren en ultra strong haargel. Ergens tussen kindertijd en maturiteit. Schattig als een puppy. Tot de Ket op z’n fiets zit. Trappend verandert de puppy in een gevaarlijke bloedhond.

Op mijn negentiende had ik net de geneugten van het vrije kot- en stadsleven ontdekt en verkend. Mijn prestaties beperkten zich bescheiden tot de eerste les van de dag halen na een nacht vol pintjes en zonder slaap; tot eerste zit halen zonder me een depressie te blokken. Woekerend met mijn lijf en gezondheid exploreerde ik het vrije leven en de grote wereld.

Deze jongen is 5 jaar ouder dan mijn eerstgeborene, een huiselijke sprinkhaan die nooit zonder z’n eekhoornkussen slaapt en mij 5 keer per dag platknuffelt. Deze jongen fietst ervaren dertigers naar huis alsof dat heel gewoon is. Je kijkt ernaar en bedenkt dat het eigenlijk niet kan. Maar ja. We hebben dit jaar al zo vaak gedacht dat iets niet kon om het vervolgens te zien gebeuren.

Het mooiste was niet de prestatie op zich, hoe indrukwekkend ook. Wat mij van slag bracht was de waterval aan opgehoopte tranen die hem en ons overvielen. Je zal maar 19 zijn, twee jonge collega’s verliezen in een jaar tijd, evenveel gezeik en kritiek als ongebreidelde lof slikken en vervolgens jezelf en de rest van de wereld keer op keer met verstomming slaan. Een mens zou voor minder janken.
Dat Remco won was bijzonder. Dat hij zo onbedaarlijk moest huilen om te veel dode vrienden, te veel ongepland succes en een hogedrukketel vol verwachtingen, het maakte van het menneke een echte mens, van het wonderkind een held.

Wonderkinderen op de fiets stemmen mij bezorgd. Ik zou hun moeder niet willen zijn. Daar staat je kind, de blik der natie vol adoratie, skepsis en afgunst op hem gericht, ongewapend tegen duizelingwekkende verwachtingen en vlijmscherpe kritiek. Je probeert niet te denken aan haarspeldbochten, steile afdalingen en een gevarieerd spectrum aan betonnen en stalen wegobstakels, aan veel te korte of fout gelopen rennerslevens, aan de tol van de roem.
"Als ie maar geen voetballer wordt", zong Boudewijn De Groot. Boudewijn vergiste zich. Het had natuurlijk “als ie maar geen wielrenner wordt” moeten zijn. Geen stiel zo hard, zo gevaarlijk, zo meedogenloos als fietsen.

Terwijl ik naar "het menneke" keek, bad ik de wielergoden om over hem te waken. Een wanhoopsdaad, gezien de onachtzaamheid van de wielergoden, die jonge renners verlammen of laten sterven zonder genade.

Talent beschermt je niet, houdt het noodlot niet tegen. Talent is even verraderlijk diep als duizelingwekkend hoog. Een pad dat door de bergen slingert, instagramwaardig mooi, maar dodelijk als je even niet oplet.

Wees voorzichtig, menneke.
-->

1 opmerking: