biekesblog


zondag 21 juli 2024

TdF2024: Vendetta

 Pogacar v Vingegaard has makings of the finest Tour soap opera of them all  | Tour de France 2024 | The Guardian

In een sport waar je constant op dezelfde tegenstanders botst zijn vetes onvermijdelijk. Helemaal in het belangrijkste wielercircus ter wereld, waar renners elk jaar wekenlang tegen dezelfde concurrenten racen. 

Flashback naar de Tour van 1992, toen Buckler en Panasonic, de ploegen van aartsvijanden Jan Raas en Peter Post, elkaar na een jarenlange persoonlijke vete tussen de ploegbazen, zo openlijk dwars zaten dat Tourbaas Leblanc dreigde hen uit de wedstrijd te zetten. De renners zelf zaten er mee verveeld. Onvergetelijk is het interview dat Mart Smeets voor de Nederlandse televisie afnam bij Marc Sergeant en Frans Maassen. “Marc, wat heb jij tegen Frans? “Helemaal niets, Mart.” “Frans, wat heb jij dan ­tegen Marc? “Helemaal niets, Mart. Twee renners, gevangen in een tragikomedie die de hunne niet was.

Zo gortig als toen werd het nooit meer, maar ook in recent speelden wrok en rancune hun rol in de koers. Toen Richard Carapaz Movistar verliet voor INEOS maakte zijn ex-ploeg er een punt van om Carapaz tegen te werken, een vete waar geen van beide over praatte, maar die onmiskenbaar werd toen een reeks bizarre manoeuvres van Movistar de Ecuadoriaan de Vuelta van 2021 kostte.  

De strijd tussen team Visma-Lease a Bike en Tadej Pogacar gaat intussen al vijf jaar mee en lijkt dit jaar een voorlopig hoogtepunt te bereiken, met een sneer hier en een extra inspanning om de ander te jennen daar. Een kwestie die koerskijkers in kampen verdeelt, omdat mensen zien wat ze willen zien en wat hun voorkeur bevestigt.

Alles begon op la Planche des Belles Filles in 2020, toen de piepjonge Pogacar zijn landgenoot Primoz Roglic op de laatste dag uit het geel reed in een tijdrit voor de geschiedenisboeken. Die dramatische en traumatiserende finale etterde als een wonde die maar niet wil genezen. Tot de ploeg in 2022 terugsloeg met een reeks uppercuts zonder weerga en de jonge koning brutaal onttroonde, een verhaal dat zich het jaar nadien dunnetjes herhaalde. Natuurlijk had Jumbo-Visma het recht om zo dominant sterk te zijn en hem te verslaan, maar de trotse Pogacar zou de vernedering niet licht vergeten en maakte zich op om dit jaar extra hard uit te halen en de ploeg grijnzend op z’n plaats te zetten. Boontje om z’n loontje.

Rekeningen worden vroeg of laat vereffend. Geen scheef woord of vernederende daad wordt ooit vergeten en vergeven in de koers. Wraak wordt ijsgekoeld opgediend, soms wanneer je het niet verwacht. In 2021 had Primoz Roglic de eindzege van Paris-Nice bijna op zak, tot hij in de laatste rit viel. De concurrentie negeerde de ongeschreven regel dat de klassementsleider niet wordt aangevallen na een val, attaqueerde genadeloos en ontfutselde Roglic de zege. Die had immers al drie ritten gewonnen en de tegenstand “gekleineerd”.  Revanche won het van de wielerwetten. 

Vetes kunnen vermakelijk zijn, maar wanneer wraakzucht persoonlijk wordt en het sportieve in de weg zit zijn ze vooral ballast. Vroeg of laat moet iedereen vaststellen dat rancune een venijnig en hardnekkig beest is, en lastig te temmen bovendien.

TdF2024: Het dak van de Tour

 Matteo Jorgenson moves to eighth overall at Tour de France while supporting  Vingegaard | Cyclingnews

Hoger dan etappe 19 naar Isola 2000 kon de Tour niet finishen, tenminste niet op asfalt. De Col de la Bonette is de hoogste doorgaande weg van Europa en werd voor het eerst beklommen door het Tourpeloton in 1962. Federico Bahamontes kwam er als eerste Tourrenner boven. Federico was een van de beste klimmers ooit, maar helaas een beroerd afdaler. Niemand weet hoeveel Tours hij had kunnen winnen als iemand hem had leren dalen. 

