biekesblog


donderdag 11 juli 2019

Dag 6: De Plank


Het was een etappe die door orakels, waarzegsters, koffiedikkijkers en wieleranalisten met ronkende adjectieven was aangekondigd. Een slopende rit bergop met een moordende rotklim aan het einde, en als slagroom op de aangebrande taart zowaar een steil en onverhard geitenpad. Want de mensen willen spektakel. Wat de renners zelf ergens van vinden is meestal niet relevant.
 
Geen wonder dat de favorieten voor de dagoverwinning in hoodzaak uit de groep klassementsrijders kwamen. Geen zelfverklaarde koerskenner die hier een rol van betekenis zag voor een Belg, of het zou die gekke De Gendt moeten zijn, van wie je nooit weet of en hoe lang hij er vandoor gaat.
Als iemand mij gisteren had verteld dat er vandaag 5 Belgen vooraan zouden rijden in een bergetappe van de Tour, ik had hem bulderend uitgelachen.

Maar niets liep zoals voorspeld. De koers was nog maar goed en wel op dreef toen de helft van het onafscheidelijke duo Timmy en Tommy uitbrak. De andere helft zou snel volgen. “Ik neem morgen een snipperdagje”, had Tim Wellens gisteren meegedeeld. Ik weet niet wat u verstaat onder “een snipperdagje”, maar de hele dag snoeihard bergop vooraan fietsen is wellicht niet het eerste waar u aan denkt. Tommy sleurde Timmy en het gezelschap als een dolleman bergop, genereus met zweet en moeite. Timmy bleef de tweede dag op rij tot aan de finale voorin rijden, wat hem naast een dag extra in de bollen opnieuw de prijs voor de aanvalslust zou opleveren. Best flink voor iemand die nooit dol was op de Tour. Mocht ik de PR-manager van Lotto-Soudal zijn, ik had al lang een Tommy&Timmy merchandise-lijn gelanceerd, met zweetbandjes, sokken, koffiemokken en t-shirts met daarop 'Tommy&Timmy ontsnappen'.

8 à 9 volle minuten kreeg de kopgroep op deze Vlaamse feestdag, met Dylan Teuns, Serge Pauwels en Xandro Meurisse bovenop ons duo. Eindelijk een voorsprong van formaat, na een paar etappes met wel erg zuinige kloofjes. Vertwijfeling en onrust: zouden ze het redden? En waarom bleef het zo rustig in het peloton vol favorieten? Wellicht de prijs van de sloophamer waarmee Sunweb gisteren in het rond zwaaide, en de weinig opbeurende wetenschap dat er aan het einde een affreus stukje klimmen wachtte.
Aan dat verraderlijke staartje bleven enkel overlevers Teuns en Ciccone over. In diverse uithoeken van het land werd het uiterste puntje van stoel of sofa opgezocht.
Op het moment dat de zonen geërgerd kwamen vragen of ik wat minder luid naar de televisie kon roepen, omdat ze mij in de tuin konden horen, ploeterde Dylan Teuns zich als eerste over de legendarische eindmeet, z’n vriendelijke gezicht in een verweerde grimas, al z’n grote tanden bloot. Die uitstekende Dauphiné was geen toeval. Dylan had een momentje nodig om tot het volle besef te komen van wat hij daarnet had gedaan. Zelf kon ik ook wel een nat washandje gebruiken.

En wat te denken van Xando Meurisse van Wanty-Gobert, die zomaar even derde werd? Mee met de vlucht van de dag in de openingsetappe, achtste in Epernay, en derde op de Planche des Belles Filles. Ik neem alles terug wat ik heb gezegd over zijn ploeg en buig deemoedig het hoofd.

Zoals wel vaker in dit soort etappes was vooral de aankomst van de klassementsrijders veelzeggend. Mikel Landa, de überklimmer, heeft plannen. Valverde, dunner dan een flitspaal, rijdt voor team Valverde. Bardet, de renner met armpjes als schoenveters, gaat alweer die begeerde Tour niet winnen, zijn hyper-toegewijde luitenant Oliver Naesen ten spijt. Nibali bleek niet de heerser die de Italianen zich dromen. Titelverdediger Thomas is bijlange niet afgeschreven, tot spijt van wie het benijdt. En van Alfaphilippe hebben we nog lang niet alles gezien.

Laten we tot slot even een welgemeend dankwoord uitspreken voor de parcoursbouwers van de Tour, die na de ongezien slaapverwekkende openingsweek van vorig jaar hebben begrepen dat de Tour niet enkel gereden, maar ook bekeken wordt.



-->

woensdag 10 juli 2019

Dag 5: Back in Business en ook een beetje balen



Op de etappe van vandaag stond in dikke rode letters de naam van Thomas De Gendt geklad. Een dag voor avonturiers, vrijbuiters, solisten en escapisten. Thomas is dat allemaal tegelijk. Geen wonder dat zijn naam in zowat elke voorbeschouwing prijkte, met een sterretje ernaast. 
“Nope” en “Stop giving me stars”, tweette Thomas semi-geërgerd. Het pistool waarmee het officiële startschot was gegeven rookte nog na en daar ging hij. Of toch even. Maar dus niet. Dan ging vriend/ploegmaat/kamergenoot Tim Wellens maar. Of niet? Of toch wel? Nee, toch niet. Of jawel hoor.
Ik stelde me voor hoe Tommy en Timmy, ‘s avonds laat in hun keurig opgemaakte hotelbedjes hadden liggen kibbelen. “Ik ga eerst morgen.” “Nee, ik.” “Welnee, het is mijn beurt.” Enzoverder.
Timmy ging. En geraakte ver. Ver genoeg om de bollen rond z’n pezige lijf te houden. Verder hoefde niet.

Terwijl Timmy vooraan goede sier maakte, ging elke gedoodverfde dagfavoriet extra diep over z’n stuur hangen. Bij Sunweb gooiden ze alle opgehoopte frustratie over de verdwenen Dumoulin en de ontgoochelende resultaten in de strijd voor Michael Matthews. Verschroeiend hard ging het, zelfs bergop. Timmy en z’n reisgezellen werden opgeraapt. Renners vielen af als dode vliegen, ongenadig platgemept door het moordende tempo van de punchersploegen.
Ik loerde wantrouwig naar de witte vlek met de gele helm. Maar de debutant die alles kan zat fris en monter in de voorhoede, waar zelfs de man in het geel fluks aan kop trok, nimmer te beroerd om de handen uit de mouwen te steken. Ook de groene vlek was niet van de eerste rijen weg te slaan. Een voorteken of schijn, je weet het nooit in de koers.
Alles kon nog, in theorie, zo leek het. Zelf had ik, in een vlaag van optimisme, jeune premier Wout Van Aert als kopman vooraan gezet in m’n Sporza-ploeg. Soms moet je gewoon ergens voor gaan.

Maar iemand vond vandaag een uitgelezen moment om te bewijzen dat hij ‘back in business’ is. Peter Sagan, de man van het gênant ondermaatse voorjaar, van de talloze lusteloze interviews met eenlettergrepige antwoorden, van de zorgwekkende geruchten en duistere toekomstvoorspellingen, smeet zichzelf met fiets en al over de streep zoals een soldaat zich in een loopgraaf stort wanneer de kanonnen knetteren.
De rest kon nog net nederig het hoofd buigen richting opgerold asfalt.
De twijfels over vormpeil en animo van Peter De Grote kunnen opgeborgen worden in de kast der vruchteloze bedenkingen. Ik vermoed dat we ze daar wel even kunnen laten liggen.

Ik herinner me jaren waarin we luid toeterend door onze woonkamer hadden gedanst als er drie Belgen in de top-tien van zo’n slopende etappe waren geëindigd. Vandaag vinden we het niet meer dan normaal dat Van Aert, Van Avermaet en Stuyven meestrijden in een Tour-etappe. We balen omdat Van Aert het net niet haalde. En dat is uitstekend nieuws. 









-->

dinsdag 9 juli 2019

Dag 4: Kabbelen

Wie op dag 4 z'n televisie pas aanzette op 5 kilometer voor de finish had niets gemist. Na 3 beklijvende dagen viel de Tour in zijn vertrouwde plooi: een lange en vlakke etappe waar werkelijk niets te beleven viel, of het moesten de wijngaarden van de Champagnestreek zijn.
Het soort etappe waarvan velen, in hoofdzaak koersleken, maar ook een onrustbarend aantal afvallige kenners, zich afvragen waarom ze überhaupt bestaat.
Laten we ons even voorstellen dat ze niet zouden bestaan, dit soort lineaire en voorspelbare keuvel- en treuzeletappes die enkel de laatste kilometers enig belang vertonen.

Eerst en vooral zou zulks een waar drama betekenen voor de lokale gastronomie en het toerisme in de regio. Waar anders krijgt de indommelende koerskijker zoveel gedetailleerde info en duiding over de lokale fauna en flora, de kazen en wijnen van de streek? Terwijl renners lusteloos trappen leren wij alles over de druiventeelt, het rijpingsproces van deze of gene Franse kaas of over het vervaardigen van eikenhouten wijnvaten. Lange, vlakke touretappes zijn een unieke vorm van volksverheffing.

José en Michel zouden in een permanente staat van alertheid dienen te verkeren, wat uiteraard onwenselijk is, gezien hun gevorderde leeftijd. Een Tour vol geaccidenteerde etappes zou als zonder twijfel tot verbeten syndicale strijd leiden. Mensenrechtenorganisaties en vakbonden zouden zich verenigen om het deerniswekkende lot van onze wielercommentatoren op de politieke agenda te zetten. De hashtag #jesuismicheletjosé zou het internet overspoelen. Verbolgen renners zouden spontaan de fiets in de berm gooien uit solidariteit met het getergde en uitgeputte duo.

Het spreekt vanzelf dat de ASO er niet aan zou denken een ploeg als Wanty-Gobert toe te laten tot de prestigieuze Tour de France. De voornaamste bestaansreden van dit soort ploegen is namelijk vruchteloos en Forrest Gumpgewijs ontsnappen in een lange, vlakke Touretappe. Hilaire Van der Schueren zou in een diepe depressie sukkelen en gedwongen met pensioen gaan, een persoonlijk drama voor een krasse zeventiger met uitzicht op het eeuwige leven. Renners als Frederik Backaert zouden zich dan weer genoodzaakt zien hun fiets aan de haak te hangen en de boerenstiel weer op te nemen.

Bovendien zou het steil en pijlsnel bergaf gaan met de sociale cohesie in het peloton. Wanneer anders krijgt een renner de gelegenheid eens een praatje te slaan met een sympathieke jongen van een andere ploeg, om foto's van de kinderen of trainingstips uit te wisselen? Waar anders krijgt een coureur de gedroomde gelegenheid om eens zijn ongezouten gedacht te zeggen tegen X van ploeg Y die gisteren tegen zijn achterwiel reed?

Laten we ze dus omarmen, de eindeloos en overloos lijkende ritten van de ene Franse stad naar de andere, tussen de wijngaarden en de zonnebloemvelden. Ze zijn als kabbelende, frisse bergbeekjes waarin een vermoeid mens op tocht z'n verhitte voeten sopt.

Oh ja, voor ik het vergeet: Elia Viviani kan op beide oren slapen vannacht: de eeste Tourzege is binnen. Er kan vast een schouderklopje vanaf van het opperhoofd met het gekke hoedje.

PS: Tony Martin is een beest. Alleen al om Tony in z'n eentje aan een peloton te zien sleuren moet de lange, vlakke etappe blijven bestaan.











maandag 8 juli 2019

Dag 3: Schoonheidsprijs

Een beetje koersnerd weet dat je Julian Alaphilippe zonder nadenken meeneemt in je virtuele Tourploeg. De etappe van vandaag stond rood omcirkeld in het logboek van de Dartagnan van het peloton. Het stond in de sterren en het koffiedik geschreven dat hij vandaag zou winnen. Daarom gaan we het niet over hem hebben. We moeten het eens hebben over Tim.

Tim Wellens is geen veelwinnaar. Een praatjesmaker is Tim al evenmin. Op dagen als vandaag vraag ik me vertwijfeld af of Tim niet eens naar een andere ploeg moet verkassen, eentje met ambities die verder reiken dan kerktorens en kasseien. Maar Tim lijkt zich zelden iets af te vragen. Tim laat zich nooit gek maken. Voor de innerlijke rust en beheersing van Tim Wellens heb ik een paar vingers, of zelfs een ledemaat veil. Wie Tim al eens opgewonden of furieus heeft gezien mag zich melden. Ronkende verklaringen geeft hij niet. Tim is een Limburger. Die weten wat relativeren is. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.
Niet dat er geen geen opmerkelijke triomfen achter zijn naam prijken: de Brabantse Pijl, de Tirreno Adriatico: het zijn geen kermiskoersen. Maar Tim is geen opschepper en zelfpromotie is niet aan hem besteed. Zelfs in Monaco, waar de Rolexen de onvermoeibare zon weerkaatsen, neemt Tim gewoon de bus.

Tim past wonderwel bij een andere favoriete renner van mij: Thomas De Gendt. De ene wat schuchter en terughoudend, de andere lakoniek en dol op fratsen. Vorig jaar vonden de Peppie en Kokkie van de koers na een slopend seizoen nog voldoende animo om na de Ronde van Lombardije met de fiets huiswaarts te keren, een plan waarvan elk weldenkend mens zich afvraagt waarom iemand eraan zou beginnen, met meer dan 10.000 kilometers op de teller. 'The Final Breakaway' van Thomas en Tim leverde heerlijke beelden en impressies op. De jolige De Gendt en de schuchtere Wellens voor een monsterlijke pizza. Thomas en Tim plakken een lekke band. Thomas en Tim peddelen door de overweldigende landschappen van Noord-Italië. Voor de vriendschap en het avontuur doen ze hun finale ontsnapping dit jaar nog eens dunnetjes over, vanuit Spanje dit keer. Een avontuur vol goesting dat mij op tweedehands-sites naar trekkingfietsen doet zoeken. Coureurs die oprecht graag fietsen zijn de fijnste coureurs.

Maar passons, en weer over naar Tim. Want het moet eens gezegd: niemand zit mooier op een fiets dan Tim Wellens, of het zou Vincenzo Nibali moeten zijn, maar dat is geen schattige bescheiden Limburger. 
Die onbeweeglijke, pezige armen; die ranke benen, ronddraaiend als die van een prima ballerina; die sierlijk gestroomlijnde rug; die perfecte kadans. Tim Wellens, dames en heren, is de Anna Teresa De Keersmaeker van de koers. Niemand trapt zo stijlvol, elegant en schijnbaar moeiteloos rond; niemand zit zo kunstig op een fiets. Ik zou de ASO willen aanmanen om naast de gele, de groene, de witte en de bollentrui, een truitje uit te reiken in een appetijtelijke frambozentint, voor de meest esthetische renner. Die trui zou uiteraard elk jaar naar Tim Wellens gaan, tot aan zijn rennerspensioen. Dat behoeft geen betoog.

Vandaag was een uitstekende dag geweest om die trui uit te reiken. Tim vertrok uit de kopgroep, als had hij een dringende boodschap te volbrengen, en reed solo de nijdige heuveltjes over waarvoor we de parcoursbouwer mogen danken. Die hele ontsnapping was nochtans niet het plan geweest. Eigenlijk zou solist 'pur sang' Thomas De Gendt er vandoor gaan, maar die heeft intussen zo'n escapistische reputatie dat niemand hem liet gaan. Dus deed Tim een gooi, met 4 dappere of overmoedige kompanen, die hij vervolgens beheerst, maar resoluut afschudde aan de voet van de eerste helling. Een actie die deed dromen, tegen beter weten in. Iedereen wist dat Alfa-philippe er zat aan te komen. Wellens-fans bogen deemoedig het hoofd van zodra Dries Devenyns zich vooraan posteerde en de zweep op de restanten van het peloton legde. Toen de blauwe raket met het sikje ter hoogte van Tim kwam, hopend op een constructief duet, stak die laatste gelaten z'n arm in de lucht: lek. Eender welke coureur zou vloeken als een dokwerker of knarsetanden van frustratie. Niet Tim Wellens. "Dat het wel vervelend was", gaf hij nadien toe. "Maar ik mag al tevreden zijn met de bolletjestrui. Een mooi souvenir."
Ik vloekte en knarsetandde dan maar in zijn plaats. Iemand moest het doen.










-->


Dag 2: Leve de TTT


Het werd een goudgeel openingsweek-end voor de doortocht van de Tour in Brussel. Het weer zat geweldig mee. Brussel lag er kraaknet bij, wat op zichzelf al een feestje waard was. Het grootste wielercircus ter wereld bracht een miljoen blije mensen op de been. En een verlegen jongen uit Hollands Limburg won per abuis de openingsetappe.
Optimisten en visionairen die Mike Teunissen in hun tourploeg hadden gezet konden grijnzend cashen. Mikey (voor de vrienden) stond wat onwennig te blozen op het podium, alsof dat geel rond z’n schouders hem niet toekwam. Ik vond het prachtig. De Tour grossiert niet zo vaak in onverwachte winnaars, al helemaal niet van die ontwapenend sympathieke en onderschatte.

Wist ik veel dat het mooiste nog moest komen. Op dag 2 van het nationale volksfeest stond namelijk een TTT gepland, een Team Time Trial voor de leken. Over dat tijdrijden wordt vanalles beweerd, in hoofdzaak dat het saai zou zijn. Mensen die tijdrijden saai noemen zijn het soort mensen die maar 2 keer per jaar met 1 halfopen oog naar een koers kijken: de eerste zondag van april en tijdens de Tour, en vooral voor de glooiende landschappen. Het zijn mensen die van het hele peloton enkel Peter Sagan en Greg Van Avermaet zouden herkennen als die naast hen op een terras belandden. Mijn hele vriendenkring bestaat uit deze mensen. Heel fijne mensen, daar niet van. Maar ik verzoek hen vriendelijk, maar met aandrang, om zich niet te bemoeien met de wielrennerij.  

Tijdrijden, de ploegentijdrit in het bijzonder, is poëzie van de zuiverste soort, wiskundig en ritmisch als een rijmenvers. Van 8 compleet verschillende renners een gestroomlijnd, maar verschroeiend geheel maken is geen mayonnaise kloppen, maar moleculair koken met minutieus afgewogen ingediënten als spitstechnologie en psychologie. Alles is van levensbelang: de houding van de renners, de fiets, de indeling van de prestatie (opbouw, midden, finale), de onderlinge samenhang, de motivatie en het geloof in eigen kunnen. Hoofd, hart en benen in perfecte harmonie.

Toen de gele brigade van Jumbo-Visma op dreef kwam, raakte ik meteen gehypnotiseerd. Na een paar kilometer wist zeker ik dat ze zouden winnen. Als een zorgvuldig en liefdevol geoliede machine draaiden ze rond, met lange beurten voor specialisten Martin en Van Aert, die de rest in hun kielzog meesleurden zoals een toegewijde scoutsleider een vermoeide welp door de dagtocht sleurt. Die wijd opengesperde monden, waar net geen straaltjes kwijl uit dropen. Die blikken op oneindig en nog veel verder. Je wist dat het belachelijk veel pijn deed. Je wist dat er 6 renners bovengemiddeld en 2 gemiddeld aan het lijden waren, maar gewoon door de pijn heen reden, als guerrilla-strijders doorheen het afweergeschut. De explosie van collectieve vreugde na de meet was zo aanstekelijk dat ik luid mee wilde juichen. Even voordien was Michael Matthews, nochtans geen kermiscoureur, door een soigneur van z’n fiets gehaald met latex benen, en netjes opgevouwen neergelegd om bij te komen van de uitputting.

Die avond keek ik reikhalzend uit naar Vive Le Vélo, hopend op vakkundige analyse en bloedend rauwe koersemotie. Er zou uitgelegd worden hoe een team, dat een jaar geleden onderaan de rangschikking eindigde in de TTT, zich had ontpopt tot heersers van de discipline. Een van de gasten zou het hebben over de onvolprezen Tony Martin, een renner van titanium met ongenadige, staalblauwe ogen, die van tijdrijden een kunstig ambacht maakte, maar daar nooit een poppoll mee zal winnen. Of over de haast kinderlijke vreugde op het gezicht van Laurens De Plus, die vorig jaar op ongelukkige wijze moest afdruipen, maar een nieuw élan vond bij dit team. Iemand zou eindelijk eens benoemen dat coaching en omkadering van een middelmatige ploeg een killerteam kunnen maken.
Helaas. We kwamen allerlei te weten over kastelen en Franse liedjes. De schrijver die veel wist over kastelen en liedjes, liet 'en passant' optekenen dat hij tijdrijden saai vond. Mijn luid roffelende koershart sloeg zomaar een roffeltje of twee over.







-->

zaterdag 8 juni 2019

Gekke Giro in 12 rariteiten




Laat enige onvoorspelbaarheid nu net de voornaamste reden zijn van onze voorliefde voor de Italiaanse ronde. Toch blonk deze Giro uit in het soort verrassingen die niet noodzakelijk resulteren in geestdrift en gejuich. Het was een rare Giro. En heus niet alleen omdat een semi-outsider, een Ecuadoriaan godbetert, hem won. 

De Giro 2019 in 12 rariteiten
1. Er waren godsgruwelijk lange en eentonige etappes, waar zelfs renners al trappend bij in slaap vielen, alsof organisator Mauro Vegni in een dronken bui de parcoursbedenkers van de Tour had aangeworven.


2. Het leek wel herfst daar in Italië. Verkleumde renners trapten als verzopen eenden door apocalyptische regenbuien heen. Dikke pakken sneeuw versperden de doortocht op de Passo Gavia. Wie keek greep spontaan naar een dekentje en hoopte voor de renners dat er iemand aan de meet zou staan met een pluizige handdoek en een dampende mok warme chocolademelk.

3. Begenadigde pronostiqueurs raakten compleet van slag. Nog voor het eerste startschot lagen er al een paar beduchte spelmakers uit koers door een trainingsongeval: wereldkampioen Valverde had last van een beschadigd staartbeen; superbelofte Bernal brak een paar weken voor de Giro z’n sleutelbeen. Het groepje favorieten die wel van start gingen raakte al snel uitgedund. Tom Dumoulin, uitdager van Roglic en Nibali, ging al in de vierde etappe finaal tegen de vlakte en stapte in etappe 5 tijdens de neutrale kilometer van de fiets met een griezelig verfomfaaide knie. Simon Yates, die vorig jaar de Giro kleurde tot hij op spectaculaire wijze door het ijs zakte, viel gewoon meteen geweldig tegen.

 

4. De geestigste en eigenzinnigste renner van het land en ver daarbuiten, Thomas de Gendt, won geen etappe. Thomas telde vrolijk schaapjes, onderhield de Twitterfans met z’n onvermoeibare grappen en grollen, liep jolig door het beeld midden in een live-interview met ploegmaat Campenaerts, en verraste zelfs z’n eigen ploegmaats door derde te worden in de slottijdrit, waar hij naar eigen zeggen totaal geen zin in had. Zelfs als hij niet wint is Thomas een zegen voor de koers.
 
5. Onze eigen besnorde werelduurrecordhouder greep niet een, maar twee keer net naast de tijdritwinst, waarvan een keer op zo’n knullige wijze dat zelfs winaar Roglic het sneu voor hem vond. Als er een lijstje bestaat van idiootste fietswissels, dan hoort die van Campenaerts in San Marino daar zonder twijfel in thuis. Ik kan het filmpje van de desbetreffende wissel nog niet bekijken zonder luid te knarsetanden.
De andere knullige fietswissel was die van Jumbo-Visma in de vijftiende etappe. Uitgerekend op het moment dat kopman Roglic met mechanische problemen kampte, bleek de ploegwagen in geen velden of wegen te bekennen. Die hield namelijk een sanitaire stop, terwijl iedereen weet dat je in de koers gewoon je plas ophoudt.


6. Arme Elia Viviani. Gekomen om de puntjes op de i te zetten in eigen land, en roemloos huiswaarts met strafpunten van de jury voor een "niet reglementaire" sprint. Even memorabel: het norse gezicht van ex-ploegmaat en vriend Gaviria die de overwinning onverwacht cadeau kreeg, maar niet wilde. Het woedende gebries van ploegmanager Lefever over de “belachelijke beslissing” viel wel weer binnen de verwachtingen.

7. Overgebleven favorieten Nibali en Roglic hadden alleen oog voor elkaar.
Nibali liet geen kans onbenut om luidop en smalend z’n beklag te doen over het feit dat Roglic hem constant op de hielen en in het wiel zat. Het had bij momenten veel weg van een speelplaatsruzie in de lagere school. Niet dat het gekissebis en geloer hen iets opleverde. Karma’s a bitch.

8. De verrassendste sprint werd gereden aan het eind van de achttiende etappe. Met nog een paar luttele kilometers in het verschiet voor de eindmeet, reed een groepje van drie vluchters voor het aanstormende peloton uit. Terwijl de sprinters aanzetten wist één vluchter nog een reservevaatje energie aan te breken. Damiano Cima bleef sprintbom Ackerman te snel af en won de etappe, tot ieders verbazing, niet in het minst die van zichzelf.

9. In de twintigste etappe, de laatste in de bergen, deelde Miguel Angel Lopez rake klappen uit. Aan de voet van de slotklim verloor een idioot meelopende toeschouwer plots z’n evenwicht en sleurde Lopez mee in z’n val. Die trakteerde de man op een paar ferme pedagogische tikken, een reactie waar normaliter een sanctie op volgt, maar wellicht vond de westrijdjury het tijdverlies van bijna twee minuten al straf genoeg. De toeschouwer zoekt nog steeds naar z’n weggemepte petje in de berm.

10. Wat had ik te doen met eeuwige rondebelofte Mikel Landa, die op een boogscheut van het podium strandde; datzelfde podium waar zijn ploegmaat Carapaz stond te blinken in het snoepjesroze waar Landa zelf al jaren op jaagt. Het riep pijnlijke herinneringen op aan de Tour van 2017, toen Landa trouw z’n kopman Froome bijstond en net naast het podium eindigde. Weten dat je een van de beste ronderenners van je generatie bent en steevast in dienst moeten rijden van een ander, het is om van te janken. Maar Landa jankte niet. Toch niet terwijl we het zagen.


11. Wordt er eigenlijk gekoerst in Ecuador? Jazekerr, maar er keek geen hond naar. Tot nu dus. Tot een jeugdige boerenzoon uit de bergen het wielrennen in z’n eentje op de kaart zette in zijn voetbalgekke thuisland. President Lenín Moreno zorgde er hoogstpersoonlijk voor dat de Ecuadorianen de finale van de Giro konden volgen op televisie om hun nationale held toe te juichen.  
Richard Carapaz is geen doetje. Op z’n dertiende stond hij elke ochtend om 04u op om de koeien te melken, daarna naar school te gaan, te trainen en opnieuw tot in de late uren op de ouderlijke boerderij te werken. Carapaz was de allereerste Ecuadoriaan die ooit een Europese koers én een rit won in een grote ronde. En nu dus ook de allereerste Ecuadoriaan met een roze trui. De Ecuadoriaanse koersleken zwaaiden geestdriftig met vlaggetjes en vierden feest tussen de roze verlichte overheidsgebouwen. 


12. Hoe graag ik Vocsnor ook op het podium van de slottijdrit had zien staan, de vreugdetranen van Chad Haga maakten veel goed. Met die tranen vloeiden jaren van vechten tegen angsten en demonen, van knokken en afzien weg uit Haga's tengere lijf. In 2016 raakte Chad Haga zwaar gewond bij een trainingsongeval in Spanje. Hij en vijf ploegmaats werden frontaal aangereden door een wagen. Als een wonder overleefden ze het slagveld. Haga was er het ergst aan toe. De littekens op zijn guitige gezicht en in z’n nek zijn een onuitwisbare herinnering aan de fragiliteit van een rennersbestaan. Er kwam een expert traumaverwerking aan te pas om de gehavende renners weer op de fiets te krijgen. De pijn verdween, de angst niet helemaal.
Terwijl hij op het podium z’n emoties de vrije loop liet dacht ik aan de piano waarop Chad zich graag uitleeft. Geen boenke boenke of Banaan voor Chad Haga, maar Rachmaninoff. De perfecte soundtrack voor een verhaal van vallen en opstaan.

 https://www.youtube.com/watch?v=bt_q9E8Awxg





-->

zondag 28 april 2019

La Doyenne voor dames: topkoers zonder beeld




Twee grote wereldbekerwedstrijden reden de vrouwen afgelopen week. Maar die werden niet uitgezonden. “Een gemiste kans”, baalde Annemiek Van Vleuten luidop voor de camera’s.
De ASO (het Franse bedrijf dat naast de Waalse Pijl en L-B-L ook de Tour de France organiseert) kreeg een bescheiden standje van Davis Lappartient, opperhoofd van de UCI. Volgens de UCI-reglementen moeten WordTour-koersen bij de vrouwen vanaf volgend jaar minstens 45 minuten aan livebeelden beschikbaar stellen voor uitzending. Bolwassing of niet, de ASO had geen zin om dit jaar al aan die vereiste te voldoen, in tegenstelling tot de meeste andere koersorganisatoren die intussen begrepen hebben dat we in de 21ste eeuw zijn beland.
Dus volgen we de vrouwenkoers op Twitter, zoals wel vaker, en met dank aan de talloze twitter-accounts van mensen en collectieven die weten dat het vrouwenwielrennen de moeite waard is.
Dat volgen valt niet mee. Het is lastig het overzicht te bewaren in een niet chronologische veelheid aan tweets en foto’s. Afstanden inschatten en de kansen van talloze aanvallen en ontsnappingen beschouwen is een taak die concentratie vraagt. Indommelen is niet aan de orde.
“We give you names as soon as we can”, lees ik over een zoveelste aanval. Terwijl ik snak naar beelden van een schijnbaar hectische wedstrijd, kan ik alleen maar “Fuck you, ASO” denken en tikken. Veel twitteraars zijn het met me eens. Het regent klachten richting ASO. “Annual tweet to @amaurysport to be less backward with women’s cycling. You suck!”, lees ik.
Ik leg mijn hoop op overzicht in de chaos zoals wel vaker bij Peter van der Veen, een Nederlandse Twitteraar die ons gratis en degelijk op de hoogte brengt van wat er gaande is. Ik heb geen idee hoe hij het doet, maar hij is doorgaans een van de eersten die met correcte namen en feiten komt. Peter is mijn redding op beeldvrije vrouwenkoersdagen.

Beeld of geen beeld: het wordt een bar koude en natte koers, en die hadden we nog niet gehad dit voorjaar. Wielerfans zouden zich ernstig zorgen moeten maken over de opwarming van de aarde, gezien het ondermaatse aantal natte modderwedstrijden van de laatste jaren. Waar is de tijd van de besmeurde en onderkoelde hoopjes coureur na de aankomst? Van het hopeloze gepriegel met flapperende regenjasjes? Vandaag is de dag voor de schaarse renners die gedijen op de fiets wanneer iedereen liever onder een dekentje op de sofa kruipt. Het is hooguit 6 °C aan de start en de regen stroomt gul uit de hemel. Ik voel geen enkele aandrang om te gaan fietsen.




In dat herfstweer onplooit zich een razend spannende achtervolgingsrace met een ontketende Van Vleuten die La Redoute op haar eentje bestormt, en daarachter een jagend luxegroepje met toppers Van der Breggen, Langvad, Spratt, Niewiadoma, Ludwig, Vollering, Novolodskaya, Paladin, Van Dijk, Deignan en Longo Borghini, een groepje waar nog schoon volk bij komt aansluiten. De kwaliteit van de jagers ten spijt loopt Van Vleuten indrukwekkend uit. Genoeg tweede plaatsen gesprokkeld de afgelopen weken. Tijd voor revanche. De frustratie over het ontbrekende beeld stijgt met de spanning. Van Vleuten komt eenzaam en met ruime voorsprong over de Roche-aux-Faucons. Ze kan “op haar chique bijten” als geen ander. Ik mompel “gaaaaaan, Annemiek!”, tegen mijn smartphone. Het duurt welgeteld minuten voor de verlossende tweet komt: Van Vleuten wint na een bewonderenswaardige solo bergop van 37 km. Koerspetje af. Geen idee met wat voor grijns ze over de meet komt.

Terwijl deze heldinnenstrijd aan ons voorbij gaat gebeurt er bij de mannen vooralsnog bijzonder weinig, op de opgave van wat doorweekte en verkleumde renners na.
Welgeteld 1 minuut na het begin van de uitzending zien we wereldkampioen Valverde in de auto stappen. Elke illusie op die historische en glorieuze vijfde overwinning kan meteen de vuilnisbak in.  
Op 75 km van de finish vallen voorts in hoofdzaak vertrokken gezichten en binnensmonds vloekende renners op te tekenen. Dat we uitgerekend een prachtige koersfinale van de vrouwen moeten missen terwijl we naar traag fietsende en afstappende mannen zitten te kijken, ik krijg het maar moeilijk verteerd.

