biekesblog


woensdag 14 augustus 2019

Genoeg!


Een aantal renners, waaronder Bob Jungels, Tim Declercq, Paul Martens en Marcel Sieberg, uitten scherpe kritiek na de derde etappe van de Binckbank Tour. Ze lieten verstaan dat ze het parcours ronduit onveilig vonden.

De veiligheid van renners is een heet hangijzer. Of pretendeert het te zijn. De tragische dood van Bjorg Lambrecht maakte bij sommige renners heel wat latente emoties wakker. Woede over het gebrek aan respect voor hun veiligheid. Angst, die altijd meerijdt, en renners bezwaart en soms blokkeert.
Wielrenners staan nochtans niet bekend om hun geknies, geklaag en gejammer. In geen enkele sport tonen atleten zich zo wendbaar, veerkrachtig en onversaagd. De koers gaat altijd verder. Wie valt en nog kan trappen, trapt verder. Sleutelbeenbreuken, schaafwonden van een vierkante meter, en erger ... ze houden een renner niet van de fiets.
Wanneer renners het beu zijn en een signaal geven van hun ontevredenheid, zijn mensen verveeld en geschokt.

Het is niet voor het eerst, en wellicht niet voor het laatst, dat renners kritiek uiten op de wegen en het parcours waar ze langs en overheen moeten racen. Kritiek die gaat over hun leven en dood, maar die zoals zo vaak weerlegd en gepareerd wordt, en vervolgens verticaal geklasseerd. Want de organisator ziet geen kwaad, de sponsor wil gewoon veel volk en de ploegmanager is vooral geïnteresseerd in winst en visibiliteit. Dat is kort door de bocht, maar helaas soms pijnlijk waar.
Wie hier langer dan 5 seconden over nadenkt, en beweert echt iets te geven om de koers, zou heel erg boos moeten worden.
Mensen die de wielersport liefdevol willen veranderen en innoveren weten hoe hoog de muren zijn, hoe hardnekkig de bezwaren tegen elke nieuwlichterij.

Toch is het hoog tijd voor een aantal vragen: Hoeveel dode en zwaar gewonde renners is ons plezier en vertier waard? Hoe spectaculair en gevaarlijk moet de koers zijn om ons te animeren en tegen welke prijs? Neemt er eigenlijk iemand renners, hun leven, hun gezondheid, hun welzijn ernstig? Of doen zij er niet toe?
Wielrenners zijn geen robots, maar mensen van vlees en bloed. Mensen met ouders, geliefden, kinderen, een leven dat het waard is geleefd te worden. Wie beweert een koersliefhebber te zijn, moet in de eerste plaats van coureurs houden, en hun veiligheid en welzijn verdedigen en bepleiten.

Mensen die beweren van wielrennen te houden, maar overduidelijk niets geven om wielrenners, die mogen wat mij betreft de sport verlaten langs de dienstuitgang.
Zelf heb ik genoeg bloed, tranen, wonden en onverdraaglijk verdriet gezien in de sport waar ik van houd. Het is genoeg. Het is te veel. Het moet stoppen.
-->

-->

vrijdag 9 augustus 2019

Het menneke


Vol consternatie zat ik naar Remco te staren, bijna lachwekkend geprangd tussen twee bomen van kerels, maar wel met Europees goud rond z'n nek.
Een “menneke”, een “ventje”, een “jochie”. Een snotneus met acné en Justin Bieber-haar. Guitigheid en babyvet. Strakke spieren en ultra strong haargel. Ergens tussen kindertijd en maturiteit. Bijna zo schattig als een babypanda of twee.
Tot Remco op z’n fiets zit. Trappend verandert de puppy in een gevaarlijke bloedhond.

Op mijn negentiende had ik net de geneugten van het vrije kot- en stadsleven ontdekt en verkend. Mijn prestaties beperkten zich bescheiden tot de eerste les van de dag halen na een nacht vol pintjes en zonder slaap; tot eerste zit halen zonder me een depressie te blokken. Woekerend met mijn lijf en gezondheid exploreerde ik de stad en de wereld.

Deze jongen is 5 jaar ouder dan mijn eerstgeborene, een huiselijke sprinkhaan die nooit zonder z’n eekhoornkussen slaapt en mij 5 keer per dag platknuffelt. Deze jongen fietst ervaren dertigers naar huis alsof dat heel gewoon is. Je kijkt ernaar en bedenkt dat het eigenlijk niet kan. Maar ja. We hebben dit jaar al zo vaak gedacht dat iets niet kon om het vervolgens te zien gebeuren.

Het mooiste was niet de prestatie op zich, hoe indrukwekkend ook. Wat mij van slag bracht was de waterval aan opgehoopte tranen die hem en ons allen overvielen. Je zal maar 19 zijn, twee jonge collega’s verliezen in een jaar tijd, evenveel gezeik en kritiek als ongebreidelde lof slikken en vervolgens jezelf en de rest van de wereld keer op keer met verstomming slaan. Een mens zou voor minder janken.
Dat Remco won was bijzonder. Dat het menneke zo onbedaarlijk moet huilen om te veel dode vrienden, te veel ongepland succes en een hogedrukketel vol verwachtingen, het maakte van het menneke een echte mens, van het wonderkind een held.

