biekesblog


donderdag 15 juli 2021

Oord van verderf

Voor miljoenen schade na overstromingen in Zwitserland | Bergwijzer

Tot WO I was Pau een mondain kuuroord, waar gegoede Engelsen de gezonde berglucht kwamen opsnuiven. Vandaag staat de stad vooral bekend als een van de vaste pleisterplaatsen van de Tour, die er dit jaar voor de 74ste keer langskwam. Bijzonder glorieus kan je de recente geschiedenis van Pau en de Tour nochtans niet noemen. In mijn herinnering staat Pau garant voor koersellende en commotie.

In 2001 zat Lance Armstrong er oog in oog met een perszaal vol beschuldigende gezichten. In 2007 verliet Alexandr Vinokourov er hals over kop de Tour na een positieve bloedtest. Contador werd er betrapt op clenbuterol in 2010. Frank Schleck moest er het tourpeloton verlaten na een positieve plas in 2012. Wout Van Aert bleef er akelig aan een nadarhek haken in 2019.

Altijd gedoe in Pau. Je zou denken dat de ASO zo’n oord van verderf mijdt als de pest, maar niet dus. Het mocht dan ook niet verrasssen dat de ploeg Bahrain-Victorious in Pau nachtelijk bezoek kreeg van dopingjagers. Dat was immers weer een tijdje geleden. Iemand had de kat de bel aan gebonden en luidop argwaan geuit over de verbluffende prestaties van het team. De bevoegde diensten vertrokken rond 02u am uit het ploeghotel met een stapeltje trainingsdata. Niemand verwacht hier ooit nog iets over te vernemen, tenminste niet voor 2031. Frank Hoste, voormalige groene trui en rijk aan koerskennis, uitte zijn aandoenlijke en heilige geloof in de zuiverheid van het hedendaagse wielrennen. Frank deed me een beetje denken aan de mensen die met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid stellen dat noodweer niets te maken heeft met klimaatopwarming. Ongemakkelijke waarheden worden slechts schoorvoetend en met tegenzin geloofd en dringen pas door wanneer de werkelijkheid zich in al haar brute lelijkheid laat voelen.

 

De mist boven Pau deed vermoeden dat het een grauwe dag zou worden, zo’n dag die van de Tour bijzaak maakte. Philippe Gilbert deelde een beeld van zijn overstromende geboortedorp. In de Duitse Eiffel raakten 60 mensen vermist in rampgebied nadat hun dorp werd weggevaagd door wassend water. De coronacijfers bleven stijgen. Mensen verdronken zomaar, zonder verweer. Peter R. De Vries ging toch dood. Even, heel even maar, was ik jaloers op de ploeterende renners in de Tour, in hun keurig afgebakende paralelle universum, waar enkel hard trappen telt en de wereld stopt aan de meet. 

Aan die meet stonden de mama en de papa van Tadej Pogacar blinkend van trots te wachten op hun zoon, voorteken van een demarrage als een onstuitbare overstroming. Veelvraat Tadej pakte alles: geel, wit, bollen en glorie. Nog drie ritten te gaan, waarin enkel rechtop blijven van tel is. 

woensdag 14 juli 2021

Koffieritje

 Geen druk op Vingegaard om podium te halen: 'Tiende worden is ook oké' | NU  - Het laatste nieuws het eerst op NU.nl

Halfweg de laatste tourweek klom het peloton naar het hoogste punt van de Pyreneeën, de col du Portet, een onding op 2215 m boven de zeespiegel, en een nieuweling in de Tour de France. Behalve skiërs en wielertoeristen heeft niemand er wat te zoeken. In normale omstandigheden kijken we in dit soort etappes uit naar een verbeten strijd voor het geel, maar van normale omstandigheden was al 2 weken geen sprake meer. Enkel de groene trui, de bollentrui en de twee resterende podiumplaatsen stonden nog ter discussie. Als kind was ik bovengemiddeld geboeid door de bollentrui, de mooiste en de heldhaftigste van alle truien, met een historie vol ronkende namen als Bartali, Bobet, Coppi, Bahamontes, Gaul en Merckx. Intussen is de glans van de bollen al lang vervaagd door gewiekste en doordachte puntensystemen allerhande. Niet dat Wout Poels het aan z’n hart liet komen. Al dagen knokte Poels voor die begeerde trui, en niets deed vermoeden dat hij die strijd snel zou staken. Ook, of vooral renners die afzien hebben tastbare en haalbare doelen nodig.

Het eerste obstakel van de dag, de Peyresourde, maakte meteen slachtoffers. Wie zonder klimmersbenen aan de start was gekomen was weerloos. Camera’s en commentatoren zoomden in op de vertrokken tronies van paniekerig lossende landgenoten en notabelen, waarna hypotheses en schijnverklaringen in verband met de onderpresterende sukkels volgden. Genade en compassie spelen zelden een hoofdrol in de koersanalyse. Schitteren en bejubeld worden of falen en te pletter storten, iets anders is er niet. Tao Geoghan Hart, de Girowinnaar van vorig jaar, ontbeerde interesse en motivatie. Greg was een schim van zijn gouden zelf. Zo leerden wij. Ik zuchtte luid en louterend. 

Wat betreft het eventuele en vurig gewenste zwakke moment van Tadej Pogacar liet de situatie eveneens te wensen over. Terwijl de meeste renners dubbelgeplooid tussen hun frame hingen met de tong op hun pedalen, huppelde Tadej zonder handen en gezellig keuvelend naar boven, alsof het een koffieritje met de vrienden betrof. Ik vroeg me af hoezeer Tadej zijn minder bedeelde collega’s irriteerde met al zijn sprekend gemak, als het slimste jongetje van de klas dat zonder studeren de hoogste cijfers haalt.

 

Anthony Perez, bij zijn geboorte in een vat aanvalslust gevallen, reed zich de ziel en het snot uit het lijf om de nationale feestdag feestelijk te kleuren, maar kwam van een kale reis thuis. Koninginnenetappes zijn niet bedoeld voor de mindere goden. Zij mogen zichzelf hooguit in de kijker rijden en lijden. Ik keek vol bewondering naar Jonas Vingegaard, een eerder timide jongen met een leeuwenhart, een pitbull in teckelvacht. Jonas vocht, loste, vocht terug, sloot weer aan en reed zichzelf de toekomstvoorspellingen in. Als je geen geel kan winnen zijn er altijd nog harten te veroveren.

dinsdag 13 juli 2021

Voltooid voorwaardelijk

 Tour passeert plek waar Casartelli viel en overleed | Sportnieuws

De 16de etappe van de Tour leidde het peloton over de beruchte col de Portet d’Aspet. De bergpas speelde een belangrijke rol tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen de Maquis, de Franse verzetsstrijders, er oorlogsvluchtelingen van divers allooi de grens met Spanje over smokkelden om ze uit de klauwen van de Duitsers te houden. 

Bij wielerfans staat de col vooral en treurig bekend als de plek waar jonge belofte Fabio Casartelli de dood vond. In de voorlaatste afdaling vloog Fabio verschroeiend snel en finaal uit de bocht en belandde hij met zijn jeugdige hoofd tegen een betonblok. Als Fabio een helm had gedragen zou hij wellicht nog leven. Als, als, als. De voltooid voorwaardelijke wijs leidt zelden ergens heen. Pas 8 jaar later zouden coureurs verplicht een helm dragen, een maatregel waar ze initieel tegen protesteerden. Inzicht schrijdt altijd voort, maar doet dat tergend traag.


De noodlottige etappe werd gewonnen door Richard Virenque. Ik herinner me veel te goed met welk gevoel van verdovende verbijstering ik Virenque juichend over de meet zag komen en met bloemen op het podium zag staan. Daar en toen schoot mijn afkeer van Virenque diep en stevig wortel, een weerzin die later gul gevoed zou worden door zijn gehuichel na de Festina-malaise. Vele jaren later, toen mijn Festina-trauma min of meer verwerkt was, zag ik Philippe Gilbert pardoes over een muurtje vliegen in diezelfde afdaling van de col de Portet d’Aspet. Vervloekte col. Vervloekte afdaling.

Koersherinneringen kunnen ook gitzwart zijn.