Het goede nieuws is: ik ben niet de enige. Wielerfans (m/v/x) uit de hele wereld maakten zich druk over de idiote beslissing van de dinosaurussen van de ASO. Een beetje koerskenner heeft al een tijdje door dat de vrouwen beklijvend een aantrekkelijk koersen. De Amstel Gold Race scoorde dit jaar een record aantal kijkers voor de vrouweneditie. De tijd dat organisatoren ongestoord met dit soort prehistorische onzin wegkwamen is voorbij, zo blijkt. Al hebben sommigen dat zelf nog niet helemaal begrepen. Op de vraag van journalisten waarom de ASO geen beelden beschikbaar wilde stellen, hadden de heren enkel “no comment” in huis. Als u me vraagt wat ik denk inzake de visie van de ASO over het wielrennen van de toekomst, dan is”no comment” allicht mijn beleefdste antwoord.
-->

maandag 22 april 2019

Bim Bam!



Zelden ontplooide een Paasdag zich in zoveel zomerse glorie. Het vooruitzicht van een rijkelijk Paasmaal, hoogzomerweer en een dag Hollandse koers, meer heb ik niet nodig om fluks uit de bedstee te springen. Dat de dag alsnog de hooggespannen verwachtingen ruimschoots wist te overtreffen, omdat iemand zich nergens wat van aantrok, dat kon ik bij de ochtendkoffie onmogelijk vermoeden. Er zou vandaag namelijk koersgeschiedenis geschreven worden.

Nu is wielrennen niet de meest voorspelbare sport van de wereld. Toch zijn er een aantal ongeschreven wetten en regels die zich doorgaans laten gelden.
Het wonderkind dat gisteren vriend en vijand verstomde maakt er een punt van om die wetten en regels straal te negeren. Hoezo, je kan niet aanvallen in de Amstel op 43 km. van de finish? Hoezo, je sprint niet van aan kop? Hoezo, je maakt geen minuut achterstand goed op de kopgroep in de laatste 5 kilometer voor de finish? Hoezo, je kan niet snoeihard tegen het asfalt smakken en dan gewoon even fris verder rijden?

Er was gisteren heel wat aan de hand. Het hagelde opmerkelijke feitjes die na een normale wedstrijd uitgebreid becommentarieerd waren geworden. Grootmeester Sagan die opgaf. Belgische hoop in bange Ardense dagen Wellens die van de fiets stapte. Wereldkampioen Valverde die in geen velden of wegen te bespeuren viel. Het stoere Education First. Het viel allemaal in het niets bij de gekkigheid van het veulen. Hij kon helemaal niet winnen. Het was veel te laat om nog te winnen. Maar toch deed hij het. Gewoon. Omdat hij daar zin in had. Omdat hij zich al snel verveelt in een normale koers. Omdat het sterker is dan hemzelf. Omdat hij niet denkt met z'n hoofd, maar met z'n buitenaardse benen, benen die hij onmogelijk stil kan houden. Aan het eind van een honderdtal onvergetelijke slotmeters sloeg hij zichzelf vol ongeloof op het hoofd. "Heb ik dit nou echt gedaan?". Wij vroegen ons precies hetzelfde af.

De Paasklokken klepperden glorieuzer dan fatsoenlijk was. In de buurt van commentaarhokken, radio- en tv-studio's allerhande werden schokgolven van 8 op de schaal van Richter gemeten. Familieleden die uitbuikend waren ingedommeld, schrokken wild op uit hun verdiende middagdut. "Wat een mafkees", wist pa Van der Poel grijnzend uit te brengen, een zeldzame uiting van ingehouden bewondering. José, die toch aardig wat koersontknopingen in z'n respectabele geheugen heeft zitten, stamelde "tjongetjongetjonge".
Topcoureurs haalden opgelucht adem, als waren ze aan een dodelijke aanslag ontsnapt, omdat de nieuwe koersmessias de komende weken niet meer aan de start verschijnt. Wielercommentatoren wereldwijd werden gek of sprakeloos van consternatie. "Ik moet even gaan liggen", bekende een koerstwitteraar ontsteld.

Plots was niets nog hetzelfde. Het wielrennen was die dag heruitgevonden. Door een beginneling. Wereldwijd houden ploegleiders en koersdokters vandaag crisisberaad. Vertwijfeld staren ze naar hun trainingsschema's, beproefde tactieken en wattagemetingen. Iemand gooit zuchtend een hartslagschema in de papierversnipperaar. Iemand anders overweegt een overstap naar het turnen of het bobsleeën. Renners checken hun contracten op vroegtijdige uitstapmogelijkheden.
En Mathieu, die gaat nu gewoon lekker mountainbiken. Daar heeft ie geweldig veel zin in. Als Mathieu ergens zin in heeft, dan is niets onmogelijk.








 

woensdag 17 april 2019

Melkzuurrecord



Zelfs in een koersdevoot land als België zijn de liefhebbers van tijdritten schaars. Rijden tegen de klok heet saai, monotoon en slaapverwekkend. Zelf vind ik het een van de meest poëtische en heldhaftige disciplines op twee wielen. Doorgaans voel ik me vrij eenzaam in mijn tijdritenthousiasme.

Misschien dateert mijn afwijking van die ene zenuwslopende tijdrit uit 1989, die nog helder in m'n geheugen zit. Laurent Fignon verloor zijn Ronde van Frankrijk met 8 luttele tijdritseconden. Je kan een kop koffie inschenken in 8 seconden; "Hallo, hoe is het?" zeggen in 8 seconden. De meeste gedachten nemen meer tijd in beslag dan 8 seconden. Ik herinner me van die legendarische tijdrit vooral de verbijstering van publiek en commentatoren, en het ongeloof van de uitgeputte Fignon. Lemond, ritwinnaar en onvoorziene gele trui, zag er ergerlijk fris uit onder dat ridicule roze petje. Saai was het allerminst.

Wat tijdrijden uniek maakt is evident: je enige tegenstander ben je zelf. Er valt niemand anders iets te verwijten wanneer het niet loopt zoals verwacht. Tenzij je fiets het begeeft. Wie niet consistent snoeihard en ultra gestroomlijnd kan fietsen houdt zich best ver van het tijdrijden.
Toen Victor Campenaerts met veel bombarie aankondigde dat hij het werelduurrecord zou breken, ging er her en der een wenkbrauw omhoog. Victor wie? Het palmares van Campenaerts leest niet als een omnibus. Een etappe in de Ruta del Sol en eentje in de Tirreno Adriatico, niet toevallig allebei tijdritten. Twee keer Belgisch kampioen tijdrijden (een eitje) en twee keer Europees kampioen tijdrijden, niet eens tegen de groten der aarde.
Laten we wel wezen: Campenaerts is geen topcoureur. Dat weet hij zelf ook. Zijn vriend Jef Van Meirhaeghe wond er geen doekjes om: "Victor heeft geen koersverstand". Eerlijke vrienden zijn de beste.