Veel viel er niet te dalen op de derdelaatste dag van deze Tour. Hoog, hoger, hoogst, langs de 24 haarspeldbochten van de Cime de la Bonette naar skistation Isola 2000, een van meest zuidelijke Alpenresorts, dichtbij de Italiaanse grens, een oord met evenveel charme en allure als Wijnegem Shopping Center, plompweg neergeplant in een adembenemend landschap. 

We stonden voor het weekend van de waarheid, voor zover die zich nog niet in al haar onverbiddelijke brutaliteit had geopenbaard. De machtsverhoudingen waren al een week duidelijk. Dromen mocht, maar enkel op eigen risico. De realistische scenario’s om de man in het geel op de valreep te onttronen waren op, en wie dacht over een geheim recept te beschikken werd al snel met twee voeten op de aarde gezet. Met het machtsvertoon van een armada reed team UAE zelfverzekerd naar het dak van de Tour. Loofbomen maakten plaats voor lariksen; de temperatuur daalde gestaag; de lucht werd ijler; de spanning steeg. Niet of maar waar en door wie er zou aangevallen worden was de vraag. Niemand had aandacht voor wat er achteraan gebeurde, waar sprinters, kasseivreters, helpers zonder doel en renners met mankementen zich hadden verzameld in de bus, met de tijdslimiet als voornaamste tegenstander. Heersen doe je onder de schijnwerpers, lijden liever in de luwte.

Met nog 12 km te gaan maakte de vooruit gestuurde Matteo Jorgenson zich los van de uitgelezen kopgroep, een hongerige lammergier op zoek naar een prooi. De heilige Matteüs werd door evangelisten afgebeeld als een gevleugeld profeet en ik hoopte maar dat Matteo z’n vleugels had aangetrokken, want er was een andere, nog gevaarlijker roofvogel op komst, een man die niemand anders een kruimel gunde en vrijwel elke etappe als een etalage zag voor zijn overstromende talent, zoals sommige superrijke mensen graag hun Rolex of Bugatti showen. De tactiek? Domineren, demonstreren, deconstrueren, tot er enkel nog puin en brokstukken op de weg liggen, tot niemand nog ergens in durft geloven.

De dappere Matteo klapwiekte niet meer toen hij werd ingehaald. Even keek hij even over z’n schouder naar het bizarre natuurverschijnsel dat hem trof, daarna gelaten naar beneden, waar het asfalt onder zijn verhitte banden plots teer was geworden. “Waar hebben we nu eigenlijk naar zitten kijken?”, vroeg de commentator zich luidop af. Niemand had een antwoord.

TdF2024: Snor

 Stage 18: Breakaway Artist Victor Campenaerts Takes His First-Ever Tour de  France Stage Win

Vergeef het mij, maar deze Tour is voor iedereen lang en lastig, ook voor een Tourchroniqueur, dus ik haakte pas in op 75 km van de meet, vlak voor een royale kopgroep de Côte Saint Apollinaire bereikte, een klim van 7 km en 5,5 % gemiddeld, die z’n naam dankt aan Apollinaris van Ravenna, een Syrische heilige, bisschop en martelaar. De kopgroep van de dag bleek te bestaan uit maar liefst 36 martelaars, voor de laatste keer in deze Tour diep in hun arsenaal aan munitie graaiend, op zoek naar een kostbare zegekans. 

Jaloersmakende vakantieomgeving trouwens, tussen Gap en Barcelonnette. Maar het is lastig om bergen, meren, bootjes en roofvogels te bewonderen als je op elke move van je medevluchters moet letten. Ik was keurig op tijd wakker om de eerste aanvallen te pareren. Ervaring loont altijd. 

Op de klim met de meest tot de verbeelding sprekende naam, de Côte de Demoiselles Coiffées, besloot dat Michal Kwiatkowski, ook iemand met ervaring, de eer van zijn onfortuinlijke ploeg te redden. Iemand moest het doen. Michal kreeg onder meer het gezelschap van Victor Campenaerts, een van de meest ongrijpbare en onderhoudende wielrenners die een koerskijker zich kan dromen. Van Victor weet je nooit zeker of hij nu in bloedvorm is of doet alsof. Gaat hij schitteren of kan hij ieder moment in elkaar zakken als souffléetje dat je te snel uit de oven hebt gehaald? Zelfs als je Victor z’n grimassen bestudeert zoals een archeoloog een zeldzaam fossiel onder de loep neemt heb je nog steeds geen idee. Maar die dag gaf hij, eerder uitzonderlijk, geen trap te veel. 

