Tijd is als het weer. We
krijgen er geen vat op. Hoe hard we ons ook inspannen. Hoe vaak we hem ook halt toeroepen. Hoogst zelden slagen we erin stil te staan in het
moment, in een fractie tijd die alweer weg is voor we in en uit hebben geademd.
Mensen zijn produktiever dan ooit. Dat blijkt althans uit allerhande onderzoek. Ik weet er het fijne niet van, maar ik
geloof het allemaal best.
Het kan ook haast niet anders, gezien de schijnbaar onuitputtelijke
lijst met technische spitsvondigheden en innovaties die ons leven
'vergemakkelijken'. Ze zijn zogenaamd bedoeld om ons te helpen tijd uit te sparen. Iets waar we allemaal veel te weinig van hebben, zoals blijkt uit de
alomtegenwoordigheid van haast, stress, burn-out en aanverwante syndromen.
Drukdrukdruk is het mantra van de actieve burger en vervangt al jaren het
gezapige ‘goed’ als antwoord op de beleefdheidsvraag ‘Hoe is het?’.
Boodschappen bestellen we online en worden aan huis
geleverd, een bank hebben we in geen tijden van binnen gezien (niet dat dat een
gemis is) want het internet bankiert zoveel vlotter, dienstencheques zorgen
ervoor dat onze huizen gepoetst en onze kleren gestreken worden. Kinderen
kunnen om 07u naar de opvang en worden daar desgewenst het klokje rond
verzorgd, gevoed, verschoond en bezig gehouden. We hoeven ze alleen nog in bed
te stoppen.
Ons werk wordt in half zoveel tijd uitgevoerd als pakweg 20
jaar geleden: medelingen die we vroeger naar 175 mensen moesten faxen (oh, heimwee naar latente lust en romantiek in het copieer- en faxlokaal) verzenden we nu
met een simple muisklik. Budgetten en
begrotingen berekenen zichzelf. Vergaderen doen we van thuis uit, dankzij skype en chat. Je hoeft hooguit een schoon hemd aan te trekken boven je piama. Een mens
vraagt zich af wat we in vredesnaam de hele dag uitvreten. Weg met die
ergonomische bureaustoelen! Laat aanrukken, die hangmatten!
Wat een zee van tijd hebben we gewonnen! Tijd waar we al
jaaaaren om zeurden.
Toch?
Waarom rent iedereen dan nog steeds als opgejaagd wild van
hot naar her?
Waarom hebben we dan geen tijd om met onze kinderen te
praten voor ze zich van een brug werpen of iemand anders moegetergd van een
brug doen springen? Waarom hebben we dan in geen tijden een zinvol gesprek
gevoerd met een vriend(in)? Waarom ligt onze tuin erbij als braakliggend terrein?
Waarom is onze koelkast leeg, op een beschimmeld stuk parmezaan en een haleve pot mayonaise na, zodat we noodgedwongen
onze toevlucht nemen tot de dichtstbijzijnde afhaalchinees? Waarom wordt er
luidkeels gescandeerd dat we nog meer, langer, harder moeten werken? We
produceren meer dan ooit tevoren, meer dan we op kunnen. Wat valt er dan nog
meer te produceren? Waaraan precies is er zo’n nijpend tekort?
Intussen davert de tijd aan ons voorbij zonder dat we het
merken. Alleen wanneer de tijd zich
manifesteert in z’n meest elementaire, meest tastbare vorm; daar waar tijd
begint en daar waar hij onverbiddellijk eindigt, bij het begin van een leven en
bij het einde ervan, weet hij ons
even, abrupt en verstomd, tot stilstand te brengen.