biekesblog


vrijdag 26 april 2024

Geknakt

 Van Aert wiped out in big crash at Dwars door Vlaanderen | Video

Als mensen spontaan “Oei, wat scheelt er?” vragen, op de toon van iemand die jou liefst linea recta naar de dokter zou sturen, dan weet je dat het van je gezicht te lezen valt. Het hartzeer. De bijtende ontgoocheling. De verscheurende compassie. En alles daartussen in. Het valt lastig uit te leggen aan mensen die geen deel uitmaken van het genootschap der wielergekken. Je wil het ook niet uitleggen want het valt niet te begrijpen voor wie het niet voelt. Je wil alleen maar wat snotteren en jammeren bij mensen die hetzelfde voelen en geen uitleg nodig hebben.

Er bestaan mensen die van sport houden en mensen die van koers houden. Enige overlap is evident, maar de tweede groep onderscheidt zich van de andere door een haast religieuze aanbidding van wie de koers beoefent. Niet dat wij wielrenners als goden zien, eerder integendeel, vermits onze lievelingscoureurs hun achternaam verliezen van zodra we ze in ons hart sluiten. Remco, Lotte, Wout. Zij hebben geen achternaam nodig want hun voornaam overstijgt alle andere gelijkluidende voornamen. 

We hebben ze als debutanten met pukkels en babyvet zien opduiken in het peloton. We hebben ze zien groeien, sommigen letterlijk. We hebben ze zien vallen, opstaan, winnen, weer vallen, revalideren, terugveren, verliezen, winnen en nog meer winnen. We hebben ze zien vloeken, huilen, afzien, blinken en heersen. We weten wat ze graag eten, hoe hun hond heet en wat hun favoriete drankje is. We zien aan hun gezicht wanneer ze in bloedvorm zijn en wanneer hun lijf wat sputtert. We delen hun doelen en dromen en als de droom een nachtmerrie wordt huiveren we mee. Het zijn niet zomaar wielrenners, het zijn onze wielrenners. Ze zijn familie. Er is geen andere manier om de koers te beleven. Het is alles of niets. Liefde kan enkel bestaan mits onvoorwaardelijke overgave.

Van de koers houden vraagt een soort emotionele betrokkenheid die vreugde schenkt, maar even vaak verscheurt. Geen andere sport gaat gepaard met zoveel onvoorziene ellende en tegenslag, met zoveel variaties aan beproeving. Wat de koers prachtig en uniek maakt, maakt van haar bij momenten ook de lelijkste sport van allemaal. Er is geen juichen zonder tranen, geen glorie zonder smart.

Bloedende renners, geschaafde renners, gekraakte renners. Op het asfalt neergekwakt als een leeg colablikje. Gedeukt en gekreukt. We haten het met evenveel passie als we voelen voor de aanval en de glorie. We weten immers wat het betekent. We weten wat eraan voorafgaat, ver uit het zicht van de camera’s. 

De lange maanden in de aanloop naar Het Doel. De honderden kilometers door de regen en de kou. Het maniakale afwegen van proteïnen, koolhydraten en vezels. Het ontwijken van sociale contacten want een snotvalling is een ramp. Het rigoureuze afwerken van schema’s en planningen. Alles doordacht, alles voorzien, alles onder controle. De weken, maanden weg van huis, weg van je opgroeiende kinderen die elke week iets nieuws hebben geleerd waar jij geen deel van was omdat je op een kale berg zat met even gedreven collega’s voor die verrekte rode bloedlichaampjes. Het missen, altijd het missen. Van je liefste, je kinderen, je vrienden, je ouders, je hond, je eigen bed, van een normaal leven met nu en dan een frivoliteit of wat zottigheid. Alles wijkt voor Het Doel, dat onverstoorbaar dichterbij komt, en met dat doel de druk, de verwachting, de hoop van een half land die al lang niet meer redelijk is. 

Maar je houdt het hoofd koel en de voeten op de trappers; je verbijt alles en doet wat moet en je best en nog veel meer dan dat, want je wil het zo graag en iedereen wil het zo graag, misschien veel te graag, misschien nog liever dan jij.

En dan pats. Het misselijkmakende geluid van barstend carbon en krakende botten. Geschreeuw. Bloed op het asfalt. En duizenden harten die allemaal tegelijk “krak” zeggen. Omdat we het onmiddellijk weten. Dat het onherroepelijk voorbij is. 

Heilige week van kust mijn botten en godmiljaarde, klotesport en hoe is dat nu mogelijk en vervolgens wezenloos voor ons uit staren want de mooiste voorpret van het jaar is hardhandig in de kiem gesmoord, of nee, de kop in gebeukt met de zwaarste hamer in de alaambak en onze eigen kop eigenlijk ook. Zie ons hier nu zitten, een treurig golvende zee van gebroken harten en gekneusde zielen, alsof er iemand met een bot keukenmes in onze ingewanden heeft gepookt; verbonden met elkaar in ons futiele, onnozele, maar tastbare verdriet; verbonden met een geknakte coureur in een ziekenhuisbed. Maar wel “onze” geknakte coureur. De pijn van de coureur is onze pijn, want dat is hoe liefde werkt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten