biekesblog


zaterdag 15 februari 2020

Voorjaarskoorts

Zo verweesd en heilloos als de koers der vallende bladeren ons achterlaat, zo kinderlijk ongedurig en opgewonden wordt deze wielerliefhebber van het uitkijken naar de eerste Vlaamse voorjaarskoers. Dat de winter op z'n laatste en vermoeide benen loopt en de dagen lengen helpt de laatste weken naar het mooiste startschot van het jaar overbruggen zonder kleuterig gedrein dat het nu wel lang genoeg heeft geduurd.

Terwijl ik me geduldig opwarm aan vriendelijke oefenrondes, van Colombia tot in de Algarve, tel ik elke dag hoeveel agendablokjes me scheiden van de vrolijkste koersdag van het jaar. De koppige nostalgici blijven haar bokkig De Omloop Het Volk noemen. Koersintellectuelen die zich graag onderscheiden van het wielerplebs houden het op Gent-Gent, wat belachelijk is vermits de streep in Ninove ligt. Wie twijfelt zegt gewoon De Omloop, een laffe poging om geen kant te hoeven kiezen. Waarom zou je iets na negen jaar nog "nieuwlichterij" noemen, vraagt de pragmatische koersadept zich dan weer af.

De Omloop is niet de mooiste of beklijvendste koers van het jaar. Het is geen Monument, dat winnaars doet janken van emotie en toeschouwers de handen voor de ogen doet slaan van onhoudbare spanning. Alle hobbelige kasseien en scheve hellingen ten spijt, is het vooral de timing die mij reikhalzend doet uitkijken naar De Omloop. Alsof iemand de gordijnen opentrekt na een kille, donkere nacht en het buiten plots schijnt te zomeren.

De Omloop is de Dag des Oordeels voor wie spontaan koket gaat lispelen bij het uitspreken van het woord "klassieker".
Vormpeil, gewicht, ambitie, grinta en goesting van het popelende peloton worden aan ongenadige, vakkundige en voortvarende analyse onderworpen. Kansen worden berekend en verworpen. Nieuwe teamoutfits en een lijst begrijpelijke en onbegrijpelijke transfers doen commentatoren en kijkers twijfelen en missen.

De langgerekte -ie in de kielemeters van José en de potjandorie's van Michel brengen ons thuis, na lang en richtingloos dwalen.
Aan het eind van de namiddag, wanneer de bloemen in het publiek zijn gemikt en al het melkzuur is weggemasseerd, zal Michel afscheid van ons nemen, met een warm en welgemeend "tot morgen in Kuurne". Het allermooiste aan De Omloop is niet de omloop zelf, maar al het moois dat er vanaf nu te verlangen valt.








woensdag 18 december 2019

Grand Cru 2019

In deze donkere en koersloze tijden rest ons, verweesde koersliefhebbers, weinig meer dan terugblikken en verlangen. Het verlangen is verrekt langgerekt en brengt dan ook weinig troost. Terugblikken doen we des te gretiger. Niet geheel toevallig omdat het voorbije koersjaar van een uitzonderlijke schoonheid was. In vinologische termen: een Grand Cru Château Lafite Rothschild van 1953. Of voor de vogelspotters onder ons: een kwartelkoning of een grauwe klauwier.

Wij mensen houden van lijstjes en polletjes. Iemand die daar voor heeft gestudeerd weet die hardnekkige neiging vast onderbouwd te verklaren. De mooiste, de beste, de verdrietigste, de spectaculairste en de ellendigste: we lijsten ze op, we geven ze scores, we hanteren volgordes, we wikken en schikken tot er een schijn van orde ontstaat in ons onbetrouwbare geheugen.
Daarom deze volstrekt willekeurige, intuïtieve en subjectieve terugblik op de onvergetelijkste momenten, momumenten en hoofdrolspelers van het koersjaar, zonder volgorde of logica. Koers is geen wiskunde.

Mathieu en klein pierke

Het ultieme "dat kan niet"-moment viel op Paasdag, terwijl we uitbuikten van de lamskroon en de chocolade paastaart. De Amstel Gold Race is doorgaans niet het soort koers waarvoor een mens koste wat kost wakker wil blijven. Tot een lichte toonverheffing in de stem van Michel mij uit mijn sluimerstand haalde. Wat een titanenduel tussen Alaphilippe en Fuglsang had moeten worden draaide uit op het soort 'surprise'-moment, enkel vergelijkbaar met het soort verbijstering dat een mens te beurt valt wanneer hij een lang dood gewaande kennis tegen het levende lijf loopt. De 400 meter die Van der Poel scheidden van de kop waren niet meer te overbruggen. Dat wisten wij kenners wel zeker. Dat dit niet het jaar van de zekerheid zou worden, daarvan hadden wij op dat ogenblik nog geen weet.
"'t Is toch niet waar? 't Is toch niet waar? 't is wél waar! God en klein Pierke!" riep Michel extatisch. "Mannekes, mannekes!" kreunde José. De jeugdige Hercules van het peloton, een beginner godbetert, kwakte z'n uitgewrongen lijf tegen het asfalt en schreeuwde z'n eigen verbazing uit z'n goddelijke longen. 
"Ik heb het geluk dat ik een redelijk snelle sprint in huis heb na een zware koers", verklaarde Mathieu na afloop droogjes. Geluk is soms gewoon een ander woord voor het onmogelijke. 

Hypnotische rondjes

Toen Victor Campenaerts met bombarie aankondigde dat hij het werelduurrecord zou breken, ging er her en der een wenkbrauw omhoog. Victor wie? Het palmares van Campenaerts leest niet als een omnibus. Een etappe in de Ruta del Sol en eentje in de Tirreno Adriatico, niet toevallig allebei tijdritten. Twee keer Belgisch kampioen tijdrijden (een eitje) en twee keer Europees kampioen tijdrijden, niet eens tegen de groten der aarde.
Laten we wel wezen: Campenaerts is geen topcoureur. Dat weet hij zelf ook. Zijn vriend Jef Van Meirhaeghe wond er geen doekjes om: "Victor heeft geen koersverstand". Eerlijke vrienden zijn de beste. In de laatste 10 kilometer beet Victor de vastberadene door de pijn van bijtend melkzuur, zoals een normaal mens door een te lang geroosterd stukje toast. Hij draaide rondjes als een wasmachine op het droogzwierprogramma terwijl ik nagelbijtend heen en weer ijsbeerde voor het tv-toestel waar José en Renaat eerbiedig fluisterden. Ik vond het prachtig. "Misschien zal dit het hoogtepunt van mijn carrière blijven", reageerde 'Vocsnor' zelf na zijn imposante exploot. Dat zou best kunnen. Maar misschien is dat niet erg. Misschien volstaat de herinnering aan dat ene memorabele en magische uur, waarin hij een werd met zijn fiets, half mens - half machine werd, en de grenzen van de pijn aftaste en overschreed.

Remco het Godenkind

Tot vervelens toe ging hij over de tongen. Niet altijd in goede zin. In dit land wordt ongebreidelde ambitie al snel verward met hoogmoed. En van hoogmoed houden wij koersliefhebbers al evenmin als van wieltjeszuigers. "Dat we het nog wel eens zouden zien, wat dat menneke ervan zou bakken in z'n eerste profjaar". Het menneke haalde z'n schouders op, trainde en werkte zich de pleuris en stak een virtuele middelvinger op naar iedereen die het had gewaagd aan hem te twijfelen. Eerst was er dat waanzinnige Baskische nummer: lossen op de Mendizorrotz, de rest weer bijbenen, eventjes bidons halen en brengen, een aanval weren en er dan doodleuk alleen van doorgaan, een geslagen Valverde en co verbijsterd achter zich latend. Het was geleden van de swingende jaren twintig dat een tiener een knoert van een klassieker achter z'n naam had gezet. Even later 
stond hij met Europees goud in het tijdrijden rond z'n nek, met aandoenlijk rode ogen van het onbedaarlijk huilen. 

Sprookje

Mijn bloeddruk en zenuwstelsel zijn nog steeds herstellende van de thriller die ongeleid projectiel en meester ontsnapper Thomas De Gendt die stralende zomerdag regisseerde. Het startschot echode nog na in onze oren of weg was hij. Tussen Macon en St-Etienne reed hij 200 kilometer in de aanval, eerst in kloek gezelschap, op de laatste helling van de dag moederziel alleen, zoals alleen hij dat kan. Oerend hard ging hij. Maar achter Tommy barstte de strijd om het geel los als onweer na een snikhete zomerdag. Het zag er slecht uit. Het zag er hopeloos uit. Het kon niet. Ik vloekte alvast, kwestie van de ergste teleurstelling voor te zijn. Op anderhalve kilometer had ik al mijn nagels opgegeten, had Thomas nog een bespottelijke 10 seconden voorsprong en zagen de twee Franse kampioenen hem voor zich uit rijden, als een gedroomd mobiel mikpunt. Maar hij viel niet stil. "Het zit er aan te komen, he. Het zit eraan te komen. Ik ga er bij staan. Ik heb wel geen pet aan, maar ik doe ze af, en die andere 10 ook. Viva De Gendt!" kukelde Michel, in alle bestaande en onbestaande staten. Ik veegde onbestemde tranen van opluchting weg zoals Thomas de glorieuze grijns van z'n stoffige tronie. 

