biekesblog


zaterdag 11 mei 2013

Achtervolgd door de natuur


Geen hardnekkiger en besmettelijker argument in de strijd omtrent gender en rolverdeling dan De Natuur, dat onvermijdelijke, onweerlegbare monster der dooddoeners.
Geen tv-debat rond de strijd der seksen kan voorbijgaan zonder een blitz-optreden van een bioloog, bij voorkeur oud en uiteraard steevast mannelijk, die zijn schemerlicht laat schijnen over de de kwestie mannetje/vrouwtje en nog eens even dunnetjes de evolutietheorie voor macho’s uit de doeken komt doen.

U dacht dat u een onafhankelijk individu was, vrij om uw eigen keuzes te maken, uw levenspad zelf uit te stippelen, uw mentale en professionele ontplooïng vorm te geven? Het spijt me bijzonder dat ik uw innig gekoesterde illusies aan gruzelementen moet slaan, maar u vergist zich.
U bent namelijk slechts een speelbal der natuur, een willoze bundel hormonen en instinct.
Dat komt namelijk zo: ooit, lang, lang geleden, toen de dieren nog spraken en eruit zagen als draken, toen gingen de mannen op jacht, gewapend met handgemaakte speren, terwijl de vrouwen bessen en zaden verzamelden, zich aan hun haren naar een duistere grot lieten sleuren om zich aldaar te laten bespringen door drieste, wellustige kerels en vervolgens het gebroed zoogden en verzorgden dat uit voorgaande geslachtsdaden voortkwam.
Zowaar een benijdenswaardig bestaan.

Of deze schets van het mensenleven anno 125.000 voor Christus nu realistisch is of niet en in hoeverre ze opging voor de hele planeet, daarover tasten we in het duister, alle wetenschappelijke arrogantie ten spijt.
Maar misschien doet dat niet eens zozeer ter zake. Of de holenmens nu zijn gevoeg deed onder een baobab, rauwe mammoet kauwde en zijn vrouwelijke medemens aan haar haren naar zijn hol sleepte of niet…we zijn het er vermoedelijk over eens dat de homo sapiens anno 2013 al een hele poos niet meer zo leeft.

Vanwaar dan die onweerstaanbare drang om elk debat over de gelijkheid der seksen in de kiem te smoren met het argument ‘Het is De Natuur‘?

Mocht het argument nu nog op consequente wijze worden ingezet in elk sociologisch debat, we zouden er een zekere logica in kunnen ontwaren. Maar het gebruik van De Natuur als argument blijkt even grillig als haar wegen.

Nooit gaat het over De Natuur wanneer we het hebben over economische groei, de arbeidsmarkt, het bbp van deze of gene staat. Wanneer we langer dan een halve dag hoesten of snotteren snellen we naar de dichtstbijzijnde huisartsenwachtpost. Seks hebben we in een bed, onder lakens, met speeltjes en frutsels allerhande. Onze edele delen moeten getrimd en gewaxt. Kinderen baren doen we gepland, met de benen in een stel beugels en onder verdoving. Borsten zijn er om te showen en te behagen, niet om te zogen. Onze dagen brengen we door aan een computer, met een telefoon aan ons oor geklemd, accessoires waar die argeloze Natuur doel noch bestaansreden van onderkent.

Maar oh wee wanneer vrouwen hun deel van de gelijke rechtenkoek opeisen, wanneer ze beleefd maar kordaat verzaken aan stofdoek, kinderwagen of pollepel, wanneer ze aanspraak maken op beslissende posities, wanneer ze protesteren tegen bepaalde omgangsvormen die hen reduceren tot fijne vleeswaren.
Dan zijn we plots met z’n allen weer willoos gestuurd door De Natuur, voorbestemd tot welke genderbepaalde levenstaken dan ook.
Vrouwen zijn, liefst zonder complimenten, voorbestemd om te baren en te zorgen. Mannen dienen, liefst zonder al te veel overbodige en verblindende emoties, te voorzien in het levensonderhoud van vrouwen en kinderen.
Wie andere aspiraties heeft doet De Natuur niet enkel oneer aan, maar vloekt in de kerk van de selectieve evolutieleer, zo gretig verkondigd door mannetjesputters alla Midas Dekkers en Dirk Draulans, vast jofele kerels om eens een glas mee te drinken. Twee zou dan weer overdreven zijn.




maandag 1 april 2013

Bloemenmeisje


Even voor de duidelijkheid: ik hou van de koers. Dat doe ik al m’n hele leven, sinds ik als kleuter aan de hand van mijn grootvader mee mocht naar het citerium van Tienen, en me daar vergaapte aan een indrukwekkend kluwen van bonkige en pezige venten op een fiets.
Ik ben er in mijn tiener- en twintigerjaren schaamteloos voor uitgelachen. Wielrennen, dat was brood en spelen voor bejaarden en simpele zielen. Er ging maar weinig esthetiek aan verloren, volgens de leken en koershaters. Mijn stelling dat er heel wat strategie en heroïek schuilde achter een schijnbaar simpel gegeven als een wielerwedstrijd werd op hoongelach onthaald. Intussen is wielrennen big business en dus hip. De bonkige renners van weleer zijn gladde jongens geworden, in bestudeerde outfits en met een geknutselde kuif bovenop de brutale kop.

Gisteren werd de 97ste Ronde van Vlaanderen gereden, de koers der koersen, volgens menig wielerfanaat. De heilige ronde kreeg een gedroomde winnaar op het hoogste schavot. Fabian Cancellara moet zo ongeveer de populairste Zwitser zijn sinds Willem Tell. Vriendelijk, beleefd, aanspreekbaar, nooit arrogant en sportief in de meest figuurlijke zin van het woord.

Datzelfde kan geenszins gezegd worden van nummer twee, aanstormend talent en aandachtjunk Peter Sagan. Die vond er niks beters op om de aandacht af te leiden van zijn teleurstellende tweede plaats, dan in de billen knijpen van het bloemenmeisje, dat naast hem de blije en triomferende Cancellara kuste.

Dat vonden ze helemaal om te gieren, daar bij Sporza. “snoeper”, plaatste een lolbroek van een eindredacteur bij de foto in kwestie. Bij de VRT is men dus van mening dat wildvreemde vrouwen ongevraagd in de kont knijpen humor van de bovenste plank is. Dat al wie die mening niet deelt een treurwilg is, een vat azijn, een pretbederver, een gefrustreerd stuk mensheid. “Het was toch maar om te lachen.”, zo luidt het, een uitgeholde frase die mij steeds vaker naar bodem- en bandeloze aggressie doet neigen. Het begrip humor lijkt tegenwoordig alle soorten grofheid en grensoverschrijdend gedrag te dekken.

Zouden dat soort mensen het net zo grappig vinden wanneer een wildvreemde vent hun lief, vrouw of dochter ongevraagd bij de billen grijpt? Stel: Je bent een man. Je wandelt op straat  met lief/vrouw/dochter en een of andere grapjurk vindt het een geestig plan om de vrouw of het meisje aan je zijde in de billen te knijpen. Ligt u dan helemaal krom van het lachen? Ik dacht het niet, nee.
Hoezo, dat is “iets anders”. Dat is helemaal hetzelfde, maar dan zonder podium en publiek.

Staat er in de functieomschrijving van de bloemenmeisjes dat ze zich door renners moeten laten betasten? Geef je als wielermiss stilzwijgend aan dat je bepoteld mag worden door al wie op het idee komt?

En nu we toch bezig zijn met dergelijke diepfilosofische vraagstukken te ontrafelen: Wat doen die meisjes daar trouwens? Wat is de meerwaarde voor het sportgebeuren van dat soort achterhaalde en onnozele rituelen, waarin meisjes als decorstukken moeten opdraven? Het is niet omdat de jaren vijftig weer hip zijn dat we ook de genante ballast van dat tijdperk weer tot leven moeten brengen. Overigens: alsof die afgepeigerde renner niet liever onder een warme douche zou staan, een frisse pint zou drinken of zijn lief of familie in de armen zou sluiten.

Diezelfde zondag werd ook de Ronde van Vlaanderen voor vrouwen gereden. Even lastig, maar voor heel wat minder publiek (en geld). Winnares Marianne Vos moest het zonder bloemenmeisjes of –jongens stellen. Vrouwelijke kampioenen hoeven niet gekust te worden, en gelukkig voor hen ook niet bepoteld.









zaterdag 16 maart 2013

Mediaverlof


Bepaald vrolijk wordt een mens niet van het leven zoals het is, heden ten dage. Ik wil het niet hebben over de ijzige drab die met bakken uit de hemel stort terwijl de winkeletalages ons sandaaltjes en bermuda’s aanprijzen. Een pastelkleurig jurkje maakt duidelijk de lente niet.
Nee, de atmosfeer die ons alweer liggen heeft laten we met graagte over aan mensen die daarvan moeten leven, zoals Frank Deboosere, rots in de branding van het weerbarstige klimaat.
Wat mijn vurig gewenste innerlijk evenwicht en welzijn verstoort valt helaas niet onder een weerkaart te vangen.

Ik doe dagelijks kranig mijn best om op de hoogte te blijven van wat reilt en zeilt op dit stuk aardkluit. Dat kan ik dankzij de werkelijk briljante uitvinding De Media, dat ongeleid en schijnbaar doordacht amalgaam van halve ideologieën, wankele stellingen, openlijke geldingsdrang en vage ideeën onder de ronkende titel “Opinie”.

De oogst van een week krantenlezen en duidingsprogramma’s bekijken is op z’n vriendelijkst verdacht te noemen: een tot in den treure uitgesponnen assisenproces en een “nieuw” kerkelijk leider die zoals vanouds mannelijk, blank en oud is. Hele krantenpagina’s en uren tv-gekeuvel wist men er aan te besteden.

Gerechtpsychiaters raakten net niet slaags over de toerekeningsvatbaarheid van de malloot die jaren geleden een bloedbad aanrichtte in een kinderdagverblijf. Van de baardgroei van de dader tot zijn schoolrapporten, geen onbeduidend detail bleef gespaard van de gretige blik waarmee Vlaanderen zich vergaapte aan het fenomeen De Gelder.

Theologen en kloosterzusters kirden collectief hun opwinding uit over “de nieuwe wind” die – oh goddelijke ironie - een hoogbejaarde blanke man met dubieus politiek verleden moet doen waaien om een bestoft en beschimmeld instituut te verluchten en verlichten.

Intussen bereikten ons nogmaals een paar verbluffende tijdingen uit de Belangrijkste Stad van Vlaanderen:
Op 1 mei, sinds vanouds hoogdag voor al wat links en rood is in deze contreien, zal de NSA betogen in Borgerhout. Voor wie temidden van alle assisen en pauselijke zegeningen de rest uit het oog verloor: de NSA staat voor de Nationaal-Solidaristische Actie, een stelletje naonazistisch tuig waarnaast Filip Dewinter afsteekt als een koorknaap. Dat er uitgerekend in Borgerhout wordt gemarcheerd mag uiteraard geen toeval heten. Het donkerrode districtsbestuur van Borgerhout waarin PVDA+ een hoofdrol speelt is een doorn in het oog van al wat rechts is. De betoging is dus niet meer of minder dan een meterslange lont in een vol kruitvat. Dat het stadsbestuur een dergelijke provocatie toelaat valt op z’n minst opmerkelijk te noemen, al helemaal in het licht van het recente samenscholingsverbod dat de jonge, allochtone Borgerhoutenaars van de straat moest houden omdat er een opruiende sms zou zijn verstuurd die haast niemand ooit ontving.
Samenscholen is dus een selectief recht geworden in Antwerpen. En daar wordt nauwelijks om gekraaid.

Fascisten krijgen vrij spel om hun ongenoegen te uiten en dat smaakt eens zo bitter in het licht van de pesterij waarmee die aardige jongens van Occupy Antwerp mee af te rekenen kregen. Occupy is een solidariteitsbeweging die armoede wil bestrijden, daklozen van de straat wil en ijvert voor meer groen, in een notendop. Vredelievende hippies dus, van het soort dat zich dagelijks belangeloos inzet voor de minder fortuinlijke medemens. Dat doen ze bijvoorbeeld door gratis soep uit te delen in het centrum van de stad. De organisatie dreigt nu haar vergunning voor de gratis voedselbedeling kwijt te raken omdat men bij het stadsbestuur van oordeel is dat het soepkraam voor “overlast”  (het populairste containerbegrip van deze tijd) zorgt en meer en meer op een “Vlaamse Kermis” lijkt. Opmerkelijk dat een Vlaams Nationalistisch burgemeester aanstoot neemt aan een oervlaamse traditie als de Vlaamse Kermis, maar passons. De achterliggende boodschap is dat men in de hoogste regionen van Tstad niet gediend is van solidariteit en naastenliefde, al helemaal wanneer die gepaard durft te gaan met muziek en jolijt. Naastenliefde dient zich te presenteren in een grauw boetekleed en bij voorkeur in stilte en nederigheid.

“U nagelbijt, zie ik.” sprak mijn nieuwe tandarts op licht verwijtende toon. “Vind u het gek?” dacht ik bij mezelf.
Vanwaar in mij het dappere voornemen onstond om eens een week mediaverlof in te plannen, mijn gebit, de esthetiek van mijn naarstige handen en mijn innerlijk welzijn indachtig; een week waarin elk woord dat ik bewust lees of beluister ergens over zal gaan, een boodschap of een belofte in zich zal dragen waar ik en mijn wijde omgeving iets aan hebben.
Helaas zit mijn agenda al vol. Maar volgend jaar komt het er echt van, beloofd.






donderdag 21 februari 2013

De sokken van Bernard Dewulf


Gelukkig ben ik gezegend met een lage bloeddruk. Ik struikel namelijk met ergerlijke regelmaat over weetjes en meninkjes die mijn bloeddruk gevaarlijk de hoogte in jagen. Een leven als kluizenaar klinkt bij wijlen bijzonder aanlokkelijk, ware het niet dat een mens zo moeilijk aan blauwe Chimay en chocolade geraakt in zo’n heremietenhol.

Vandaag las ik volgend verbijsterende nieuwsfeit:
Een Belgisch ex-economieredacteur die 80 vrouwen misbruikte in Marokko heeft vandaag zijn straf gekregen. De vrouwen hebben wegens "pornografie" - want er werden foto's gemaakt - een straf gekregen van 1 jaar cel en 300 euro boete. Sommigen onder hen pleegden zelfmoord uit schaamte. De CD-rom met beelden circuleert al 10 jaar in Egypte.
De man is veroordeeld tot 18 maand, volledig met uitstel.
Ik verzin het niet. 

Diezelfde week vertelde een vriendin me het verhaal van de tienerdochter van een kennis. Het meisje wordt al maanden gestalkt, bedreigd, zwartgemaakt door een ex-liefje en zijn vrienden. Omdat zij het uitmaakte spuiten de kereltjes op de schoolmuren dat ze een slet is, steken ze haar fietsbanden stuk, wachten ze haar op aan de schoolpoort om haar te bedreigen en uit te schelden en sturen ze haar dagelijk tientallen smerige sms-berichten. De politie kan niets doen, zo melden ze. Er is geen strafbaar feit gepleegd. Dus slaapt zij niet meer en slijt haar dagen in angst.

Wanneer ik ‘s ochtends naar mijn werk wandel word ik geconfronteerd met tientallen halfnaakte en opzichtig opgemaakte meisjes en vrouwen die zich lusteloos te koop aanbieden aan de mannen die kwijlend voorbij hun ramen wandelen, de meisjes ongeneerd keurend zoals een chef-kok een stuk vlees op de vroegmarkt; elke dag opnieuw, alsof mannen een universeel en grondwettelijk recht hebben op seks, overal en altijd, en liefst meteen. Dat de prostitutie-sector stijf staat (pun intended) van onrecht, uitbuiting en geweld en net daarom indruist tegen menig mensenrecht, dat lijkt er weinig toe te doen.

Bernard Dewulf, een begenadigd schrijver die ik bewonder om zijn ingetogen en dichterlijke stijl, liet zich onlangs in De Standaard ontvallen dat hij zich mateloos ergerde aan al dat hooggravende feminisme, aan die “betweterige wijven” die zich meenden te moeten uitspreken over wie bij hem thuis de vaat doet. Hij werd in zijn woede gretig bijgetreden door heel wat mensen die menen te weten wat feministes bezighoudt.

Beste Bernard Dewulf, u dwaalt, niet mijlen, maar lichtjaren ver van huis, als u denkt dat het feministes kan schelen wie er bij u thuis de vuilnisbak buitenzet. Dat het ons wakker houdt wie er in uw gezin het meeste verdient of wie er uw kinderen van school haalt.
Wat mij en menig andere zelfverklaard feministe uit de welverdiende slaap houdt is de minachting die de samenleving tentoonspreidt ten aanzien van vrouwen. Hoe aardig we dat misprijzen ook maskeren achter dikke lagen pseudo-vrouwvriendelijkheid, in de vorm van GAS-boetes en voorstellen voor quota, het is en blijft misprijzen en het tast ons allemaal aan.

Sneren naar ambitieuze vrouwen en hen wegzetten als bitchy en manwijf, maar hen wel eerst de vraag stellen of ze een kinderwens hebben alvorens ze die begeerde promotie krijgen.
Niets doen aan het plaatsgebrek in de kinderopvang en oncompatibele school- en werkuren, maar wel mekkeren dat vrouwen allemaal voltijds aan de slag moeten.
Een voorstel tot verlenging van het bevallingsverlof wegstemmen, maar wel klagen dat vrouwen veelal deeltijds werken.
Campagnes opzetten over interfamiliaal geweld, maar verkrachters massaal op vrije voeten laten lopen.
Meisjes oproepen om te kiezen voor technische richtingen, maar geen jongens naar de onderbemande zorgsector lokken.

De dag waarop het huisvuil en de vuile sokken van Bernard Dewulf onze voornaamste strijdpunten blijken te zijn omdat al de rest van de baan is, zal ik me met plezier en in hoogst eigen persoon ten huize Dewulf aanmelden om voornoemde sokken te wassen, de handen nederig in een teiltje grauw sop.

Feminisme is geen vrouwenzaak, maar een kwestie van respect.






zaterdag 2 februari 2013

Verloedering of verandering?


Het is een terugkerend fenomeen: om de zoveel tijd wordt er gul gestrooid met termen als verloedering, wanneer we het over ons onderwijs hebben. Het lijkt wel alsof de teloorgang van de menselijke soort en ontwikkeling achter elke straathoek loert.
De strijd wordt uitgevochten alsof er maar twee rivalen zijn: vaardigheden enerzijds, kennis in de andere hoek van de ring. Een vaardigheid is het vermogen om een handeling uit te voeren of een probleem op te lossen. Jezelf vlot kunnen uitdrukken is een vaardigheid. De essentie uit een tekst of betoog kunnen halen is er ook een. 
Dat vaardigheid en kennis idealiter samengaan als yin en yang, dat klinkt vanzelfsprekend, maar dat is het allerminst.

Kennis, ‘algemene kennis’ om precies te zijn, wordt maar al te graag en gretig omschreven. Enige consensus lijkt echter verder af dan ooit. Wat is nu eigenlijk ‘algemene kennis’, Wanneer is iets algemeen? Wanneer is bepaalde kennis essentieel? En bestaat dat eigenlijk wel, algemene kennis die voor iedereen even essentieel is? Heeft het ooit bestaan? Is het een realistische verwachting dat we iedereen dezelfde basiskennis kunnen meegeven wanneer we er niet in slagen om een consensus te bereiken over wat nu echt algemene en dus essentiële kennis is?

Het debat laaide hoog op de afgelopen weken, toen bleek dat – oh onthutsende ontdekking – onze aspirant-leerkrachten Kris Peeters niet herkenden en de Atlantische Oceaan niet wisten liggen.
Hele essays werden er bijeengepend over het heikele thema. Kranten en tijdschriften stonden er bol van.
Met een vergrootglas baande ik me een weg doorheen de wildgroei aan argumenten en meningen omtrent onderwijs en kennis, op zoek naar dat ene woord, waar elk leren onlosmakelijk mee verbonden is: motivatie. Het stond er nergens.
Ik vind het bizar. Moord en brand schreeuwen dat ze niks meer weten, onze verloren jeugd, maar vervolgens niet ernstig onderzoeken hoe dat komt.

Het ligt voor de hand om te roepen dat het onderwijs en de leerplannen an sich gewoon tekort schieten. Alsof leraars Aardrijkskunde abrupt zijn gestopt met aan hun pupillen tonen welke de zeeën en oceanen zijn en waar die zich bevinden op de wereldkaart. Alsof leerkrachten P.A.V. en maatschappijleer niet uren, dagen, weken bezig zijn met Het Nieuws analyseren samen met hun leerlingen, met de structuur van België voor hen uittekenen. Alsof iemand stiekem gniffelend de leerplannen verscheurde en ze verving door de lezersrubriek van Joepie. Dat gelooft toch geen weldenkend mens?
Wie het onderwijs van dichtbij meemaakt(e) zal het erover eens zijn dat er niet zo bijster veel veranderd is in de aanpak van het onderwijzend personeel. Oceanen, hoofdsteden en namen van ministers uit het hoofd leren behoort nog steeds tot de reguliere onderwijsgebruiken.
Veel onderwijscommentatoren hebben volgens mij in geen tijden een klaslokaal, een leraarskamer, laat staan een leerling van dichtbij gezien.

Wat maar weinigen in het debat durven gooien is dit: het maakt niet uit hoeveel leerstof en kennis je in de hoofden van kinderen probeert te proppen. Niets garandeert je dat die kennis daar ook blijft zitten, ergens in een makkelijk te vinden hoekje, instant toepasbaar. De waarheid is dat je kinderen niet zomaar meer wijsmaakt dat je de waarheid en de wijsheid in pacht hebt, dat je ze niet langer zomaar overtuigt van het belang van wat je ze vertelt. Waarom zouden ze geloven dat ze zonder een degelijke kennis van het Frans echt verloren zijn terwijl ze vaststellen dat de hele wereld Engels spreekt? Waarom zouden ze aannemen dat het belangrijk is om Afghanistan te kunnen aanduiden op een blinde kaart terwijl hun eigen ouders niet eens weten waar dat ligt en toch een normaal leven leiden? Waarom zouden ze geloven dat een goed diploma hen een degelijke en vaste job zal opleveren terwijl ze overal om zich heen het tegenovergestelde zien?

Motivatie is een doorslaggevende factor voor elk leerproces. Motivatie gaat over de wil om een doel te bereiken. Het soort motivatie dat de grootste slaagkans biedt komt van binnenuit (intrinsieke motivatie) Het leren is dan een doel op zich. De motivatie om te leren ontstaat idealiter vanuit een behoefte tot zelfontplooïng. Uit heel wat ernstig onderzoek naar intrinsieke motivatie en leren blijkt dat het leerrendement in die gevallen hoog is en gepaard gaat met plezier en voldoening. Wie leert vanuit een dergelijke motivatie onthoudt de leerstof veel langer en verwerkt ze beter en efficiënter.
Extrinsieke motivatie, het motiveren met punten of een bepaalde beloning, blijkt tot veel oppervlakkiger en kortstondiger kennis te leiden. Leerlingen leren massaal uit het hoofd dat Bagdad de hoofdstad van Irak is, reproduceren het weetje op het examen, om het vervolgens zo snel mogelijk weer te vergeten.

Terug naar de ‘schokkende’ vaststellingen aangaande de ‘algemene’ kennis van ons onderwijzend personeel in de dop. In plaats van te besluiten dat bepaalde leerstof niet meer wordt meegegeven – wat pertinent onwaar is – zou men er goed aan doen om de motivatie die zich verschuilt achter het leren eens van dichterbij te bestuderen, om eens terug te keren naar de basis van leren en exploreren, een oerdrang van de mens. Elk kind, elk mens wil leren wat hij of zij nodig heeft om volwaardig te functioneren in zijn of haar omgeving. Dat kinderen enkel leren onder dwang is nog nooit bewezen en maar al te vaak tegengesproken door ervaringen en onderzoek allerhande. 

Drillen werkt. Alleen ‘vergeet’ men er bij te vertellen dat het enkel op korte termijn werkt en vaak ten koste gaat van heel wat andere dingen zoals leren kritisch denken, leren verbanden leggen, leren redeneren en argumenteren, leren communiceren, maar vooral, van de zin om te leren en de voldoening die daar uit resulteert.


maandag 17 december 2012

Het syndroom als wapen


'Een (depressieve) moeder (met een slepende ziekte) vermoordt drie van haar  (hoogbegaafde) kinderen.'
'Een jongeman (met het syndroom van Asperger) schiet 20 kinderen en 6 volwassenen dood.'

Gezinsdrama’s en zinloze schietpartijen hebben een paar dingen gemeen.
Ze zijn steevast onvoorzien, overvallen ons bruut in onze sterfelijke weerloosheid.
En in onze behoefte aan een verklaring nemen we dankbaar onze toevlucht tot elk spoor dat wijst op iets afwijkends, tot elke hint van ziekte, syndroom, trauma, dramatische levensloop, elke vorm van ontoerekeningsvatbaarheid die ons moet geruststellen in onze overtuiging dat wij en onze geliefden, gewone geestelijk gezonde stervelingen, niet tot dergelijke wanhoopsdaden in staat zijn en dat de kans dat een dergelijke gruwel ons treft verwaarloosbaar is.

De waarom-vraag is altijd de eerste en de dringendste. Waarom zou een ogenschijnlijk liefhebbende moeder haar kinderen willen doden? Het kan niet anders of er was iets aan de hand met die moeder, iets abnormaals. Ze was vast ziek in haar hoofd; dat moet wel, dat kan niet anders. Buren en kennissen bekennen gretig dat ze haar altijd al wat vreemd hebben gevonden. En ze gaf haar kinderen thuisonderwijs, stel je voor. Die kinderen, daar was trouwens ook wat mee. Hoogbegaafd, werd er gezegd. We weten het niet, maar normaal waren ze niet, nee. Wat wil je ook, als je niet naar school gaat zoals een normaal kind.
De twintiger die een paar dagen geleden zonder toestemming aan zijn moeders wapenarsenaal zat, zoals een kind stiekem in de koekjestrommel graait, daar was vanzelfsprekend ook een en ander mis mee. Asperger, werd gezegd, een autistische stoornis of iets dergelijks. En veel te slim bovendien; een soort nerd; zo’n bleke asociale slungel, weetjewel.

Als er geen namen bestonden voor alles wat er afwijkend kan zijn aan een mens, we zouden reddeloos verloren zijn. We zouden namelijk geen enkele plausibele en draaglijke verklaring hebben voor dit soort waanzin; een verklaring die ons bevestigt in ons geloof dat wij en de onzen nooit zo onthecht raken van ons eigen leven en dat van wie ons omringt, dat we de waarde van die levens niet meer kunnen zien. We zouden niet kunnen berusten in de zekerheid dat wij, met onze evenwichtige en smetvrije geesten, nooit zo gevangen zullen zitten in onze wanhoop dat er ons geen sprankel hoop meer rest en de dood ons de enige uitweg lijkt, een waar we ook onze geliefden blind naartoe sleuren.