Met nog vijf kilometer te gaan kon het gokken en gissen beginnen. Wie van de drie voorop had de snedigste sprint? Kwiatkowski, gepokt, gemazeld en nog moeilijk te verschalken? Campenaerts, gewiekst, gewaagd, altijd gretig, soms overmoedig en misleidend smoelen trekkend onder z’n borstelige snor? Of de jonge Matéo Vercher, waarover France TV beweerde dat hij behoorlijk snel was aan de finish voor hij prof werd?

Thomas de Gendt, ploeggenoot van Campenaerts en gezegend met 15 jaar ervaring en een glasheldere kijk, was er nochtans gerust in: “Victor heeft ‘m. Zijn 30 seconden sprint is ongezien”, suste Thomas de strak gespannen zenuwen van de koerstwitteraars. Zoals gewoonlijk had Thomas gelijk. Na wekenlang genereus en onvermoeibaar ploeteren voor kopmannen De Lie en Van Gils was het eindelijk en verdiend voor Victor zelf. Onvoorziene winnaars zijn de beste winnaars. Met z’n beruchte snor onder de tranen en een aandoenlijke knak in z’n stem smeet de winnaar z’n beproefde hart op straat in Barcelonette. Aan de overkant zat Mattéo Vercher snikkend te bekomen tegen een hek, in een vertwijfelde staat van trots en ontgoocheling tegelijk. De Tour doet gekke dingen met een wielrenner.

TdF2024: Schietkraam

 Richard Carapaz

Vanaf rit 17 gaat het enkel nog bergopwaarts en dat was er aan te zien. Op 100 km van de finish waren er al drie renners van de fiets gestapt, en de animositeit in het peloton deed vermoeden dat het niet de laatsten zouden zijn. Wanneer elk perspectief verdwijnt, smelt ook de motivatie om vol te houden weg. Het was nochtans warm in de Drôme, het soort zuiderse weer waar ik al weken stiekem naar verlang, en in principe te warm voor het soort inspanningen dat we te zien kregen. Heel even werden we opgeschrikt door waaieralarm, maar dat liep al snel op een sisser af.

De laatste week van de Tour is meestal de beste omdat de zenuwen gaan opspelen als brandend maagzuur. De shift van van “alles is nog mogelijk” naar “als we het nu niet doen is het te laat”. Maar aan zo’n schietkraam van demarrages hadden wij ons niet verwacht. Waarom zo woest ten strijde trekken van bij de start in een etappe die de laatste 40km stevig omhoog gaat? Niemand die het wist, maar wat was het onderhoudend.

Na zo’n 120 km leek de koers zich in een ongestreken plooi te leggen, met een kwartet voorop en 49 renners in de achtervolging, een groep zo omvangrijk dat we ons afvroegen of we dit nu de achtervolgers of het peloton moesten noemen. Ik hoopte dat het viertal voorop bleef want daar zat Tiesj, een geschikt type coureur voor het profiel van de dag, en een mens moet af en toe durven dromen. Zelfs van ver valt Tiesj makkelijk te onderscheiden in de meute: de gebeitelde kop van een flandrien, een onaerodynamisch kromgebogen rug en de smalle schouders van iemand die nog flink moet groeien, kenmerken die minder souplesse doen vermoeden dan hij eigenlijk heeft. We hoefden ons niet eens af te vragen hoe Tiesj van zijn reisgezellen af zou geraken om een desastreuze sprint te vermijden, want zover zou het nooit komen. Richard Carapaz, een van de koppigste aanvallers van deze Tour, had een afspraak met de geschiedenis om z’n rondepalmarès te vervolledigen en de bondscoach van Ecuador duidelijk te maken dat die een pijnlijke vergissing beging door hem niet te selecteren voor de Olympische Spelen. Terwijl Richie naar skistation Superdévoluy  en een prachtige en verdiende zege vloog, knalde Tadej Pogacar in de achtergrond weg van z’n rivalen, of zo leek het toch. Ik heb echt waar nog nooit iemand gezien die zo belachelijk hard bergop kan wegfietsen van zijn omgeving en van de omstandigheden. 

Hoe indrukwekkend de aanval er ook uitzag, het zou een maat voor niets worden. Visma-Lease a Bike had z’n satellieten slim uitgezet op strategische posities om hun wankelende kopman op te vangen. Remco dacht er dan weer het zijne van en koos het hazenpad nu hij nog kon. De Tour mag dan gewonnen zijn, er staat ons nog een spervuur van aanvallen en counters te wachten. 

TdF2024: Laatste kans

 Tour de France | Philipsen pakt derde zege en maakt strijd om groen weer  spannend na val Girmay - Eurosport

De coureur, ge kunt gij daar niet aan uit. Dagenlang zeuren dat er te weinig kansen zijn voor vluchters, en van zodra er zich een mogelijkheid aandient doodleuk achteroverleunen en vriendelijk bedanken met een air van “ja nu hoeft het ook niet meer”. Ach, ik snapte ze wel, die arme renners. Met 5 destructieve dagen in het vooruitzicht heeft een mens doorgaans weinig goesting om zot te doen.

De wind had er ook al geen zin in, dus mijn gedachten dwaalden af naar existentiële vragen à la hoe het mogelijk is dat 45 per uur fietsen er zo gezapig kan uitzien, zeker zonder Tim Declercq die aan kop sleurt; waarom Jasper Stuyven al drie keer was gaan plassen; wanneer Matje z’n nekmatje beu zou worden of wie de snor van Magnus Cort blauw had geverfd. Vragen waar geen pasklare antwoorden op volgden. Ik scrolde door het Tournieuws en zag dat Tadej bezoek had gekregen van zijn ouders, voor de gelegenheid allebei in geassorteerde kanariegele outfit, een recente trend bij familie en partners van truiendragers. Hopelijk komt het nooit zover dan een van mijn zonen de gele trui draagt want de kleur flatteert mij compleet niet. Ook vermakelijk waren de coronaontkenners op X die helaas nog steeds geen nieuwe hobby hebben gevonden en zich druk maakten over renners met mondkapjes op, alsof ze daar hoogst persoonlijk last van hadden.

Maar blijkbaar werd Miguel Indurain zestig jaar op deze kabbeldag, en hij zag er patent uit. Bovenal wil ik bij deze luid en uitdrukkelijk zeggen dat Miguel, aka BigMig, beter verdient dan het label “saaie Tourwinnaar”. Ik weet het, de meeste mensen houden van aanvallende coureurs met een grote mond en een aangeboren liefde voor schijnwerpers en camera’s, maar ik was fan van Miguel en de Tour is Rock Werchter niet. Ik kan niet precies uitleggen waarom ik ooit zo’n Indurainvolger was, maar wellicht hou ik gewoon meer van mensen die geen spel maken van hun prestaties en rustig hun ding doen, zonder veel show. Bovendien heb ik een zwakke plek voor tijdrijders en ben ik van mening dat mensen die tijdrijden saai of minderwaardig vinden niet thuishoren in de wielrijderij.

Zelfs na al deze random bedenkingen was er nog een zee van tijd over om me af te vragen wie ik het allerliefst met twee armen in de lucht over de meet wilde zien komen in Nîmes, en dat was moeilijk en makkelijk tegelijk. Iedereen die al op het podium had gestaan met een bloemekee viel af, want je wil toch een béétje aan herverdeling doen. Maar intussen was Thomas Gachignard in z’n eentje ontsnapt en voorop gaan rijden om eens naar het thuisfront te wuiven. Gachignard had nog nooit een koers gewonnen en er is echt waar weinjg mooier dan een coureur die voor het eerst een koers wint, dus ik duimde voor Gachignard, al was het maar omdat hij het probeerde en uiteindelijk bestaat het leven voor 75 % uit proberen en abstractie maken van de buitenproportionele kans op falen. Dat hij zou falen was helaas evident. Laatste sprintkansen komen immers sprinters toe en zo geschiedde. Jasper Philipsen pakte z’n derde zege na een moeizame start en Biniam Girmay smakte ongelukkig tegen het asfalt. Laat Bini in vredesnaam Nice halen zonder te veel kwetsuren en in een bosgroene trui.

dinsdag 16 juli 2024

TdF2024: Plan

 

De Tour heeft geen plaats voor wanhoop. Wie niet gelooft dat elke dag een dienblad vol nieuwe kansen serveert gaat beter naar huis. Het doet er niet toe dat alles, van voorbeschouwing tot statistiek, op het tegendeel wijst; overtuiging is een plicht.

