biekesblog


donderdag 8 juli 2021

Beduusd

 Champion Pogacar seizes Tour lead on Alpine opener - France 24

Waar te beginnen? Wat te zeggen of schrijven over de afgelopen dolle tweedaagse in de bergen. De Alpen waren voor deze Tour wat de kust van Normandië betekende voor WO II: een bloedbad.

Waar is de tijd dat bergetappes begonnen na een vreedzame opwarming van ruim 100 km? Waar is de tijd dat de bergen het speelterrein waren van rasklimmers, en de rest zich wijselijk gedeisd hield in de bus? Ik weet zeker dat tal van coureurs heimwee hebben naar die vervlogen tijden, toen ze nog niet van bij de start als beginnelingen aan gort werden gereden door een stel onbesuisde jongelieden die hen ook in het voorjaar al hadden geteisterd, en voor wie de wetten van de koers niet bleken te gelden.

Ook de koerskijker thuis kreeg geen respijt. Even naar de wc gaan en je had geen benul meer wat er gebeurde, laat staan waarom. 

 

Zelfs in een sport die kwistig met superlatieven en hyperbolen strooit, en vlot nieuwe bedenkt wanneer de oude niet meer voldoen, vielen de woorden stil. Soms valt er gewoon niets te zeggen. Soms kan je enkel beduusd waarnemen wat zich voor je ogen afspeelt, met je onderkin in een kramp en tocht langs je tanden, je afvragend of dit wel kan, of je dit ooit hebt gezien, en zo ja, in welke absurde koortsdroom.


Terwijl Primoz Roglic achteraan gelaten glimlachend afscheid nam van het laatste restje aangekoekte hoop, suisde zijn jeugdige landgenoot fluitend naar de finish, schijnbaar zonder te ademen. Achter elke bocht bleef een dappere vluchter achter, verbijsterd starend naar de rug van het spook dat hen net was voorbijgevlogen. Arme jongens, dacht ik, de Pyreneeën indachtig.

Commentatoren en analisten verstuikten hun tong, op zoek naar de luidste jubeltoon, de opperste toon van bewondering. Zelf vond ik er al bij al niet veel meer aan. Het was alsof ik naar een spannende film keek, die plots ontaarde in een waanzinnige plot omdat de scenarist aan de paddo’s had gezeten. 

 

De Tour is gereden, besloot iedereen na één bergavontuur, behalve een paar hallucinerende enkelingen die in 78 kilo van Aert een mogelijke tourwinnaar bleven zien, zoals er ook mensen zijn die de klimaatopwarming onzin vinden. Je zucht een keer geërgerd wanneer ze zich laten horen en denkt er vervolgens energiebesparend het jouwe van.

Op dag twee in de Alpen werd zelfs de gruppetto uit elkaar gereten door het tempo voorin. Ik voelde alleen nog medelijden met wie daar wanhopig spartelde als een vis op het strand.

Misschien heb ik gewoon heimwee. Naar enige koerslogica; naar gelijke strijd tussen menselijke rivalen van vergelijkbaar allooi; naar orde en structuur in de chaos genaamd Tour; naar mededogen met de gewone stervelingen in het peloton, die elke dag vol ongeloof naar hun fietscomputer turen en vaststellen dat wat tot voor kort voldoende was nu schromelijk en pijnlijk tekortschiet.

vrijdag 2 juli 2021

De langste dag

 Vroeger, toen de dieren spraken, coureurs klakskes droegen en tourwinnaars patrons waren met dreigende wenkbrauwen, betekende “langste etappe” dat je alle tijd van de wereld had voor uitgestelde klusjes en verpozing vooraleer de tv aan moest. Vroeger is onherroepelijk voorbij. Sneu voor de mensen die al jaren roepen dat lange etappes de doodsteek betekenen voor het moderne wielrennen, maar het is niet anders. 100 km keuvelend lanterfanten voor de koers losbarst, aan dat soort kneuterige beuzelarij doet deze generatie niet.

Wanneer je denkt dat de wielergoden de kaarten hebben geschud en uitgedeeld schenken ze je een gul cadeau. Mijn koffie was nog niet koud of ik staarde ongelovig naar de namen van de durvers voorin. Het woord kopgroep was ongepast voor het forse legioen huzaren dat na een uur nervositeit woelig tot stand kwam. Hoe was deze eclectische elite in vredesnaam weggeraakt? Michel en José keken ontsteld op van hun fichebak vol zorgvuldig uitgezochte anecdotes. Vandaag zouden we niet te weten komen wat de pot schafte of waar José in 1979 werd achtervolgd door een Franse Charolaisekoe op drift. 

