biekesblog


maandag 12 juli 2021

Schandpaal

 Aan de schandpaal!' – Schandpalen in de geschiedenis | Historiek

Dag 14. Nog 154 renners over van de 184. Vlakke rit. Vroege vlucht. Keuvelend peloton. Anecdotes en historiek. Panorama’s vol glooiende velden. Transfergeruchten. Contractverlengingen. Het record van Eddy. De dagschotel van José. La cité de Carcassonne. Kijkers die morren over ondraaglijke monotonie. Geeuwen, indommelen en bij het wakker worden vaststellen dat er niets is gebeurd. Van zoveel verdovende gemoedelijkheid komt altijd heibel. De schandpaal bijvoorbeeld, die vroeg of laat wordt opgesteld voor de ongelukkigen die nog geen platte prijs hebben gereden, erger nog, die niet eens in de buurt zijn gekomen van eender welke troostprijs.

Ploegleiders werden streng ondervraagd over de oorzaken van het collectieve en schandelijke falen. Renners werden onomwonden gepeild naar hun noodzakelijke offensieve intenties. Wonderlijk genoeg bleven alle ondervraagden vriendelijk en beleefd, en snauwde niemand “doe het dan zelf”.

In de ploegwagen van Total Energie werd dan weer misnoegd gesnoven over een van hun renners de zich al te aanvallend toonde. Frontsoldaat Pierre Latour bleek de ploegorders te hebben genegeerd door mee te glippen in de vlucht, in plaats van de honneurs van de dag aan zijn ploeggenoot Turgis te laten zoals dat afgesproken was. Dan zit je fluks en alert voorin, is het ook weer niet goed.

 

Wat doe je als coureur met 220 oervervelende vlakke kilometers voor de boeg? Wegglippen en de hele dag ploeteren om op 50 km van de finish opgeraapt te worden, of je stierlijk vervelen in een lijdzaam peloton? De pest of de cholera?

Net toen ik dacht dat ik evengoed een boek kon lezen of de hond kon uitlaten dook er een kluitje renners pardoes de afgrond in. Een niet gesignaliseerde wegversmalling bleek de boosdoener. Niet het soort animatie waarop ik had gehoopt. Tim Declercq, de grote vriendelijke reus, bleef wat verdoofd op de grond zitten, terwijl de ene na de andere renner bloedend uit de braamstruiken werd geplukt. Niemand wachtte op Tim, die altijd op iedereen wacht. Het stuitend onrechtvaardige lot van de domestique. 

 

Nog 151 renners in koers. Een riskant bochtige afdaling, vol putten, stenen en gaten. Renaat die kukelend gunstige wind en waaierkans aankondigde. “Als ze willen, dan kan het. Maar ze moeten willen.”

Zelf wilde ik alleen maar dat iedereen recht bleef, vooral Wout, met de Olympische Spelen in het vooruitzicht.

Er viel niet op te sprinten tegen de snelste riksja van de wereld, Michael Mørkøv. Een groene splinterbom, het kletterende geluid van een sneuvelend record, de verholen teleurstelling in de stem van Michel. “Always use your head”, zei Cav, die stellig beweerde niet wakker te liggen van records. Ik geloofde hem nog ook.

donderdag 8 juli 2021

Verlangen

Rustdag in Nîmes: het peloton in de schaduw van het amfitheater

Daags na de mokerhamer van van Aert op de Ventoux trok het vermoeide peloton richting Nïmes. In Nïmes staat het best bewaarde Romeinse amfitheater van Europa. Een doorsnee dagprogramma in zo’n amfitheater bestond uit verschillende onderdelen: ’s ochtends een robbertje vechten met wilde dieren, rond het middaguur een reeks executies ad gladium (met het zwaard) of ad bestias (verscheurd door wilde dieren), en na de middag de man-tegen-man gevechten tussen gladiatoren. De tribunes waren ingedeeld volgens de sociale status van het publiek. De beste plaatsen vooraan waren voor de hoogwaardigheidsbekleders, daarboven zat de gegoede klasse en daarboven het gewone volk. Helemaal bovenaan, op de allerverste plaatsen, zaten de vrouwen, keurig uit het zicht van de mannen. Elke overeenkomst met de koers berust op toeval.