Er zijn twee manieren om de Tour te winnen. De eerste is de minst waarschijnlijke en vereist dat je veruit de beste bent. De tweede vraagt om religieuze overtuiging, een goed plan en een genereuze portie geluk. Jammer genoeg draagt de tweede manier ook een onprettige dosis risico in zich. Als het plan mislukt kan je gevaarlijk diep vallen.

Veel bezorgde gezichten aan de start in Loudenvielle. Dat het een eindeloze en slopende dag zou worden, vertelde het etappeprofiel. Meteen omhoog van bij de start, de Peyresourde op; daarna over de gevreesde Col de Menté en de beruchte Portet-d’Aspet, vervolgens de Col d’Agnes en de Port de Lers verteren en finishen op Plateau de Beille. Een parcours dat enkel bedacht kan worden door een dronken despoot of iemand die een hartgrondige hekel heeft aan wielrenners. Mijn koersherinneringen aan Plateau de Beille zijn enigszins beladen, gezien de namen achter de beste tijden op deze klim. De KOM stond nog steeds op naam van Marco Pantani, een record waarvan ik stiekem hoopte dat niemand het zou breken omdat dat zorgwekkend zou zijn.

Wij keken wat meewarig naar de kloeke kopgroep, die van bij aanvang tot mislukken was gedoemd, een rode draad door deze Tour, die vluchters geen kruimel gunt.

In ieder geval was er een plan bij de partij onder druk, verbluffend in zijn eenvoud: knoerthard in formatie omhoog rijden tot er bijna niemand meer over was en zodoende de tegenstander uitputten en isoleren. Geraffineerder dan dat was het niet. Het soort plan dat als een voetzoeker in je gezicht kan ontploffen en je eventueel een oog of een oor kost. Maar meer opties lagen er niet voor het grijpen en een mens moet het doen met het gereedschap dat voorhanden is. Ik wist eigenlijk al hoe het zou aflopen, maar kon enkel bewonderend fluiten voor zoveel naakte moed en voor de krachtdemonstratie van Matteo Jorgenson, die met z’n mond wijd open een uitgedund elitegroepje voorwaarts sleurde aan een onverbiddellijk tempo.

En toen waren ze nog met twee. Tot elkaar veroordeeld als peper en zout. Elkaar vrezend en verwensend. In mijn hoofd speelde iemand een dreigende soundtrack op een vals gestemde viool en nog voor de laatste schelle noot was weggedeemsterd was het allemaal voorbij en had Tadej Pogacar zijn rivaal achtergelaten. Al het gereedschap uit de alaambak was gebruikt, alle truken van de foor uitgeprobeerd, maar hij bleek niet te breken. Deze keer niet. Ook de vurigste overtuiging kent haar limieten.

TdF2024: Revanche

 Terwijl de Tour zich plechtig opwarmde voor de eerste serieuze cols van het jaar, toch het soort feestelijk feit waar ik steevast naar uitkijk, werd ik helaas deels verhinderd. Het vrouwenpeloton rijdt namelijk haar Giro d’Italia tijdens de Tour de France en in Italië stond de koninginnenetappe op het menu. Veel krijgen de fans van die Giro niet te zien, en ik druk me voorzichtig uit, maar freaks met een Eurosport abonnement kunnen goddank elke dag de laatste 50 km bekijken. Terwijl de mannen de Pyreneeën aansneden reden de vrouwen in de hete Apennijnen over de Passo Lanciano richting Blockhaus. In de kopgroep: Lotte Kopecky in de rode puntentrui, tweede in het eindklassement op drie seconden van Elisa Longo Borghini. Drie luttele seconden waarvan er na een bloedstollende finale nog eentje overblijft. Het zou dus zomaar kunnen dat wij morgen voor de eerste keer in de geschiedenis een Belgische Girowinnares krijgen, zij het zonder dat u haar kan zien winnen of vieren.