 

Mathieu van der Poel behoudt zijn gele trui na spektakelrit: “Ik hield Asgreen en Van Aert in de gaten”


De zweem van bezorgdheid in de ogen van UAE ging gestaag over in paniek. Niet dat ze hun best niet deden, maar terwijl Formolo gepijnigd grimaste in de achtervolging konden Van der Poel en van Aert vooraan hun lol niet op. Grappen en grollen aan 51,6 km per uur op een fiets: het zou een aparte Olympische discipline moeten zijn. Ik pauzeerde het beeld en spoelde terug naar het samenzweerderige gegrijns van de twee beste renners van de lage landen. Een langdurige en bewogen haat-liefdeverhouding in één onvergetelijk beeld.

 

De Belgen wilden collectief op tijd in het hotel zijn voor de Rode Duivels-match en hadden ongelooflijke haast. Van Moer, Stuyven en Campenaerts trokken de loopgraven in. Alleen jammer dat ze die massieve Matej Mohoric meenamen. 

Misschien had iemand de renners wijsgemaakt dat er ’s anderendaags een rustdag lonkte in plaats van een uitstap naar de Alpen. Oerend hard bleef het gaan. Ik klakte afkeurend met m’n tong bij het zien van een stoïcijnse Nibali die deed alsof hij niet wist dat zijn ploegmaat Stuyven vooraan reed. Wellustig was mijn plezier toen diezelfde Nibali even later door twee crossers werd achtergelaten op een klimmetje van niks. Karma en leedvermaak zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

 

Alle koersweerzin die zich de eerste dagen had opgehoopt in mijn gemoed verdween bij het aanschouwen van de bloedige burgeroorlog voor mijn ogen. Lieve hemel, wat een slachting. En dan moesten Van der Poel en van Aert, sinds altijd en voor eeuwig tot elkaar veroordeeld, nog een laatste keer hun reserves aanboren, terwijl Roglic in de achtergrond zieltogend wegzakte in een zwarte poel van ellende; gebeurtenissen die in ieder geval tot romig opgeklopte overmoed zouden leiden.

De Tour biedt geen zekerheden. De enige zekerheid zijn tranen; de zichtbare van de winnaar die de meet ziet, en de onzichtbare van wie zich vanavond in z’n bed afvraagt wanneer er een einde komt aan deze kwelling.

donderdag 1 juli 2021

Windmolens

 Windmills of Spain

Chateauroux. Sprint. Cavendish. Twee keer. Waaiers. Stop de klok. Naar vlakke touretappes kijk ik enkel uit wanneer de wind het spel op de wagen jaagt. Dit had zo’n etappe kunnen zijn, met 75 km aan open vlaktes en lange rechte stukken richting finish in Chateauroux. Helaas. De wind wilde niet meespelen en pruilend schudde ik een paar kussens op voor een dutje. Dat was buiten Greg Van Avermaet gerekend, die zich schijnbaar van dag had vergist. “Wat doe jij nu?”, dachten wij, denkend aan de etappe van ‘s anderendaags die hem zoveel beter lag. Dom of niet, ik was Greg dankbaar voor deze onvoorziene en overmoedige verstoring van de plannen en offerde grootmoedig mijn dutje op. Je weet tenslotte maar nooit.

Wat moet zo’n renner als Van Avermaet trouwens doen in deze bizarre tijden vol ongeloofwaardig getalenteerde snotneuzen en knaapjes? Op brugpensioen gaan en rentenieren? Zich heroriënteren tot de golfsport? Dan maar beter Don Quijotegewijs ten strijde trekken. 

Cervantes opende zijn boek over de dwalende ridder Don Quijote met een ontmoedigend voorwoord:“Werkloze lezer, zonder erewoord zult ge van me geloven dat ik dit boek, als kind van mijn inzicht, graag had gemaakt tot het mooiste, fierste en verstandigste dat men zich denken kan. Maar de natuurwet die zegt dat alles zijns gelijke voortbrengt kon ik niet breken.” De expeditie van de allegorische ridder illustreert de kloof tussen droom en werkelijkheid, tussen verstand en verlangen, tussen hoofd en lichaam.

Ik wllde maar wat graag weten wat er zich in het hoofd van Greg afspeelde, welke zelfbegoochelende gedachten hem vooruit dreven. Maar of en wat een renner op de vlucht denkt onder z’n helm blijft altijd een mysterie. We moesten ons dus behelpen met vermoedens over de beweegredenen achter deze boude expeditie. Een malcontente Franse sponsor, gokte ik. Mopperende broodheren zijn soms een prima motivatie.