Het weerbericht en waaierkansen speelden een belangrijke rol in de voorspellingen. Wij wielerfans zijn doorwinterde verheugers; wij leven op ijdele hoop, hoogdravende verwachting en illusies. Uiteindelijk draaide alle premature opwinding uit op een oerklassieke vroege vlucht die het een hele tijd zou uitzingen. Ik besloot even naar de vrekkig gerantsoeneerde beelden van de Giro Donne te schakelen, net op tijd om Marianne Vos haar pezige armen in de lucht te zien gooien. Weinig renners kunnen zo mooi juichen als Marianne. Er zou een juichklassement moeten bestaan, met Marianne bovenaan op eenzame hoogte. 295 keer je armen in de lucht gooien met dezelfde intense vreugde, alsof elke keer de eerste is, dat lukt alleen de grootsten.  Terwijl Marianne onder de douche stond, had de vroege vlucht ruim 12 minuten voorsprong op de rest. De commentatoren hadden dan ook buitensporig veel tijd om zich opnieuw en met hernieuwde urgentie te buigen over de kwestie van Aert, met name over de vraag of Wout goud zou winnen in Tokio en de vraag of Wout een echte klassementsrenner kon worden. Van goed komt altijd verlangen naar beter en zelfs best. Er staat geen maat op ons verlangen. Zelf verlangde ik vooral naar het weer daar in de Provence, naar fietsen tussen de lavendelvelden bij mijn lievelingstemperatuur van 28°. 


Op 40 km van de finish was het uit met de gewapende vrede en scheurde de kopgroep in twee. Van de vier vooraan was er eentje waarover ik bitter weinig wist, wat niet zo gek was gezien zijn prille leeftijd. Neoprof Harry Sweeny is een Australiër die op z’n zestiende naar Europa kwam om te koersen. Harry woont in Nice, ver weg van alles wat hem bekend en lief is. Een “gelukzoeker”. Ik besloot Harry inwendig aan te moedigen. Mensen die zo veel moeite doen om geluk te vinden gun ik net dat tikje meer. Maar Nils Politt, verzamelaar van ereplaatsen, smoorde mijn ontluikende verlangen door driftig weg te stuiven. Geluk laat zich niet dwingen door verlangen. 

Windbuil

 Tour 2021: Wout van Aert bezorgt Jumbo-Visma grote zege in Ventoux-etappe |  WielerFlits

Al 70 jaar prijkt de Mont Ventoux met regelmaat op het Tourprogramma. Mooiere bergen genoeg nochtans, zou je denken. Waarom uitgerekend deze kale giga windbuil zo’n mythische status kreeg heeft niets te maken met het landschap of de bijzondere fauna en flora, maar alles met de verhalen de er geschreven werden. Jean Robic, Charly Gaul, Raymond Poulidor, Eddy Merckx en Marco Pantani temden de berg. Tom Simpson liet er het leven. Chris Froome nam er een loopje.

Wat Santiago de Compostela is voor wandelaars en rusteloze zielen op zoek naar zichzelf, is de Ventoux voor ijverige wielertoeristen. “Je moet dat eens gedaan hebben.” (Ik denk er niet aan.)

 

Mythische Tourbergen zijn per definitie lastige bergen. Vanaf Chalet Reynard belanden de renners in een desolaat en godverlaten maanlandschap, waar de wind koppig en gemeen langs stramme spieren speelt en de zon verzengend brandt. Eén keer dat rotding volstaat om een mens compleet af te peigeren, maar de Tour is de Tour dus mochten de renners die nog niet waren afgestapt er twee keer overheen.

Aan de voet van de eerste en makkelijkste klim telde het peloton al zes renners minder. Ik voorspelde nog meer slachtoffers, gezien de woeste beginfase van de rit. “Het ziet er donker uit”, deelde José quasi-nonchalant mee, op een toon de laveerde tussen zakelijk en onheilspellend. Laat het alstublieft niet regenen, prevelde ik, de afdaling naar de meet in mijn bange gedachten. Ik ben veel te weekhartig voor deze sport.

