ONDERWIJS
Onlangs vertelde een collega-leerkracht me over de schoolervaringen van haar zevenjarige zoontje. Het kind blijkt nu al aan de hippe en virale ziekte ‘schoolmoeheid’ te lijden en sleept zich door het schooljaar heen met behulp van een aftelkalender, waarop hij elke avond met een onfatsoenlijk dikke en onuitwisbare zwarte stift een schooldag mag doorstrepen. We hebben het hier over een kind in het eerste leerjaar basisonderwijs. Als ik goed kan rekenen (er zijn redenen om daaraan te twijfelen, maar goed) heeft dat kind na dit schooljaar nog minstens elf jaar onderwijs te gaan voor hij uit z’n lijden wordt verlost...uitgaande van de boude veronderstelling dat niemand op het idee komt om hem een jaar van deze martelgang te laten overdoen, een geijkte strategie in ons land als ik de krant van vorige week dinsdag mag geloven (ons land scoort fenomenaal wat het aantal zittenblijvers betreft).
Het verhaal op zich raakte me, als moeder van twee kinderen. Ik kan niet anders dan meeleven met het arme kind. Je zal maar elke dag van je jeugdige leven doorbrengen op een plek en een manier waar je structureel ongelukkig van wordt. Maar wat me misschien nog het meest schokt in dergelijke gevallen zijn de reacties en meningen van grootouders, leraars, directies, buren en complete buitenstaanders, geen van allen gehinderd door enige empathie of respect voor het kind in kwestie. ‘Tja, dat hoort erbij’. ‘Hij/zij moet niet zo flauw doen.’ ‘Ze moeten zich maar leren aanpassen.’, enz...
Ik dacht meteen aan alle andere kinderen en jongeren in een vergelijkbare situatie. Mijn oudste neef is een onweerstaanbare, slimme, aardige en empathische knul van zestien. Niks mis mee, fijne kerel, hart van goud, intelligent, enz. Niettegenstaande al deze kwaliteiten zal hij dit schooljaar waarschijnlijk nog eens dunnetjes mogen overdoen aangezien hij ergens halverwege het schooljaar tot het besluit kwam dat het hem allemaal geen bal meer interesseerde, als het dat al ooit had gedaan. Is hij een uitzondering? Behoort hij tot een minderheid van weerbarstige en onaangepaste jongeren? De praktijk wijst m.i. in de richting van het tegendeel.
Tik voor de aardigheid eens ‘onderwijs’ in op de website van eender welke krant. De koppen die prompt opduiken als resultaat van je zoektocht zijn weing opbeurend. Een wilde greep uit het aanbod:
Uit een onderzoek van Jongeren en Gezondheid blijkt dat 7,5 procent van de 17-en 18-jarigen één keer per maand spijbelt.
Ruim 60 procent van de tieners heeft ooit te maken met schoolmoeheid. Ze zijn dan onverschillig tegenover al wat met onderwijs te maken heeft. Na gedragsproblemen zijn conflicten over de leerhouding de belangrijkste bron van problemen tussen jongeren, hun ouders en de school
Bijna 4.800 leerlingen zijn per schooljaar meer dan dertig halve dagen afwezig. Het aantal problematische spijbelaars is het vorige schooljaar toegenomen met 15 procent, of ongeveer 630 leerlingen. Dat blijkt uit cijfers van de Vlaamse minister van Onderwijs.
“Drie à vier kinderen per klas aan de rilatine
Gemiddeld drie of vier Vlaamse kinderen per klas die maandag de schoolbanken opzochten, hadden 's morgens het medicijn Rilatine geslikt. Rilatine werkt succesvol bij hyperkinetische of ADHD-kinderen, maar wordt ook meer en meer voorgeschreven als 'leerpil' voor kinderen die slecht meekunnen.”
“Recordaantal leerlingen van school gestuurd
BRUSSEL - Vorig schooljaar werden 1.531 leerlingen na een tuchtprocedure van school gestuurd. Dat is de helft meer in amper vier jaar. 150 van hen vinden geen nieuwe school meer.”
“Vier op de vijf jongeren gaan niet graag naar school
Slechts een op de vijf Belgische jongeren (21,6 procent) verklaart graag naar school te gaan. Dat blijkt uit een enquête van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) bij 11-, 13- en 15-jarigen, zo melden de kranten van de groep Sud Presse.”
“Opnieuw meer spijbelaars ondanks spijbelactieplan
Ondanks het spijbelactieplan dat de Vlaamse regering in 2006 lanceerde, blijft het aantal geregistreerde spijbelaars jaar na jaar toenemen.”
"1 op 7 jongeren behaalt geen diploma secundair onderwijs
Zowat 180 jongeren en vertegenwoordigers van jeugdorganisaties uit Brussel en andere Europese hoofdsteden hebben op de Urban Youth and Europe Day gedebatteerd over hun noden, wensen en dromen met politici. Bij de start legde minister Pascal Smet (sp.a) nog eens de nadruk op het belang van onderwijs want in Vlaanderen en Brussel haalt 1 op 7 jongeren geen diploma secundair onderwijs.
Het aantal jongeren dat tweedekansonderwijs volgt, is op twintig jaar tijd explosief gestegen. Terwijl in 1988 slechts 0,8 procent van de leerlingen jonger was dan 21, is dat nu al 46 procent.
Het tweedekansonderwijs was oorspronkelijk bedoeld voor oudere mensen zonder diploma van het secundair onderwijs, om hen de kans te geven om toch nog dat diploma te halen. Tegenwoordig volgen ook veel jongeren dat type onderwijs. Vaak gaat het om zittenblijvers die zonder diploma het secundair onderwijs hebben verlaten.
“Vlaamse Studenten zijn intolerant
Het onderwijs in Vlaanderen scoort in vergelijking met andere Europese landen slecht op het aanleren van democratische en maatschappelijke attitudes. Dat bericht De Morgen vandaag op basis van een internationale vergelijkende studie waaraan in Vlaanderen de Vrije Universiteit Brussel (VUB) en Universiteit Antwerpen (UA) meegewerkt hebben.”
“Studenten slikken steeds meer pepmiddelen
Het aantal studenten dat naar geneesmiddelen grijpt om de tijd aan de universiteit door te raken, is de voorbije jaren sterk gestegen. Dat blijkt uit onderzoek van de universiteiten van Antwerpen en Gent. Bijna één op de veertien kan niet meer zonder een kalmeerpilletje, zeker niet tijdens de examens.”
Tot zover het belangrijkste en opmerkelijkste nieuws van het jaar over ons onderwijs.
Wat mij eindeloos verbaast, zelfs mateloos ergert, is de kortzichtige en gemakzuchtige houding die we met z’n allen aannemen als het over onderwijs gaat. Dat we het normaal vinden dat onze kinderen ongelukkig zijn op school en zich verveeld door de dagen heen slepen. Dat school enkel draaglijk blijft als je er vrienden hebt om mee samen te spannen. Dat het hele schoolsysteem blijkt te moeten bestaan uit twee “kampen”: de leerlingen enerzijds en ‘de vijand’: het systeem, gesteund door leerkrachten en ouders, anderzijds. Dat leren synoniem staat voor competitie, dwang, gevoelens van falen, angst, verveling, demotivatie. Dat kinderen en jongeren enkel leren om punten te scoren, om ouders en leraars tevreden te houden, omdat de wet hen dat voorschrijft, omdat het zo hoort, ipv om hun aangeboren nieuwsgierigheid te bevredigen, Dat niemand zich vragen stelt over het onrustbarend aantal gevallen van adhd, pdd, nos en andere hoogst besmettelijke leerstoornissen. Dat het onaantastbare systeem overduidelijk barsten vertoont, dat het niet meer werkt…tenzij je halsstarrig wilt blijven beweren dat bovenstaande cijfers en alarmerende signalen slechts voetnoten zijn, verwaarloosbare details.
Kunnen we niet eens even terug naar af? Meer bepaald naar de hamvraag: wat onderwijs moet zijn, welk doel ons onderwijs dient?
Laten we er voor het gemak even een meerkeuzevraag van maken:
a. Ieder kind helpen z’n/haar eigen talenten, persoonlijkheid en interesses ontdekken en optimaal ontwikkelen met respect voor het eigen ritme en de eigen persoonlijkheid. Kinderen en jonge mensen ondersteunen en begeleiden bij het opgroeien tot gelukkige, evenwichtige en verantwoordelijke volwassenen.
b. Ervoor zorgen dat elk kind en elke jongeren kan reproduceren wat wij, of althans een groep mensen, belangrijk vinden, los van wat ze daar zelf van denken, los van hun eventuele andere interesses en capaciteiten en dit aan een van buitenaf opgelegd ritme en op een van buitenaf opgelegde manier.
Voel je vrij om te antwoorden naar keuze.
Eens de hamvraag beantwoord, volgt de – veel complexere – vraag: hoe bereiken we dit vooropgestelde doel? En laat nu net daar het schoentje pijnlijk wringen. Onderzoek geniet minder aanzien en credibiliteit dan ooit, een gevolg van een overdaad aan onderzoek allerhande, een dichtbegroeid woud van informatie waarin niemand nog z’n weg vindt. Toch stemt het tot nadenken dat uitgerekend de academische wereld nalaat enig belang te hechten aan wat vrij recent en grondig onderzoek over leren en motivatie uitwijst. Namelijk dat mensen…en dus ook kinderen, elke leergierigheid verliezen onder dwang. Dat ‘moeten’ het ‘willen’ overstemt. Dat belonen (met een nieuwe psp of met goede punten, het maakt niet uit) niet het gewenste resultaat heeft wanneer het gaat over coginitieve kennis vergaren. Dat een mens het best, snelst, efficientst leert wanneer hij wilt leren, wanneer hij z’n natuurlijke en spontane nieuwsgierigheid mag volgen. Dat kinderen en jongeren structureel niet gemaakt zijn om een hele dag opgesloten te zitten in een stoffig lokaal om daar samen met een aantal – even onwetende - leeftijdgenoten in stilte en passief te luisteren naar wat hen wordt verteld, met wat geluk door iemand met enige kennis ter zake, met wat pech door een uitgebluste nitwit.
Ons onderwijssysteem zit dermate diep ingebakken in onze cultuur dat we niet meer in staat blijken om er kritisch naar te kijken, om ons een andere manier van onderwijzen in te beelden, om in te gaan op de noden van kinderen, jongeren én van een maatschappij die voortdurend in beweging en evolutie is.
Toch staat er bijvoorbeeld het volgende te lezen op de website van de Vlaamse Gemeenschap: “In de vakoverschrijdende eindtermen legt de overheid voor scholen een aantal opdrachten vast die ze voor onderwijs en samenleving belangrijk vindt. Zo vindt de samenleving het belangrijk dat de leerlingen burgerzin wordt bijgebracht, dat ze gezond leven en zorg dragen voor elkaar en hun omgeving.”
Toch durf ik ten zeerste betwijfelen of deze doelen daadwerkelijk worden bereikt. Sterker nog: ik ben er zeker van dat ze niet bereikt worden. Zoals uit diverse onderzoeken blijkt scoren Vlaamse studenteel ondermaats op het vlak van democratische attitude, burgerzin en solidariteit.