 

Dankzij het lange en onvoorspoedige exploot van Greg had ik tijd om me op te winden over de Ronde van Italië voor vrouwen die op 2 juli van start gaat. Van de enige noemenswaardige grote ronde die de vrouwen mogen rijden krijgen we dagelijks zowaar 15 minuten beeld. Anna van der Breggen en de rest van de vrouwelijke elite op twee wielen mogen zich 10 dagen lang dubbel vouwen over berg en dal voor een kwartiertje exposure. Welke onaardse oelewapper komt er in vredesnaam op het idee dat zulks een prima en eigentijdse aanpak is? Alweer een vraag waarop geen antwoord volgen zal.

 

Op luttele kilometers van de meet werden Greg en Sancho Panza Klüge bij de lurven gegrepen door Tim Declercq en zijn peloton. Alles verliep zoals verwacht. Twee topsprinters van dezelfde ploeg reden elkaar hoogst ongelukkig voor de voeten en Mark Cavendish won de 32ste touretappe van z’n carrière, de derde in Chateauroux. Als het hoofd herboren en opgeruimd is, dan volgen de benen vanzelf. Wat zou Sam Bennett nu denken, vroeg ik me af, een onprettige gedachte die ik kordaat wegwuifde.

woensdag 30 juni 2021

Niet eerlijk

 Straf: hoe hard kun je afzien voor een wereldtitel tegen de klok | sporza

Mijn liefde voor tijdrijden is van een standvastige soort. Ik vermoed dat het te maken heeft met de ontknoping van de Tour van ’89, maar het zou ook zomaar de schuld van Tony Martin en zijn schuurpapiertje kunnen zijn. Het doet er weinig toe. Zaak is dat ik dol ben op tijdritten, een discipline die vaak saai wordt genoemd door mensen die menen dat wielrennen een soort boksen is. Ik hou van de krachtige esthetiek en de eerlijke zuiverheid van de tijdrit, doorgaans niet verstoord of gesaboteerd door vervelende collega’s die in de weg rijden of je uit de weg duwen. Tijdrijden is een eenzame bezigheid voor coureurs uit gewapend beton, pijnadepten en zonderlingen, het soort mensen dat met liefde en hypergefocust hun achterwerk laten openrijten en door de pijnmuur beuken aan ruim 50 per uur ter meerdere eer en glorie van de aerodynamica.

Ook dit jaar had ik vergeefs gehoopt op een ploegentijdrit. Om een of andere onduidelijke reden zijn ploegentijdritten niet hip of wenselijk meer. De laatste die ik zag dateert van 2019, toen een argeloze Spaanse burger per abuis een plonsbadje liet leeglopen over het parcours van de Vuelta-proloog en zodoende nietsvermoedend een drama teweegbracht. Ook aan de eerlijkheid van het tijdrijden zijn er grenzen. Het blijft tenslotte wielrennen, waar schikgodinnen, het weer, een verkeersdrempel of een dronken toeschouwer ongevraagd mee beslissen over winst of verlies.

 

Van zodra ik de tv aanzette werd mijn naïeve these omtrent eerlijkheid ondermijnd. Ik zag revelatie Bisseger wild van links naar rechts zwiepen om een motor te ontwijken. Bovendien was het beginnen regenen. Heb je dagenlang je krachten gespaard en maanden getraind om te schitteren in jouw discipline, en dan moet je aan de bak onder een druipend firmament. Het is om je klikpedalen van op te eten.

 

Op deze veelzeggende dag was ik in het bjjzonder benieuwd naar Primoz de vervloekte, de man met de stalen kop, die 9 maanden geleden een van de meest memorabele tijdritten uit de koersgeschiedenis verloor. Wat vermag revanche wanneer het lijf zo toegetakeld is? Hoe hadden ze Primoz en al dat verband in z’n strakke tijdritpak gewurmd? En vooral: hoe kregen ze hem er weer uit? Zoveel vragen. Voor iemand die de helft van z’n opperhuid kwijt is reed Roglic een buitengewone tijdrit. Maar er bestaat geen aparte categorie voor renners zonder opperhuid. Zonde.