 

Al snel zwalpte Victor Campenaerts moederziel alleen achter alles en iedereen aan, een eenzame pelgrim zonder proviand. In gedachten schreeuwde ik Victor vooruit, maar als de tank leeg is helpt ook liefde niet meer. Exit Victor. Slachtoffer nr 7. Ik wilde vloeken, maar daar was geen tijd voor, want terwijl Victor de handdoek gooide was Wout van Aert begonnen aan een heikel avontuur, waar niemand, behalve José, meteen de voorspoedige afloop van durfde dromen en terwijl Michel staccato en crescendo declameerde.

Ik hoopte maar dat Sporza eraan gedacht had een defibrillator klaar te leggen in het commentaarhok. Renaat trad bijna buiten zichzelf, euforisch en voorbarig jubelend vanop de motor. Zelf kon ik trouwens ook een valiumpje gebruiken.

 

Terwijl Wout zijn laatste hoogtemeters wegwerkte, en zijn jeugdige Deense ploegmaat achterin demarreerde, leek er voor het eerst in deze Tour een geruststellend barstje te komen in het pantser van de onoverwinnelijke Sloveense leider. Krak, fluisterde het barstje; zo’n barstje dat vlot en vrijwel onzichtbaar te repareren valt, zolang je het geen tweede en derde keer doet breken.  

 

Het deed er even allemaal niet toe, het was randinformatie voor de natie. Want daar reed de beste coureur van het land, misschien wel van de wereld, in de driekleur naar het dal, een ingehouden glimlachje op z’n lippen. De Ventoux mag dan een lelijke berg zijn, memorabel is het er altijd.

Schuld

 Nummer 33! Cavendish klopt Van Aert en Philipsen en komt op één zege van  Merckx | Sport | hln.be

Om de overgang van rust naar chaos niet al te abrupt te maken stond er een vlakke etappe op het menu. Al moet “vlak” altijd wat gerelativeerd worden in een grote ronde. In Vlaanderen heten 1300 hoogtemeters al snel een klimwedstrijd. De finish in Valence deed me onwillekeurig mijmeren over Charly Mottet, een ietwat vergeten renner uit de verre jaren tachtig, en als geboren Valentijn nog steeds een lokale held.

Charly won drie keer de Dauphiné, drie etappes in de Tour en de ronde van Lombardije, een palmarès waar driekwart van het peloton een paar vingers voor zou veilen. Nadat Mottet in 1984 de Tour de l’Avenir won, de Tour de France voor snotneuzen, stonden de verwachtingen van de natie onder hoogspanning. Zo gaat dat met beloftes: ze maken schuld. Een schuld die Mottet nooit helemaal wist af te lossen. Dat lag niet aan zijn kleine gestalte, noch aan zijn vriendelijke karakter, maar aan zijn principes. Charly was namelijk wat heette een “propere” coureur. Propere coureurs werden sympathiek gevonden, maar veel kochten ze daar voorts niet voor. 

 

Van Albertville naar Valence dus, met wat hobbels onderweg. Terwijl thuis de was van de draad waaide en ik op zoek ging naar ontsnapte sokken in de struiken hoopte ik stiekem op waaiers. Ook rond Valence werd immers een strakke wind en onweer verwacht, dus met wat geluk voor de kijker en wat ongeluk voor sommige renners zou het flink kunnen stuiven. Minder enthousiast werd ik van de haakse bocht en de rotonde vlak voor de meet. Soms kan ik me niet van de indruk ontdoen dat parcoursbouwers met opzet dat soort riskante fratsen bedenken. Wellicht menen ze dat wij graag naar vallende renners kijken. Misschien moeten we eens collectief de televisie uitzetten vlak voor zo’n debiliteit in het parcours om hen van het tegendeel te overtuigen.

 

Ook ging de bijbels herrezen Marc Cavendish over de tongen. Cav dreigde namelijk het Tourrecord van de allergrootste te breken, een kwestie die Merckxisten peentjes deed zweten. Nog 2 etappes en Cav zou de 34 zeges van Eddy evenaren. Appels en peren, maar soit, ongelijksoortige vergelijkingen zijn een populair genre.

 

Het werd een verademend saaie rit, zo saai dat ik bijna uitkeek naar die bocht en die rotonde, … bijna. De wind ontgoochelde en zorgde niet voor het verhoopte spektakel, de vluchters bleven lang genoeg keurig vooruit, het peloton liet zich gedwee mennen door Tim en Tony, Richie Porte ging tegen het asfalt. Alles was zo deugddoend gewoon en voorspelbaar, alsof de afgelopen 10 dagen een gekke droom waren geweest. Zelfs de winnaar was voorspelbaar. Cav pakte z’n 33ste Touretappe bij de lurven. Nog eentje en het record is eraan. Arme Eddy.