Uit de leerdoelen voor het secundair onderwijs valt af te leiden dat men van een zeventienjarige verwacht dat hij een eenvoudige conversatie kan voeren in het Frans. In alle scholen waar ik ooit heb lesgegeven (en dat zijn er best veel) was het merendeel van de studenten aan het einde van het laatste jaar niet in staat zich even voor te stellen in het Frans.
Op de vraag “Doet ons onderwijs wat het belooft?” kan je dus helaas niet anders dan volmondig “Neen” antwoorden. En dat maakt het schoolleed van zoveel kinderen en jongeren des te schrijnender. Als de lijdensweg een doel heeft en dat doel wordt bereikt, dan maakt dat het lijden voor velen draaglijk, het plaatst de inspanningen in een breder en waardevol perspectief. Als dat niet het geval is…dan rest er enkel een gevoel van doelloosheid, van verveling, van demotivatie.
Op de vraag “Bereidt ons onderwijs kinderen voor op de noden van de maatschappij?” is het antwoord wat complexer. Wat heeft onze samenleving nodig? Als je bedenkt dat onze maatschappij voortdurend en aan een duizelingwekkend tempo evolueert, dat jobzekerheid een schaars goed is geworden, dat media en sociale skills nog steeds aan belang winnen, dat de wereld door globalisering en innovatie steeds groter wordt…dan zou je daaruit kunnen afleiden dat een mens flexibiliteit, zin voor initiatief, ondernemingszin, nieuwsgierigheid en heel wat zelfvertrouwen nodig heeft om in dat soort samenleving overeind te blijven en zijn plaats te vinden. Geven we onze kinderen die vaardigheden mee? Praat eens met een gemiddelde zeventienjarige en de twijfel slaat toe: onzeker, besluiteloos, twijfelend over wat ze willen en kunnen …
Het is hoog tijd dat we ons afvragen wat we nu echt op lange termijn willen en verwachten van onze kinderen. En het wordt vooral tijd dat we daarnaar handelen. Als we onze maatschappij willen bevolken met solidaire, ondernemende, onafhankelijke, evenwichtige, empathische en sociaal vaardige volwassenen, dan is het noodzakelijk dat we onze kinderen de ruimte, de tijd, het kader en de mogelijkheid bieden om net deze vaardigheden te oefenen, om te leren vertrouwen op hun oordeel, op hun talenten en mogelijkheden.
biekesblog
vrijdag 13 mei 2011
dinsdag 8 maart 2011
vrouwendag: was will das weib?
Helaas, zoals elk jaar en zolang ik me kan herinneren valt er bitter weinig te lachen met het lot van de vrouw in de meeste uithoeken van de wereld.
Het doorbreken van het glazen plafond en quota voor vrouwen in raden van bestuur lijken triviale details naast wraakroepende feiten zoals het stenigen van vrouwen in bepaalde Islamitische landen, de massale en systematische verkrachting van vrouwen en meisjes in sommige Afrikaanse landen of de miljoenen vrouwen die op de vlucht zijn voor oorlog, honger, natuurrampen, politiek geweld.
Je zou als gezonde Westerse vrouw met dak-boven-het-hoofd, ledematen intact en mt voldoende brood mét beleg op de plank gegeneerd in een hoekje kruipen en blozend je mond houden wanneer het woord vrouwenrechten valt. En toch.
Ja natuurlijk, we hebben het goed. We hebben stemrecht, mogen studeren wat we willen, de job uitoefenen die we willen, kunnen zelf beslissen of en met wie we trouwen, samenleven of het bed delen, of we kinderen willen en zo ja, hoeveel en wanneer.We hebben zoveel opties dat de keuzestress ons zo nu en dan verlamt. Wat valt er dan nog te zeuren? Onder het aloude motto “Alles kan beter” zou ik durven zeggen: Heel wat!
Evenwicht...om maar eens wat te noemen. Evenwicht tussen werk en gezin, tussen ambitie en het moederhart, tussen professionaliteit en een bevredigend priveleven, tussen wat moet en wat mag, tussen erkenning en voldoening, tussen respect en appreciatie, tussen wat je kan en wat je wilt, ... tussen man en vrouw en soms daartussenin, het kind. Tussen de vergadering, de vaat en het verhaaltje moet er bij bij voorkeur ook nog verleiding, vriendschap en vrijetijdsbestedingen allerhande worden gepropt. Een mens, zelfs een vrouw, zou van minder gaan wankelen.
Ja, we hebben er veel rechten bijgekregen de afgelopen eeuw. Maar geen rechten zonder plichten. En laten we toegeven dat er iets schort met het evenwicht tussen vrouwenrechten en vrouwenplichten, al zijn veel van de plichten die ons zo belemmeren vaak slechts ongeschreven wetten. Probeer bij gelegenheid eens met wuivend okselhaar en riant begroeide melkwitte benen de straat over te steken in de zomer. Ja dat lukt...maar of het ook gewoon ongemoeid kan is zeer de vraag. Thuismoederen is uit de boze want asociaal en economisch onverantwoord. Je kinderen ‘vergeten’ opvoeden is ook geen optie, dus dat moet deels uitbesteed, maar aan wie in vredesnaam....gezien de wachtlijsten in de kinderopvang? Geen kinderen krijgen is dan weer egoistisch en onvolwassen. Je huis moet spic-en-span, je lijf moet strak en pront en in bed moet het knetteren want om elke hoek loert een jongere (en dus strakkere en vooral, vrije en ongedwongen) variant van jezelf.