Het was allemaal een maat voor niets. Uittredend tourwinnaar Pogacar suisde als een Mikojan-Goerevitsj MiG-25 over de weg en stapte met een lentefris smoeltje van de fiets, alsof hij net om een brood was gefietst. En dan was er nog die duivel doet al van een van der Poel, die blijkbaar besloten had om vanaf nu ook op de tijdritfiets iedereen in de weg te zitten. Je zal maar een steengoede renner zijn, als een asceet leven voor je vak, en dan dit soort wonderkinderen op je pad krijgen, bij hun geboorte in een vat toverdrank gevallen en schijnbaar moeiteloos schitterend wanneer ze maar willen. Het is niet eerlijk. Voor sommigen lijkt Parijs al bijlange niet zo ver meer.

Staking

Tranen van geluk bij Mark Cavendish na onverwachte zege in T... - Het  Belang van Limburg Mobile

Bij het ontwaken na de slag om Pontivy was mijn humeur nog steeds bevroren.Toen zag ik een foto van Primoz Roglic, aspirant-tourwinnaar en onfortuinlijk slachtoffer van een arbeidsongeval. Primoz in z’n blootje op een hotelbed, omzwachteld met een paar meter verband; heup, been, schouder, elleboog en achterwerk zwaar beschadigd. Boven de familieverpakking verband een moedige grijns en een duimpje. Alsof Primoz lachte met de journalisten die zijn winstkansen al aan de wolven hadden gevoederd. Zelf bestijg ik geen bureaustoel in zo’n hachelijke toestand, laat staan een fietszadel, maar ik ben dan ook geen aspirant-tourwinnaar. Twee weken geleden tuimelde ik onzacht tegen pokdalig Oostvlaams asfalt omdat de weg te smal bleek voor een SUV en een vrouw op een koersfiets. De laatste 20 km van de tocht, met een bloedende hand in een zakdoek, een gekneusd scheenbeen, een beurse schouder en twee pijnlijke polsen, had ik liever niet gereden. Bij het zien van de half ontvelde Primoz schaamde ik me voor mijn kleinzerigheid.

Moet een mens dit tarten van fysieke grenzen toejuichen of bewonderen? Ik kwam er niet uit en besloot Primoz gewoon het beste en efficiënte pijnstillers te wensen.

 

Geruchten over een rennersstaking deden de ronde. Hoe zinvol zo’n actie was, vroeg ik me af. Het is immers traditie om niet naar renners te luisteren. Bovendien is eendracht zaaien in een peloton vol schurende visies en belangen als rijst zaaien in de woestijn. Er schijnt wel ergens een rennersvakbond te bestaan, maar sluitend bewijs voor deze claim blijft uit.

Zodoende werd er kort en lauwhartig geprotesteerd, waarna men overging tot de orde van de dag. Ach ja, discussies over veiligheid in de wielersport hebben veel weg van het sociaal overleg. Je weet niet of er überhaupt iets uit komt, maar dat de debatten zullen vastlopen is een zekerheid. Tot zelfreflectie komt het nooit.

 

Alle commotie ten spijt moest er opnieuw gesprint worden, licht dalend bovendien. Ik keek er niet naar uit, maar wat moet moet. Gelukkig bleef iedereen rechtop. Gelukkig was daar Brent Van Moer, baroudeur uit één stuk. Voor het eerst deze Tour voelde ik het soort blije opwinding waar de wielersport op haar best in uitblinkt. Vergeten was Bretagne en zijn rampspoed. Er was enkel nog Van Moer en de klok, die helaas onverbiddelijk verder tikte. Een paar honderd meter voor de meet was het sprookje uit. Tijd om te treuren was er niet, want van alle mogelijke uitkomsten kregen we die ene, waar al jaren niemand op durfde hopen. Mark Cavendish werd als prioritair en staatsbelangrijk pakket afgeleverd aan de tourmeet en denderde er voor het eerst sinds 2016 als eerste overheen. Hier komen tranen van, voorspelde ik vanop de sofa, mijn enige juiste voorspelling van de dag. Cav knuffelde zijn hele team plat en snotterde als een neoprof die zijn eerste worldtourkoers wint na een lange en moeizame revalidatie. Tot daar mijn poging om de Tour te haten: gestaakt.

maandag 28 juni 2021

Hefboomproduct

hefboom - YouTube

Sprinters zijn ‘hefboomproducten’, zo vernam ik onlangs toevallig; een beleggingsproduct waarmee je versneld kunt profiteren van een koersstijging of een koersdaling. 

Dat er sprake zou zijn van koersdaling werd duideljk bij het bestuderen van het profiel van de etappe, waar zich voor de eindmeet een duidelijke neerwaartse lijn aftekende. 