 

Die ochtend, voor dag en dauw, en lang voor het peloton zich op gang trok voor een pittige Pyreneeënetappe, zette Education First-prof Lachlan Morton een punt achter zijn eigenzinnige expeditie. Na 18 dagen, 220 uren en 5510 km, reed Morton solo, op sletsen, maar mét helm de Champs Elysées op, met 415.000 euro op zak voor World Bicycle Relief, een organisatie die fietsen doneert aan plattelandsgemeenschappen in ontwikkelingslanden. Lachlan wond er geen doekjes om en gaf grif toe dat het verdomd lastig en bij momenten hels was geweest. Mijn bewondering voor Lachlan Morton was omgekeerd evenredig met mijn hardnekkig overlevende weerzin jegens Richard Virenque. Een paar uur later zou ik Lachlan nochtans vurig verwensen omwille van de impulsieve aankoop van een vederlichte, maar dure fietstrekkingtent. Mensen inspireren is mooi, maar je moet daar niet in overdrijven.

 

De noodlottige Port d’Aspet hulde zich voor de gelegenheid in mist en regen. Voorts zagen wij vooral een vrij saaie overgangsetappe, een mening die altijd makkelijk te bezigen valt vanop de sofa. Het kon Patrick Konrad niet deren. Een beetje Oostenrijker deinst niet terug voor wat herfstweer. Patrick had nog nooit een touretappe achter z’n naam geschreven en wist op een paar kilometer van de finish dat het binnen was. Hij ritste z’n truitje dicht, beet op z’n onderlip en greep met beide handen naar z’n ongelovige, maar veilig gehelmde hoofd. Zou Patrick vandaag aan Fabio en zijn broze hoofd hebben gedacht?

maandag 12 juli 2021

Feest

 Honran a Gino Bartali | Excelencias del Motor

Voetbal kwam niet thuis, maar zocht zonniger en gastronomisch verfijnder oorden op. Feest in Italië, woede en rouw in Engeland. Ontgoocheling hoort bij sport als regen bij Belgische kwakkelzomers. Nergens schurken euforie en ellende zo ongemakkelijk tegen elkaar aan als langs een voetbalveld. Niet dat er in andere sporten niet glorieus gewonnen, meedogenloos verloren en sporadisch vurig gehaat wordt. 

Al valt het met die haat wel mee. Om een of andere reden slagen koersfans erin hun ontgoocheling toe te dekken onder een deken van relativiteit. Zelfs wanneer ze stomdronken een col oprennen in een pandapak of een fluogroene string, komen ze niet op het onzalige idee om elkaar verrot te meppen. Ook op een hoogdag als de Ronde van Vlaanderen wordt de Oude Kwaremont geen strijdtoneel waar gebikkeld wordt om een plekje. Toch was ook de koers niet altijd een feest.

 

Totalitaire leiders als Mussolini, en later Hitler, wisten decennia geleden al dat sport, en voetbal in het bijzonder, een prima instrument was om mensen te verenigen tegen een collectieve vijand. Mussolini was geen groot voetbalfan, maar slim genoeg om in te zien dat de sport veel meer dan een spel was voor haar fans. Een triomferend Italiaans elftal was het middel bij uitstek om de superioriteit van de fascistische Italiaanse staat te propageren. Met de wielersport had Il Duce het veel minder hoog op. Voetbalwedstrijden vereerde hij met zijn aanwezigheid, maar de start of het slot van de Giro woonde hij nooit bij. Hij zou als student zelfs ooit spijkers hebben gestrooid op het parcours, als protest tegen een sport die volgens hem ‘symbool stond voor armoezaaiers en een levensstandaard van het verleden’. 

De wielrennerij stond al stevig op poten voor het fascisme er een vinger in de polenta kreeg. De sport was ook ongeschikt voor de nationalistische doelstellingen van Mussolini’s sportbeleid. Het was een volkse en vuile sport, met laaggeschoolde atleten en vooral regonale sympathieën. Renners waren geen gracieuze atleten, maar ruwe en bonkige kerels zonder groepsdiscipline en vooral eigenbelang voor ogen. Toch werd ook de wielersport uiteindelijk ingeschakeld ter meerdere eer en glorie van het land. Gino Bartali werd in 1938 zorgvuldig klaargestoomd om de Tour de France te winnen. Bartali zegevierde, met 20 minuten voorsprong op de Belg Félicien Vervaecke. Toch bleek vrome Gino niet zo’n gewillig instrument van het fascisme. Tijdens de tweede wereldoorlog bood Bartali in het geheim hulp aan 800 vervolgde Joden die ondergedoken zaten in een klooster in Assisi, een daad van verzet waarvoor hij werd opgepakt en gefolterd.