In onze afschuw schuilt angst, angst om de controle te verliezen, angst om ten prooi te vallen van wie de controle verliest. De gedachte dat niemand veilig is, die is onaanvaardbaar.
De afwijking is het brandmerk waarvan we ons bedienen om onszelf in het goede, het veilige kamp te scharen. Normaliteit is ons kartonnen schild. Het syndroom ons enige wapen.




woensdag 12 december 2012

Het is wat met die verrekte tijd.


Tijd is als het weer. We krijgen er geen vat op. Hoe hard we ons ook inspannen. Hoe vaak we hem ook halt toeroepen. Hoogst zelden slagen we erin stil te staan in het moment, in een fractie tijd die alweer weg is voor we in en uit hebben geademd.

Mensen zijn produktiever dan ooit. Dat blijkt althans uit allerhande onderzoek. Ik weet er het fijne niet van, maar ik geloof het allemaal best.
Het kan ook haast niet anders, gezien de schijnbaar onuitputtelijke lijst met technische spitsvondigheden en innovaties die ons leven 'vergemakkelijken'. Ze zijn zogenaamd bedoeld om ons te helpen tijd uit te sparen. Iets waar we allemaal veel te weinig van hebben, zoals blijkt uit de alomtegenwoordigheid van haast, stress, burn-out en aanverwante syndromen. Drukdrukdruk is het mantra van de actieve burger en vervangt al jaren het gezapige ‘goed’ als antwoord op de beleefdheidsvraag ‘Hoe is het?’.

Boodschappen bestellen we online en worden aan huis geleverd, een bank hebben we in geen tijden van binnen gezien (niet dat dat een gemis is) want het internet bankiert zoveel vlotter, dienstencheques zorgen ervoor dat onze huizen gepoetst en onze kleren gestreken worden. Kinderen kunnen om 07u naar de opvang en worden daar desgewenst het klokje rond verzorgd, gevoed, verschoond en bezig gehouden. We hoeven ze alleen nog in bed te stoppen.
Ons werk wordt in half zoveel tijd uitgevoerd als pakweg 20 jaar geleden: medelingen die we vroeger naar 175 mensen moesten faxen (oh, heimwee naar latente lust en romantiek in het copieer- en faxlokaal) verzenden we nu met een simple muisklik. Budgetten en begrotingen berekenen zichzelf. Vergaderen doen we van thuis uit, dankzij skype en chat. Je hoeft hooguit een schoon hemd aan te trekken boven je piama. Een mens vraagt zich af wat we in vredesnaam de hele dag uitvreten. Weg met die ergonomische bureaustoelen! Laat aanrukken, die hangmatten!
Wat een zee van tijd hebben we gewonnen! Tijd waar we al jaaaaren om zeurden.
Toch?

Waarom rent iedereen dan nog steeds als opgejaagd wild van hot naar her?
Waarom hebben we dan geen tijd om met onze kinderen te praten voor ze zich van een brug werpen of iemand anders moegetergd van een brug doen springen? Waarom hebben we dan in geen tijden een zinvol gesprek gevoerd met een vriend(in)? Waarom ligt onze tuin erbij als braakliggend terrein? Waarom is onze koelkast leeg, op een beschimmeld stuk parmezaan en een haleve pot mayonaise na, zodat we noodgedwongen onze toevlucht nemen tot de dichtstbijzijnde afhaalchinees? Waarom wordt er luidkeels gescandeerd dat we nog meer, langer, harder moeten werken? We produceren meer dan ooit tevoren, meer dan we op kunnen. Wat valt er dan nog meer te produceren? Waaraan precies is er zo’n nijpend tekort?

Intussen davert de tijd aan ons voorbij zonder dat we het merken. Alleen wanneer de tijd zich manifesteert in z’n meest elementaire, meest tastbare vorm; daar waar tijd begint en daar waar hij onverbiddellijk eindigt, bij het begin van een leven en bij het einde ervan, weet hij ons even, abrupt en verstomd, tot stilstand te brengen.