Noveen

260,532 Rest Day Photos - Free & Royalty-Free Stock Photos from Dreamstime

Negen dagen gekoerst; een vol noveen. Voor de mensen die nooit al dan niet vrijwillig zijn ingewijd in de catechismus: een noveen is een reeks van 9 opeenvolgende dagen van gebed ter voorbereiding van een grote feestdag.

Ik weet zeker dat er veel gebeden is de afgelopen 9 dagen, tot de benen, de wielergoden, de kosmos of de ploegleider. Een feestdag kwam er niet van, een rustdag goddank wel. En oh, wat was die verdiend.

 

De ellende aan rustdagen is dat je de afbraakwerken aan je lijf en leden pas voelt wanneer dat lijf stilvalt.

Adrenaline wordt een stresshormoon genoemd. In acute stresssituaties geeft je lichaam adrenaline vrij om je lichaam alert en paraat te maken voor gevaar. Je hart gaat sneller kloppen, je pupillen worden wijder, je bloed wordt sneller rondgepompt, je brein wordt efficiënter in het verwerken van informatie. Wanneer het adrenalinepeil daalt na langdurig pieken word je moe en lusteloos. Verdrongen pijn speelt op, je ledematen wegen plots dubbel zo zwaar. Zwaar wordt ook het gemoed, wanneer de spanning even wegdeemstert. Deze Tour biedt redenen genoeg om met een zwaar gemoed rond te fietsen en te rusten. Drie dagen vol malheuren in Bretagne, 19 opgaves in week 1, 7 renners buiten tijd op dag 9, recordtijden. En dan zijn er nog de bedrukte zielen van renners de hun beste waarden rijden, maar hopeloos achterin stranden. Je zou van minder moe en lusteloos worden. 

Wat had ik graag de tactische spoedvergaderingen bijgewoond op deze rustdag. Welke uitgekookte of dwaze strategieën werden er geplot en overwogen? Welke wanhoopspogingen in de steigers gezet? Wie belde er naar huis, als een chirokind op kamp met heimwee, en onderdrukte het verzoek “kom mij halen, alstublieft”. Ik viel zelf ook even stil en dacht na. Ik dacht aan Michel die met pensioen moet, maar niet wil en aan Thomas De gendt die met pensioen wil, maar niet moet. Ik dacht aan Primoz Roglic met z’n rauwgeschuurde lijf en aan al de maanden idioot hard trainen die in 1 seconde teniet waren gedaan. Ik dacht aan Tadej Pogacar, voor wie geen berg te hoog, geen vallei te diep leek, een knaapje op wolkjes. Ik dacht aan Mathieu, de inslaande bliksem en aan Wout, de dreigende donder. Ik dacht aan Nicolas Dlamini die op dag 9 als allerlaatste binnenschuifelde, om 19u01, hopeloos buiten tijd. Ik dacht aan het eens zo oppermachtige Ineos, gedoemd tot defensie. Ik dacht aan alles wat ik had gezien had in 3 decennia koers en aan alles wat ik nog nooit had gezien, maar wat klaarblijkelijk toch kon gebeuren. Ik dacht aan alle hoera’s en gejuich over zoveel spektakel en aan alle twijfels over de waarachtigheid van het spektakel. Ik dacht na over mijn liefde én mijn haat voor de koers en hoe die elkaar bij wijlen onhandig voor de voeten liepen. Alle wijfelende gedachten ten spijt: de Tour wacht nooit, raast ongenadig verder. Wie niet mee is, is gezien.

Beduusd

 Champion Pogacar seizes Tour lead on Alpine opener - France 24

Waar te beginnen? Wat te zeggen of schrijven over de afgelopen dolle tweedaagse in de bergen. De Alpen waren voor deze Tour wat de kust van Normandië betekende voor WO II: een bloedbad.