In 1948 verscheen Bartali voor het eerst weer aan de start van de Ronde van Frankrijk. 10 jaar na zijn eeerste overwinning won hij zijn tweede Tour. Volgens de verhalen had de Italiaanse president Enaudi Bartali gesmeekt de Tour te winnen om de eenheid en de lieve vrede in revolutionair Italië te herstellen.  

Twee jaar later leek Bartali op weg naar z’n derde Tourzege, tot de beklimming van de Col d’Aspin, waar hij door Franse koersfans werd aangevallen. Uit protest verlieten de twee Italiaanse teams de Tour. Ook de rechtmatige derde gele trui van Gino Bartali kwam niet naar huis.

lichte gedachten

 birds flying during day photo – Free Blue Image on Unsplash

Andorra wordt beschouwd als het laatste resterende gebied van de Marca Hispanica, de bufferstaten die werden gesticht door Karel de Grote. Volgens de overlevering schonk Karel de Grote het Andorrese volk in 805 een stuk onhergbergzaam land in ruil voor hun strijd tegen de Moren. 

Drie cols van eerste categorie en een duizelingwekkende afdaling richting finish in Andorra La Vella, de hoofdstad van het kleine prinsdom, luidden het laatste en zwaarste klimgedeelte van de Tour in. Klimmen is in theorie een eenvoudige taak. Je moet gewoon weerstand overwinnen: rolweerstand, luchtweerstand, mechanische weerstand en uiteraard zwaartekracht. Om al die factoren te bezweren kan je twee dingen doen: minder wegen en harder trappen. 

Klimcoach Andy Applegate voegt daar nog wat mentale hocuspocus aan toe, een techniek die wel eens Qigong-klimmen wordt genoemd, en die positief denken combineert met onspanning. Als de voet van de col nadert, moet je focussen op “lichte” gedachten: wolken, vogels, vlinders, … eender welke fladderende visualisering die je geest verlicht, zo luidt het advies. Persoonlijk ben ik er nog nooit in geslaagd dit schijnbaar eenvoudige trucje toe te passen. Mijn geest raakt niet verlicht maar bezwaard wanneer ik omhoog fiets. Mijn enige wens is dat het zo snel mogelijk bergafwaarts gaat.

Nieuwsgierig scande ik de koppen van de renners voorin, op zoek naar eventuele signalen van lichte gedachten. Ik zag niets dat in die richting wees, maar wie weet wat een klimmende coureur denkt? Denken klimmende coureurs überhaupt? De enige wielrenner die nooit lijkt te lijden tijdens het klimmen, en die ik durf verdenken van lichtheid in het hoofd, heet Anna van der Breggen; diezelfde Anna die net met verbluffend gemak en vederlicht pedallerend haar laatste Giro Donne had gewonnen, zoals in de sterren geschreven stond. Ik baalde van de gedachte dat Anna er niet bij zou zijn in de eerste Tour de France voor vrouwen sinds mensenheugenis.

Er waren er nog die baalden, zij het om andere redenen. De sprinters piepten, kreunden en hapten naar adem achterin de staart van het klimmende en slingerende peloton, duidelijk niet geholpen door lichte gedachten, en al evenmin door de vileine tegenwind. Boasson Hagen zwabberde moederziel alleen achter de feiten aan, op 10 minuten van de gruppetto. 

Vooraan schudde Nairo Quintana wijfelend van nee terwijl van Aert zich in de sprint voor de bollentrui smeet. Ook Nairo leek niet aangestuurd door lichte gedachten, maar herpakte gewoon zijn moed en verbetenheid. Achterin de kopgroep vielen ze druppelend uit de hemel. Sep Kuss, die mijn hart stal door z’n eerste etappe in een grote ronde al highfivend te winnen, zag z’n momentum en vertrok. Bijna niemand klimt lichter en mooier dan Sep Kuss die z’n dagje heeft.