Chouchou

Wout had een klotejaar achter de stalen kiezen. Het hele crossseizoen lang had hij op het het achterwiel van die lastige Hollander gekeken en dan was er nog die ellendige Nick Nuyens met z'n schadeclaim. Maar toen kwam die geweldige derde plaats in de Strade Bianche en een even helse als heroïsche Parijs-Roubaix. Wat als hij daar niet gevallen was? ‘Wat als?’ Is waardeloos in de koers. Gelukkig moest het beste nog komen. Wout, crosser en eerstejaarsprof, werd Belgisch kampioen tijdrijden, een discipline waar de gemiddelde Vlaamse kassei- en modderfan decennialang z'n bonkige schouders voor had opgehaald, maar waar we ons sinds kort in onderscheiden (danku Victor). Al de rest was lobbig opgeklopte hoeveslagroom op de taart: 2 ritten in de Dauphiné, een masterclass ploegentijdrijden in de Tour en bovenop de toef slagroom de geconfijte kers in de vorm van een onwaarschijnlijke etappezege. De verblufte grimas van geklopte rassprinter Viviani en het cartoonmondje van Oliver Naesen kregen we er zomaar gratis bij. Temidden van al die rörung bleef Wout zijn minzame en vriendelijke zelf, zoals wij onze coureurs graag hebben. Een knuffel voor zijn getergde ploegmaat Groeneweghen en het opgestoken handje naar Stig Broeckx: natuurlijk werd Wout in een luttel jaar tijd de chouchou der koersvrienden. 
En toen bleef Wout haken aan een dom geplaatst hek. Wout viel. Zo hard en griezelig en lelijk als alleen wielrenners vallen. Zo’n val die iedereen die ongewild toekijkt luid naar adem doet happen. “Opgave van Aert” stond er zomaar ineens op het scherm. Ik staarde wat ongelovig naar de stomme letters. Even voordien hadden we zijn moeder luidop horen hopen dat haar kind heelhuids thuis zou komen, “want dat is het belangrijkste”.  

Annemiek from space

“Monsterlijk”, “waanzinnig”, “merckxiaans”. Koerscommentatoren en -verslaggevers kijken zelden op een hyperbooltje meer of minder, maar zelden was een adjectief zo welgeplaatst. Voor de superieure wijze waarop Annemiek wereldkampioene werd in Yorkshire vallen enkel uitroeptekens te bedenken. Van Vleuten startte de langste solo tijdrit in de geschiedenis van de koers en reed 105 km lang alleen naar de finish. Niemand kon volgen. Spannend? Nee. Buitengewoon in ieder geval. Zelfs José zat er bij te stamelen. Dat Annemiek na de vijfde etappe van de Giro Rosa al "the alien" was genoemd door Elisa Longo Borghini was geen toeval. Van Vleuten op haar best is buitenaards.

De koning der Belgen

Pissig was hij. Vernederd. In zijn eergevoel en terechte trots gekrenkt. Dat hij, de rots in de branding van het nationale wielrennen, de koning van het klassieke palmarès, niet mee mocht naar de Tour, dat viel zwaar op de maag. We hadden toen al kunnen weten dat die harde Ardeense kop op revanche broedde. Hij had tedju Parijs-Roubaix gewonnen, de voorlaatste en de hobbeligste van de klassiekers op zijn bucketlist. In de geschiftste aller ronde-etappes, met een monsterontsnapping, een Movistar-manoeuvre om je schoenen van op te eten, waaiers als windmolens en een recordsnelheid van gemiddeld 50,63 per uur, knalde Philippe Gilbert als een kanonskogel over sprinter Sam Bennett heen. Het mooist van al was misschien wel de gulheid waarmee hij de afvalrace afwerkte: Phil liet geen kans onbetuigd om z'n hardwerkende ploegmaat Tim De Clercq te bejubelen en oogste eeuwige bewondering voor de manier waarop hij in de laatste klimetappe z'n jonge en zwaar gehavende ploegmaat James Knox naar de finish bracht, als een vader die over z'n zieke zoon waakt. Maar ook koningen falen. Wat zijn WK moest worden werd een calvarie. King Phil viel verkeerd en geraakte niet meer vooruit, zelfs niet met de steun van de beste schildknaap. Ook koningen kunnen huilen.

Focaccia met jong beleg

Zelfs na drie volle weken in de schijnwerpers slaagde Tadej Pogacar er niet in José zijn naam deftig te laten uitspreken. José vond dagelijks wel een nieuwe pronunciatie, maar hield het doorgaans bij iets wat met enige goede wil op focaccia leek. In de mond van José klonk het even knapperig vers als zo'n broodje idealiter uit de oven komt. Het verse broodje had de Ronde van de Algarve en de Ronde van Californië op zak, maar zo'n lange, grote ronde zou vast te zwaar zijn voor een eerstejaarsprof. Meer dan een eerste kennismaking met het echte rondewerk moest het niet worden. Het piepkuiken dacht daar anders over en ging naar huis met 3 etappezeges, de derde plaats in het eindklassement en de witte trui. In de 20ste etappe liet hij jan en alleman achter op 40 km van de meet en duwde hij Quintana op de valreep van het podium."Ze zitten allemaal pieredood", meldde Michel, terwijl Pogacar, die verre van pierdood bleek, naar de vod klauterde. "Een grote uitspatting van hardnekkigheid en het mooiste stukje dat ik in deze Vuelta gezien heb." 

Arme jongen

Boom- en geitenknuffelaar, colkunstenaar, eeuwige twijfelaar. Thibaut en de Tour: het was altijd al moeilijk. Niet deze keer; deze keer zou het lukken. Dansend gooide hij zich omhoog op de Pyreneeëncols. Niemand klom mooier, krachtiger, soepeler dan Pinot. Alsof hij de top voorbij zou fietsen. Maar wielergoden zijn sadisten. De exit van le beau Thibault Pinot staat met een breekmes op mijn netvlies gekrast: de ondraaglijke aanblik van de huilende renner die maar bleef doorfietsen, terwijl al lang duidelijk was dat het niet meer ging. Dat dit onheil uitgerekend deze prachtige, offensieve Pinot moest overkomen, die eindelijk de banvloek genaamd Tour de France leek af te werpen, het was om alle al dan niet bestaande wielergoden voor eeuwig te verwensen.

Vossenstreken

19 zeges schreef Marianne dit jaar achter haar naam. Niemand deed beter. Vooral de manier waarop ze de Giro Rosa domineerde en in de 2deetappe voorbij de ontsnapte Lucy Kennedy jumpte als een kat die een muis besprong, deed verdacht veel denken aan die landgenoot van haar, niet geheel toevallig ook een veldrijder. In La Course knalde Vos van op 400 meter op en over Amanda Spratt, recht richting podium. En dan was er nog die imponerende solo in de ronde van Noorwegen. Marianne is een unicum, voorlopig zonder houdbaarheidsdatum. Ooit zal er een Marianne Vos-standbeeld worden gehuldigd. Dat weet ik zeker.

De Tommy en Timmy-show

Ze hadden er schik in, de vrolijke vrinden De Gendt en Wellens. Altijd vooraan; altijd in elkaars buurt; altijd klaar om aan te vallen, liefst met twee. Hun gezamenlijke Tour leek een padvinderskamp en een langgerekte voorbereiding voor hun ‘final breakaway'. Ze gunden elkaar alles, jenden elkaar liefdevol en fietsten door de dagen als puppies. Samen uit, samen thuis, nooit tijd om zich te vervelen. Niemand bezorgt mij meer onweerstaanbare fietsdrang, geen betere reclame voor de koers en de fiets dan dit onverstoorbare setje koersplezier.

Alfaphilippe

Wie anders dan Juju, Loulou, de platgeknuffelde Franse chouchou, was de flikkerende poolster van de show? Julian Alaphilippe, een renner met een naam die voorbestemming suggereert, werd de vleesgeworden wielerdroom, de uitdager van de koerslogica. Hij deed ons wekenlang dromen en fantaseren, bedankte z’n team, knuffelde z’n vader, gaf z’n gele trui aan een verkleumd kind en toonde zich de koning van de sportiviteit. We vergaten bijna dat Juju ook al het hele voorjaar had gekleurd. Maar de man die nooit opgaf moest uiteindelijk z'n koppige hoofd buigen op de eerste steile Alpenklim. De koerslogica werd wakker, rekte zich uit en sloeg toe, terwijl wij 2 weken lang geloofd, gehoopt, gebeden hadden dat sprookjes bestaan. 

Nooit meer

Ook de uitzonderlijkste jaren sparen geen verdriet. Een renner die niet opstaat. Een fiets die blijft liggen. Een laagje ijs over onze borstkas. Een zeemansknoop in de maag. Wachten op het onafwendbare verdict. Nooit meer juichen. Talent beschermt je niet, houdt het noodlot niet tegen. Talent is even verraderlijk diep als duizelingwekkend hoog. Een pad dat door de bergen slingert, instagramwaardig mooi, maar dodelijk als je even niet oplet.
Koers is prachtig, maar koers is bijzaak, vooral wanneer het jong leven kost. 

Haalden de selectie niet om redenen van divers allooi, maar hadden er net zo goed wel kunnen staan:

Richard Carapaz, de boerenzoon uit Ecuador, die zijn land leerde wat koers is en zijn roze trui weerspiegeld zag in het bubblegumroze licht waarmee de Ecuadoriaanse regering de overheidsgebouwen belichtte na zijn zege in de Giro.

Primoz Roglic, de man van weinig woorden, die zelden een gedachte of twijfel deelt, maar zich onderscheidde als een van de beste ronderenners van zijn generatie door een bootcamp van een Vuelta achter zijn naam te schrijven.