Waar is de tijd dat bergetappes begonnen na een vreedzame opwarming van ruim 100 km? Waar is de tijd dat de bergen het speelterrein waren van rasklimmers, en de rest zich wijselijk gedeisd hield in de bus? Ik weet zeker dat tal van coureurs heimwee hebben naar die vervlogen tijden, toen ze nog niet van bij de start als beginnelingen aan gort werden gereden door een stel onbesuisde jongelieden die hen ook in het voorjaar al hadden geteisterd, en voor wie de wetten van de koers niet bleken te gelden.

Ook de koerskijker thuis kreeg geen respijt. Even naar de wc gaan en je had geen benul meer wat er gebeurde, laat staan waarom. 

 

Zelfs in een sport die kwistig met superlatieven en hyperbolen strooit, en vlot nieuwe bedenkt wanneer de oude niet meer voldoen, vielen de woorden stil. Soms valt er gewoon niets te zeggen. Soms kan je enkel beduusd waarnemen wat zich voor je ogen afspeelt, met je onderkin in een kramp en tocht langs je tanden, je afvragend of dit wel kan, of je dit ooit hebt gezien, en zo ja, in welke absurde koortsdroom.


Terwijl Primoz Roglic achteraan gelaten glimlachend afscheid nam van het laatste restje aangekoekte hoop, suisde zijn jeugdige landgenoot fluitend naar de finish, schijnbaar zonder te ademen. Achter elke bocht bleef een dappere vluchter achter, verbijsterd starend naar de rug van het spook dat hen net was voorbijgevlogen. Arme jongens, dacht ik, de Pyreneeën indachtig.

Commentatoren en analisten verstuikten hun tong, op zoek naar de luidste jubeltoon, de opperste toon van bewondering. Zelf vond ik er al bij al niet veel meer aan. Het was alsof ik naar een spannende film keek, die plots ontaarde in een waanzinnige plot omdat de scenarist aan de paddo’s had gezeten. 

 

De Tour is gereden, besloot iedereen na één bergavontuur, behalve een paar hallucinerende enkelingen die in 78 kilo van Aert een mogelijke tourwinnaar bleven zien, zoals er ook mensen zijn die de klimaatopwarming onzin vinden. Je zucht een keer geërgerd wanneer ze zich laten horen en denkt er vervolgens energiebesparend het jouwe van.

Op dag twee in de Alpen werd zelfs de gruppetto uit elkaar gereten door het tempo voorin. Ik voelde alleen nog medelijden met wie daar wanhopig spartelde als een vis op het strand.

Misschien heb ik gewoon heimwee. Naar enige koerslogica; naar gelijke strijd tussen menselijke rivalen van vergelijkbaar allooi; naar orde en structuur in de chaos genaamd Tour; naar mededogen met de gewone stervelingen in het peloton, die elke dag vol ongeloof naar hun fietscomputer turen en vaststellen dat wat tot voor kort voldoende was nu schromelijk en pijnlijk tekortschiet.

vrijdag 2 juli 2021

De langste dag

 Vroeger, toen de dieren spraken, coureurs klakskes droegen en tourwinnaars patrons waren met dreigende wenkbrauwen, betekende “langste etappe” dat je alle tijd van de wereld had voor uitgestelde klusjes en verpozing vooraleer de tv aan moest. Vroeger is onherroepelijk voorbij. Sneu voor de mensen die al jaren roepen dat lange etappes de doodsteek betekenen voor het moderne wielrennen, maar het is niet anders. 100 km keuvelend lanterfanten voor de koers losbarst, aan dat soort kneuterige beuzelarij doet deze generatie niet.

Wanneer je denkt dat de wielergoden de kaarten hebben geschud en uitgedeeld schenken ze je een gul cadeau. Mijn koffie was nog niet koud of ik staarde ongelovig naar de namen van de durvers voorin. Het woord kopgroep was ongepast voor het forse legioen huzaren dat na een uur nervositeit woelig tot stand kwam. Hoe was deze eclectische elite in vredesnaam weggeraakt? Michel en José keken ontsteld op van hun fichebak vol zorgvuldig uitgezochte anecdotes. Vandaag zouden we niet te weten komen wat de pot schafte of waar José in 1979 werd achtervolgd door een Franse Charolaisekoe op drift. 