Wout van Aert zette z’n multifuncionaliteit vet in de glimmende lakverf door bergpunten te sprokkelen, de ploegbevoorrading op zich te nemen, het tempo in de vlucht te leiden, z’n ploegmaat Kuss in de lift naar de zege te nestelen en zich te laten uitzakken om kopman Vingegaard bij te staan. Terwijl teflon leider Pogacar alles alleen opknapte, zonder zichtbare schade, was Wout een veelkoppige ploeg in één massief lijf. Als je Wout van Aert heet heb je geen lichte gedachten nodig.

Schandpaal

 Aan de schandpaal!' – Schandpalen in de geschiedenis | Historiek

Dag 14. Nog 154 renners over van de 184. Vlakke rit. Vroege vlucht. Keuvelend peloton. Anecdotes en historiek. Panorama’s vol glooiende velden. Transfergeruchten. Contractverlengingen. Het record van Eddy. De dagschotel van José. La cité de Carcassonne. Kijkers die morren over ondraaglijke monotonie. Geeuwen, indommelen en bij het wakker worden vaststellen dat er niets is gebeurd. Van zoveel verdovende gemoedelijkheid komt altijd heibel. De schandpaal bijvoorbeeld, die vroeg of laat wordt opgesteld voor de ongelukkigen die nog geen platte prijs hebben gereden, erger nog, die niet eens in de buurt zijn gekomen van eender welke troostprijs.

Ploegleiders werden streng ondervraagd over de oorzaken van het collectieve en schandelijke falen. Renners werden onomwonden gepeild naar hun noodzakelijke offensieve intenties. Wonderlijk genoeg bleven alle ondervraagden vriendelijk en beleefd, en snauwde niemand “doe het dan zelf”.

In de ploegwagen van Total Energie werd dan weer misnoegd gesnoven over een van hun renners de zich al te aanvallend toonde. Frontsoldaat Pierre Latour bleek de ploegorders te hebben genegeerd door mee te glippen in de vlucht, in plaats van de honneurs van de dag aan zijn ploeggenoot Turgis te laten zoals dat afgesproken was. Dan zit je fluks en alert voorin, is het ook weer niet goed.

 

Wat doe je als coureur met 220 oervervelende vlakke kilometers voor de boeg? Wegglippen en de hele dag ploeteren om op 50 km van de finish opgeraapt te worden, of je stierlijk vervelen in een lijdzaam peloton? De pest of de cholera?

Net toen ik dacht dat ik evengoed een boek kon lezen of de hond kon uitlaten dook er een kluitje renners pardoes de afgrond in. Een niet gesignaliseerde wegversmalling bleek de boosdoener. Niet het soort animatie waarop ik had gehoopt. Tim Declercq, de grote vriendelijke reus, bleef wat verdoofd op de grond zitten, terwijl de ene na de andere renner bloedend uit de braamstruiken werd geplukt. Niemand wachtte op Tim, die altijd op iedereen wacht. Het stuitend onrechtvaardige lot van de domestique. 

 

Nog 151 renners in koers. Een riskant bochtige afdaling, vol putten, stenen en gaten. Renaat die kukelend gunstige wind en waaierkans aankondigde. “Als ze willen, dan kan het. Maar ze moeten willen.”

Zelf wilde ik alleen maar dat iedereen recht bleef, vooral Wout, met de Olympische Spelen in het vooruitzicht.

Er viel niet op te sprinten tegen de snelste riksja van de wereld, Michael Mørkøv. Een groene splinterbom, het kletterende geluid van een sneuvelend record, de verholen teleurstelling in de stem van Michel. “Always use your head”, zei Cav, die stellig beweerde niet wakker te liggen van records. Ik geloofde hem nog ook.

donderdag 8 juli 2021

Verlangen

Rustdag in Nîmes: het peloton in de schaduw van het amfitheater

Daags na de mokerhamer van van Aert op de Ventoux trok het vermoeide peloton richting Nïmes. In Nïmes staat het best bewaarde Romeinse amfitheater van Europa. Een doorsnee dagprogramma in zo’n amfitheater bestond uit verschillende onderdelen: ’s ochtends een robbertje vechten met wilde dieren, rond het middaguur een reeks executies ad gladium (met het zwaard) of ad bestias (verscheurd door wilde dieren), en na de middag de man-tegen-man gevechten tussen gladiatoren. De tribunes waren ingedeeld volgens de sociale status van het publiek. De beste plaatsen vooraan waren voor de hoogwaardigheidsbekleders, daarboven zat de gegoede klasse en daarboven het gewone volk. Helemaal bovenaan, op de allerverste plaatsen, zaten de vrouwen, keurig uit het zicht van de mannen. Elke overeenkomst met de koers berust op toeval.