Terwijl ik nagelbijtend naar de bikkelende vrouwen keek waren drie renners uit de Tour gestapt. Ik vroeg me af waarom ze überhaupt waren gestart. Hoe komt iemand op het idee om een zieke of ernstig gekwetste renner op z’n fiets te zetten met twee loodzware bergetappes in het verschiet? Tussen heroïek en dwaasheid ligt soms een potloodlijntje van niks. In een seconde ben je eroverheen gestapt. Amaury Capiot, de eerste van de drie opgevers, wankelde al meteen na de start en reed nog even in tranen verder, een jammerlijk zicht dat we allemaal van mijlenver hadden zien aankomen na zijn dramatische crash, en dat ons en hem bespaard had mogen blijven. De andere twee hadden covid te pakken en hadden blijkbaar verwacht daar weinig tot geen hinder van te ondervinden. 

Los daarvan had ik erg weinig gemist. De suspense bleef immers tergend lang uit, zoals dat wel vaker gaat in de bergen, alsof de protagonisten liefst wachten met zich profileren en ageren tot de lucht ijl genoeg wordt. 

Waar ik het meest van houd tijdens klimetappes zijn de ogen van de renners, wat dieper in de oogkassen, wat leger dan op het vlakke, en schijnbaar star naar binnen gekeerd. Niemand praat nog want daar heb je zuurstof voor nodig die een klimmer doorgaans niet over heeft. Niet dat iemand hen zou horen langs de wall of sound van een opgezweept publiek. Berglucht is gezond, tot op zekere hoogte, maar doet gekke dingen met de mensen.

En dan, na uren vol verwachting was het zover: het uitsturen van de adjudant, de voorspelde aanval, het driftig wegscheuren van een opgedreven motor, het verschil dat in geen tijd een kloof werd. Ijskoud opgediende revanche op een bedje van zeldzaam talent. Op sommige feiten valt niet te anticiperen. Je kan ze enkel lijdzaam ondergaan.

Twee minuten scheiden Jonas Vingegaard van Tadej Pogacar, met nog zeven etappes te gaan. Te beginnen met een brutale rit naar Plateau de Beille. 

TdF2024: Pau

 Jasper Philipsen heeft zijn tweede etappezege in Tour de France | Het Parool

Al voor de 75ste keer deed de Tourkaravaan Pau aan, een stad met meer historie dan pretentie. Tot WOI was Pau een mondain kuuroord voor welstellende Britten, maar de villa’s in Engelse stijl zouden plaats ruimen voor hoogbouw en veel charme wegschuren, maar de ideale ligging aan de rand van de Pyreneeën maakte van de stad een blijver in het Tourparcours. Landgenoot Eddy Pauwels, een begenadigd klimmer,  won er twee van zijn vier Touretappes, in 1961 en 1962. Mijn meest recente en levendige herinnering aan Pau is er geen om te koesteren. De tijdrit in de Tour van 2019, het dijbeen van Wout dat aan een nadarhek bleef haken, de schreeuw, het bloed, de consternatie. Koersgeschiedenis bestaat dan ook voor de helft uit malheuren.

Deze keer werd er niet geklommen, noch tegen de klok gereden. Niet dat dat de rit vereenvoudigde of lichter verteerbaar maakte. Wie logisch nadenkt en geen weet heeft van de waanzin die de wielrennerij beheerst zou verwachten dat wielrenners zichzelf wat respijt gunnen vlak voor ze de Pyreneeën ingaan en aan het eind van twee dolle weken, maar niets daarvan. Alle remmen los van bij de start en chaos alom.

Wie niet meer meedeed was Primoz Roglic, voor de zoveelste keer onfortuinlijk door de lucht gekatapulteerd en tegen het asfalt geland, en zodoende te zwaar gehavend om de strijd verder te zetten. Wie bijgelovig is vermoedt al langer dat de Tour en Primoz een vervloekte combinatie vormen. Ooit, in een ver vorig leven, moet Primoz de toorn van de wielergoden over zich heen hebben geroepen. Had hij de parcoursbouwer een klaphark of de Tourorganisator een egocentrische vrek genoemd? Had hij per abuis een Franse chouchou uit het klassement of van de weg gereden? Zelfs de harde kop van Primoz Roglic bleek niet van staal. Een onnozele en perfect vermijdbare tuimelperte tegen een geniepige brok verkeersmeubilair stuurde Primoz voortijdig naar huis.