Zijn werelduurrecord naast dat van Merckx leggen is zinloos en onnozel. Merckx was en blijft de beste wielrenner die ooit op een fiets heeft gezeten. Eddy won alles, overal, en had dat werelduurrecord helemaal niet nodig, zeker niet aan het einde van een jaar waarin hij de Tour, de Giro, de ronde van Lombardije, Luik-Bastenaken-Luik en nog een resem andere belangrijke koersen had gewonnen. Maar Eddy heette niet voor niets de kanibaal, en dus moest ook dat wereldrecord aan diggelen. Dat Eddy het werelduurrecord verbrak sprak vanzelf.

Victor Campenaerts is geen Merckx, en ook geen Wiggins. Victor is een eerder middelmatig renner, met bovenmatig veel branie en toewijding, die erin slaagt boven zichzelf uit te stijgen door harder te werken en meer af te zien dan de rest. En net daarom is zijn werelduurrecord mooier en glansrijker dan dat van Eddy en Sir Bradley. Omdat hij iets doet wat buitengewone discipline vraagt, wat zijn talent uitdaagt en tot het uiterste rekt. "Misschien zal dit het hoogtepunt van mijn carrière blijven", reageerde 'Vocsnor' zelf na zijn imposante exploot. Dat zou best kunnen. Maar misschien is dat niet erg. Misschien volstaat de herinnering aan dat ene memorabele en magische uur, waarin hij een werd met zijn fiets, half mens - half machine werd, en de grenzen van de pijn aftaste en overschreed.

Pijn is een belangrijk signaal van het menselijk lichaam. Pijn waarschuwt ons voor nakend gevaar. Wielrenners kunnen als geen ander pijn negeren, erdoor heen fietsen als door een vliegengordijn. In de laatste 10 kilometer beet Victor de vastberadene door de pijn van bijtend melkzuur, zoals een normaal mens door een te lang geroosterd stukje toast. Hij wist dat het hem zou lukken en draaide rondjes als een wasmachine op het droogzwierprogramma. Ik ijsbeerde nagelbijtend heen en weer voor het tv-toestel waar José en Renaat eerbiedig fluisterden. Ik vond het prachtig. Niet omwille van dat record, niet omdat het een Belg was die het flikte, maar omdat het die redelijk middelmatige Victor was die zichzelf en de verwachtingen overtrof, en die met matig talent en bovenmatige toewijding geschiedenis schreef.





maandag 15 april 2019

Een zondag in de hel



Wielerfans beheersen de kunst van het overdrijven. Een koers is niet spannend, maar episch. Renners zijn geen sterke atleten, maar helden. Paris-Roubaix is niet lastig, maar een hel.
We strooien gretig en zonder veel voorbehoud met hyperbolen en hoofdletters en genieten daar zichtbaar van. Wie ons droog en zakelijk op ons gebrek aan relativeringszin wijst, vinden we een droogkloot of spelbederver.
Voor geen enkele koers hebben we zoveel superlatieven veil als voor Paris-Roubaix, een ruim 250 km lange lijdensweg langs godvergeten Noord-Franse slaapdorpen en velden, over kasseistroken (secteurs pavés) waar een mens zich zelfs te voet slechts met moeite overeind houdt. De bonkige 'pavés du nord' hebben de reputatie even koppig en weerbarstig te zijn als de stugge Noord-Fransen zelf. 

Die ene heilige en langverwachte voorjaarszondag worden de uitgewoonde dorpjes van le Nord-Pas-de-Calais overspoeld door uitgelaten hordes Vlaamse koersgekken. Bescheiden volkscafés als Le Pavé of Café du Sport verdubbelen hun jaaromzet in een enkele namiddag. Boeren sakkeren omdat hun vers geploegde velden platgetreden worden door niets ontziende wielerfans.

Ik reis mee met Dominique en vrienden, ervaren Roubaix-pelgrims met goesting en opwinding en handig veel parcourskennis.
Eerste en obligate halte: het mythische bos van Wallers, waar zich de beruchte kasseistrook Trouée d'Arenberg verschuilt tussen de bomen. Hier brak Museeuw z'n knie en Gaumont z'n dijbeen. Van op afstand ziet de weg er onschuldig en idyllisch uit. Tot je de kasseien betreedt. Ik struikel drie keer over een lompe en dwarse steen en sla bijna m'n voet om in het gladde gat tussen twee kasseien. Ik wil niet eens weten hoe je hier overheen fietst. "Ik heb het vorig jaar geprobeerd, maar het is ondoenbaar. Fietsen doe je hier in de berm." verklaart Jef uit eigen ervaring. De kasseistrook wordt op dat vroege uur al omsingeld door reikhalzende koersfans, met vlaggen en petjes uit alle werelddelen. Barbecues worden aangestoken met een scheut benzine. Er wordt met coolboxen vol bier gesjouwd. Een man wappert optimistisch met een vlag waarop het hoofd van Oliver Naesen ons toegrijnst.



Er is geen tijd om te mijmeren, want de koers wacht niet. Op naar onze eerste post, een kasseistrook tussen hoger liggende velden, van waar je perfect zicht hebt op uit de bocht knallende renners. "Als de helicopter boven ons hoofd hangt komen ze eraan", zo leer ik. Radio Sporza heeft ons min of meer op de hoogte gebracht van de stand van zaken: er wordt belachelijk hard gevlamd, er wordt gevallen, er wordt lekgereden. Van in de verte zien we ze komen, tussen stofwolken, volgauto's en motoren. Loeihard vliegen ze de bocht om. Ik probeer te zien wie er in de kopgroep zit en spot Van Aert, Van Avermaet, Sagan, Vanmarcke en Stybar. Sep oogt gezwind. Ik krijg instant spijt dat ik hem na zijn mottige valpartij van een paar weken geleden zonder omwegen uit mijn Sporza ploeg heb gekegeld.



In een dorp van 3 straten, waarvan ik de naam ben vergeten, houden we halt voor de innerlijke mens. Wanneer we de deur van het dorpscafé openen, walmt de geur van braadworst en frieten ons tegemoet. Het café zit afgeladen vol West-Vlamingen, die daar samentroepen op uitnodiging van ex-renner Nico Mattan. Dampende schalen vlees en flessen wijn gaan in het rond; in de onooglijke keuken en achter de toog kunnen ze het tempo amper bijhouden. De 4 vaste stamgasten van het café verschansen zich in een tochtige hoek achterin het café, beduusd door zoveel Vlaams jolijt. Wij slaan een apero achterover en grissen een stuk lookworst en rillettes mee. Dan moeten we hoogdringend verder, weer de koers in.