Goed doen we het blijkbaar nooit, hoe hard we ook ons best doen. En onze meest meedogenloze rechters zijn we zelf.
Of we nu professioneel streven of moederen of beide, welke keuzes we ook maken, noodgedwongen of uit vrije wil, evenwicht willen we allemaal. En dat begeerde evenwicht, dat valt alleen te vinden met wat hulp, van elkaar en van mannen, de mannen die nog steeds het merendeel van de lakens uitdelen, de mannen die ons zo nu en dan eens zouden kunnen vertellen hoe geweldig goed we bezig zijn en dat we nu best even de boel de boel mogen laten want dat zij die was wel wegwerken, de mannen die zouden kunnen mee ijveren voor een andere arbeidsethiek, een leefbaarder en menselijker klimaat in bedrijven, in de politiek, in de hele samenleving. Wat ze daarvoor in ruil krijgen? Een massa evenwichtige en dus blije vrouwen, dat spreekt.
Het doorbreken van het glazen plafond en quota voor vrouwen in raden van bestuur lijken triviale details naast wraakroepende feiten zoals het stenigen van vrouwen in bepaalde Islamitische landen, de massale en systematische verkrachting van vrouwen en meisjes in sommige Afrikaanse landen of de miljoenen vrouwen die op de vlucht zijn voor oorlog, honger, natuurrampen, politiek geweld.
Je zou als gezonde Westerse vrouw met dak-boven-het-hoofd, ledematen intact en mt voldoende brood mét beleg op de plank gegeneerd in een hoekje kruipen en blozend je mond houden wanneer het woord vrouwenrechten valt. En toch.
Ja natuurlijk, we hebben het goed. We hebben stemrecht, mogen studeren wat we willen, de job uitoefenen die we willen, kunnen zelf beslissen of en met wie we trouwen, samenleven of het bed delen, of we kinderen willen en zo ja, hoeveel en wanneer.We hebben zoveel opties dat de keuzestress ons zo nu en dan verlamt. Wat valt er dan nog te zeuren? Onder het aloude motto “Alles kan beter” zou ik durven zeggen: Heel wat!
Evenwicht...om maar eens wat te noemen. Evenwicht tussen werk en gezin, tussen ambitie en het moederhart, tussen professionaliteit en een bevredigend priveleven, tussen wat moet en wat mag, tussen erkenning en voldoening, tussen respect en appreciatie, tussen wat je kan en wat je wilt, ... tussen man en vrouw en soms daartussenin, het kind. Tussen de vergadering, de vaat en het verhaaltje moet er bij bij voorkeur ook nog verleiding, vriendschap en vrijetijdsbestedingen allerhande worden gepropt. Een mens, zelfs een vrouw, zou van minder gaan wankelen.
Ja, we hebben er veel rechten bijgekregen de afgelopen eeuw. Maar geen rechten zonder plichten. En laten we toegeven dat er iets schort met het evenwicht tussen vrouwenrechten en vrouwenplichten, al zijn veel van de plichten die ons zo belemmeren vaak slechts ongeschreven wetten. Probeer bij gelegenheid eens met wuivend okselhaar en riant begroeide melkwitte benen de straat over te steken in de zomer. Ja dat lukt...maar of het ook gewoon ongemoeid kan is zeer de vraag. Thuismoederen is uit de boze want asociaal en economisch onverantwoord. Je kinderen ‘vergeten’ opvoeden is ook geen optie, dus dat moet deels uitbesteed, maar aan wie in vredesnaam....gezien de wachtlijsten in de kinderopvang? Geen kinderen krijgen is dan weer egoistisch en onvolwassen. Je huis moet spic-en-span, je lijf moet strak en pront en in bed moet het knetteren want om elke hoek loert een jongere (en dus strakkere en vooral, vrije en ongedwongen) variant van jezelf.
Goed doen we het blijkbaar nooit, hoe hard we ook ons best doen. En onze meest meedogenloze rechters zijn we zelf.
Of we nu professioneel streven of moederen of beide, welke keuzes we ook maken, noodgedwongen of uit vrije wil, evenwicht willen we allemaal. En dat begeerde evenwicht, dat valt alleen te vinden met wat hulp, van elkaar en van mannen, de mannen die nog steeds het merendeel van de lakens uitdelen, de mannen die ons zo nu en dan eens zouden kunnen vertellen hoe geweldig goed we bezig zijn en dat we nu best even de boel de boel mogen laten want dat zij die was wel wegwerken, de mannen die zouden kunnen mee ijveren voor een andere arbeidsethiek, een leefbaarder en menselijker klimaat in bedrijven, in de politiek, in de hele samenleving. Wat ze daarvoor in ruil krijgen? Een massa evenwichtige en dus blije vrouwen, dat spreekt.
vrijdag 17 september 2010
Flink gaan werken?
“Flink naar school geweest? Verras je kind met een beloningssticker.” Dat zat er vandaag in onze brievenbus: een stickervel met deze titel en wat uitleg over de verplichte kleuterklas. Nog even los van de vraag waarom je een kind moet belonen voor iets wat het in se graag zou moeten doen (of was dat niet de bedoeling?) stelde ik me spontaan de volgende vraag: Welk kind dat een gloeiende hekel heeft aan school gaat er als bij toverslag goed geluimd en geestdriftig naar school rennen omdat het een sticker krijgt? Iemand? Nu dacht ik intussen toch een idee te hebben hoe kinderen min of meer in mekaar zitten (nu ja, de mijne dan en meestal toch).