Ik druk me omfloerst uit als ik zeg dat ik niet dol op ben op koersdalingen voor de meet. Het reguliere gepor en gewring van een massasprint volstaat ruimschoots ter vermaak, en heeft geen bijkomende perikelen nodig. Sinds Fabio Jakobsen in Polen als munitie van zwaar kaliber de hekken in werd geschoten snuif ik luid geërgerd bij het aanschouwen van zulke overbodige parcoursongein. 

Zelf zou ik nooit beleggen in een sprinter. Veel te riskant. Sprinters zijn enkel nuttig als ze winnen. Er bestaan geen ereplaatsen voor sprinters; enkel de eerste plaats telt. Een sprinter die niet wint is overtollig gewicht aan spieren en pezen. De ontvlambare nervositeit van een massasprint valt enkel te verklaren door deze wrede sprinterswet: wie niet wint is waardeloos. Weinig dingen stemmen treuriger dan een sprinter die niet meer wint, over zijn glorie en houdbaarheisdatum heen is, met enkel nog dijen als serranohammen als bewijs van zijn voormalig kunnen. Stiekem hoop je op een wonderlijke heropstanding, een magische hergeboorte, maar in het ongenadige universum van de koers zijn dat soort mirakels zeldzaam. Niet iedereen heet Cavendish.

 

Ergens onderweg in etappe 3, in een miezerig, kniezend landschap, lang voor er sprake was van neerwaarts sprinten, reed Geraint Thomas zijn eigen klassement en het sleutelbeen van Robert Gesink in de vernieling tegen een verkeersdrempeltje van niks. Het was van een knulligheid waar je enkel bij kunt zuchten. Van mensen die van fietsen hun beroep hebben gemaakt hoop je toch dat ze een dag rechtop in het zadel weten te blijven. Exit Gesink, een renner als een pilaar die je liever rijk dan kwijt bent. Dag 3 en al 5 man uit koers. En dan moest die eerste obligate masssaprint nog komen. “Het wordt chaos”, had Jasper De Buyst voorspeld, iemand die het kon weten. Op zulke dagen vraag ik me af wat ik in vredesnaam zo mooi vind aan deze geaccidenteerde sport.

 

Tijd voor mijmering en beschouwing krijgt een koerskijker in overvloed wanneer 189 km de start scheiden van een sprint. De knalgele fiets en het blinkende vel van Mathieu, ginnegappende coureurs die banden smeden en aanspannen, veelzeggende tussensprintjes, vertrokken gezichten, omzwachtelde ledematen. Mij hoor je niet klagen over lange etappes, waar schijnbaar niets gebeurt en toch zoveel te zien is.


Helaas gebeurde er wel wat, en veel te veel. Primoz Roglic, die kort voordien nog een van z’n belangrijkste helpers was kwijtgeraakt, ging pardoes tegen de vlakte, een malheur vol bloed en wonden dat even later door de wielergoden halfslachtig werd gecompenseerd door een buiteling van zijn rivaal Pogacar. Voorin raasden de hefboomproducten onverstoorbaar verder en hoorde je zenuwen knisperen en kraken. Net toen de meet in zicht kwam tuimelde Caleb Ewan zo lelijk tegen de grond dat ik spontaan de tv uitzette. Niet dat ik Merlier zijn moment de gloire niet gunde, maar de lol was eraf. Juichen leek me niet aan de orde. Wie denkt dat je kijkers lokt met dit soort ellende dwaalt in het duister.

Ga toch weg met je koersdaling.

zondag 27 juni 2021

Een samenzwering van idioten

 Spectator causes one of the worst crashes the Tour de France has ever seen  - Article - Bardown

Een mensengeheugen is een onbetrouwbaar zootje, een zolder waar je lukraak spullen in pleurt voor het geval ze ooit nog eens van pas komen. De meeste dingen komen nooit meer van pas; sommige dingen blijken onvindbaar wanneer ze van pas zouden komen. In mijn frauduleuze geheugen voltrekt een normale Tour de France zich in een decor van zonnebloemvelden en kale cols, gestaag meanderend van de ene landerige zomerdag naar de andere, als het borduurlapje van een beginneling. Deze lang verwachte Grand Départ, levend symbool van de terugkeer naar het échte leven, doorstond de geheugentest niet. Bretagne is geen jolig Frans vakantiedeuntje, maar een klaaglied vol kommer, kwel en beproeving. Mijn persoonlijke herinnering aan Bretagne bestaat uit een tergend lange doorregende week in een Bretoens visserhuis met een setje jengelende peuters. De Franse revolutie verdeelde Bretagne in twee kampen: les bleus, aanhangers van de vernieuwing, en les blancs, fans van het ancien régime. De regio en haar bewoners hadden zwaar te lijden onder de bloederige burgeroorlog. De optelsom van die feiten had een voorteken kunnen zijn, maar wij wielerfans leren niets van de geschiedenis. Zodoende is zij gedoemd om zich te herhalen, in haar meest onbegrijpelijke en onredelijke gedaante.