Wonderkinderen op de fiets stemmen mij bezorgd. Ik zou hun moeder niet willen zijn. Daar staat je kind, de blik der natie vol adoratie, skepsis en afgunst op hem gericht, ongewapend tegen duizelingwekkende verwachtingen en vlijmscherpe kritiek. Je probeert niet te denken aan haarspeldbochten, steile afdalingen en een gevarieerd spectrum aan betonnen en stalen wegobstakels, aan veel te korte of fout gelopen rennerslevens, aan de tol van de roem.
"Als ie maar geen voetballer wordt", zong Boudewijn De Groot. Boudewijn vergiste zich. Het had natuurlijk “als ie maar geen wielrenner wordt” moeten zijn. Geen stiel zo hard, zo gevaarlijk, zo meedogenloos als fietsen. Boudewijn kende duidelijk niks van koers.

Terwijl ik naar "het menneke", "het jochie" keek, bad ik de wielergoden om over hem te waken. Een wanhoopsdaad, gezien de onachtzaamheid van de wielergoden, die jonge renners verlammen of laten sterven zonder genade.

Talent beschermt je niet, houdt het noodlot niet tegen. Talent is even verraderlijk diep als duizelingwekkend hoog. Een pad dat door de bergen slingert, instagramwaardig mooi, maar dodelijk als je even niet oplet.

Wees voorzichtig, menneke.
-->

dinsdag 6 augustus 2019

Nooit meer opstaan

Koersliefhebbers weten het: dat de koers net als het leven is. Bochtig en onvoorspelbaar; glorieus en brutaal; vitaal, en soms, heel soms fataal.

Wat wielrenners onderscheidt van andere sporters is hun onverstoorbaarheid; de aan krankzinnigheid grenzende koppigheid die hen altijd weer doet opstaan. Geen renner die nooit de pijn van schaafwonden en gebroken sleutelbenen heeft gevoeld. Het doet verdomd zeer, maar dat geeft niet.
Als een renner valt, maar niet opstaat, slaat ons hart een slag of twee over. We wachten op het verlossende teken: de renner die rechtkrabbelt en naar z'n fiets grijpt.
En dan: een renner die niet opstaat. Een fiets die blijft liggen. Een laagje ijs over onze borstkas. Een zeemansknoop in de maag. Wachten op het onafwendbare verdict.
Gisteren was alles mogelijk. Vandaag kan niets meer zijn.
Het is niet nieuw. We kennen het. We vervloeken het.
Koers is prachtig. Koers is nu en dan niet te verdragen, zelfs niet voor wie er onvoorwaardelijk van houdt.

Voor de renner die zijn ploegmaat, collega, maatje ziet starten, maar nooit ziet finishen, die verder moet met lood in de pedalen en de doffe ogen van wie ongewenst aan z'n sterfelijkheid wordt herinnerd.
Voor de ploegleider die de ouders van de jongen, die aan hem werd toevertrouwd, in de ogen moet kijken en daar alleen onpeilbaar verdriet ziet.
Voor de soigneur die meer weet over zijn renners en hun benen dan hun eigen lief, maar alle dromen, angsten en geheimen van deze eeuwige belofte voor zich houdt.
Voor de ouders van een gulzige knaap, die zijn prachtige toekomst voor zich uitgespreid zag liggen als een pad waar hij gewoon snoeihard overheen moest fietsen, en die in de verte alleen nog maar het donker zien.
Voor alle ouders die opspringen en de vaat gaan doen of de haag gaan snoeien, zodra ze hun beminde kind een berg zien afdalen of zich onbevreesd in een massaprint zien gooien, omdat ze het weten, omdat ze het vrezen, maar het nooit luidop zeggen.
Voor de renner die stopte met leven terwijl hij bezig was met wat hij het beste kon en het liefste deed.
Voor alle renners die nooit meer opstonden, nooit meer naar hun fiets grepen.

Geluk is vluchtig als twee armen in de lucht en een felgekleurde ruiker bloemen.


zondag 28 juli 2019

Dag 23: Het Zwarte Gat


“Het is maar sport”, probeerde een vage kennis me te troosten terwijl ik eergisteren ontzet naar de zwalpende zwanenzang van Thibault Pinot zat te staren. Ik wilde hem slaan, maar ben welopgevoed, dus ik zweeg en zocht een zakdoek.

“Maar sport”. Wat een aanmatigende aanfluiting. Deze Tour was een hybride verfilming van de Odyssee, ‘Othello’ en ‘On The Road’ door Martin Scorsese, met een soundtrack van Nick Cave en Warren Ellis. Alleen jammer dat de scenarist vroegtijdig het leven liet, en het slot in aller haast werd afgewerkt door een stonede stageair.

Ik weet nog niet wie er won vandaag. De rijdende receptie op de Champs Elysées geeft ons enkel dat laatste, beslissende duwtje naar beneden, pijlsnel over de rand van het gat. Ik stel dan ook voor dat we de laatste etappe negeren. (Tenzij Andre Greipel wint. Omdat het zo hoort, omdat Andre dat verdient, omdat hij de liefste ancien van het peloton is en niet roemloos huiswaarts mag.)
Wat ons rest is een duizelingwekkend diepe en donkere leegte. Het post-Toursyndroom, kort en bondig het Zwarte Gat genoemd, is een bekende, relatief goedaardige, maar pijnlijke koersfanatenkwaal. Theorieën over de meest geschikte behandelingswijze lopen uiteen en variëren van “ga fietsen” tot “wacht gewoon tot volgend jaar en hou je intussen zinvol bezig”.
Vooraleer ik mezelf moedig en fietsend in het zwarte gat stort moet de inventaris worden opgemaakt. Koersfanaten zijn nostalgische zielen: we blikken minstens even graag terug als vooruit. Gebeurtenissen en momenten worden eindeloos herkauwd en vanuit elk denkbaar en ondenkbaar perspectief herbekeken en opnieuw geïnterpreteerd.

Vandaar: een volstrekt subjectief overzicht van de bezwerendste momenten, de meest onversaagde rouleurs, de heuglijkste en naarste verrassingen.

Vreugde en euforie

1. Thomas de heerser: Het kon helemaal niet, wat de keizer der ontsnappingen die dag deed. Maar hij deed het toch. Weggevlogen van zodra de gele vlag naar beneden ging en 200 km later als eerste over de meet, alsof er niet een setje hongerige topcoureurs achter hem aan zat. De laatste kilometers bereidde ik me handenwringend voor op diepe en langdurige teleurstelling. Maar iedereen beet z’n tanden stuk op het moordende tempo van Tommy. Even later stond ik snotterend te kijken hoe hij z’n handen naar z’n verbaasde gezicht bracht. Viva De Gendt.

2. De ITT van Alfaphilippe. Of nee, zijn eerste Pyreneeënrit. Of nee, zijn eerste Alpenetappe. Hoedanook: wat verraste hij ons, de man in het geel. Die dag zou hij het geel kwijtspelen, aldus de koerslogica, -voorspellers en –analisten. Maar hij deed eerst precies het omgekeerde en versloeg alle specialisten in het genre, bleef stevig overeind in de Pyreneeën, waar hij als een zweefvlieger de vallei in dook, en zelfs de eerste Alpencol kreeg hem niet klein.

3. De TTT: Wat was ze mooi, die ploegentijdrit. Hoe die veelkoppige kanariegele machine maar doorstoomde, richting podium. Monden open, dwars door de pijnmuur, de ijskoude en hypergefocuste blik van de kapitein op het schuurpapiertje, de toewijding van debutant Van Aert. En dan die ontladende uitbarsting van collectieve vreugde, van de tastbare harmonie en gedeelde strijdlust van een ploeg die zichzelf helemaal heruitvond na een reeks magere jaren en de Tour domineerde en regisseerde.
Schrikken, slikken en snotteren

1. De exit van le beau Thibault Pinot: Wat was het een ondraaglijk zicht, die huilende renner die maar bleef doorfietsen, terwijl al lang duidelijk was dat het niet meer ging. Ik kon het niet aanzien en huilde dan maar mee. Omdat het zo belachelijk oneerlijk was. Dat dit onheil uitgerekend deze prachtige, offensieve Pinot moest overkomen, die eindelijk de banvloek genaamd Tour de France leek af te werpen, het was om alle al dan niet bestaande wielergoden voor eeuwig te verwensen. Koers is wreed.

2. De val van Wout: Wat was het gruwelijk, dat beeld van een bebloede en bewegingloze Van Aert, half toegedekt met een smoezelig spandoek, alsof er een lijkzak op het asfalt lag. Even voordien vloog hij op adrenaline en karakter de bocht in. Een halve Tour schitteren en scheuren, en in een futiele en smerige fractie van een seconde was het over. Koers is meedogenloos.

3. Het kraken van Juju: Wat was het sneu hoe de man die nooit opgaf uiteindelijk z'n koppige hoofd moest buigen op de eerste steile Alpenklim. De koerslogica werd wakker, rekte zich uit en sloeg toe, terwijl wij 2 weken lang geloofd, gehoopt, gebeden hadden dat sprookjes bestaan.

Mysteries en twijfels

1. Waar is Rohan Dennis? Plots was hij weg. Verdwenen. Was hij gekidnapt door aliens die zich wensten te verdiepen in de fysionomie van de tijdrijder? Was hij een ijsje gaan eten? Was hij in een gracht gekukeld? Niemand die het wist. Ook de ploegleider niet. Die deelde mee meteen een onderzoek te starten, kwestie van voor extra suspens te zorge in een voorts saaie etappe. Even later stond de fiets van Dennis tegen de ploegbus en stormde hij stug en stuurs de bus uit, richting hoofduitgang.

2. Gaan we fietsen of gaan we niet fietsen? De ochtend van de voorlaatste en ultieme koersdag zette de hemel alle sluizen wijd open. Het zag er slecht uit, onrustwekkend zelfs. Geruchten over aflasting circuleerden. Toerfanaten refreshten het Tournieuws om de 5 seconden. Het kon toch niet zijn dat deze memorabele Tour zou eindigen zonder beklijvende slotetappe? De gedachte alleen was ondraaglijk. Een paar uur voor de uitgestelde start kwam het verlossende bericht. Er zou gekoerst worden, zij het kort en krachtig.

3. De strategie van Movistar: de vraag brandt al jaren op de lippen van de rondekijkers. Wat is het tactische plan van de Spaanse blauwe brigade? Hebben ze wel een plan? Of zijn ze gewoon vergeten het plan mee te delen aan de renners? Rijden doen ze altijd, de blauwe brigade. Als ongeleide projectielen vliegen ze over de bergen, schijnbaar zonder enig onderlinge samenhang. Zo win je dus een ploegenklassement. Geen treffender schets van de Movistar-strategie dan Mikel Landa die z’n oortjes uittrok voor hij de finale van een etappe inging.

Het randgebeuren: bromance, grappen en grollen, duwen en trekken

1. De Tommy en Timmy-show:
Ze hadden er schik in, de vrienden De Gendt en Wellens. Altijd vooraan; altijd in elkaars buurt, zelfs als er eentje aan de tafel van Maarten moest zitten; altijd klaar om aan te vallen, liefst met twee. Deze Tour leek een langgerekte voorbereiding voor hun ‘final breakaway'. Ze gunden elkaar alles en fietsten door de dagen als twee nieuwsgierige padvinders op kamp. Samen uit, samen thuis, en nooit tijd om zich te vervelen.

2. Stoute jongens:
Als twee gestrafte schooljongens in het kantoor van de directeur, boden ze publiekelijk hun excuses aan. Luke was begonnen, maar dat zeiden ze niet. Ze wisten drommels goed dat ouders nooit “hij is begonnen” willen horen, maar schuldbewuste blikken willen zien, en een handje om het goed te maken.

3. De fratsen van Peter:
Hij doet het al jaren, en we hebben ze intussen wel gezien, die wheelies. Maar toegegegeven: Peter gunt het publiek een verzetje of twee. Een handtekening uitdelen terwijl je een lastige col beklimt: tuurlijk. Als Peter ooit de fiets aan de haak hangt kan ploegmaat Daniel Oss hem gelukkig probleemloos vervangen. Die oefende deze Tour alvast op het juiste accent. Je zou bijna vergeten dat Sagan z’n zevende groene trui mee naar huis neemt na een getroebleerd voorjaar. Waarvoor hulde. Een blij publiek is altijd meegenomen.
De sterren van de show, de ene al glanzender dan de andere:

1. Juju, Loulou, chouchou: Wie anders dan Julian was de flikkerende poolster van de show? Julian werd de vleesgeworden wielerdroom, de uitdager van de koerslogica. Hij deed ons wekenlang dromen en fantaseren, bedankte z’n team, knuffelde z’n vader, gaf z’n gele trui aan een verkleumd kind en toonde zich de koning van de sportiviteit. We vergaten bijna dat Juju ook al het hele voorjaar had gekleurd. Vive Juju!

2. Le Beau Thibault Pinot: Boom- en geitenknuffelaar, colkunstenaar, eeuwige twijfelaar. Thibaut en de Tour: het was altijd al moeilijk. Niet deze keer; deze keer zou het lukken. Dansend gooide hij zich omhoog op de Pyreneeëncols. Niemand klom mooier, gracieuzes, soepeler dan Pinot. Alsof hij de top voorbij zou fietsen. Maar wielergoden zijn sadisten.

3. Laurens De Plus: Renners die weggaan bij Quickstep bakken er niks meer van, zo luidt de legende. Haha. Wat reed die Plusserdeplus een dijk van een Tour. Urenlang aan kop bergop, mond wijd open, een straaltje kwijl tot in z’n nek, doorstampend aan een tempo waar de concurrentie van ging duizelen. Laurens De Plus was voor Stevie wat Robin is voor Batman. Ik hoop dat Laurens zelf Batman wordt.

4. Wout Van Aert: Hij zou de Tour niet rijden. Hij reed hem toch. Als Wout iets doet, dan doet hij het niet half. Altijd voorin, altijd beuken, en nog winnen ook. De blik van Elia Viviani toen hij op de meet werd voorbijgestoken door die jeugdige debutant gaat vast nog decennia mee. Maar toen bleef Wout haken aan een stom nadarhek. Tour over. Maar ik kan niet wachten tot de volgende Tour de Wout.

5. Tony Martin: Twee en een halve week vergaapte ik me aan de koelbleodige voorhoede Martin-Asgreen-Monfort. Een triumviraat van formaat dat het peloton kreunend en krakend vooruit sleepte. Tony was met stip mijn favoriete wegkapitein. De viervoudig wereldkampioen tijdrijden die zelf ooit in het geel reed heeft een paar lastige en weinig bevlogen jaren achter de rug, maar vond zichzelf opnieuw uit als turbomotor van het Tourpeloton. Doodzonde dat Tony huiswaarts moest. Want Luke was begonnen.

6. Offredo en Rossetto: Wat zou de Tour zijn zonder dit soort leeuwenharten, baroudeurs en kilometervreters. Boezemvrienden vol goesting. Altijd proberen. Altijd alles geven. Gal spuwen. Afzien en de volgende dag gewoon opnieuw proberen. Alles beter dan anoniem de tour-annalen ingaan, ook al eindig je als voorlaatste. 














-->

zaterdag 27 juli 2019

Dag 22: lekke band



Het was bang afwachten of deze laatste beslissende etappe überhaupt zou gereden worden. Het weer lag nog steeds dwars, en de etappe zou in ieder geval aanzienlijk ingekort worden. 59 kilometer: een aanloopje en een lange klim. Dat moest wel vuurwerk geven.

Wielerfanaten zijn onder meer herkenbaar aan hun irritant hooggespannen verwachtingen. Spektakel moet er zijn. Een Tourrit moet zich ontvouwen als een thriller. Als we niet gillend uit de sofa zijn gesprongen was het saai.
Dat we een gastronomische Tour kregen, die van dag 1 verraste en verblijdde, hielp de gemoederen natuurlijk niet bedaren. Het kon toch niet zijn dat deze buitengewoon onderhoudende tocht afliep met een lekke band?

Terwijl Vincenzo Nibali, een van de mooiste fietsers ooit, zich een ongeluk trapte naar de zege op de enige col van de dag, zeurden de koerstwitteraars, achteroverleunend in de zetel, over het ontgoochelende schouwspel. Klassementsrenners moesten aanvallen, dedju. Waarom vielen ze niet aan, de leeghangers, de wieltjeszuigers, de lusteloze flapdrollen?! Waarom bleef die stomme Hollander gewoon zitten? Waarom deed die knullige Duitser niets?
Ik zag alleen maar leeggereden lijven, grauwe koppen, opengesperde monden en doffe ogen.