Organisator ASO stak geenszins de hand in eigen boezem. Ongelukken gebeuren nu eenmaal. Dat zij die wegverhoging beter hadden kunnen aanduiden was niet meer dan ‘een visie’ en allesbehalve een feit. En wisten wij zeurpieten wel wat dat allemaal kost, zo’n stuk verkeersmeubilair weghalen? En beseften wij, onwetende dwazen, wel dat de Franse wegen hélemaal anders zijn dan de Belgische, waardoor beproefde oplossingen, bovendien gratis aangeboden, niet aan de orde zijn? Mijn brein knetterde van zoveel stellige onzin, maar de koers vroeg goddank om mijn aandacht, zodat ik me ook niet meer druk hoefde te maken over het dagelijkse en achterhaalde gejeremieer omtrent de diskwalificatie van rücksichtloze sprinters, dat perfect illustreerde waarom wielrennen de gevaarlijkste sport ter wereld is en nog lang zal blijven.

Terug naar Pau, want daar waren we bijna. En ze reden als gekken alsof er in Pau veel meer lag dan een streep, en de zenuwen gierden en de banden zwiepten en ik kon alleen maar bidden dat iedereen rechtop zou blijven - wat uiteraard te veel gevraagd was - en in stilte bidden om een louterende uitkomst, noem het desnoods karma, want vroeg of laat moet het lot toch iets teruggeven van wat het gestolen heeft van een coureur.

Maar een mens krijgt hoogst zelden wat hij verdient.

TdF2024: Zelfbedrog

 Pello Bilbao abandons 2024 Tour de France on stage 12 as Matej Mohoric  denies rumours of Covid running rampant within Bahrain - Victorious |  CyclingUpToDate.com

Elke grote ronde heeft een medisch bulletin dat uit meer bestaat dan schaafwonden en botbreuken. Wielrenners zijn net als alle duursporters bovengemiddeld vatbaar voor virussen allerhande. Zo gaat dat als je al te lang en te vaak de grens van de uitputting opzoekt en je vetpercentage hooguit 7 % bedraagt. 

Ergens ter hoogte van toerististische trekpleister Rocamadour stapte Pello Bilbao met zichtbare tegenzin in een auto. Je zag hem twijfelen over zijn beslissing, zich afvragen of het wel de juiste was. Alsof beslissingen zich niet pas achteraf laten evalueren. Pello had geen oog voor de idyllische omgeving, noch voor het stadje dat vanop een rots dramatisch boven het kalksteenplateau Causse de Gramat uitkijkt. Rocamadour ontleende z’n naam aan de heilige Saint Amadour, wiens lichaam compleet intact werd gevonden in een bergwand. De dode heilige werd bewaard in een kapel in de hoop dat hij daar zou verrijzen, maar dat kwam er nooit van. Van een ander lokaal boegbeeld, de Zwarte Madonna van Rocamadour, werd lang geloofd dat ze voor wonderlijke genezingen zou zorgen. 

Wie ziek wordt in de Tour rekent net zo goed op wonderen en sleurt zich tegen wil en dank door de dagen, over bulten en bergen, alsof het ploeteren de kwaal vanzelf zal genezen. Maar zelfbedrog komt altijd uit. Nog voor Pello was ook Fabio Jakobsen gelaten van z’n fiets en in de ploegwagen gestapt. De bergen van het Massif Central hadden zijn laatste restje moed verbrijzeld, en een wielrenner zonder moed is als een fiets zonder stuur. 

Het is niet duidelijk waarom de ene rondtrapt alsof elke dag een onvergetelijk feest is, terwijl de andere elke etappe als een kolossaal en onoverkomelijk obstakel voor zich ziet opduiken. We praten veelvuldig en uitvoerig over de benen van een renner. Goeie benen, slechte benen; zware benen; wonderbenen of helemaal geen benen. Een coureur die zegt dat hij de benen niet had maakt dankbaar gebruik van de meest nietszeggende uitdrukking uit het koersjargon. Wat in zijn hoofd gebeurt is immers te ingewikkeld voor woorden en vraagt om schakeringen en formuleringen waar je een lange adem voor nodig hebt, adem die ontbreekt wanneer je er te hard op hebt getrapt.