Het weerbericht en waaierkansen speelden een belangrijke rol in de voorspellingen. Wij wielerfans zijn doorwinterde verheugers; wij leven op ijdele hoop, hoogdravende verwachting en illusies. Uiteindelijk draaide alle premature opwinding uit op een oerklassieke vroege vlucht die het een hele tijd zou uitzingen. Ik besloot even naar de vrekkig gerantsoeneerde beelden van de Giro Donne te schakelen, net op tijd om Marianne Vos haar pezige armen in de lucht te zien gooien. Weinig renners kunnen zo mooi juichen als Marianne. Er zou een juichklassement moeten bestaan, met Marianne bovenaan op eenzame hoogte. 295 keer je armen in de lucht gooien met dezelfde intense vreugde, alsof elke keer de eerste is, dat lukt alleen de grootsten.  Terwijl Marianne onder de douche stond, had de vroege vlucht ruim 12 minuten voorsprong op de rest. De commentatoren hadden dan ook buitensporig veel tijd om zich opnieuw en met hernieuwde urgentie te buigen over de kwestie van Aert, met name over de vraag of Wout goud zou winnen in Tokio en de vraag of Wout een echte klassementsrenner kon worden. Van goed komt altijd verlangen naar beter en zelfs best. Er staat geen maat op ons verlangen. Zelf verlangde ik vooral naar het weer daar in de Provence, naar fietsen tussen de lavendelvelden bij mijn lievelingstemperatuur van 28°. 


Op 40 km van de finish was het uit met de gewapende vrede en scheurde de kopgroep in twee. Van de vier vooraan was er eentje waarover ik bitter weinig wist, wat niet zo gek was gezien zijn prille leeftijd. Neoprof Harry Sweeny is een Australiër die op z’n zestiende naar Europa kwam om te koersen. Harry woont in Nice, ver weg van alles wat hem bekend en lief is. Een “gelukzoeker”. Ik besloot Harry inwendig aan te moedigen. Mensen die zo veel moeite doen om geluk te vinden gun ik net dat tikje meer. Maar Nils Politt, verzamelaar van ereplaatsen, smoorde mijn ontluikende verlangen door driftig weg te stuiven. Geluk laat zich niet dwingen door verlangen. 

Windbuil

 Tour 2021: Wout van Aert bezorgt Jumbo-Visma grote zege in Ventoux-etappe |  WielerFlits

Al 70 jaar prijkt de Mont Ventoux met regelmaat op het Tourprogramma. Mooiere bergen genoeg nochtans, zou je denken. Waarom uitgerekend deze kale giga windbuil zo’n mythische status kreeg heeft niets te maken met het landschap of de bijzondere fauna en flora, maar alles met de verhalen de er geschreven werden. Jean Robic, Charly Gaul, Raymond Poulidor, Eddy Merckx en Marco Pantani temden de berg. Tom Simpson liet er het leven. Chris Froome nam er een loopje.

Wat Santiago de Compostela is voor wandelaars en rusteloze zielen op zoek naar zichzelf, is de Ventoux voor ijverige wielertoeristen. “Je moet dat eens gedaan hebben.” (Ik denk er niet aan.)

 

Mythische Tourbergen zijn per definitie lastige bergen. Vanaf Chalet Reynard belanden de renners in een desolaat en godverlaten maanlandschap, waar de wind koppig en gemeen langs stramme spieren speelt en de zon verzengend brandt. Eén keer dat rotding volstaat om een mens compleet af te peigeren, maar de Tour is de Tour dus mochten de renners die nog niet waren afgestapt er twee keer overheen.

Aan de voet van de eerste en makkelijkste klim telde het peloton al zes renners minder. Ik voorspelde nog meer slachtoffers, gezien de woeste beginfase van de rit. “Het ziet er donker uit”, deelde José quasi-nonchalant mee, op een toon de laveerde tussen zakelijk en onheilspellend. Laat het alstublieft niet regenen, prevelde ik, de afdaling naar de meet in mijn bange gedachten. Ik ben veel te weekhartig voor deze sport.