Drie weken lang door weer en wind fietsen. Meer dan drieduizend kilometer, aan een rotvaart. Fans, parasieten en reporters overal. Nooit eens 5 minuten alleen zijn. Nooit echt rust. Vallen, hard vallen. Rechtstaan en weer doorrijden. Spierpijn en schaafwonden. Gebroken vingers en ribben. Zadelpijn. Klotewaaiers. Heimwee. Hittegolf. Regen en hagel. Proberen en verliezen. Opnieuw proberen. Nog eens verliezen. Willen proberen, maar niet (meer) kunnen. Willen huilen, maar op je tanden bijten tot ze knarsen. Denken aan opgeven, maar die gekke gedachte meteen afschudden. Huilend opgeven omdat je lijf niet meer kan., omdat je spieren bloot liggen onder een plas bloed. Met je tong uit je mond cols als muren beklimmen alsof je leven er vanaf hangt terwijl je dat eigenlijk helemaal niet goed kan. Parijs halen, koste wat kost Parijs halen. Parijs niet halen.

Renners doen bovenmenselijke dingen, dus vergeten we al eens dat ze mensen zijn.
Niemand van de renners die vandaag op of net naast het podium stonden heeft iets cadeau gekregen. Niemand is daar zomaar toevallig neergezet.
Ik ga dus niet zeuren over uitgebleven spektakel, over gebrek aan aanvalslust of panache.  Ik wil die 176 coureurs allemaal een high five, een aai over hun vermoeide bol en sommigen zelfs een bijkomende knuffel geven. Nog 1 paraderondje, jongens, en dan mogen jullie naar huis. Ons wacht enkel het zwarte gat.
-->

Dag 21: Sisser

Het was het weer dat voor chaos zorgde en de beslissende etappe abrupt stillegde voor de kroon op het werk was gezet. Het was het noodlot dat Thibaut Pinot z'n jongensdroom brutaal vertrappelde.

Van deze dag onthou ik vooral een beeld waar elk kloppend koershart van ging bloeden: een renner in bloedvorm, op het punt om de banvloek van de Tour te breken, minutenlang huilend op z'n fiets zien zitten, de pijn verbijtend, terwijl de teller onverstoorbaar de seconden optelde die hem scheidden van de concurrentie. Hij wist dat het over was, maar toegeven was zo lastig. Arme, arme jongen.
Dat het niet eerlijk was, vonden we allemaal.
Niemand heeft ooit gezegd dat koers eerlijk is.
Koers is brutaal, koers is chaos, koers is ondraaglijk wreed, koers is onvoorspelbaar als het weer.
Uitgerekend om al die redenen is koers de mooiste sport die er bestaat.

Even later speelde Juju z'n gele trui kwijt, zoals elk rationeel mens met wat koersverstand had voorspeld. De Franse wielerfans en de Pinot-believers waren ontroostbaar. Niet één, maar twee onverteerbare ontgoochelingen in een dag. Het hoefde niet meer, deze stomme Tour mocht nu gewoon stoppen. De lol was eraf.

Temidden van al dat verdriet klom een piepjonge Columbiaan onverstoorbaar naar de top en pakte daar het geel dat hem toekwam, zoals het in de sterren geschreven stond. Alleen wilden we het niet lezen. Omdat het mooier was om te dromen van het onverwachte; omdat die twee Fransen zo heerlijk aanvallend koersten; omdat we moe zijn van de koersberekening; omdat Julian en Thibaut zo'n aardige jongens zijn. Geen grotere tegenpolen dan Alaphilippe en Pinot. De ene weet geen blijf met z'n energie, en heeft de guitigheid en de expressie van de helblauwe hemel boven de eerste Alpenetappes. De andere toont zich ingehouden en bedeesd, en prefereert zijn ezels en geiten boven de hectiek van het tourcircus. Allebei fietsen ze moedig en voluit. Allebei gingen ze strijdend ten onder.

Alsof dat alles niet ruim voldoende drama was om te verwerken, sloeg het weer op hol en werd de vallei voor de laatste klim in geen tijd herschapen tot een apocalyptische sneeuw- en modderpoel, waar geen weldenkend mens doorheen fietst. Het werd de vreemdste finale in decennia: renners in volle titelstrijd die plots werden aangemaand om te stoppen. Ongelovig keken ze elkaar aan. Ze reden uiteraard verder. Renners stoppen niet zomaar omdat iemand het vraagt. Renners zijn gemaakt om altijd door te gaan, ook als het eigenlijk niet meer kan, niet meer gaat, niet meer verantwoord is. Er moest flink wat overredingskracht aan te pas komen om hen duidelijk te maken dat het echt voorbij was.

Aan veel dingen kwam abrupt een eind vandaag: aan de ijzingwekkende finale die deze bijzondere Tour verdiende en waarop we gehoopt hadden, aan de droom van de geplaagde boerenjongen met de klimmersbenen, aan de schitterende illusie dat de Tour gewonnen kan worden door een renner die zich het hele jaar door het snot voor de ogen koerst.

De etappe van morgen werd intussen door diezelfde gemene weergoden herleid tot een beloftenkoersje van nog geen 60 kilometer. Of hoe de meest onvergetelijke en bewogen Tour in decennia afloopt met een sisser.









vrijdag 26 juli 2019

Dag 20: Allez Juju!

Dag 20 begon twijfelachtig om diverse redenen: Z'n fiets stond hoopvol op het dak, maar mijn favoriete wegkapitein, de king of cool van de Tour, werd zonder pardon huiswaarts gestuurd na een stomme stoot tegen een hoogst irritante Luke Rowe (die zelf ook kon beschikken). Heb je weken lang onvermoeibaar aan kop gesleurd en gebeuld, een glorieuze ploegentijdrit gedomineerd en geregisseerd, en je hele pezige lijf in de strijd gegooid voor je ploeg, en dan eindigt het avontuur met een sisser. Exit Tony Martin, die nog even de pers te woord stond zonder zichtbare emotie of ergernis, en dan finaal in de auto stapte richting Duitland.

Bovendien was het te heet om te bewegen, laat staan te koersen. Na 20 minuten fietsen werd ik al licht onwel, een gevoel dat me belachelijk leek bij de gedachte aan snoeihard koersende en klimmende renners in de stomend hete Alpen. Mijn vriendin en correspondent op de Galibier stuurde me foto's van vertrokken gezichten in de gruppetto, waar de figuranten van de dag zich ophielden en afzagen. Want ook achterin werd vandaag gestreden en geleden.

Koning der kasseien Greg Van Avermaet ontpopte zich tot meesterknecht én strijder van de dag, en nam ploeggenoot en vriend Serge Pauwels op sleeptouw in de bergen, die daar een fraaie top tien-plaats aan overhield. Op Greg kan je een huis bouwen, mét garage en hobbyruimte.

De afgeschreven Romain Bardet liet het frêle hoofd niet hangen aan het eind van een ontgoochelend Tourverhaal, maar ging voluit voor de bollen. Alleen jammer dat hij die overnam van Tim Wellens, die vocht voor wat hij waard was. Voorts is het Romain gegund. "Nog 2 dagen" moedigde hij Alaphilippe bij de finish aan vanop de rollen. 

Bij Ineos moeten ze hoogdringend besluiten met wie ze deze Tour denken te winnen. Ex-winnaars die achter hun ontsnapte ploeggenoot jagen: het is zelden een fraai gezicht. Mijn koersgeheugen spoelde spontaan terug naar de fratsen van Hinault in de Tour die zijn teamgenoot Lemond met moeite en wanhoop zou winnen. Niemand weet exact hoeveel tijd een ontsnapte Bernal zou hebben gewonnen zonder de drieste jacht van Thomas, maar dat die laatste "de boel aan het kloten was" (dixit José DC, befaamd wielerfilosoof), daarover bestond weinig twijfel.

Bij Movistar doen ze nog steeds en naar goede gewoonte zomaar wat. Er is misschien wel een plan zijn, maar niemand die weet waar het ligt, laat staan het begrijpt. Rijden doen ze wel. Ook wanneer dat niet bijster verstandig is. Quintana won de dagstrijd, maar het kon me niet verheugen na een lome en weinig begeesterde soloTour van de eeuwige uitgestelde Colombiaanse Tourwinnaar.

Morkov kwam binnen op 6 minuten, ondergehageld en leeggereden, als allerlaatste en moederziel alleen over de streep. Wat een beproeving voor de man die al zoveel ploegkilometers voorin had gedraaid.

De hamvraag van de dag was uiteraard of Julian z'n geel zou houden, een vraag waar niemand nog in absolute termen op durft te antwoorden. Volgens de voorspellers had hij die gele trui al 3 keer moeten kwijtspelen. Maar ook gisteren, na de eerste en slopende Alpenrit, ging Juju slapen in het geel.

Is er intussen eigenlijk nog iemand die niet hoopt dat hij het haalt? Is er al één minuut van deze Tour voorbijgegaan zonder dat Alaphilippe zich voluit in de strijd smeet, zich weerde als een duivel in een wijwatervat, zich de longen uit z'n lijf trapte?
Hij zou geel verliezen in de tijdrit. Hij won ze. Hij zou de Pyreneeën niet overleven. Hij viel aan, boog, maar plooide niet. Hij zou afgaan in de Alpen. Juju kraakte op de Galibier, maar brak niet in twee. De tijd die hij verloor bergop maakte hij deels goed door waanzinnig kunstig en gewaagd af te dalen. Ik hoop dat z'n mama niet heeft gekeken.

Alsof hij nog niet geliefd en geloofd genoeg was, gaf hij z'n gele trui weg aan een klein jongetje dat stond te bibberen van de kou (of van bewondering). Zo'n typische Alaphilippe-actie die elk eventueel voorbehoud doet smelten als asfalt op de eerste Alpendagen.
Het zou best kunnen dat Julian Parijs niet haalt in het geel, maar wat zou dat een buitengewoon jammerlijk slot zijn van een Tour op het scherp van de snee, met een hoofdrolspeler die elke etappe aanvangt en doorspartelt met het mes tussen de tanden en het hart bloot.
Allez, Juju!


















woensdag 24 juli 2019

Dag 19: The great escape


Kent u die scène uit de film 'The Great Escape', waarin Steve McQueen een half Duits leger te slim af is en de vliegende vlucht neemt op de motor? Aan die scene moest ik denken toen de ongekroonde keizer der ontsnappingen, de guru van escapisten op twee wielen, Thomas De Gendt, welgeteld 1 minuut na de officiële start ene versnelling hoger schakelde. De befaamde De Gendt-tactiek is even simpel als briljant: gewoon meteen heel hard rijden en hopen dat de rest niet kan of wil volgen, op een groepje snoodaards en overmoedigaards na.