Bauke Mollema, het hobbelpaard van het peloton, de ongekroonde keizer der harkerige hardnekkigheid, de immer flegmatieke Fries met de knokige schouders, die de koers van de vallende bladeren kaapte, iets wat hem door iedereen binnen en buiten het peloton van harte was gegund.

'Oldie' Valverde, even gewiekst en ijdel als getalenteerd, die erin slaagde zijn eigen ploeg te verdelen omdat dat ook een manier van heersen is. 

Dylan Teuns, die als een arend met wijd gespreide vleugels over de streep van La Planche des Belles Filles kwam gestreken, met een grijns zo breed als het peststrookje dat hij had overwonnen steil was.

Chloe Dygert, een natuurfenomeen dat dat de Nederlandse wielervrouwen 's nachts wakker houdt in hun warme bedjes.

Cecilie Uttrup Ludwig, de droom van elke koersreporter, die na de Ronde van Vlaanderen zelfs de meest rabiate koershater vertederde met het opbeurendste en meest hilarische interview van het jaar.

Het zweet van de buitengewone lead-outs, de domestiques, de ploeteraars, de working class heroes zonder wiens noeste arbeid het podium leeg was gebleven. Dries Devenyns, Tony Martin, Tim Declerq, Laurens De Plus, Morkov & Richeze, Montfort, en zoveel anderen die uren aan kop in de wind reden om hun kopman te behoeden.

Sep, die ik elk jaar een kassei wens, van de hoekigste en zwaarste kwaliteit, en voor wie ik deze winter een dikke kaars brand.

Olie, Greg, Jasper, consistent, altijd goed, maar altijd net niet.

Ik hoop ze volgend jaar allemaal een eervolle vermelding te geven.





















maandag 16 december 2019

Annie Londonderry



Boston, 25 juni 1894, 11u ’s ochtends. Voor het Massachusetts State House hebben 500 mensen zich verzameld om een jonge vrouw uit te wuiven die klaar staat voor een doldrieste onderneming. 
Annie Cohen-Kopchovsky arriveert in een rijtuig en stapt uit, gekleed in een paar lagen lange wijde rokken, een strak jasje met pofmouwen, lange handschoenen, en een hoed. Ze begroet haar publiek alsof ze nooit iets anders heeft gedaaan.
Niets is minder waar. 

Annie is 24, de vrouw van Max Kopchovsky, moeder van drie jonge kinderen, een Letse immigrante in Amerika, en een  Joodse in een stad die bekend staat om haar antisemitisme. 
Annie is allesbehalve glamoureus en in geen geval gewend aan publiek.
Wat haar bezielt om de wereld rond te fietsen weet niemand. Tot 3 dagen voor haar vertrek heeft Annie nog nooit op een fiets gezeten, dus van passionele liefde voor de fiets is alvast geen sprake.

Volgens Annie zelf wil ze een weddenschap winnen met twee rijke zakenmannen, die ze hoorde beweren dat geen enkele vrouw de wereld zou kunnen rondfietsen en daar nog geld mee verdienen ook. De mannen zetten 20.000 dollar in, een fortuin in die tijd.
Niemand weet wie de mannen waren, en alles doet vermoeden dat ze nooit hebben bestaan. 
Wat we wel weten is dat het verhaal van de weddenschap voor ophef zorgt. Annie haalt de kranten met haar gewaagde plan. En laat dat nu net de bedoeling zijn.
Een vervelende bijkomstigheid: een vrouw die haar man en 3 kinderen van 5, 3 en 2 jaar achterlaat maakt weinig kans op populariteit. De man en de kinderen moeten dus zorgvuldig weggemoffeld worden. 

Een waterbedrijf brengt redding in de vorm van een verregaande sponsordeal avant la lettre. 
Een vertegenwoordiger van de New Hampshire’s Londonderry Spring Water Company stapt naar voor, overhandigt Annie 100 dollar, en bevestigt een reclamebanier aan de fiets. Mrs. Annie Cohen-Kopchovsky wordt Miss Annie Londonderry.
Links van Annie staat Kapitein Peck van de Pope Manufacturing Company, met aan zijn hand een blinkende Columbia fiets van 41 kilo, het gevaarte waarop Annie haar avontuur zal ondernemen. Onder luid applaus neemt Annie de fiets in ontvangst en rijdt ze weg, de wereld in, richting vrijheid en eeuwige roem.

Vrijheidsmachine

Negen jaar voor Annie op haar eerste fiets stapt vindt John Kemp Starley de safety bike uit, de eerste fiets met kettingaandrijving en 2 gelijke wielen. Er breekt een gouden fietstijdperk aan. Eindelijk een betaalbaar vervoermiddel waar bovendien iedereen mee kan rijden. Zelfs vrouwen. Hoewel. 
De eerste fiets is een mannenmodel, de omgekeerde driehoek. De Victoriaanse vrouwen dragen onhandig lange en dikke lagen enkellange rokken. Het is een huzarenstukje om met die rokken op zo’n fiets met stang te klimmen. De uitvinding is dan ook overduidelijk niet voor hen bedoeld.
Maar vrouwen willen en zullen fietsen, en fietsfabrikanten zien zich vrij snel genoodzaakt een fiets met lage instap te produceren. Fietsen in een Victoriaanse jurk blijft een uitdaging en het razend populaire nieuwe vervoermiddel inspireert al snel tot het ontwerpen van comfortabeler kledij voor vrouwen. zoals wijde broeken of broekrokken: de legendarische bloomers. 
Nu is niet iedereen onverdeeld enthousiast over die vrouwenbroeken. Aan de broek zijn rigide ideeën over mannelijkheid en vrouwelijkheid verbonden. De broek representeert het terrein van de man; de rok of jurk dat van de vrouw. Als dat onderscheid vervaagt zal er complete verwarring ontstaan over de rollen van vrouwen en mannen in de samenleving. Vrouwen die broeken droegen betekenen niets minder dan normvervaging en moreel verval.



In Norwich, New York, in 1895, besluit een groep jonge mannen een charter te tekenen waarin ze plechtig beloven zich op geen enkele manier te verbinden met vrouwen in bloomers en om alle eerbare manieren in te zetten om dit weerzinwekkende kledingstuk onpopulair te maken in de gemeenschap waar ze deel van uitmaken. Hun doel, dat nooit gerealiseerd wordt, is het oprichten van een anti-bloomerbrigade.
“Een dappere poging”, spot de Chicago Sunday Times-Herald, “aangezien de dragers van de bloomers doorgaans jonge vrouwen zijn met een eigen mening en een tong die van spreken weet.” Een omschrijving die Annie perfect past.

Vooruitstrevende vrouwen die zich in het openbaar vertoonden in bloomers, laat staan in een broek, zijn onaantrekkelijk, aanstootgevend en onfatsoenlijk. De vaststelling dat vrouwen benen hebben is te schokkend voor de puriteinse samenleving van die tijd.
De bezwaren tegen fietsende vrouwen beperken zich overigens niet tot hun kledij. Er werd gefluisterd dat fietsen seksueel stimulerend kan zijn voor een vrouw. Om de opwinding in te perken worden er voor vrouwen zogenaamde "hygiënische" zadels ingevoerd zonder padding en wordt het stuur verhoogd zodat de fietsende vrouw minder voorover moet leunen en dus minder druk uitoefent op haar genitaliën.
De morele hoeders van de samenleving krijgen zelfs steun uit medische hoek:
Sommige artsen beweren dat fietsen nefast is voor de vrouwelijke fysiek, dat het de nieren, de lever, de baarmoeder zou kunnen beschadigen en dat fietsende vrouwen de menselijke voortplanting in gevaar brengen.

Alle mogelijke tegenwerpingen worden uit de kast gehaald om vrouwen van de fiets te houden. In de Chicago Daily News uit 1894 klaagt een anonieme auteur aan dat de bezorgdheid om de gezondheid van vrouwen wel erg selectief is: "Wanneer een vrouw iets wil bijleren of simpelweg iets voor haar plezier wil doen, is er altijd wel iemand die haar waarschuwt dat het belangrijk is dat ze zichzelf niet bezeert. Terwijl diezelfde vrouw wel tien uur lang in fabrieken kan werken, uren over naaimachines gebogen kan zitten of achter de toonbank van slecht geventileerde winkels kan staan - niemand die dan over haar welzijn protesteert."

Het echte bezwaar is ontstellend eenvoudig: een vrouw op een fiets is een vrijere vrouw. Ze kan gaan en staan waar ze wil, en dat helemaal alleen. Vrouwen die er alleen op uit trekken voor hun eigen vertier zijn onwenselijk. De fiets is een vrijheidsmachine, en van vrijheid, daar moeten vrouwen zo ver mogelijk van weg blijven. 
Dat doen ze niet. Integendeel. De talloze snel opduikende fietsfabrikanten zien in de vrouwen een gedroomde en onuitputtelijke afzetmarkt en maken massaal reclame voor vrouwenfietsen, alle morele, maatschappelijke en andere tegenkantingen ten spijt

Overschat

Van dit alles trekt Annie zich buitengewoon weinig aan.
Annie heeft een doel en is niet van plan zich zomaar uit het lood te laten slaan.
Annie heeft maar één agenda: de hare. 
Ze is zelf dol op verhalen van avontuurlijke wereldreizigers. Ze weet dat die verhalen op heel wat aandacht van pers en publiek kunnen rekenen. Avontuur staat gelijk aan vrijheid, maar ook aan roem. Geen aandacht zonder publiciteit. Die publiciteit weet ze perfect te vinden en te creëren. Iedereen wil weten hoe het de bizarre en fascinerende jonge vrouw vergaat. Annie creëert vraag en levert aanbod. Na elke etappe brengt Annie gretig verslag uit van haar avonturen, en iedereen wil die avonturen lezen. Geen krant die haar negeren kan.
Het fietsen zelf loopt heel wat minder vlot. Het ziet ernaar uit dat Annie zichzelf schromelijk heeft overschat.