Alles klopte nochtans feestelijk. De vroege en kansloze vlucht, een snuif jeugdige branie, Tim Declercq geruststellend aan kop van een hijgend peloton. Niets wees erop dat we niet rustig konden indommelen tot Michel en José ons ten gepaste tijde zouden opschrikken met een geëxalteerd “Parbleu” of “Madre Madonna”. En toen was daar dat kartonnen bord, die ochtend snel van een lege doos gescheurd en haastig beklad met groetjes aan oma en opa thuis. Nog voor de groetjes hun bestemmeling bereikten, smakte Tony Martin tegen het kartonnen bord en vervolgens tegen het brute Bretoense asfalt, catalysator van een wanordelijk slagveld vol geblutst carbon en geschaafd rennersvlees. 

“Stomme trut!” weergalmde het in alle huiskamers, ook in de onze. Waarna ik dacht aan al die keren dat iemand een autoportier had opengegooid op het moment dat ik langsfietste; of net wat nederiger aan die Paris-Roubaix toen Nils Politt tegen m’n hand reed op een mottige kasseistrook. Naadloos en in luttele seconden schoven wij van “Oh, eindelijk weer publiek en sfeer!” naar “Het was leuker zonder toeschouwers.” Leg die koers stil, riep ik naar niemand in het bijzonder, en eenvoudige en logische gedachte die evenwel weigerde te ontluiken in de juryhoofden.

 

Heb je maanden ver van huis op een godvergeten bergtop doorgebracht, ver van je geliefden en je eigen knusse bed, je murw trainend voor die verrekte Tour, en halfweg dag één is de toestand al onomkeerbaar hopeloos. Minuten achterstand aan je been en een brutaal gehavend lijf omdat iemand de groetjes deed en de jury net koffiepauze nam toen het noodlot om doortastend optreden vroeg. Rotsport.

Terwijl Ide Schelling, een montere debutant, met tomeloze sturm und drang naar de eerste bollentrui stoof, vulde het medisch bulletin van de dag zich als het logboek van een oorlogsarts. 25 minuten na de onstuimige wereldkampioen sukkelde Marc Soler over de meet, met twee gebroken ellebogen. Proficiat Marc. Doe de groetjes thuis.

maandag 26 april 2021

Levensdrift

 Today 126 years ago Léon Houa won the first Liège–Bastogne–Liège -  CyclingRanking.com

De oudste zijn leidt zelden tot afgunst, behalve wanneer je een wielerwedstrijd bent. In de koers strekt geschiedenis tot eer.

De allereerste Luik-Bastenaken-Luik werd gereden in 1892, toen de fiets een prille en opwindende uitvinding was.

De Belgische bokser Léon Houa zou de drie eerste edities van de amateurwedstrijd winnen. 10u en 48 minuten was Houa onderweg, van Luik naar Bastenaken en via omslachtige en steile omwegen terug naar Luik. 250 km aan een gemiddelde snelheid van 23,32 km/u. Dat zegt niets over de fysieke kwaliteiten van Houa en de 16 andere renners die Luik haalden, maar alles over de technische evolutie van de fiets. In de race om snelheid zou de populaire fiets het al snel moeten afleggen tegen de auto. Uitgerekend snelheid en auto’s zouden Léon fataal worden. In 1912 werd hij testpiloot voor Renault. In 1918, nog voor het einde van de Groote Oorlog, botste Léon tijdens de Ronde van België voor auto’s tegen een paar grote opslagvaten. Hij zou de klap niet overleven.

 

De vrouwen moeten het doorgaans met wat minder geschiedenis stellen en reden dit jaar hun vijfde editie. Een wedstrijd met de maturiteit van een kleuter, maar ook de allerlaatste Doyenne voor Anna van der Breggen, misschien wel de beste wielrenner ter wereld, die dit seizoen haar afscheidstournée afwerkt.

Op la Roche-aux-Faucons of de Valkenrots moet het gebeuren, zo gebieden de ongeschreven wetten van Luik-Bastenaken-Luik.

De valk is de snelste vogel ter wereld: met een snelheid van meer dan 300 km/u stort hij zich naar beneden om in de vlucht een prooi te grijpen. Vallen of crashen doen valken niet.  Gracieus glijdend als een valk wierp Anna zich van de rots, de keure van het peloton klapperwiekend achter zich aan. Ze regelde haar nalatenschap zoals alleen de allergrootsten dat kunnen, in schoonheid, stijl en generositeit. Demi Vollering, haar eerste klassieker op zak, moest er zowaar van huilen. Ik weet dat ik elke koersdag zonder Anna met weemoed aan haar zal denken. 

 

Ook de allerlaatste klassieker van het seizoen stemt mij doorgaans wat weemoedig. Heimwee naar wat nog niet voorbij is: daar zou een woord voor moeten bestaan. Het besef dat er in oktober een extra herfstklassieker wacht deed wonderen voor mijn gemoed. Renners zien lossen op La Redoute is fijner zonder hartzeer, net als staren naar een kopgroep met een 41-jarige en een 22-jarige. In tegenstelling tot Anna van der Breggen, was de jarige Alejandro Valverde niet bezig met afscheid nemen, noch met rijden voor een ander, een weekhartigheid waar hij zich nooit aan heeft bezondigd. De kwieke 41-jarige liet zich ringeloren als een nieuweling. De 22-jarige vloerde de rest gezwind en won na de Tour z’n eerste monument. Ik hoopte dat er toch een taart zou klaarstaan voor Valverde, eentje met smurfblauw glazuur.

 

Eén zwaluw maakt de lente niet. Eén koersvoorjaar wel. Zoveel gezien en beleefd, zoveel om te onthouden: gedoodverfde winnaars die strijdend ten onder gingen; over het hoofd geziene renners die schreeuwend zegevierden, amper meerderjarige snotneuzen zien huppelen en dansen op de pedalen, pensioengerechtigden in de frontlinie; wind en waaiers; vals positieve testen; kasseistroken zonder uitzinnige mensenzee; fotofinishes voor gevorderden; boekhoudersploegen in de aanval; aanvallersploegen in crisis; dom gepoker; slim gepoker; nieuwe regels; stomme regels. Niets ging zoals gepland en iedereen bleef leven.

 

Nu voorwaarts, richting Turijn, waar op 8 mei de mooiste grote ronde start. De Piazza del Campo in Sienna; Ravenna; de Zoncolan en de Passo Pardoi; een snoepjesroze trui; de comeback van Remco het wonderkind: zoveel Giro om naar te verlangen.

Ook nu weer zullen wij ons compleet verliezen in verwachting; zullen we ontgoocheld zijn als Remco niet minstens een etappe wint én de top tien haalt; zullen we zeuren over onnozele sancties, onbegrijpelijke tactiek, obstakels op de weg, lelijke truitjes en niet gegrepen kansen. Zolang wij niet bruisend kunnen leven, is er goddank bruisende koers. Wat ben ik dankbaar voor zoveel ongeremde levensdrift op twee wielen. 

maandag 19 april 2021

Van Raas tot Wout

 Vader Mauri Vansevenant begrijpt het niet: "Ik zit met grote ogen te  kijken, hier is geen verklaring voor" | Wielerkrant.be

Ik herinner me nog mijn ontgoocheling toen ik vernam dat De Amstel Gold Race niet naar de rivier in het zuiden van Noord-Holland, maar naar een matig biermerk was genoemd. De wedstrijd zelf kon me niet zo boeien. Maar een van mijn vroegste koersherinneringen heet Jan Raas, een nukkige en contraire Zeeuwse coureur die maar liefst vijf keer heerste in de Limburgse heuvels. Zo’n stugge zwijger waar je slechts met moeite voor kon juichen, maar die des te meer tot de verbeelding sprak.

Minder tot de verbeelding sprak het parcours van deze corona-editie: een veredeld criterium, slechts de moeite van het kijken waard omwille van een oogverblindend deelnemersveld, al is elke koers die überhaupt gereden wordt pure winst in deze tijd.

 

Wie de race bij de vrouwen wilde zien moest niet alleen de wekker zetten, maar ook op slinkse wijze geografische beperkingen omzeilen, aangezien enkel de NOS de wedstrijd integraal streamde voor een exclusief Nederlands publiek. Doodzonde, zeker gezien het ongeduld en de gretigheid waarmee het peloton ten strijde trok. Na 7 rondjes vuurwerk vinkte Marianne Vos een vakje af op haar bijna volle Bingo-kaart. Als Vos wint klopt mijn hart altijd een slagje sneller. Soms, wanneer ik wild dagdroom, stel ik me voor dat ik Marianne Vos ben en bij elke pedaalslag geschiedenis schrijf.