Het vluchtgroepje van de dag was een groep, een minipeloton vol rouleurs en kansenwagers, waaronder 5 landgenoten. Maar de hoofdrol was opnieuw voor de hitte. Omringd door ventilatoren en met onze voeten in een teil ijswater staarden wij naar het scherm, waar renners kreunden en om hun moeder riepen. José en Michel wezen ons herhaaldelijk op de uitdagende temperaturen, om de lijdensweg van de dag van extra drama te voorzien.

Ik keek afgunstig naar het ijsvest waarmee Laurens De Plus op de foto ging, een soort bodycooler van aaneengestikte ijszakjes, een item waar een beetje slimme marketeer de komende klimaatopwarmende jaren rijk mee zal worden. Peter Sagan, de komiek van de Tour, stond op de ochtendfoto met een gezicht vol weerzin, dat van een schoolkind op 1 september. Maar heet of niet, er werd gekoerst, en snel ook.

De dapperste, coolste en meest gewiekste aller vluchters bleek een flandrien in Italiaanse verpakking. Matteo Trentin, een genereuze coureur die ook van Vlaamse koersen en kasseien houdt, was de rest te snel af en liet zich niet meer beteugelen. Niet dat resterende vluchters het niet probeerden, maar met gaargekookte hersens en oververhitte spieren is het lastig fietsen.
“Ik probeerde cool te blijven,” hijgde Dylan Teuns na. “Maar ik zie echt af.”

Hij was niet de enige. Vooraan in het peloton zagen we de doorgaans beheerste en onbewogen Tony Martin concullega Luke Rowe een nijdige schouderpor geven, een soort actie waar hij volstrekt niet om bekend staat. De Tour doet gekke dingen met een renner. De hitte ook. Benieuwd of er een sanctie van komt, maar dat zit er wel in.

De rouleurs, baroudeurs en punchers hebben hun kansen gehad en hun hoop opgeborgen. Nu is het aan de protagonisten van het klassement. De dagen der waarheid zijn aangebroken.
-->

dinsdag 23 juli 2019

Dag 18: Hoezo waaiers?

13u00: Renners hopen op inkorten, of liever nog: annuleren van de etappe. Frederik Backaert maakt duidelijk dat hij vandaag niet de ontsnappingspineut wil zijn, ook niet met een koolblad onder z'n helm. Tim Wellens wordt uit z'n ijsbad gehesen en in een mega icepack gewikkeld op de rollen gezet.

13u35: Christian Prudhomme waait de renners koelte toe met een rood doekje. Niemand bedankt hem.

13u37: 5 renners (Rossetto, Bak, Gougeard, Ourselin en Wisniowski) vertonen accute verschijnselen van een zonnesteek en ontsnappen uit het gekkenhuis genaamd peloton. Niemand weet waarom.

13u45: Tony Martin, de generaal van het peloton, neemt plaats achter het stuur en trapt gestaag het gaspedaal in, een wrede grijns om zijn stoïcijnse mondhoeken, de ijskoude blik op oneindig.

13u46: Ik kijk naar Tony Martin die een weerloos peloton vooruit sleurt. Ik bedenk dat ik daar een screensaver van wil voor op moeilijke dagen.

13u49: Stéphane Rossetto, het kortste lontje van de troepen, wil er alleen vandoor. Hij wordt bijtijds bij zinnen gebracht door de medevluchters. Rosetto's teller telt intussen 700 kilometer in de aanval, zijn verbale aanvallen buiten beschouwing gelaten.

14u00: De vijf vragen zich collectief af wat hen bezielde en stellen een beurtrol op voor het afvegen van kwakjes gesmolten asfalt van elkaars achterwiel.

14u32: Tony rijdt vooraan en ziet niet om. Achter hem wordt ingehouden gejammer en gekreun waargenomen.

14u33: Al die dwingende oproepen om veel water te drinken eisen z'n tol: ik ga al voor de derde keer deze etappe naar de wc.

14u37: Geraint Thomas valt. Niemand weet hoe of waarom. Vermoedelijk wou hij een koelere fiets.

14u42: Andre Greipel is in slaap gesukkeld, ontwaakt met een schok en zet zich in de achterste wagon van de Ineos Trein, gewapend met een virtueel zweepje. Andre mag nooit stoppen met koersen.

15u15: Tussensprint. Niemand doet mee. Bak, die per abuis vooraan rijdt, mag de punten meenemen. Het zal de rest bakworst wezen.

15u21: De ploegwagens raken door hun voorraad ijs en bidons heen. Ploegleiders manen renners aan sneller te rijden, kwestie van de finish te bereiken voor alles op is.

15u43: Een klimmetje. In het peloton worden telefoonnummers van huurmoordenaars uitgewisseld om de parcoursbouwer te elimineren.

15u45: Plassen. Fuck al dat water.

16u00: Fabien Grellier raakt in de knoop met een bevoorradingszakje. Zelf krijg ik ook een hongertje.

16u31: Iemand roept luid "waaiers!" in het peloton. Prompt verschijnen renners van benauwde klassementsploegen vooraan, doodsangst in de holle ogen.

16u45: Thomas De Gendt lurkt aan z'n 27ste bidon van de dag. Hij lust ook nog wel een gelletje.

16u59: Fuglsang en Bol vallen. Bol klimt op automatische piloot weer op z'n fiets. Fuglsang zet z'n helm af en schudt van "Nee. Het is mooi geweest." Ik schrap de derde renner uit m'n Sporza team. Exit Jacob.