Stel: U heeft al jaren dezelfde dodelijk saaie job. Uw baas is een omhooggevallen en machtswellustige eikel en uw collega’s een stel afgunstige en gefrustreerde randdebielen. Uw jobinhoud laat zich gemakshalve omchrijven als ‘voor een computerscherm zitten en wat telefoneren, al hebt u geen idee waarom en waarover’. Elke ochtend vecht u een wrede strijd uit met uzelf om uw weerbarstige en onwillige wezen naar de werkplek in kwestie te slepen.
En op een dag zit er een brief bij de post. Een brief van de minister van werk. “Flink gaan werken? Verras jezelf met een beloningssticker!” Of laten we eens gek doen: “Verras jezelf met een beloningsauto!” Daarzie, daar heeft u niet van terug, he!?
U krijgt zomaar een gloednieuwe porsche van de minister! Niks met auto’s? Geen rijbewijs? Laten we er dan een snoepreisje van maken: “Verras jezelf met een reisje naar de Caraïben!”. Vliegangst zegt u? Wat dacht u van een volledig nieuw interieur, een jacuzzi in de badkamer, een designsofa, een bakfiets, een jaarlang gratis winkelen bij winkel x of y? U zegt het maar.
Zo, u wordt dus beloond voor uw jarenlange ijver en doorzettingsvermogen. En nu?
Huppelt u nu blijgezind naar uw werk? Worden uw dagelijkse taken leuk,boeiend, leerrijk? Worden uw collega’s uw vrienden? Weegt de auto op tegen jarenlange verveling? Ik dacht het niet nee.
En nog wat leesvoer voor wie zich verveelt op z'n werk: http://www.alfiekohn.org/books/pbr.htm
Stel: U heeft al jaren dezelfde dodelijk saaie job. Uw baas is een omhooggevallen en machtswellustige eikel en uw collega’s een stel afgunstige en gefrustreerde randdebielen. Uw jobinhoud laat zich gemakshalve omchrijven als ‘voor een computerscherm zitten en wat telefoneren, al hebt u geen idee waarom en waarover’. Elke ochtend vecht u een wrede strijd uit met uzelf om uw weerbarstige en onwillige wezen naar de werkplek in kwestie te slepen.
En op een dag zit er een brief bij de post. Een brief van de minister van werk. “Flink gaan werken? Verras jezelf met een beloningssticker!” Of laten we eens gek doen: “Verras jezelf met een beloningsauto!” Daarzie, daar heeft u niet van terug, he!?
U krijgt zomaar een gloednieuwe porsche van de minister! Niks met auto’s? Geen rijbewijs? Laten we er dan een snoepreisje van maken: “Verras jezelf met een reisje naar de Caraïben!”. Vliegangst zegt u? Wat dacht u van een volledig nieuw interieur, een jacuzzi in de badkamer, een designsofa, een bakfiets, een jaarlang gratis winkelen bij winkel x of y? U zegt het maar.
Zo, u wordt dus beloond voor uw jarenlange ijver en doorzettingsvermogen. En nu?
Huppelt u nu blijgezind naar uw werk? Worden uw dagelijkse taken leuk,boeiend, leerrijk? Worden uw collega’s uw vrienden? Weegt de auto op tegen jarenlange verveling? Ik dacht het niet nee.
En nog wat leesvoer voor wie zich verveelt op z'n werk: http://www.alfiekohn.org/books/pbr.htm
zaterdag 12 juni 2010
opfrisbeurt en BDW
De vooravond van de verkiezingen, welk geknipter moment om het stof van m'n schromelijk verwaarloosde blog te blazen.
Ik beken: ik ben hier nauwelijks geweest de afgelopen maanden en moest diep in m'n geheugen graven om m'n paswoord terug te vinden. Daar zijn uiteraard uitstekende en onweerlegbare redenen voor. Zoals de volgende, van eerder pragmatische aard: Het tbm-schap was te mooi om waar te zijn...of beter, te duur om haalbaar te blijven. Er moest weer brood op de plank en liefst ook nog een schelle kaas voor erbij. Dat maakt dat ondergetekende alweer mee dan 3 maanden aan de slag is. En dat maakt bijgevolg dat ondergetekende alleen nog tijd heeft voor werk, kroost en de minimale en strikt noodzakelijke huishoudelijke taken. Blogs horen daar tot nader order niet bij.
Maar genoeg over mijzelve. Laten we het eens hebben over de man die vriend en vijand in de ban heeft, wiens naam op éénieders lippen ligt, de alomtegenwoordige BDW. Ik heb de afgelopen maanden met stijgende verbazing gezien hoe iemand al weken voor de verkiezingen werkelijk overal als gedoodverfde winnaar wordt opgevoerd. Moeten we eigenlijk nog gaan stemmen of is't niet meer nodig? Lijkt me ook wel goedkoop en makkelijk campagne voeren zo...als je kop wekenlang als een soort testbeeld op elke tv-zender prijkt. De man heeft nog net geen vaste rol in Thuis, maar ook dat laat vast niet lang meer op zich wachten.
Zie de volgende anecdote met in de hoofdrol de schoonmoeder van een vriendin, fervent verzamelaar van koekendozen en andere parafernalia van het Koningshuis.: "Ik weet nog niet voor wie ik ga stemmen, ofwel voor BDW, ofwel voor Johan Vande Lanotte." Zegt de vriendin, enigszins verbijsterd: "Maar Nicole, gij als groot fan van het koningshuis!? BDW, die zou dat koningshuis liever afschaffen, enfin, die zou eigenlijk heel Belgie zowat willen afschaffen." "Ha, is't echt? Allez, en dat lijkt me nu zo'n sympathieke mens. En ge kunt er eens mee lachen ook. Allez, dan toch maar voor Vande Lanotte, dat is toch een echte Westvlaming."