In de ogen van een renner die opgeeft valt een dik boek te lezen, over de lange en moeizame weg die naar dit ene dode punt heeft geleid; een boek met een verhaallijn die zonder plot valt, alsof de auteur plots geen zin of inspiratie meer had. Zijn ogen kijken niet, maar staren de leegte in, ver voorbij de weg, de auto, de slordig geparkeerde fiets en het meelevende gezicht van de soigneur. Maar de meeste coureurs geven niet op. Zelfs niet wanneer dat logisch, begrijpelijk en zelfs wenselijk zou zijn. Ze staan weer recht, vegen het bloed weg en trekken hun gescheurde truitje recht; ze bijten zo hard als ze kunnen op al hun tanden tegelijk en glimlachen naar de camera als volleerde zelfbegoochelaars. Ze zijn banger van de angst dan van het gevaar, en wanneer ze bang zijn kijken ze hun angst dreigend in de ogen om er zo hard mogelijk naartoe te rijden, als in een intimiderend en bezwerend ritueel. 

TdF2024: Stormschade

 Jonas Vingegaard remporte la onzième étape du Tour de France 2024 au terme  d'un duel épique face à Tadej Pogacar (VIDÉO) - L'Avenir

Wie niet beter wist dacht dat de Tour beslist werd op dag 11 met nog tientallen kanshebbers voor de eindzege. Alsof het pelotonconclaaf besloten had dat de kijker compensatie verdiende voor het slaapverwekkende schouwspel van de dag voordien. Het is een mythe dat je energie kan sparen om wat later genereus te verkwisten. Het zou erg fijn zijn als het wél zo werkte, maar tot het zo ver is doen wielrenners koppig alsof.

Bijna iedereen wilde in de aanval, en wel onmiddellijk. Het eerste koersuur was één grote flipperkast waar je oogkramp van kreeg. Na 47 wilde ontsnappingspogingen raakte dan toch een kloek groepje weg, maar niemand gaf hen een schijn van kans, hoe fluks en gezwind ze ook ronddraaiden. De geelgehelmde formatie aan de kop van het peloton maakte snel duidelijk wat de bedoeling was van deze dag. Illusies bleven best netjes opgevouwen in de achterzakjes.

Nochtans stond er geen enkele hoge of erg lange col op de planning. Wel een ontmoedigende reeks korte en venijnige klimmetjes door het Centraal Massief. Op één van die cols had de halve bevolking van de Cantal zich verzameld om hun local hero Romain Bardet op te wachten en uit te wuiven in zijn allerlaatste Tour de France. Een ererondje waar Romain zichtbaar blij de tijd voor nam, voor zover je blij kan zijn wanneer je een halve dag achter de feiten aan fietst.

Sommige Touretappes ontwikkelen zich zoals de uren voor een aangekondigde zware storm. Iedereen haast zich om de tuinmeubels binnen te zetten. Al wat los hangt of staat wordt angstvallig opgeborgen, vastgetimmerd en dichtgevouwen. Poorten, ramen en deuren gaan hermetisch toe. Maar ondanks alle voorzorgsmaatregelen waait het dak van het huis er valt de kastanjeboom op het tuinhuis van de buren. Stormschade kan je beperken, maar niet vermijden. Pas wanneer de wind is gaan liggen kunnen we de schade opnemen. Wat is onherstelbaar beschadigd en wat valt er nog te repareren?

Het schadespoor van de gele wervelstorm vertoonde een grillig patroon. Niet onder de slachtoffers: Jonas Vingegaard, de meest onverstoorbare en weerbarstige stijfkop van deze Tour. Schijnbaar teruggeslagen door een semi-verwoestende aanval, maar geen moment ontmoedigd. Gestaag knokte Vingegaard zich een weg terug naar voren, waar zijn rivaal hem al lang niet meer verwachtte. In de blik van Tadej Pogacar viel geen glorie en victorie, maar verbijstering en frustratie te lezen. Hoe was dit mogelijk? Waar kwam die Deense schaduw plots weer vandaan? Had hij hiervoor z’n hele ploeg opgerookt? Was dit het povere resultaat van een hele dag controleren en intimideren? 

Ik begreep hem. Als wij iets niet hadden voorspeld, dan wel dat een aanval van de beste wielrenner ter wereld op zijn eigen lievelingsterrein gecounterd kon worden. Laat staan dat die actie zou resulteren in een fotofinishsprint tussen twee ex-Tourwinnaars. Al helemaal niet dat die sprint gewonnen zou worden door de minst explosieve en favoriete van de twee. Het grootste slachtoffer van de stormschade is misschien wel de moraal van Tadej Pogacar zelf.