Op 24 september 1894, drie lange en slopende maanden na haar overmoedige start in Boston, peddelt Annie Chicago binnen, 10 kilo lichter en uitgeput. Alle publiciteit ten spijt lijkt succes verder af dan ooit. 
Haar Victoriaanse rokken zitten in de weg. Haar fiets van 41 kilo is lomp en traag. Haar complete gebrek aan planning speelt haar parten. De herfst staat voor de deur. Het is ondenkbaar dat Annie de Rocky Mountains kan oversteken voor de eerste sneeuw valt. Miss Londonderry gooit de handdoek in de ring en verklaart publiekelijk dat ze de strijd staakt. 

Maar terwijl ze op adem komt in Chicago gaat ze verwoed op zoek naar een andere manier om roem en glorie te vergaren. In geen tijd heeft ze een deal met de Sterling Cycle Works Company, een bedrijf dat fietsen van topkwaliteit produceert. Op 14 oktober stapt Annie onder grote publieke belangstelling op haar gloednieuwe en vederlichte Sterling mannenfiets, deze keer zonder rokken, maar in bloomers. Vastberaden haar plan tot een goed einde te brengen.

“Een nieuwe fase in de ontwikkeling van de vrouw brak gisteren aan in de vorm van een charmante en opmerkelijke jongedame in mannenkledij op een mannenfiets. Miss Annie Londonderry is de naam van de moedige jonge vrouw die de wereld rondreist op een fiets. Ze gelooft dat ze het kan, met de verbetenheid en ondernemingszin van de moderne vrouw, en is vastberaden om te slagen, of om te sterven in haar poging.”Zo schreef de Utica Sunday Journal daags na haar aankomst.

Fictie

Waar Annie komt trekt ze de aandacht. Van vurige bewondering tot argwanende nieuwsgierigheid. Niemand weet beter hoe je pers en publiek bespeelt dan de mysterieuze miss Londonderry. De collectieve fascinatie voor Annie, haar fiets en haar verhalen groeit naarmate haar fantasie op hol slaat. 

Logica en geloofwaardigheid spelen amper een rol in Annies wilde verhalen. Kritikasters proberen haar te ontmaskeren als leugenaar en bedriegster. Maar voor elke reporter die haar een manwijf of een regelrechte schande noemt, zijn er drie die haar heldenmoed, haar charme en haar onafhankelijkheid bezingen. Waar ze aankomt wordt ze als een heldin onthaald. Waar ze vertrekt wordt ze geestdriftig uitgewuifd. Ze spreekt voor volle zalen. Overal fietsen mensen, meestal mannen, met haar mee, tot waar het hen uitkomt of tot ze hun gezelschap beu is.

Haar verhalen past ze aan aan haar humeur, aan het weer, aan de plek waar ze zich bevindt, aan de verwachting van haar toehoorders. Nu eens is ze een weeskind, dan weer een studente in de rechten, een boekhoudster, een reporter of een rijke erfgename. Meestal is ze ongetrouwd en kinderloos, maar soms, wanneer de vraag niet te negeren of af te wimpelen valt ook niet. De afstanden die ze beweert af te leggen zijn zelfs met een hedendaagse elektrische fiets zo goed als onmogelijk. Van Amerika naar Le Havre, van Le Havre naar Marseille, vervolgens naar het Egyptische Alexandria, dan naar Colombo, Singapore, Hong Kong, Shanghai, Nagasaki, Yokohama en weer terug naar Amerika.



Het is meer dan waarschijnlijk dat ze een aanzienlijk deel van haar tijd doorbrengt op treinen en stoomboten, maar daar stapt ze steevast af met de uitzinnigste verhalen.
Ze jaagt op tijgers op de rug van een olifant in India.
Ze roept zichzelf uit tot correspondente en ooggetuige van de bloedige oorlog tussen Japan en China over Korea. In haar ijverige correspondentie met de Amerikaanse pers beschrijft ze gruwelijke gedetailleerde oorlogsscènes, vertelt hoe ze door het ijs van de Pontoon rivier zakt, beschoten wordt door Chinese soldaten, gevangen wordt genomen door de Japanners, en daarna bevrijd door 40 Franse soldaten. In een maïsveld ergens in het wilde westen wordt ze door twee mannen onder schot gehouden en bijna beroofd. Om haar verhaal kracht bij te zetten ensceneert ze het voorval om het op foto te laten vereeuwigen. Een foto die ze ontelbare keren zal tonen en verkopen.
Voor geen enkel van haar heroïsche vertelsels is enig bewijs te vinden, maar daar maalt bijna niemand om, op een aantal verbolgen journalisten en waarheidsjagers na.

“Als attractie kan Miss Londonderry bezwaarlijk een succes worden genoemd,”schrijft de Pittsburgh Chronicle-Telegraph.“Het niveau van het wereldreizen wordt naar beneden gehaald door deze vrouw die zichzelf tentoon stelt in een opvallend kostuum vol reclameadvertenties.” 
“Annie Londonderry is vulgair en doortrapt en haar enige doel is beroemd worden.” bloklettert Cycling Life. 

Het kan Annie weinig schelen. Hoe meer inkt er over haar vloeit, hoe beter. Als roem je doel is, bestaat er geen slechte reclame. Annie weet zichzelf te verkopen als geen ander en vindt telkens wel een nieuwe invalshoek of verse inspiratie om haar avonturen onder de aandacht te brengen.
Om in haar levensonderhoud te voorzien verkoopt ze artikels, lezingen, foto’s en handtekeningen. Naar eigen zeggen ontvangt ze een slordige 200 huwelijksaanzoeken, waarvan ze er 147 beantwoordt met een vriendelijke weigering.

Op 23 maart 1895, zo’n 10.000 vermeende fietsmijlen en 9 maanden na haar start, arriveert Annie terug op Amerikaanse bodem. Er staat geen fanfare op haar te wachten wanneer ze in San Francisco van de boot stapt. Er is nog werk aan de roem die ze voor ogen heeft, dus geeft ze talloze interviews en lezingen. Opnieuw doet ze geen enkele poging om min of meer consistent te zijn in haar verhalen. Annie grossiert niet in waarheid, maar in fictie, een veel betere bron van inkomsten bovendien.

Het laatste deel van haar reis, door de Californische woestijn en het wilde westen, zal het zwaarst worden. Het zand, de hitte, de conservatieve bewoners die haar niet overal even gunstig gezind blijken te zijn maken van de laatste loodjes een calvarie. Ze rijdt ontelbare keren lek en valt vaker dan ooit.
Pas op 24 september, 15 maanden na haar aftocht in Boston, rijdt ze haar thuisstad weer binnen, afgepeigerd en met een gebroken arm. 

In oktober publiceert Annie een hoogst onwaarschijnlijk verslag van haar reis in de New York Sunday World, onder de nom de plume Nellie Bly Jr. “Ik ben een journaliste en een nieuwe vrouw, tenminste als die term betekent dat ik alles kan doen wat een man kan doen.” schrijft ze.

Rolmodel

Over hoe het haar verder vergaat weten we weinig. Annie wordt zakenvrouw en zal de band met haar kinderen nooit herstellen. Ze haten hun moeder en haar drang naar onafhankelijkheid en kiezen voor een leven dat zich zo ver mogelijk van haar afspeelt.

Annie Cohen was geen uitzonderlijk atlete, noch een opmerkelijk accuraat journaliste. Ze was verre van een gedroomde moeder, een rol waar ze nooit vrij voor had gekozen. Als dappere avonturier liet ze misschien te wensen over.
Maar ze blonk uit als vrouw op zoek naar onafhankelijkheid en als meesterlijk verteller met een rijke verbeelding en zonder schroom.
Annie Cohen trok op wereldreis uit verlangen naar roem, opwinding, maar vooral naar  vrijheid, een vrijheid die de conventionele rol die de samenleving haar toekende niet te bieden had. Ze wilde bewijzen dat vrouwen even stoutmoedig en ondernemend konden zijn als mannen; en ze wilde minstens even graag vertellen. 

Het valt onmogelijk te meten hoeveel meisjes en vrouwen ze heeft geïnspireerd en aangemoedigd. Haar reis was een metafoor, een symbool waarin de fietshype en de snel groeiende vrouwenbeweging van de eeuwwisseling samenvloeiden tot een inspirerend en onderhoudend geheel.

Vrijheidsmachine en wapen

Een jaar na Annie’s thuiskomst schrijft Susan B. Anthony, suffragette en burgerrechtenactiviste: “Ik geloof dat de fiets meer heeft gedaan voor de emancipatie van vrouwen dan wat dan ook ter wereld. De fiets geeft vrouwen een gevoel van zelfbeschikking en onafhankelijkheid. Een fietsende vrouw is een onbelemmerde vrouw.”

Sylvia Pankhurst, een van de oprichtsters van de Britse suffragette-beweging, schakelt de fiets in als wapen in de verbeten strijd voor vrouwenstemrecht. Geen snellere en efficiëntere manier om te vluchten nadat je een huis in brand hebt gestoken of een steen door een etalage hebt gegooid dan de fiets.