Verkiezingen zijn de hoogmis van de democratie...maar soms krijgt een mens spontaan zin in een stevige portie verlicht despotisme.
Ik beken: ik ben hier nauwelijks geweest de afgelopen maanden en moest diep in m'n geheugen graven om m'n paswoord terug te vinden. Daar zijn uiteraard uitstekende en onweerlegbare redenen voor. Zoals de volgende, van eerder pragmatische aard: Het tbm-schap was te mooi om waar te zijn...of beter, te duur om haalbaar te blijven. Er moest weer brood op de plank en liefst ook nog een schelle kaas voor erbij. Dat maakt dat ondergetekende alweer mee dan 3 maanden aan de slag is. En dat maakt bijgevolg dat ondergetekende alleen nog tijd heeft voor werk, kroost en de minimale en strikt noodzakelijke huishoudelijke taken. Blogs horen daar tot nader order niet bij.
Maar genoeg over mijzelve. Laten we het eens hebben over de man die vriend en vijand in de ban heeft, wiens naam op éénieders lippen ligt, de alomtegenwoordige BDW. Ik heb de afgelopen maanden met stijgende verbazing gezien hoe iemand al weken voor de verkiezingen werkelijk overal als gedoodverfde winnaar wordt opgevoerd. Moeten we eigenlijk nog gaan stemmen of is't niet meer nodig? Lijkt me ook wel goedkoop en makkelijk campagne voeren zo...als je kop wekenlang als een soort testbeeld op elke tv-zender prijkt. De man heeft nog net geen vaste rol in Thuis, maar ook dat laat vast niet lang meer op zich wachten.
Zie de volgende anecdote met in de hoofdrol de schoonmoeder van een vriendin, fervent verzamelaar van koekendozen en andere parafernalia van het Koningshuis.: "Ik weet nog niet voor wie ik ga stemmen, ofwel voor BDW, ofwel voor Johan Vande Lanotte." Zegt de vriendin, enigszins verbijsterd: "Maar Nicole, gij als groot fan van het koningshuis!? BDW, die zou dat koningshuis liever afschaffen, enfin, die zou eigenlijk heel Belgie zowat willen afschaffen." "Ha, is't echt? Allez, en dat lijkt me nu zo'n sympathieke mens. En ge kunt er eens mee lachen ook. Allez, dan toch maar voor Vande Lanotte, dat is toch een echte Westvlaming."
Verkiezingen zijn de hoogmis van de democratie...maar soms krijgt een mens spontaan zin in een stevige portie verlicht despotisme.
maandag 1 februari 2010
flink
Het moet één van de populairste termen zijn in het doorsnee Vlaamse gezin met kleine kinderen.
'Eet flink je boterhammen op'. 'Ga je flink op het potje?' 'Wat kan jij al flink je jas aandoen!'. Het moge duidelijk zijn dat 'flink' in deze context een postieve connotatie heeft. Het woord siert menig schoolrapport, kruidt de evaluatie van de meegaande kleuter op het oudercontact en achtervolgt ons bijgevolg de rest van ons leven.
Zoekt u voor de lol eens op wat 'flink' precies betekent. 'Moedig', 'volhardend', 'kranig', 'fors', 'kordaat', 'krachtig', 'sterk', 'stoer', ... en meer van die strekking. Waarom we in vredesnaam van pakweg een driejarige zouden verwachten dat hij zich 'kordaat', 'krachtig en 'onbevreesd' gedraagt? Ik heb werkelijk geen idee, maar alla.
Wat vreemder en een stuk minder logisch is het gebruik van de term in de betekenis van 'braaf', 'gehoorzaam' en 'meegaand'...zoals het hier meestal wordt bedoeld. 'Wat flink dat je je broccoli hebt opgegeten!' 'Wat heb je flink opgeruimd!' Duh! Echte helden (en dus flinkerds) zijn niet gehoorzaam en meegaand en hebben geen tijd voor triviale nonsens zoals broccoli en opruimen. Kijk maar naar Robin Hood en Superman, Harry Potter en Peter Pan, ... Zag je die wel eens blokken in een doos schikken of geestdriftig op een stronkje witlof kauwen?
Geen Alice in Wonderland zonder een eigenwijze Alice, geen Mary Poppins zonder de bijdehande Jane & Michael en wat zou er nog spannend en onderhoudend zijn aan 'de vijf' en 'de olijke tweeling' als de vijf en de tweeling zich netjes aan de regels hielden, zich onledig hielden met het netjes houden van hun kamer en spruitjes eten, en hun nieuwsgierigheid en dadendrang 'flink' in bedwang wisten te houden? Niks. Flinke kinderen zijn niet spannend, onderhoudend of inspirerend. Ze zijn saai en geen mens wil zien of lezen wat ze zoals doen.Vraagt u het maar aan Marc Twain (mocht dat kunnen): eigenwijze kinderen zijn big business, kassakassa. We zijn dol op eigenwijze kinderen, zolang ze maar niet in ons eigen huis wonen en ze ons niet in het echte leven voor de voeten lopen.
Tijd voor introspectie en voor de volgende prangende vraag: wilt u uw kind zien opgroeien tot een ondernemende en leergierige volwassene? Een persoon die anderen inspireert, boeit en begeestert? Iemand die weet wat hij/zij wilt en daar achteraan gaat? Iemand die z'n talenten benut en inzet? Denkt u hiet gerust even over na.
Als het antwoord op deze prangende vraag ja is, beste ouder, beste juf en meester, beste oma en suikernonkel, gelieve dan vanaf heden het gebruik van het woord 'flink' aanzienlijk te beperken en het uitsluitend te bezigen in de originele betekenis en in omstandigheden die er om vragen, met name wanneer uw kind onverschrokken ten strijd trekt tegen stuitend onrecht. Dan, en enkel dan, is het toegestaan 'Flink zo!' te roepen.
'Eet flink je boterhammen op'. 'Ga je flink op het potje?' 'Wat kan jij al flink je jas aandoen!'. Het moge duidelijk zijn dat 'flink' in deze context een postieve connotatie heeft. Het woord siert menig schoolrapport, kruidt de evaluatie van de meegaande kleuter op het oudercontact en achtervolgt ons bijgevolg de rest van ons leven.
Zoekt u voor de lol eens op wat 'flink' precies betekent. 'Moedig', 'volhardend', 'kranig', 'fors', 'kordaat', 'krachtig', 'sterk', 'stoer', ... en meer van die strekking. Waarom we in vredesnaam van pakweg een driejarige zouden verwachten dat hij zich 'kordaat', 'krachtig en 'onbevreesd' gedraagt? Ik heb werkelijk geen idee, maar alla.
Wat vreemder en een stuk minder logisch is het gebruik van de term in de betekenis van 'braaf', 'gehoorzaam' en 'meegaand'...zoals het hier meestal wordt bedoeld. 'Wat flink dat je je broccoli hebt opgegeten!' 'Wat heb je flink opgeruimd!' Duh! Echte helden (en dus flinkerds) zijn niet gehoorzaam en meegaand en hebben geen tijd voor triviale nonsens zoals broccoli en opruimen. Kijk maar naar Robin Hood en Superman, Harry Potter en Peter Pan, ... Zag je die wel eens blokken in een doos schikken of geestdriftig op een stronkje witlof kauwen?
Geen Alice in Wonderland zonder een eigenwijze Alice, geen Mary Poppins zonder de bijdehande Jane & Michael en wat zou er nog spannend en onderhoudend zijn aan 'de vijf' en 'de olijke tweeling' als de vijf en de tweeling zich netjes aan de regels hielden, zich onledig hielden met het netjes houden van hun kamer en spruitjes eten, en hun nieuwsgierigheid en dadendrang 'flink' in bedwang wisten te houden? Niks. Flinke kinderen zijn niet spannend, onderhoudend of inspirerend. Ze zijn saai en geen mens wil zien of lezen wat ze zoals doen.Vraagt u het maar aan Marc Twain (mocht dat kunnen): eigenwijze kinderen zijn big business, kassakassa. We zijn dol op eigenwijze kinderen, zolang ze maar niet in ons eigen huis wonen en ze ons niet in het echte leven voor de voeten lopen.
Tijd voor introspectie en voor de volgende prangende vraag: wilt u uw kind zien opgroeien tot een ondernemende en leergierige volwassene? Een persoon die anderen inspireert, boeit en begeestert? Iemand die weet wat hij/zij wilt en daar achteraan gaat? Iemand die z'n talenten benut en inzet? Denkt u hiet gerust even over na.
Als het antwoord op deze prangende vraag ja is, beste ouder, beste juf en meester, beste oma en suikernonkel, gelieve dan vanaf heden het gebruik van het woord 'flink' aanzienlijk te beperken en het uitsluitend te bezigen in de originele betekenis en in omstandigheden die er om vragen, met name wanneer uw kind onverschrokken ten strijd trekt tegen stuitend onrecht. Dan, en enkel dan, is het toegestaan 'Flink zo!' te roepen.
maandag 4 januari 2010
vrouwenstrijd
Wat ik me wel eens afvraag, bij gebrek aan heter hangijzers: feminisme, is dat ook voor moeders bedoeld? "Ja, natuurlijk, domme kip!" denkt u nu vast.
Voor de duidelijkheid: de gemiddelde intelligente vrouw heeft regelmatig haar buik vol van de achterlijke bimbo-cultuur die ons vanop elke straathoek wordt opgedrongen. Of kent u persoonlijk ook maar één weldenkende vrouw die zich wenst te spiegelen aan de rondborstige, gephotoshopte stoeipoes met de kaalgeschoren venusheuvel die tegenwoordig “de norm” schijnt te zijn? Dus ja, laten we vooral het recht opeisen om onze benen, oksels en vooral onze schaamstreek NIET te scheren of – nog wreder – te waxen. Het recht om na een paar zwangerschappen en een stel kinderen aan de borst met enigszins verlepte en neerwaarts wijzende boezem rond te lopen. Het recht om rimpels te laten voor wat te zijn. Het recht om grijzende haren grijs te laten. Het recht op een AA-cup of een G-cup, al naargelang wat we meegekregen hebben van onze genen. Het recht op kwabbillen, flubberdijen, puddingarmen en een buik die af en toe uit meerdere lagen blijkt te bestaan.
Kortom: Jullie doen het goed hoor, beste vrouwenbeweging. Echt, allemaal helemaal mee eens hoor: gelijke arbeid, recht op een normaal, gezond lijf, baas in eigen buik, enz...
Maar waar ik nu eens graag recht op zou hebben is van een geheel andere orde en blijkbaar een thema waar de hedendaagse feministes niet onmiddellijk voor warm lopen: het recht om zelf mijn kinderen op te voeden. Natuurlijk heb ik dat recht, zegt nu de alerte en gevatte lezer. Iedereen kan er toch voor kiezen om “moeder-aan-de-haard”, “huisvrouw” of “thuisblijfmoeder” te worden! Ha! Had u gedacht! Nee dus. Daar wringt het schoentje nu net. Dat kunnen we niet. Het lukt ons niet om 2 fulltime en 2 deeltijdse kinderen en 2 volwassenen onderdak te geven en te voeden van één normaal inkomen. Alleen op vakantie met de tent, zelden of nooit uit, kleren van de kringloopwinkel, flutgroenten van bij Aldi, autodelen en geen, laat staan dure hobbies. Wat doen we dan verkeerd? Wie het weet, mag het zeggen. Hoe het ook zij, ik werd er best droevig van, van de gedachte dat het niet kan, zelf thuis je kinderen helpen opgroeien. Was dat niet ooit heel gewoon?