 

Mathieu van der Poel behoudt zijn gele trui na spektakelrit: “Ik hield Asgreen en Van Aert in de gaten”


De zweem van bezorgdheid in de ogen van UAE ging gestaag over in paniek. Niet dat ze hun best niet deden, maar terwijl Formolo gepijnigd grimaste in de achtervolging konden Van der Poel en van Aert vooraan hun lol niet op. Grappen en grollen aan 51,6 km per uur op een fiets: het zou een aparte Olympische discipline moeten zijn. Ik pauzeerde het beeld en spoelde terug naar het samenzweerderige gegrijns van de twee beste renners van de lage landen. Een langdurige en bewogen haat-liefdeverhouding in één onvergetelijk beeld.

 

De Belgen wilden collectief op tijd in het hotel zijn voor de Rode Duivels-match en hadden ongelooflijke haast. Van Moer, Stuyven en Campenaerts trokken de loopgraven in. Alleen jammer dat ze die massieve Matej Mohoric meenamen. 

Misschien had iemand de renners wijsgemaakt dat er ’s anderendaags een rustdag lonkte in plaats van een uitstap naar de Alpen. Oerend hard bleef het gaan. Ik klakte afkeurend met m’n tong bij het zien van een stoïcijnse Nibali die deed alsof hij niet wist dat zijn ploegmaat Stuyven vooraan reed. Wellustig was mijn plezier toen diezelfde Nibali even later door twee crossers werd achtergelaten op een klimmetje van niks. Karma en leedvermaak zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

 

Alle koersweerzin die zich de eerste dagen had opgehoopt in mijn gemoed verdween bij het aanschouwen van de bloedige burgeroorlog voor mijn ogen. Lieve hemel, wat een slachting. En dan moesten Van der Poel en van Aert, sinds altijd en voor eeuwig tot elkaar veroordeeld, nog een laatste keer hun reserves aanboren, terwijl Roglic in de achtergrond zieltogend wegzakte in een zwarte poel van ellende; gebeurtenissen die in ieder geval tot romig opgeklopte overmoed zouden leiden.

De Tour biedt geen zekerheden. De enige zekerheid zijn tranen; de zichtbare van de winnaar die de meet ziet, en de onzichtbare van wie zich vanavond in z’n bed afvraagt wanneer er een einde komt aan deze kwelling.

donderdag 1 juli 2021

Windmolens

 Windmills of Spain

Chateauroux. Sprint. Cavendish. Twee keer. Waaiers. Stop de klok. Naar vlakke touretappes kijk ik enkel uit wanneer de wind het spel op de wagen jaagt. Dit had zo’n etappe kunnen zijn, met 75 km aan open vlaktes en lange rechte stukken richting finish in Chateauroux. Helaas. De wind wilde niet meespelen en pruilend schudde ik een paar kussens op voor een dutje. Dat was buiten Greg Van Avermaet gerekend, die zich schijnbaar van dag had vergist. “Wat doe jij nu?”, dachten wij, denkend aan de etappe van ‘s anderendaags die hem zoveel beter lag. Dom of niet, ik was Greg dankbaar voor deze onvoorziene en overmoedige verstoring van de plannen en offerde grootmoedig mijn dutje op. Je weet tenslotte maar nooit.

Wat moet zo’n renner als Van Avermaet trouwens doen in deze bizarre tijden vol ongeloofwaardig getalenteerde snotneuzen en knaapjes? Op brugpensioen gaan en rentenieren? Zich heroriënteren tot de golfsport? Dan maar beter Don Quijotegewijs ten strijde trekken. 

Cervantes opende zijn boek over de dwalende ridder Don Quijote met een ontmoedigend voorwoord:“Werkloze lezer, zonder erewoord zult ge van me geloven dat ik dit boek, als kind van mijn inzicht, graag had gemaakt tot het mooiste, fierste en verstandigste dat men zich denken kan. Maar de natuurwet die zegt dat alles zijns gelijke voortbrengt kon ik niet breken.” De expeditie van de allegorische ridder illustreert de kloof tussen droom en werkelijkheid, tussen verstand en verlangen, tussen hoofd en lichaam.

Ik wllde maar wat graag weten wat er zich in het hoofd van Greg afspeelde, welke zelfbegoochelende gedachten hem vooruit dreven. Maar of en wat een renner op de vlucht denkt onder z’n helm blijft altijd een mysterie. We moesten ons dus behelpen met vermoedens over de beweegredenen achter deze boude expeditie. Een malcontente Franse sponsor, gokte ik. Mopperende broodheren zijn soms een prima motivatie.