In 1897 voeren de mannelijke studenten van de universiteit van Cambridge actie tegen het toelaten van vrouwelijke studenten door het vervloekte symbool van de vrouwenstrijd, de nieuwe vrouw op de fiets, in de lucht te hijsen.
Tevergeefs. Net zoals ze besloten te fietsen zullen vrouwen ook gaan studeren.

De fiets zelf raakt z’n status als populairste vervoermiddel kwijt wanneer de auto z’n intrede doet. The famous miss Londonderry wordt vergeten. 

Tot Peter Zheutlin, fervent fietser en journalist, ergens in de prille jaren negentig toevallig het verhaal hoort van zijn overgroottante, de eerste vrouw die de wereld rondfietste. Hij gaat op zoek naar sporen en herinneringen. Vijf jaar lang graaft en puzzelt hij haar verhaal bij elkaar, in krantenarchieven en op zolders, zoekend naar sporen, herinneringen en bewijzen. Pas in 2007 leert het publiek Annie Londonderry opnieuw kennen, wanneer het boek van Zheutlin verschijnt. Het zal nog 12 jaar duren voor ik zelf de fietsmicrobe te pakken krijg en voor het eerst op reis vertrek met de fiets. Toevallig heb ik datzelfde jaar Annie’s verhaal gelezen.

Vergeten verhalen

Fietsend langs Franse sluizen en jaagpaden, met een vreselijk pijnlijke kont, maar vrijer dan ik me ooit had gevoeld, dwaalden mijn gedachten af naar Annie. Ik bedacht hoe gek het was dat ik nooit dat ik nooit eerder van Annie Londonderry had gehoord en nooit had beseft wat voor maatschappelijke revolutie zo’n eenvoudig ding als een fiets had ontketend.
De fiets had niet alleen persoonlijke levens zoals dat van Annie veranderd, maar de samenleving zelf. Waarom had niemand me dat ooit verteld?

Wat we niet onthouden is meestal minstens even boeiend en vol betekenis dan wat we bewaren.
Verandering vraagt tijd, soms decennia, soms generaties en soms zelfs hele eeuwen. En sommige gevechten moeten opnieuw en opnieuw gevoerd worden op verschillende plekken, in andere tijdperken. Er zullen altijd Annies zijn om ons uit te dagen. Laten we hun verhaal blijven vertellen.
























zondag 17 november 2019

'Le phénomène'

Het nadeel van een belachelijke voorraad talent is dat we achter het talent soms de mens niet zien. Als een bulldozer met een onuitputtelijke tank benzine stormde hij een paar weken geleden het veld in. De schrik van crossend Vlaanderen trok een spoor door de modder dat niemand volgen kon, alle ronkende verklaringen ten spijt. Dat hij zich niet top voelde, verklaarde hij na de eerste zege. Wat moet dat doen met de routineus bij elkaar geveegde tegenstand: de glorieuze overwinnaar horen verklaren dat hij “niet top” was? 

Wat volgde was voorspelbaarder dan een aflevering van FC De Kampioenen. Crossdagen werden herleid tot “even Van der Poel zien winnen”, volgens dezelfde wetmatigheid als die waarmee elke nacht weer dag wordt, en de seizoenen elkaar opvolgen. Hij start, hij rijdt, hij wint. Op endless repeat.

Als Van der Poel koerst lijkt alles makkelijk. Tandje bij, versnellinkje hoger, bunnyhoppend naar de meet. Kinderspel, zo lijkt het. Achter hem wordt geploeterd, gezweet en gevloekt, terwijl hij lijkt te spelen. Een gesel voor de tegenstand, de eeuwige achtervolgers, wie niet eens de troost gegund is om hem te haten, omdat hij geen eikel is. Was hij maar een eikel.

Afgelopen week verloor hij z’n opa. Diezelfde opa die bij koersfans met een geheugen bekend stond als de beminnelijkste aller renners. Zo’n ûberopa, waar elk kind van droomt. Blakend en blinkend van trots baggerde de opa op rubberlaarzen door de velden waar zijn kleinzonen doorheen sjeesden, fierder over hun exploten dan die van zichzelf in de verleden tijd. Onvergetelijk is de reportage van Sammy Neyrinck, waarin hij met Mathieu op bezoek mocht bij opa Poupou in de Tour. We zagen hoe de opa in z’n knalgele t-shirt breed grijzend liep te pronken met de kleinzoon, hoe hij hem overal, van promostand tot pershok, presenteerde als het achtste wereldwonder. “Le phénomène”, zo stelde de opa de kleinzoon voor aan iedereen die hij tegen het lijf liep. Het fenomeen zelf glimlachte beleefd, maar wat ongemakkelijk.

De ongenaakbare, onoverwinnelijke kleinzoon reed het verdriet van zich af in het Tsjechische Tabor. Het werd lastiger dan verwacht. Het werd zowaar spannend. Winnen bleek voor een keer niet evident, maar hij deed het toch. Om dan, voor het niets ontziende oog van de camera en de wereld z’n aplomb te verliezen en in tranen uit te barsten. 

We waren het bijna vergeten, dat de onhoudbare zegemachine ook maar een mens is. Een buitengewoon getalenteerde mens weliswaar, maar wel een mens, opgetrokken uit botten, pezen, bloed en evenveel emoties als wij allemaal. Laten we dat goed onthouden.

zaterdag 9 november 2019

Suikergoed

De zonen bekvechten met de buurjongens in de tuin. De hond op de sofa snurkt als een varken met overgewicht. De kat heeft zich verschanst in een kartonnen doos met oud papier en doet alsof ze dood is. De herfst smeert een vettige goudbruine filter over de late namiddag van een dag die voorbij gleed zonder commotie.

We stonden op en bakten eieren; ieder z'n eigen ei, om variaties in cuisson en gradaties van honger de ruimte te geven. We fietsten naar de stad, iets wat we zelden doen omdat daar op zaterdag veel te veel mensen zijn, waardoor eenvoudige handelingen als sokken kopen of een warme choco bestellen een corvee wordt. We kregen de slappe lach aan de kassa omdat ik me luidop afvroeg hoeveel kinderen je desgewenst in de recycleerbox van de H&M kan proppen, en in welke vorm ze dan gerecycleerd worden. We kochten alleen wat nodig was: grijze en zwarte joggingbroeken en grijze en zwarte sokken. Ik hou van simpel, zei de oudste, dus hielden we het simpel. Dat we alledrie niet van winkelen houden hielp ons de opdracht efficiënt uitvoeren, op het giechelend passen van schreeuwerige baseball-petjes na. Wanneer wij een winkel betreden willen we er meteen weer weg.

We beloonden ons geduld met twee papieren zakjes vol kersenstokken, zure peren en boterwafeltjes van confisier Temmerman, een eeuwenoud etablissement dat naar bijenwas en gebrande suiker ruikt en van snoepgoed een kwestie van nostalgie en handgeroerde degelijkheid maakt.

We besloten dat we boeken nodig hadden om voor te lezen op koude winteravonden, met ons drieën onder een wolk donsdekens, als kittens over elkaar gevouwen. In mijn favoriete boekhandel duwde ik de puber een boekje in z'n handen waar ik ooit zelf luidop om had gelachen: 'Het geheime dagboek van Adrian Mole, 13 3/4 jaar'. Niet dat hij ooit leest, dacht ik er in stilte en met een zweem van bittere spijt bij. Hij griste het boekje uit m'n handen en besloot dat hij het wilde, misschien omdat ik hem vertelde dat het ging over een jongen van bijna 14 die schrijft over z'n onuitstaanbare ouders en over z'n piemel.

Een half uur later schoof ik aan in een semi-ouderwets koffiehuis vol Nederlandse en Australische toeristen. De jongste zuchtte omdat het te lang duurde. De oudste graaide z'n boekje uit z'n rugzak en begon te lezen. Mijn adem stokte minstens 5 tellen. Nooit had hij vrijwillig een boek in z'n handen genomen, laat staan om erin te lezen. Ik beet op m'n tong omdat je soms gewoon moet zwijgen als je kind iets doet dat je blij maakt. In de rij staarde ik naar de lezende zoon, zoals je naar een natuurfenomeen staart, in het volle besef dat je iets unieks meemaakt.
We dronken warme chocolademelk en koffie en aten appeltaart tussen al die Nederlandse, Australische en andere toeristen en besloten dat onze stad zo mooi was dat mensen van ver wilden komen om er even te zijn. We besloten dat we boften.

Terwijl we huiswaarts fietsten, ter hoogte van de Dampoort, begon ik luid te zingen. Een bluegrass-classic die eigenlijk bedoeld is om in 'close harmony' te zingen. Geen idee waarom ik dat deed. Achter mij riep iemand "Mama, please!", alsof hij gegeneerd was, maar niet echt. Soms is alles goed zoals het is.





zaterdag 12 oktober 2019

Handen af van De Cauwer

Ik bereid mij in stilte en sereniteit voor op de laatste koers van het jaar: de koers van de vallende bladeren. Mijn weemoed reikt van Gent tot Lombardije en terug. Wachtend op het laatste startschot van het jaar lees ik ongewild en eerder per abuis een interview met Marius Meremans, cultuurexpert van de grootste partij van Vlaanderen, behoeder van de Vlaamse identiteit en het proper en gekuist Nederlandsch. 

Meneer Meremans maakt zich druk over de teloorgang van ons aller moedertaal, met name op de openbare zender. Vroeger was het beter, beweert hij, een vaak voorkomende dwaling. Het enige wat vroeger beter was is dat er minder auto's rondreden en dat het klimaat nog niet compleet naar de kloten was. 

De meest onvergeeflijke dwaling is dat meneer Meremans het 'en passant' presteert om zijn beklag te doen over de grootste wielerfilosoof die deze schamele kluit klei ooit heeft voortgebracht; de man die er al decennia een hardnekkige erezaak van maakt om de koerskijker duidelijk te maken dat coureurs geen kilometers, maar kielemeters vreten; de man die elke uitzending een nieuwe invalshoek bedenkt voor de uitspraak van Sloveense, Eritrese en Poolse rennersnamen. De man die langgerekte indommeletappes tot een belevenis maakt met zijn onaangetaste en rijk gevulde koersgeheugen, waaruit hij desgewenst een onuitgegeven anekdote opdiept.

José De Cauwer is geen 'co-commentator', beste meneer Meremans. José is de vleesgeworden bestaansreden van de koers, de trekpleister van heel koersminnend Vlaanderen en zelfs van half koersminnend Nederland dat op hoogdagen als De Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix en zelfs hun eigen Amstel Gold Race collectief en gretig afstemt op "de Belg". 
José is het alfa en het omega van de koerstactiek, van de diepere inzichten in de koerspsychologie en de vuilste koerstruken van de foor. José is de man achter memorabele tegelwijsheden van het genre "mee is mee", "vallen, opstaan, inpakken, wegwezen" en "patatten met ambras". Niemand zegt zo welgemeend en overtuigend "manmanman" als De Cauwer. Niemand slaagt erin Pogacar zo koppig als focaccia te doen klinken zonder een mondhoek te vertrekken. 

Raken aan De Cauwer? Ik zou het u afraden, meneer Meremans. Voor uw eigen bestwil. Als u volhardt in deze dwaasheid voorspel ik koersfanatenbetogingen waarnaast de boerenprotesten een ponykamp lijken.

donderdag 26 september 2019

Goudkoorts: over Beryl de verschrikkelijke en Vinnige Vos

Op een boogscheut van Harrogate ligt Leeds, de grootste stad van Yorkshire. Op zich een oninteressant weetje in de context van het WK Wielrennen, ware het niet dat in datzelfde Leeds in 1937 Beryl Charnock werd geboren. Beryl zou als Beryl Burton (in die tijd kregen getrouwde vrouwen zonder pardon de naam van hun man) in haar leven maar liefst zeven keer wereldkampioen worden, waarvan twee keer op de weg en 5 keer op de baan. Daar hadden talloze medailles in het tijdrijden moeten bijkomen, maar helaas voor Beryl werden vrouwen pas toegelaten in het wereldkampioenschap tijdrijden toen haar fiets al lang en verroest aan de haak hing.




In 1967, het jaar van haar tweede wereldtitel op de weg, kwam Beryl met een handvol andere vrouwen aan de start van de Otley Cycling Club race, een tijdrit van maar liefst 12 uur. De mannen mochten eerst van start, met een interval van een minuut. Daarna konden de vrouwen vertrekken. De laatste man die van start ging was Mike McNamara: recordhouder van het moment, en op weg naar de zege, dacht iedereen, inclusief hijzelf.
Na 235 mijl, met nog twee uur racen in het verschiet, haalde Burton McNamara in. Terwijl ze hem voorbij fietste bood ze hem een dropje aan. De ultieme vernedering voor McNamara, die hoogdringend moest plassen, maar niet wilde afstappen omdat hij werd achternagezeten door een vrouw. Het voorval met het dropje deed Burton’s reputatie weinig deugd. Meedogenloos competitief, werd ze genoemd, een kwaliteit die vrouwen zelden doet behagen.
Burton zou uiteindelijk 277,25 mijl (445,8 km) afleggen in 12 uur tijd. Dat was 0,73 mijl meer dan McNamara, de beste man. Pas twee jaar later slaagde een man er in om haar record te breken.




Wie weet wordt zaterdag opnieuw aan een record geraakt. Eentje op naam van onze eigen legende Yvonne Reynders, die vier keer wereldkampioene op de weg werd. Met alvast drie titels achter haar naam kan Marianne Vos zaterdag naast Yvonne gaan staan in de wielergeschiedboeken. Vos heeft die titel niet per se nodig om het epitheton 'legende' achter haar naam te zetten. Jarenlang domineerde ze het vrouwenwielrennen. Ze won bijna alles. Tot haar hoofd en haar lijf protesteerden. Marianne had zichzelf al zegevierend voorbijgefietst. 
Of Vos ooit weer de oude kon worden, niemand die het wist, toen ze twee jaar geleden na een broodnodige time out terugkeerde in het peloton. Vandaag hoeft de vraag niet meer gesteld. Negentien zeges oogste ze dit jaar, en niet de minste. De twintigste zou een regenboogtrui en een gouden plak kunnen zijn.
Vos is in bloedvorm. Vos kan dit zware parcours moeiteloos aan. Het lastige draai- en keerwerk is een eitje voor de zevenvoudige wereldkampioene cyclocross. En bovenal: niemand anders - behalve het fenomeen uit Kapellen waar het hele mannenpeloton voor siddert en beeft - kan zo verschroeiend sprinten na een slopende race als Marianne op haar best. 

Naast het jaar van het jonge geweld, was dit ook het jaar van de veteranen die toonden waarom ze terecht kampioenen heten, zelfs of misschien vooral na een moeilijke fase in hun loopbaan. Jezelf heruitvinden wanneer je jezelf kwijt bent geraakt is een van de lastigste dingen die er zijn. Als Marianne zaterdag op het podium staat, zal niemand het haar misgunnen. 

woensdag 25 september 2019

Goudkoorts: het menneke, de speciale en de duts

"Top vijf zou mooi zijn", beweerde hij, maar de twinkel in zijn ogen verraadde dat hij z'n zinnen op de regenboog had gezet. Maar zoiets zeg je niet luidop. Niet als negentienjarige neoprof in je allereerste WK bij de elite.

Brandend van verlangen zat hij in de hotseat, waarin zijn kleine jongenslijf leek te verdrinken. Dat hij de crème de la crème, de fine fleur van de tijdrijders allemaal op een straatlengte had gefietst was niet genoeg. De ontgoochelde blik van het menneke toen hij Rohan Dennis, op jacht naar gerechtigheid, als een kanonskogel zag finishen vertelde veel meer dan er was gezegd.

Het jammere is dat het went. Dat hij daar staat te blinken op dat schavot, tussen de groten en de grootsten. Alsof hij daar hoort. Alsof hij zelf weet dat hij nog beter kan. We knipperen wel nog met de ogen, maar verbijsterd zijn we al niet meer.

Er was er maar eentje beter, sneller, sterker. De man die de Tour verliet langs de nooduitgang. De man waarover zoveel werd gezegd dat niet te bevestigen, noch te ontkennen viel. Dat hij onmogelijk was. Een diva met te veel complimenten. Dat hij z'n ploeg voor schut zette. Dat hij manisch-depressief was. Dat hij niet goed bij z'n hoofd was. "Het is ne speciale", vatte José de kwestie samen.

Dat hoofd bleek koppiger en robuuster dan verwacht, na een jaar zonder zege en met al te veel bekommernis. Niemand, behalve hijzelf en z'n coach, wist met zekerheid in welke vorm de kampioen aan de start zou verschijnen. Even onzeker als het vormpeil van Dennis was de fiets waarmee hij het WK zou rijden.
Met een incognito BMC-fiets (een loodrecht opgestoken middelvinger naar z'n team Bahrein-Mérida dat z'n renners op Mérida-fietsen laat rijden), en een blik die onraad voorspelde schoot hij weg. De eerste tussentijd sloeg elke twijfel de kop in. Niemand anders hoefde nog te hopen op goud. Als een raket werkte lastige Dennis Pac-Mangewijs 54 lastige kilometers weg, in een rechte lijn naar de armen van z'n getergde gezin en vandaar naar het hoogste trapje van het podium. Remco keek ernaar en pruilde.

De werelduurrecordhouder die naast Dennis en Evenepoel op dat podium had moeten staan, beleefde een van de ellendigste dagen uit z'n carrière, zo'n dag om snel uit je geheugen te wissen. Een stomme valpartij. Een gebroken ketting. Weg was die bronzen plak. Victor veegde het snot van z'n gezicht en stond Maarten eerlijk en vriendelijk te woord. "Nou zou ik graag even bekomen," meldde hij beleefd na z'n reactie. Maarten vroeg door. Victor bleef vriendelijk. Wat zou Rohan Dennis hebben gedaan?






Goudkoorts: theoretisch is alles mogelijk

Retorische vraag: Hebben wij al ooit zo'n adembenemend hoopgevende ploeg naar het WK Wielrennen gestuurd?
In theorie zouden wij Belgen, bewoners van het krankzinnigste koersland ter wereld, de UCI kunnen verzoeken ons die drie medailles gewoon per koerier te bezorgen. Beter voor het klimaat, makkelijker voor die arme renners en zuiniger bovendien.
Maar zoals u weet zijn koers en theorie twee verschillende dingen die hoogst zelden met elkaar te maken krijgen.
Daarom een paar alternatieve theorieën, om de theorie in het enige juiste perspectief te plaatsen, dat van de onwaarschijnlijke waarschijnlijkheid.