Wordt het niet eens tijd dat de vrouwenbeweging gaat onderkennen dat heel veel vrouwen ook moeders zijn en elke dag opnieuw worstelen met de veeleisende dubbelrol die ze noodgedwongen spelen? Dat bewust moederschap en feminisme wel degelijk samengaan? Dat de strijd om gelijke arbeid de vrouwen misschien wel economische onafhankelijkheid heeft opgeleverd, maar hen tegelijkertijd heeft opgezadeld met een dubbele dagtaak, een utopische opdracht waar de meesten van ons niet in slagen zonder schuldgevoel of complete uitputting. En vooral: dat onze kinderen recht hebben op een moeder, de enige functie waarin we niet, nooit vervangbaar zijn.
Voor de duidelijkheid: de gemiddelde intelligente vrouw heeft regelmatig haar buik vol van de achterlijke bimbo-cultuur die ons vanop elke straathoek wordt opgedrongen. Of kent u persoonlijk ook maar één weldenkende vrouw die zich wenst te spiegelen aan de rondborstige, gephotoshopte stoeipoes met de kaalgeschoren venusheuvel die tegenwoordig “de norm” schijnt te zijn? Dus ja, laten we vooral het recht opeisen om onze benen, oksels en vooral onze schaamstreek NIET te scheren of – nog wreder – te waxen. Het recht om na een paar zwangerschappen en een stel kinderen aan de borst met enigszins verlepte en neerwaarts wijzende boezem rond te lopen. Het recht om rimpels te laten voor wat te zijn. Het recht om grijzende haren grijs te laten. Het recht op een AA-cup of een G-cup, al naargelang wat we meegekregen hebben van onze genen. Het recht op kwabbillen, flubberdijen, puddingarmen en een buik die af en toe uit meerdere lagen blijkt te bestaan.
Kortom: Jullie doen het goed hoor, beste vrouwenbeweging. Echt, allemaal helemaal mee eens hoor: gelijke arbeid, recht op een normaal, gezond lijf, baas in eigen buik, enz...
Maar waar ik nu eens graag recht op zou hebben is van een geheel andere orde en blijkbaar een thema waar de hedendaagse feministes niet onmiddellijk voor warm lopen: het recht om zelf mijn kinderen op te voeden. Natuurlijk heb ik dat recht, zegt nu de alerte en gevatte lezer. Iedereen kan er toch voor kiezen om “moeder-aan-de-haard”, “huisvrouw” of “thuisblijfmoeder” te worden! Ha! Had u gedacht! Nee dus. Daar wringt het schoentje nu net. Dat kunnen we niet. Het lukt ons niet om 2 fulltime en 2 deeltijdse kinderen en 2 volwassenen onderdak te geven en te voeden van één normaal inkomen. Alleen op vakantie met de tent, zelden of nooit uit, kleren van de kringloopwinkel, flutgroenten van bij Aldi, autodelen en geen, laat staan dure hobbies. Wat doen we dan verkeerd? Wie het weet, mag het zeggen. Hoe het ook zij, ik werd er best droevig van, van de gedachte dat het niet kan, zelf thuis je kinderen helpen opgroeien. Was dat niet ooit heel gewoon?
Wordt het niet eens tijd dat de vrouwenbeweging gaat onderkennen dat heel veel vrouwen ook moeders zijn en elke dag opnieuw worstelen met de veeleisende dubbelrol die ze noodgedwongen spelen? Dat bewust moederschap en feminisme wel degelijk samengaan? Dat de strijd om gelijke arbeid de vrouwen misschien wel economische onafhankelijkheid heeft opgeleverd, maar hen tegelijkertijd heeft opgezadeld met een dubbele dagtaak, een utopische opdracht waar de meesten van ons niet in slagen zonder schuldgevoel of complete uitputting. En vooral: dat onze kinderen recht hebben op een moeder, de enige functie waarin we niet, nooit vervangbaar zijn.
woensdag 30 december 2009
pfff
Ik moet iets bekennen: ik word een beetje zot van al die crafty blogsters. Er lijken er elke dag bij te komen en ik ben simpelweg gestopt met ze te bookmarken. Het werkt ook zo demotiverend. Zit je een halve dag te schelden en te schoppen tegen je naaimachine met een vijftal bedenkelijke stoffen kerstkaartjes als lachwekkend resultaat...en in die tijd blijken de dames doe-het-zelf-blogsters de meest imposante creaties af te leveren: poppen met een volledige design-garderobe waar Posh Spice jaloers op zou zijn, doorwrochte omkeerbare jurkjes voor hun dochters, coole retro broeken met geweldige details voor hun zonen (waar zijn die kleine mormels overigens terwijl hun mama knipt, naait en stikt? Opgesloten in de kelder? Bij de nanny? Geboeid en gekneveld voor de televisie?). Ergerlijk.
Gelukkig kan ik wel bakken en koken. Anders zou ik spontaan suicidaal worden van al dat nijdigmakende handwerk.
Zo, dat moest er even uit. En nu een citroentaartje in de oven schuiven.
Abonneren op:
Posts (Atom)