 

Al snel zwalpte Victor Campenaerts moederziel alleen achter alles en iedereen aan, een eenzame pelgrim zonder proviand. In gedachten schreeuwde ik Victor vooruit, maar als de tank leeg is helpt ook liefde niet meer. Exit Victor. Slachtoffer nr 7. Ik wilde vloeken, maar daar was geen tijd voor, want terwijl Victor de handdoek gooide was Wout van Aert begonnen aan een heikel avontuur, waar niemand, behalve José, meteen de voorspoedige afloop van durfde dromen en terwijl Michel staccato en crescendo declameerde.

Ik hoopte maar dat Sporza eraan gedacht had een defibrillator klaar te leggen in het commentaarhok. Renaat trad bijna buiten zichzelf, euforisch en voorbarig jubelend vanop de motor. Zelf kon ik trouwens ook een valiumpje gebruiken.

 

Terwijl Wout zijn laatste hoogtemeters wegwerkte, en zijn jeugdige Deense ploegmaat achterin demarreerde, leek er voor het eerst in deze Tour een geruststellend barstje te komen in het pantser van de onoverwinnelijke Sloveense leider. Krak, fluisterde het barstje; zo’n barstje dat vlot en vrijwel onzichtbaar te repareren valt, zolang je het geen tweede en derde keer doet breken.  

 

Het deed er even allemaal niet toe, het was randinformatie voor de natie. Want daar reed de beste coureur van het land, misschien wel van de wereld, in de driekleur naar het dal, een ingehouden glimlachje op z’n lippen. De Ventoux mag dan een lelijke berg zijn, memorabel is het er altijd.

Schuld

 Nummer 33! Cavendish klopt Van Aert en Philipsen en komt op één zege van  Merckx | Sport | hln.be

Om de overgang van rust naar chaos niet al te abrupt te maken stond er een vlakke etappe op het menu. Al moet “vlak” altijd wat gerelativeerd worden in een grote ronde. In Vlaanderen heten 1300 hoogtemeters al snel een klimwedstrijd. De finish in Valence deed me onwillekeurig mijmeren over Charly Mottet, een ietwat vergeten renner uit de verre jaren tachtig, en als geboren Valentijn nog steeds een lokale held.

Charly won drie keer de Dauphiné, drie etappes in de Tour en de ronde van Lombardije, een palmarès waar driekwart van het peloton een paar vingers voor zou veilen. Nadat Mottet in 1984 de Tour de l’Avenir won, de Tour de France voor snotneuzen, stonden de verwachtingen van de natie onder hoogspanning. Zo gaat dat met beloftes: ze maken schuld. Een schuld die Mottet nooit helemaal wist af te lossen. Dat lag niet aan zijn kleine gestalte, noch aan zijn vriendelijke karakter, maar aan zijn principes. Charly was namelijk wat heette een “propere” coureur. Propere coureurs werden sympathiek gevonden, maar veel kochten ze daar voorts niet voor. 

 

Van Albertville naar Valence dus, met wat hobbels onderweg. Terwijl thuis de was van de draad waaide en ik op zoek ging naar ontsnapte sokken in de struiken hoopte ik stiekem op waaiers. Ook rond Valence werd immers een strakke wind en onweer verwacht, dus met wat geluk voor de kijker en wat ongeluk voor sommige renners zou het flink kunnen stuiven. Minder enthousiast werd ik van de haakse bocht en de rotonde vlak voor de meet. Soms kan ik me niet van de indruk ontdoen dat parcoursbouwers met opzet dat soort riskante fratsen bedenken. Wellicht menen ze dat wij graag naar vallende renners kijken. Misschien moeten we eens collectief de televisie uitzetten vlak voor zo’n debiliteit in het parcours om hen van het tegendeel te overtuigen.

 

Ook ging de bijbels herrezen Marc Cavendish over de tongen. Cav dreigde namelijk het Tourrecord van de allergrootste te breken, een kwestie die Merckxisten peentjes deed zweten. Nog 2 etappes en Cav zou de 34 zeges van Eddy evenaren. Appels en peren, maar soit, ongelijksoortige vergelijkingen zijn een populair genre.