De eerste is een makkie: Mathieu wint. Niet met een bandlengte, dat spreekt. Mathieu doet nooit pietluttig. Winnen doet hij zondag met een schijnbaar onmogelijke sprint die geen sprint mag heten omdat hij van onmogelijk ver komt en onmogelijk lang duurt. Zo'n Van der Poel-démarche die de andere renners het hoofd moedeloos stuurwaarts doet buigen en doet reflecteren over een carrièreswitch. Korfbal is misschien ook wel een fijne sport.
Het soort finale dat José "manmanman" doet mompelen en Michel zijn geliefkoosde woord "kabinetstukje" in de mond legt. Thieu zal breed grijnzend over de streep komen, zijn eigen verbazing van zich af schuddend, alsof hij net een knotsgekke weddenschap heeft gewonnen in plaats van een regenboogtruitje. De zeven Belgen zullen elkaar in stilte de schuld geven, maar aan Maarten vertellen dat ze hun best hebben gedaan. Wij zullen over elkaar heen struikelen in onze haast om te benadrukken dat Mathieu, eigenlijk, in feite, technisch, in de praktijk, een Belg is, of in ieder geval een halve.

De tweede theorie vindt haar inspiratie bij het Shakespeariaanse drama en is even eenvoudig als deprimerend: de Belgen rijden elkaar de vernieling in omdat de 2 koningen weten dat er maar 1 troon op hen wacht. Wie er het eerst bij is wordt gekroond, de andere zal deemoedig moeten buigen. Maar koningen buigen niet. Ze vallen nog liever. Het is de theorie waar de bondscoach 's nachts badend in het angstzweet van wakker schrikt. Aanhangers van deze theorie komen vlot aan hun trekken bij de Spaanse formatie Movistar, de onbetwistbare wereldkampioen van de conflicterende eigenbelangen.

De derde theorie is de outsider-theorie, een weinig waarschijnlijke op een WK-parcours als dat van Yorkshire, waar kermiscoureurs en eendagsvliegen evenveel kans maken op de zege als de wielertoeristen van Spaak en Spier. Daarom, in het kader van de onwaarschijnlijke waarschijnlijkheid,  zou het zomaar eens kunnen dat er een outsider wint, iemand wiens naam de internationale wielerpers niet eens op de deelnemerslijst had zien staan. Zo'n dienstbare beuker die nooit voor zichzelf rijdt en plots, per abuis, als enige van z'n ploeg voorin belandt en dan maar alles geeft omdat de bondscoach zo luid in z'n oor brult. Zo eentje die als geen ander lang en snoeihard kan doortrekken, maar spontaan gaat zweten wanneer hij een camera op zich gericht ziet.

De vierde theorie is van een noodlottigheid zonder genade: het WK wordt geannuleerd. De weersvoorspellingen voor regio Yorkshire zijn dreigender dan Patrick Lefever na een kritische tweet van Thijs Zonneveld. Nu deinzen ze bij de UCI doorgaans niet terug voor weerkundig onheil. Renners die ternauwernood aan de de verdrinkingsdood ontsnappen bezorgen de kijker immers gratis animatie en vermaak. Maar het zou gaan stormen, zeggen mensen die daarvoor gestudeerd hebben. Ergens, in een muf ruikend achterkamertje van de UCI-kantoren, wordt momenteel druk gezocht naar het Extreme Weather Protocol, een beduimeld velletje papier dat al jaren zoek is, en waarvan niemand zich herinnert wat er eigenlijk op stond. Als het ooit gevonden wordt krijgt een stagiair meteen de opdracht het twee keer door de papierversnipperaar te halen.


zondag 15 september 2019

De Vuelta: de slag om Spanje

Er leek geen einde te komen aan deze geaccidenteerde en brutale Ronde van Spanje.
Voor het wat minder bedeelde en beminde broertje van de grote rondes, deed deze Vuelta meer dan z'n best om de spannendste Tour in tijden naar de kroon te steken. Zo saai als de Giro zich dit jaar ontplooide, zo huiveringwekkend rolde de Vuelta zich uit over het grillige Spaanse landschap.

Was het dat belachelijk aantal hoogtemeters? Lag het aan het pesterige parcours, met steile geitenpaden en griezelige gravelstroken? Het weer, dat onspaans en bij momenten onmenselijk was? De knullige organisatie, die renners als te straffen krijgsgevangenen behandelde? Was het de wind die voor waaiers zorgde, het ultieme wielercadeautje? Of waren het de deelnemers, van strijdvaardige Spaanse ploegjes als Burgos-BH, over een enigmatisch Movistar zonder officiële rangorde, tot een Jumbo-Visma dat na een snelle groeispurt vrij moeiteloos wist te domineren? In ieder geval: er werd gekoerst met heldenmoed en de tong op de pedalen.

Wat valt er te onthouden, in goede en kwade zin? Veel, te veel om op te noemen. Voor verveling of wegdommelen was er geen tijd.

Meevallers

Tadej Pogacar. Voor de meeste beginners is zo'n eerste grand tour vooral een wijze les. Voor de piepjonge eerstejaarsprof uit Slovenië draaide het avontuur uit op een triomftocht: drie indrukwekkende ritzeges, de witte trui en derde in het eindklassement. De ontembare wijze waarop het knaapje in de voorlaatste en beslissende etappe driest ten strijde trok en Quintana van het podium flikkerde sloeg iedereen met verstomming.

Alejandro Valverde. Veel nieuwe harten heeft de veteraan wellicht niet gewonnen de afgelopen weken, en de prijs voor generositeit, team spirit en fair play zal hij nooit winnen. Maar het moet gezegd: wie op z'n 39ste, een leeftijd waarop de meeste renners hun fiets aan de wilgen hebben gehangen, zo snedig en verbeten omhoog rijdt en tweede wordt tussen twee verrekt goeie Slovenen, die mag uitzonderlijk heten.

Philippe Gilbert. Een mens zou het vergeten temidden van zoveel jeugdig geweld, maar oude rotten met een schijnbaar compleet palmarès kan je beter niet voorbarig afschrijven. Geen lastige Tour in de benen, gebeten om zijn bloedvorm te showen en maar liefst twee keer op het schavot. Zijn victorie in de waanzinnige waaieretappe was er eentje voor de geschiedenisboeken. Het mooist van al was misschien wel de gulheid waarmee hij de afvalrace afwerkte: Phil liet geen kans onbetuigd om z'n hardwerkende ploegmaat Tim De Clercq te bejubelen en oogste eeuwige bewondering voor de manier waarop hij in de laatste klimetappe z'n jonge en zwaar gehavende ploegmaat James Knox naar de finish bracht, als een vader die over z'n zieke zoon waakt. Ik weet voor wie ik de wielergoden zal smeken en bidden op 29 september. De koning der Belgen rijdt op twee wielen.

Tim De Clercq. Iedereen die ooit wielrenner wordt moet zich stiekem een wegkapitein wensen als Tim De Clercq. Tim leek gevleugeld door Spanje te zweven. Hoe slopender het werd, hoe langer Tim vooraan te vinden was, onvermoeibaar trappend als een vers geoliede machine. Een vriendelijke en beleefde jongen, onze Tim, maar wanneer zijn rechtvaardigheidsgevoel knaagt, dan doet hij wat moet: hij was de eerste die wereldkampioen Valverde een bolwassing gaf tijdens die drieste aanval na de monstercrash die Roglic en Lopez in de problemen bracht. Dat Verbrugghe maar snel laat weten dat Tim meegaat naar Yorkshire. Het tegendeel zou ronduit belachelijk zijn.

Tony Martin. Iedereen die ooit wielrenner wordt moet zich stiekem een wegkapitein wensen als Tony Martin. Het was een veelbesproken transfer, die van de viervoudig wereldkampioen tijdrijden op z'n retour naar Jumbo-Visma. Wat moest die versleten tijdrijder daar gaan doen na zo'n kwakkeljaar? Dat werd snel duidelijk: zowel in de Tour als in de Vuelta sleurde Martin het peloton vooruit aan het tempo dat hij geschikt vond. Heeft iemand geturfd hoeveel kilometers Tony aan kop reed? "Nu zal Martin wel snel opzij gaan," orakelde José in het laatste kwart van een sleuretappe. Een aankondiging die hij een kwartier later, en vervolgens een half uur later nog eens herhaalde, om af te sluiten met een bijna geïrriteerd "Tony jongen, het is goed geweest." Een dag later was het helaas écht goed geweest en moest der Tony naar huis, deze keer niet omdat hij stout was geweest, maar omdat hij onzacht in aanraking kwam met een stenen muur en het asfalt. Ik had hem deze keer nochtans zo graag de receptie gegund. Wereldkampioenen die dienstbaar kunnen koersen, ze zijn dun gezaaid.

Carl Fredrik Hagen: Een laatbloeier, deze Noorse ex-skiër (jaja, er zijn er nog). Vijf jaar geleden kroop hij voor het eerst op een koersfiets. Wielrennen is dan ook geen nationale sport, laat staan erfgoed in Noorwegen. Als achtste stranden in je allereerste grote ronde, een verrekt lastige dan nog: daar mogen een paar hoedjes voor af. Hoe hij na zijn tijdrit als een leeggelopen band over de meet viel zegt veel over het doorzettingsvermogen van deze revelatie.

James Knox: De rookie flirtte wekenlang met de toptien, maar werd er met de eindmeet in zicht brutaal uitgeflikkerd. Daags na de massale valpartij kwam James aan de start met twee armen en een been in het verband en een gepijnigde grimas. "Ik weet niet of ik vandaag ga kunnen finishen", meldde hij zorgelijk. Vaderlijk omringd door Gilbert en Stybar ploeterde hij zich door de ellendigste dag uit z'n jonge loopbaan naar een elfde plaats in het eindklassement. Hij werd er zowaar wat emo van.