 

Dankzij het lange en onvoorspoedige exploot van Greg had ik tijd om me op te winden over de Ronde van Italië voor vrouwen die op 2 juli van start gaat. Van de enige noemenswaardige grote ronde die de vrouwen mogen rijden krijgen we dagelijks zowaar 15 minuten beeld. Anna van der Breggen en de rest van de vrouwelijke elite op twee wielen mogen zich 10 dagen lang dubbel vouwen over berg en dal voor een kwartiertje exposure. Welke onaardse oelewapper komt er in vredesnaam op het idee dat zulks een prima en eigentijdse aanpak is? Alweer een vraag waarop geen antwoord volgen zal.

 

Op luttele kilometers van de meet werden Greg en Sancho Panza Klüge bij de lurven gegrepen door Tim Declercq en zijn peloton. Alles verliep zoals verwacht. Twee topsprinters van dezelfde ploeg reden elkaar hoogst ongelukkig voor de voeten en Mark Cavendish won de 32ste touretappe van z’n carrière, de derde in Chateauroux. Als het hoofd herboren en opgeruimd is, dan volgen de benen vanzelf. Wat zou Sam Bennett nu denken, vroeg ik me af, een onprettige gedachte die ik kordaat wegwuifde.

woensdag 30 juni 2021

Niet eerlijk

 Straf: hoe hard kun je afzien voor een wereldtitel tegen de klok | sporza

Mijn liefde voor tijdrijden is van een standvastige soort. Ik vermoed dat het te maken heeft met de ontknoping van de Tour van ’89, maar het zou ook zomaar de schuld van Tony Martin en zijn schuurpapiertje kunnen zijn. Het doet er weinig toe. Zaak is dat ik dol ben op tijdritten, een discipline die vaak saai wordt genoemd door mensen die menen dat wielrennen een soort boksen is. Ik hou van de krachtige esthetiek en de eerlijke zuiverheid van de tijdrit, doorgaans niet verstoord of gesaboteerd door vervelende collega’s die in de weg rijden of je uit de weg duwen. Tijdrijden is een eenzame bezigheid voor coureurs uit gewapend beton, pijnadepten en zonderlingen, het soort mensen dat met liefde en hypergefocust hun achterwerk laten openrijten en door de pijnmuur beuken aan ruim 50 per uur ter meerdere eer en glorie van de aerodynamica.

Ook dit jaar had ik vergeefs gehoopt op een ploegentijdrit. Om een of andere onduidelijke reden zijn ploegentijdritten niet hip of wenselijk meer. De laatste die ik zag dateert van 2019, toen een argeloze Spaanse burger per abuis een plonsbadje liet leeglopen over het parcours van de Vuelta-proloog en zodoende nietsvermoedend een drama teweegbracht. Ook aan de eerlijkheid van het tijdrijden zijn er grenzen. Het blijft tenslotte wielrennen, waar schikgodinnen, het weer, een verkeersdrempel of een dronken toeschouwer ongevraagd mee beslissen over winst of verlies.

 

Van zodra ik de tv aanzette werd mijn naïeve these omtrent eerlijkheid ondermijnd. Ik zag revelatie Bisseger wild van links naar rechts zwiepen om een motor te ontwijken. Bovendien was het beginnen regenen. Heb je dagenlang je krachten gespaard en maanden getraind om te schitteren in jouw discipline, en dan moet je aan de bak onder een druipend firmament. Het is om je klikpedalen van op te eten.

 

Op deze veelzeggende dag was ik in het bjjzonder benieuwd naar Primoz de vervloekte, de man met de stalen kop, die 9 maanden geleden een van de meest memorabele tijdritten uit de koersgeschiedenis verloor. Wat vermag revanche wanneer het lijf zo toegetakeld is? Hoe hadden ze Primoz en al dat verband in z’n strakke tijdritpak gewurmd? En vooral: hoe kregen ze hem er weer uit? Zoveel vragen. Voor iemand die de helft van z’n opperhuid kwijt is reed Roglic een buitengewone tijdrit. Maar er bestaat geen aparte categorie voor renners zonder opperhuid. Zonde.