 

Het werd een verademend saaie rit, zo saai dat ik bijna uitkeek naar die bocht en die rotonde, … bijna. De wind ontgoochelde en zorgde niet voor het verhoopte spektakel, de vluchters bleven lang genoeg keurig vooruit, het peloton liet zich gedwee mennen door Tim en Tony, Richie Porte ging tegen het asfalt. Alles was zo deugddoend gewoon en voorspelbaar, alsof de afgelopen 10 dagen een gekke droom waren geweest. Zelfs de winnaar was voorspelbaar. Cav pakte z’n 33ste Touretappe bij de lurven. Nog eentje en het record is eraan. Arme Eddy.

Noveen

260,532 Rest Day Photos - Free & Royalty-Free Stock Photos from Dreamstime

Negen dagen gekoerst; een vol noveen. Voor de mensen die nooit al dan niet vrijwillig zijn ingewijd in de catechismus: een noveen is een reeks van 9 opeenvolgende dagen van gebed ter voorbereiding van een grote feestdag.

Ik weet zeker dat er veel gebeden is de afgelopen 9 dagen, tot de benen, de wielergoden, de kosmos of de ploegleider. Een feestdag kwam er niet van, een rustdag goddank wel. En oh, wat was die verdiend.

 

De ellende aan rustdagen is dat je de afbraakwerken aan je lijf en leden pas voelt wanneer dat lijf stilvalt.

Adrenaline wordt een stresshormoon genoemd. In acute stresssituaties geeft je lichaam adrenaline vrij om je lichaam alert en paraat te maken voor gevaar. Je hart gaat sneller kloppen, je pupillen worden wijder, je bloed wordt sneller rondgepompt, je brein wordt efficiënter in het verwerken van informatie. Wanneer het adrenalinepeil daalt na langdurig pieken word je moe en lusteloos. Verdrongen pijn speelt op, je ledematen wegen plots dubbel zo zwaar. Zwaar wordt ook het gemoed, wanneer de spanning even wegdeemstert. Deze Tour biedt redenen genoeg om met een zwaar gemoed rond te fietsen en te rusten. Drie dagen vol malheuren in Bretagne, 19 opgaves in week 1, 7 renners buiten tijd op dag 9, recordtijden. En dan zijn er nog de bedrukte zielen van renners de hun beste waarden rijden, maar hopeloos achterin stranden. Je zou van minder moe en lusteloos worden. 

Wat had ik graag de tactische spoedvergaderingen bijgewoond op deze rustdag. Welke uitgekookte of dwaze strategieën werden er geplot en overwogen? Welke wanhoopspogingen in de steigers gezet? Wie belde er naar huis, als een chirokind op kamp met heimwee, en onderdrukte het verzoek “kom mij halen, alstublieft”. Ik viel zelf ook even stil en dacht na. Ik dacht aan Michel die met pensioen moet, maar niet wil en aan Thomas De gendt die met pensioen wil, maar niet moet. Ik dacht aan Primoz Roglic met z’n rauwgeschuurde lijf en aan al de maanden idioot hard trainen die in 1 seconde teniet waren gedaan. Ik dacht aan Tadej Pogacar, voor wie geen berg te hoog, geen vallei te diep leek, een knaapje op wolkjes. Ik dacht aan Mathieu, de inslaande bliksem en aan Wout, de dreigende donder. Ik dacht aan Nicolas Dlamini die op dag 9 als allerlaatste binnenschuifelde, om 19u01, hopeloos buiten tijd. Ik dacht aan het eens zo oppermachtige Ineos, gedoemd tot defensie. Ik dacht aan alles wat ik had gezien had in 3 decennia koers en aan alles wat ik nog nooit had gezien, maar wat klaarblijkelijk toch kon gebeuren. Ik dacht aan alle hoera’s en gejuich over zoveel spektakel en aan alle twijfels over de waarachtigheid van het spektakel. Ik dacht na over mijn liefde én mijn haat voor de koers en hoe die elkaar bij wijlen onhandig voor de voeten liepen. Alle wijfelende gedachten ten spijt: de Tour wacht nooit, raast ongenadig verder. Wie niet mee is, is gezien.