Primoz Roglic: "Of hij niet een beetje kleurloze winnaar was?" vroeg Michel zich luidop af aan het eind van een folterende Vuelta. Nu had Primoz niet de horlepiep gedanst op het podium, noch was hij met een wheelie over de finish gesprongen en een groot orator ging er ook niet aan verloren. Maar kleurloos? Ondanks alle pech die hem achtervolgde, van lekkende plonsbadjes, over gruwelijke gravelstroken met ongelukkig geparkeerde motoren, tot het verliezen van twee belangrijke ploegpionnen, kwam hij nooit echt in gevaar. Ja, hij had die ene etappe kunnen winnen, maar besloot ze aan z'n jonge landgenoot te schenken. Zijn tijdrit was een mokerslag. Bergop was niemand zo consistent de sterkste. Dat Primoz geen stand up comedian of circusdier is, maar wel met voorsprong de sterkste renner van een uitputtende Vuelta, mag dat volstaan?

Sam Bennett: Mister Hattrick zou z'n bijnaam kunnen zijn. Drie zeges in de Giro van vorig jaar, drie in de BinckBank Tour en drie in de Vuelta. Sammy houdt van veelvoud. Met de Tour werd het nog nooit wat. De laatste keer dat hij die reed werd hij allerlaatste en keerde hij zonder bloemen naar huis. Volgend jaar wil hij er heel graag bijzijn, zegt hij. De geruchten over zijn overstap naar Quickstep-Deceuninck, waar hij Viviani zou vervangen, worden hopelijk snel bevestigd. Weinig renners die een lastige sprint in een rondewedstrijd zo fataal kunnen afmaken.

Sep Kuss: De mooiste zegetocht van deze Vuelta, en misschien wel van het jaar, staat achter de naam van een jonge Amerikaan. In de bergrit naar Sanctuario del Acebo sprong hij weg op de steilste stroken van de Acebo en kwam hij breed grijnzend en high fivend met het juichende publiek over de streep, vleesgeworden geluk op een fiets. Jumbo-Visma weet wél hoe je je renners beloont voor hun harde werk.

Tegenvallers

Wout Poels: Het werd niet de ronde van Poels. Niet dat hij geen dappere pogingen ondernam, maar het zat er simpelweg niet in. Dat de ploeg der rondeploegen een magere afvaardiging meestuurde ter versterking hielp de zaken ook niet vooruit. Poels moest z'n ploeggenoot Hart nederig laten voorgaan inzake strijdlust en hardnekkigheid.

Fernando Gaviria: Drie weken lang werd de Colombiaanse sprinter bevangen door heimwee naar die glorieuze Giro van 2017, toen hij maar liefst 4 etappes en de puntentrui achter z'n naam zette. Sindsdien gaat het niet geweldig, en dat is omfloerst uitgedrukt. We vergaten bijna dat hij meedeed. Een sprinter die niet wint is als een fiets zonder stuur: treurig.

Thomas De Gendt: Ik schrijf de naam De Gendt met veel tegenzin voluit onder de titel 'tegenvallen'. Misschien is het ook niet eerlijk. We zien hem veel te graag graag winnen. Als Thomas heerst is het met stip en sterren. Misschien zijn drie grote rondes gewoon écht te veel, al helemaal als de laatste er één is om van te gruwelen. Misschien is het feit dat hij ze alledrie uitreed gewoon een uitstekende reden om een extra categorie te bedenken die enkel hem past. Laten we Thomas gewoon alsnog een held noemen.

Miguel-Angel Lopez: Ik raak er niet uit of hij hier thuishoort, deze koene ridder onder de ronderenners. Oh, wat bleef hij knokken. Maar het was niet genoeg om de hooggespannen verwachtingen in te lossen. Zelfs die zuur verdiende witte trui speelde hij kwijt aan een dekselse snotneus. Strijdend ging hij ten onder.

Esteban Chaves: Waar was Chaves? Veel meer valt er helaas niet over te zeggen, of het moest de veel te grote fiets zijn waarop hij na een valpartij verder moest, ook al geraakte hij niet aan de trappers.

Opvallers

Het parcours: Soms vraagt een mens zich af wat parcoursbouwers bezielt. Peststrookjes waar geen weldenkend mens iemand overheen wil zien fietsen. Klimmetjes van 25 %. 6 cols op een dag. Geen wonder dat de koppen grauw, de oogkassen hol en de ledematen ingezwachteld en stram over de allerlaatste klim kwamen gerold.

De (des)organisatie. De Vuelta-organisatie heeft nooit vlekkeloos geheten. De Tour is een luxecruise vergeleken met de omstandigheden waarin renners drie weken door Spanje moeten ploeteren. Belachelijk lange transfers die renners drie uur doen reizen voor ze half slapend hun hotel bereiken; het ontbreken van eender welke vorm van beschutting tegen de regen voor en na een etappe. Met als dieptepunt de beelden van verkleumde renners die in de ongenadig stromende regen aanschoven bij de kabellift die hen naar de ploegbus moest brengen na een horroretappe in noodweer.

Het weer, of liever: geen weer. Terwijl het peloton in de Tour of Britain onder een stralend blauwe hemel reed, werden de renners in Spanje bekogeld met hagelstenen als knikkers en transformeerden onverharde wegen er in geen tijd tot rivieren. Het klimaat is even onvoorspelbaar als de koers en de ploegtactiek van Movistar.

Waaierrrrs: Wanneer een wielerfan het woord 'waaieralarm' leest gebeurt er iets bijzonders in zijn/haar bloedsomloop en gaat het knetteren in zijn/haar hoofdbedrading. Waaiers vallen niet te voorspellen en dus evenmin strak te plannen, en maken van schijnbaar rustige overgangs- of vlakke etappes een ware veldslag. Maar nooit werd een waaieretappe zo'n doldriest schouwspel als de 17de etappe van deze Vuelta. Dat uitgerekend de ploeg van de leider, een Nederlandse ploeg die perfect weet hoe je in de wind koerst, de voorste waaier miste, deed de bloeddruk fluks stijgen. Een slordige 220 km lang scheurde het peloton aan gemiddeld 50 km per uur over de Spaanse hoogvlakte. Een monstertijdrit en een absoluut record. Renners kwamen als vale vaatdoeken en half huilend over de meet, melkzuur uit al hun poriën gutsend.

Het plonsbadje: Nooit eerder werd een ploegentijdrit beslist door een plonsbadje. De kans dat zulks zich nog eens voordoet is even groot als de kans dat José De Cauwer ooit het woord kilometer uitspreekt zonder lange -ie.

De knie van Willie Smith. De Zuid-Afrikaan van Katusha crashte in etappe 14 en verscheen de dag nadien aan de start met een afzichtelijk gehechte kniewonde, alsof iemand rollade had willen maken van de loshangende vleesflappen. Waarom sommige renners doorrijden met dat soort verwondingen, het blijft een raadsel.

Movistar: Dat de Spaanse formatie niet bekend staat om haar glasheldere strategie en feilloze tactiek is een understatement. Net als in de Tour wist niemand precies voor wie de ploeg zich nu het snot voor de ogen moest rijden. De beelden van een woest armwiekende Marc Soler, schijnbaar onderweg naar de dagzege, maar abrupt gestopt om te wachten op uittredend kopman Quintana, deed de hashtag #freesoler viraal gaan. Wat hadden we te doen met Soler, altijd in de weer, altijd in de wind, maar nooit een kruimel gegund. Dat de twee kopmannen elkaar net als in de Tour geen meter gunden zorgde ook al niet voor veel sympathie. Maar de domste strategische move bewaarde de ploeg voor de 19de etappe, met een démarche die voor onweer in en rond het peloton zorgde. Onverhoeds en gemeen in de aanval trekken net wanneer er veertig man, waaronder de leider en z'n team, zwaar tegen het asfalt zijn gesmakt: het is niet verboden, maar vrienden maak je er niet mee. Koers is oorlog, wordt wel eens beweerd. Nonsens. Koers is sport: hard, maar liefst rechtvaardig. De unanieme afkeuring van zowat het hele peloton sprak boekdelen.

Haalden de selectie net niet: de leukste en aardigste bloggende Fries op 2 wielen in Spanje, Jetse Bol. Zijn ploegmaat Angel Madrazo, de aandoenlijkste bollentrui ever. Dylan Teuns, die rood pakte en net de toptien niet haalde. Revelatie Bouchard, die tot voor kort in de fietsenafdeling van Decathlon werkte en dan maar zelf begon te fietsen. Nairo Quintana, de vreemdste en meest onvoorspelbare renner van het decennium, die dagen van glorie afwisselt met dagen zonder betekenis, zoals mensen van onderbroek wisselen en nooit het achterste van z'n tong laat zien. De herboren Robert Gesink, van onmisbare waarde voor winnaar Roglic. Fabio Aru, die een comeback had gepland, maar roemloos huiswaarts fietste door een ellendig virus in z'n lijf. De jeugdige Fabio Jakobsen die z'n eerste grote ronde niet alleen uitreed, maar zelfs twee keer met de bloemen zwaaide. Pocketklimmer Higuita die de troostprijs pakte voor een geplaagd Education First.  Jakob Fuglsang die na de top in de Tour ook glorie in de Vuelta moest laten schieten, maar wel voor een fraaie dagzege tekende. Marc Soler, the working class hero van Movistar, die misschien eens op zoek moet naar een ploeg die hem toekomst en erkenning te bieden heeft.