Dominique blijkt een begenadigd rallyrijder. Jos kent het parcours als z'n broekzak en wijst blind de weg. We snijden bochten aan alsof er iemand ligt dood te bloeden op de achterbank en we op weg zijn naar de spoed. In de koffer rammelen de koffiemokken. Mijn maag ziet elke hoek van mijn buikholte. Rode lichten worden genegeerd wanneer Dominique besluit dat ze geen functie hebben. Spookrijden mag wanneer de nood hoog is. Treuzelende voorliggers halen we rechts in, door een keurig vers geploegd veld. Ik sla 7 keer m'n handen voor m'n ogen. Maar we zijn wel op tijd voor de volgende kasseistrook. Dat ik dringend moet plassen is bijzaak. Over de radio vernemen we dat Iljo Keisse tegen een verkeersbord is geknald. Exit Iljo. Even later komt Tiesj Benoot onzacht in aanraking met de achterruit van een ploegwagen. Exit Tiesj. Koersen is soms vooral een afvalrace.

Tijdens hun tweede passage zien de favorieten er een stuk minder fris uit. Bestofte tronies, de ogen diep in de kassen, blik op oneindig. Ik check of Sep er nog zit. Sep zit er. Hij zit prima. Ik juich. Als ik iemand die kassei gun, dan Sep Vanmarcke wel, de man die Murphy altijd en overal in z'n kielzog heeft. Ik zou die verrekte erekassei met m'n blote handen uit de grond wrikken om Sep ermee op het podium te zien staan.
"Die grote jongen van Quickstep die zo hard kan rijden, hoe heet die nu weer?" vraagt Jos. "Tim Declercq, ook wel eens 'de tractor' genoemd", antwoord ik stellig. "Nee, het is niet Tim Declercq", sputtert Jos. Ik weet heel erg zeker dat het Tim Declercq is en zou Tim tussen duizend andere renners herkennen, maar ik ben een vrouw, dus moet bewijzen dat ik weet waarover ik het heb. Mijn  antwoord wordt online gefactcheckt, en ik blijk zowaar gelijk te hebben. Uiteraard heb ik gelijk. Een tiental koersweetjes verder durf ik stilaan hopen dat ik volgend jaar weer mee mag. Maar er is geen tijd voor uitvoerige beschouwingen, want we hebben haast.



Het belachelijk hoge tempo eist z'n tol: renners zwalpen, smakken tegen de grond en geven op. Dominique besluit een tandje bij te steken en legt ons geheime traject af zonder te remmen. We kreunen in stilte op de achterbank. Niemand heeft honger. Ik moet nog steeds plassen, maar besluit dat te negeren. Parkeren waar het eigenlijk niet mag of kan, uit de auto springen, een sprintje trekken van zodra we de helicopter horen, post innemen, liefst in een bocht: het wordt snel routine. Ik ren over de veldwegen alsof er iets te winnen valt, en heb nog nooit zo vurig gewenst dat ik rechtstaand kon plassen.

Op onze laatste post is de kopgroep stevig uitgedund. Vooraan rijden Philippe Gilbert en Nils Politt. Ik staar als verdoofd naar de gebeitelde en gefocuste kop van Gilbert en vergeet een seconde lang waar ik ben. Een smak tegen m'n linkerhand, mijn telefoon die uit m'n hand wordt gekwakt, een paar meter verder de berm in. Ik hoor iets roepen in het Duits en zie nog net de rug van Nils Politt verdwijnen in de verte. Ik stond in de weg, zo blijkt. Pijnlijk gênant voor iemand die thuis steevast naar de televisie brult dat die dwaze toeschouwers uit de weg moeten. "Je had bijna het nieuws gehaald", lacht Dominique. Ik zou het mezelf nooit vergeven hebben als Politt door mijn schuld was gevallen. Van consternatie vergeet ik bijna te checken waar Sep zit. Sep zit goed. Sep is mee. Sep is een en al focus. Wout, die we collectief afgeschreven hadden na dubbele pech, komt op miraculeuze wijze aansluiten. Hij ziet eruit alsof hij uit een net belaagde loopgraaf komt: asgrauw en met lege ogen. Sagan, de rockgod der hedendaagse wielerhelden, trapt op automatische piloot en karakter verder, maar smacht zichtbaar naar de finish.



Laatste halte: een sportcafé in een dorp waar de kermis de koers doorkruist. We zien de Rwandese Joseph Areruya langskomen met een paar andere gedropte kompanen. Iedereen juicht voor Joseph. Ik vraag me af wat hij denkt, temidden van deze koersgekte, dokkerend over brute kasseien in een land waar geld genoeg is voor asfalt, maar waar kasseien erfgoed zijn.

Tijdens de zenuwslopende finale, die we gadeslaan zonder de lyrische snoeverijen van Michel en Karl, sneuvelen twee van mijn vingernagels en nip ik van een belachelijk groot uitgevallen picon-vin blanc in een bierglas. Een viertal Franse stamgasten zit rustig te kaarten, onverstoorbaar tussen de opgefokte Vlaamse koersfans. Ik vloek voor Sep met de kapotte fiets en voor Wout met de lege benen, en bid voor Gilbert, die vandaag nog een meter groeit in de ogen van wie hem al lang een grote meneer vond. 36 is hij, een leeftijd waarop een coureur aan zijn pensioen hoort te denken. Phil is nog lang niet klaar voor z'n pensioen. We brullen hem hem over de meet. Of er een Belg gewonnen heeft, wil een kaartende stamgast weten. We bevestigen. "Ha, c'est bien ça". De koers kan hem gestolen worden, zoveel is duidelijk.

Pas thuis zie ik de aankomstbeelden van de minder fortuinlijken van de dag. Vanmarcke is ontroostbaar. Van Aert kan amper nog spreken en valt van z'n fiets het gras in, zoals je drilpudding op een bord stort, happend naar adem. Reporters duwen genadeloos een microfoon onder hun neus en stellen vragen, en nog meer vragen, ook wanneer al lang duidelijk is dat er geen zinnige antwoorden zullen komen, dat er alleen onpeilbaar verdriet en uitputting te rapen vallen. Wat zou ik een feeks van een rennersvrouw of ploegleider zijn, zo eentje die aasgieren nijdig uit de weg duwt.
Gilbert spoelt het stof en het zweet van zijn pezige lijf in de legendarische douches van de velodroom van Roubaix. In geen enkele andere sport komen reporters op het idee vermoeide atleten te achtervolgen tot in de douches.
Terwijl ik een pondje Noord-Frans stof uit beide neusgaten snuit, bedenk ik dat de koersoverdrijvingen en -hyperbolen soms gewoon kloppen; dat de hemel van de een en de hel van de ander verdacht veel op elkaar lijken. Nog 364 dagen en ik mag weer mee.