Het was allemaal een maat voor niets. Uittredend tourwinnaar Pogacar suisde als een Mikojan-Goerevitsj MiG-25 over de weg en stapte met een lentefris smoeltje van de fiets, alsof hij net om een brood was gefietst. En dan was er nog die duivel doet al van een van der Poel, die blijkbaar besloten had om vanaf nu ook op de tijdritfiets iedereen in de weg te zitten. Je zal maar een steengoede renner zijn, als een asceet leven voor je vak, en dan dit soort wonderkinderen op je pad krijgen, bij hun geboorte in een vat toverdrank gevallen en schijnbaar moeiteloos schitterend wanneer ze maar willen. Het is niet eerlijk. Voor sommigen lijkt Parijs al bijlange niet zo ver meer.

Staking

Tranen van geluk bij Mark Cavendish na onverwachte zege in T... - Het  Belang van Limburg Mobile

Bij het ontwaken na de slag om Pontivy was mijn humeur nog steeds bevroren.Toen zag ik een foto van Primoz Roglic, aspirant-tourwinnaar en onfortuinlijk slachtoffer van een arbeidsongeval. Primoz in z’n blootje op een hotelbed, omzwachteld met een paar meter verband; heup, been, schouder, elleboog en achterwerk zwaar beschadigd. Boven de familieverpakking verband een moedige grijns en een duimpje. Alsof Primoz lachte met de journalisten die zijn winstkansen al aan de wolven hadden gevoederd. Zelf bestijg ik geen bureaustoel in zo’n hachelijke toestand, laat staan een fietszadel, maar ik ben dan ook geen aspirant-tourwinnaar. Twee weken geleden tuimelde ik onzacht tegen pokdalig Oostvlaams asfalt omdat de weg te smal bleek voor een SUV en een vrouw op een koersfiets. De laatste 20 km van de tocht, met een bloedende hand in een zakdoek, een gekneusd scheenbeen, een beurse schouder en twee pijnlijke polsen, had ik liever niet gereden. Bij het zien van de half ontvelde Primoz schaamde ik me voor mijn kleinzerigheid.

Moet een mens dit tarten van fysieke grenzen toejuichen of bewonderen? Ik kwam er niet uit en besloot Primoz gewoon het beste en efficiënte pijnstillers te wensen.

 

Geruchten over een rennersstaking deden de ronde. Hoe zinvol zo’n actie was, vroeg ik me af. Het is immers traditie om niet naar renners te luisteren. Bovendien is eendracht zaaien in een peloton vol schurende visies en belangen als rijst zaaien in de woestijn. Er schijnt wel ergens een rennersvakbond te bestaan, maar sluitend bewijs voor deze claim blijft uit.

Zodoende werd er kort en lauwhartig geprotesteerd, waarna men overging tot de orde van de dag. Ach ja, discussies over veiligheid in de wielersport hebben veel weg van het sociaal overleg. Je weet niet of er überhaupt iets uit komt, maar dat de debatten zullen vastlopen is een zekerheid. Tot zelfreflectie komt het nooit.

 

Alle commotie ten spijt moest er opnieuw gesprint worden, licht dalend bovendien. Ik keek er niet naar uit, maar wat moet moet. Gelukkig bleef iedereen rechtop. Gelukkig was daar Brent Van Moer, baroudeur uit één stuk. Voor het eerst deze Tour voelde ik het soort blije opwinding waar de wielersport op haar best in uitblinkt. Vergeten was Bretagne en zijn rampspoed. Er was enkel nog Van Moer en de klok, die helaas onverbiddelijk verder tikte. Een paar honderd meter voor de meet was het sprookje uit. Tijd om te treuren was er niet, want van alle mogelijke uitkomsten kregen we die ene, waar al jaren niemand op durfde hopen. Mark Cavendish werd als prioritair en staatsbelangrijk pakket afgeleverd aan de tourmeet en denderde er voor het eerst sinds 2016 als eerste overheen. Hier komen tranen van, voorspelde ik vanop de sofa, mijn enige juiste voorspelling van de dag. Cav knuffelde zijn hele team plat en snotterde als een neoprof die zijn eerste worldtourkoers wint na een lange en moeizame revalidatie. Tot daar mijn poging om de Tour te haten: gestaakt.