17u13: Tony Martin vindt het welletjes en zet zich opzij. Sneu. Ik wilde gerust nog even naar Tony kijken.

17u15: Hoezo waaiers? Waar blijven die waaiers? Beloven, ja! Ik ga op zoek naar m'n kersenhouten Spaanse waaier, ergens onderin een rommellade en wuif mezelf net genoeg koelte toe om wakker te blijven.

17u29: De vluchters hebben nog 50 meter voorsprong. Net genoeg om het parcours over te steken om een brood en een halve kilo gemengd gehakt, denkt een mevrouw.

17u30: Een mevrouw steekt het parcours over om een brood en een halve kilo gemengd gehakt, een paar meter voor het aanstormende peloton. Die arrogante fietsers denken echt dat ze zich alles kunnen permitteren, denkt de verbolgen mevrouw.

17u31: Einde vlucht. "Wie z'n stomme idee was dit?", vraagt een woedende Rossetto aan Bak, Gougeard en de rest.

17u32: Elia Viviani zit in een zetel op 4 wieltjes. Niet de zijne. Wel die van Richeze en Morkov.

17u32: Uit het zinderende niets duikt een kleine Australische springbok op. De springbok stormt als eerste over de meet. De wieltjes van Viviani rollen. Met de ogen weliswaar. Elia druipt af. Arme Elia.

17u34: Tommy en Timmy komen hand in hand over de meet. Volgens mij hebben ze nu al zin in hun final breakaway. Ik wou dat ik Tommy en Timmy was, maar dan op een koelere dag.

17u45: Nog 5 dagen, waarvan er vier met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid spannender worden dan dit.







zondag 21 juli 2019

Dag 16: De Sumatraanse Grondkoekoek


U raadt het nooit: de wieleralgoritmen en de koerslogica lieten het ook vandaag afweten. Slechte benen allicht.
Intussen zet ik ik elke dag de televisie aan in de veronderstelling dat al mijn veronderstellingen gesloopt zullen worden. Tenminste 1 veronderstelling die overeind blijft.
Wat valt er te zeggen over vandaag? Zoveel, veel te veel.

Geloof ze niet, de PR-meneren en strategen van Deceuninck-Quickstep die beweren dat ze er niet van uitgaan dat Alaphilippe de Tour wint. Als je je enige rassprinter opoffert in de bergen, met nog 2 sprintetappes in het verschiet, dan denk je je dat je de Tour kan winnen. Tenzij Elia Viviani zich van dag vergist had.

Geloof ze niet, de mensen die overtuigd zijn van eindwinst en goudgeel voor Alaphilippe. Voor het eerst deze Tour stonden de ogen van Loulou dof. Het aura en de glans waren weg. Julian was zo leeg als een biervat op de ochtend na de Gentse Feesten. Niet dat hij z’n best niet had gedaan. Integendeel. Juju ging zo diep dat hij dreigde te verdrinken. De Alpen zouden wel eens te hoog kunnen zijn voor de renner van het jaar.

Geloof ze niet, de mensen die denken dat er achter de wilde fratsen en strapatsen van team Movistar een zweem van een plan, een minimum aan strategie schuilt. Iedereen rijdt er maar wat in het rond, zwierig en met élan, maar zonder definitie of doel. Doodzonde voor kwieke en kordate types als Amador en Soler, en voor een oerklimmer als Mikel Landa.

Geloof ze niet, de mensen die zeker weten dat de Tour opnieuw gewonnen wordt door het rijkste team. Het dappere duo Thomas en Bernal is niet uitgeteld, maar vandaag deelde een herboren Thibault Pinot een mokerslag uit waar de hoofden van de tegenstand nog dagen van zullen duizelen.

Geloof ze niet, de mensen die denken dat enkel de hoofdrollen van belang zijn. Soms zit het mooiste en heldhaftigste van de koers in de anonieme voorposten en de achterhoedes, daar waar geploeterd, gevochten, gebeukt en afgezien wordt. Ik heb een derde koersoog voor de frontsoldaten, die zich onverschrokken in het vuur van de strijd gooien. De ware helden van de koers vind je niet altijd in de loopgraven, maar wel vlak ervoor. Ze worden zelden geinterviewd. Terwijl hun kopman bestormd wordt door de verenigde en vechtende wielerpers staan ze al onder de douche.

Dries Devenyns is zo’n strijder, waar ik met open mond naar kan blijven kijken. Schijnbaar onbewogen, blik op oneindig, ritmisch stampend, vooruit, altijd maar vooruit.
Niemand weet nog dat Dries een ex-crosser is en zelf best een aardig palmarès bij elkaar fietste. Niet dat Dries daarvan wakker ligt.

Het succes van een ploeg is recht evenredig met de mate waarin de Devenynsen, Lampaerts, Asgreens, De Plussen, Martins, Bennetts, Naesens, Gallopins en vele anderen zich uit de naad willen rijden.
Het zijn bovengemiddeld goede coureurs, met stalen benen,  een leeuwenhart en een ondermaats ego. Ik zie ze graag, de working class heroes van de koers, waar alleen het podium telt.
Soms, heel soms, hoop ik tegen beter weten in dat ze winnen. Winnende knechten zijn even zeldzaam als de Sumatraanse grondkoekoek, een vogel die alleen en met veel geluk in het bergwoud te vinden valt. De Sumatraanse grondkoekoek vindt zijn eten in hoofdzaak op de grond. Om deze vogel te spotten moet je dan ook goed naar beneden kijken.
-->