 

Dat er daarna uren tijd zou zijn voor een koersdutje en een lijst uitgestelde huiselijke klussen had ik graag op voorhand geweten, maar koers laat zich niet voorspellen. Twee weken hadden wij uitgekeken naar de Limburgse avonturen van de geelzwarte tweekoppige draak Roglic/van Aert. Ik vroeg me af hoe bovengemiddeld zenuwslopend het moest zijn om de beste renner ter wereld voor je te zien ploeteren, gaatjes te zien dichten, vluchters te zien oprapen als bundeltjes vuile was. De beste renner ter wereld ontgoochelde niet en zwoegde zich in het zweet voor Wout. Tot Primoz lek reed op het slechtst denkbare moment. Ik hoopte maar dat Primoz minstens een paar Vlaamse harten had veroverd.

 

Mijn held van de dag heette echter niet Primoz of Wout, maar Mauri, Een wonderlijk wiebelig verschijnsel op wielen, boerenzoon op speed, immer laverend tussen leeuwen- en overmoed, het soort roestvrije coureur die door geen malheur of tegenspoed te stuiten valt. Het is onmogelijk om niet instant van Mauri te houden. Mauri Van Sevenant fietste als een vader die met z’n doodbloedende kind naar de spoed rijdt. Winnen zou hij niet, maar dat was bijzaak. En dan te bedenken dat we nog zo’n slordige 15 jaar naar Mauri mogen kijken: wat een geschenk.

 

De slaapverwekkende saaiheid van driekwart Amstel Gold Race werd ruimschoots gecompenseerd door het soort fotofinish die trending is. Zenuwslopende minuten gingen voorbij voor wij luidop “Wout!” durfden roepen, zij het aarzelend, gezien het haardunne verschil met die

belachelijk getalenteerde snotneus van een Pidcock, die wel vaker in de weg rijdt. Zelf was ik vooral blij dat Primoz zich niet voor niets had opgeofferd en dat Wout dus gerust zou kunnen slapen. Danku Primoz.

maandag 5 april 2021

Ritueel

 Paterberg - Kluisbergen, Belgium | Landschappen, Herfst landschap,  Fotografie

De Ronde van Vlaanderen ontvouwt zich jaarlijks als een langgerekt ritueel in verschillende onontbeerlijke stadia.  Een hele week lang maakt Vlaanderen zich anticiperend druk over de belangrijkste feestdag van het jaar, een dag waarop naar goede gewoonte schijnbaar oeverloos wordt voorbeschouwd. 

De religieuze, ordenende, louterende en verheffende rol van rituelen in de samenleving wordt schromelijk onderschat. 

Om het Ronderitueel kracht en overtuiging bij te zetten luisteren wij naar ervaren waarzeggers op televisie, die dagenlang dezelfde vraag herkauwen. Om die hamvraag te beantwoorden baseren zij zich op voortekenen en signalen die enkel zij kunnen lezen omdat zij, uitverkorenen, in contact staan met bovennatuurlijke krachten en heidense wielergoden.

 

In het vroegchristelijke Europa werd waarzeggerij als een zonde beschouwd. Beoefenaars werden vervolgd en gestraft voor hekserij en zwarte magie. 

Hedendaagse koerswaarzeggers heten genoeglijk Eddy, Bram, Tom of Dirk en verpakken hun voorspellingen in schijnbaar onweerlegbare analyses van recente momenten. Het moment waarop Wout moest lossen. Het moment waarop Mathieu niet mee kon. Het moment waarop Greg niet meereed. De sprint van Marianne. Momenten die aan elkaar worden geregen als kralen aan een gebedskrans.

 

De Ronde is een rozenkransgebed dat we uit het hoofd kennen en prevelend opzeggen: Lippenhovestraat, Paddestraat, Katteberg, Oude Kwaremont, Kortekeer, Eikenberg, Wolvenberg, Holleweg, Molenberg, Berendries, Valkenberg, Kanarieberg, Oude Kwaremont; Paterberg, Koppenberg, Mariaborrestraat, Steenbeekdries, Taaienberg, Kruisberg, Hotond, Oude Kwaremont, Paterberg, Minderbroedersstraat. Amen.

Ook zonder luid brullende mensenmassa die zich opent als de Rode Zee voor Mozes; ook wanneer het peloton zich eenzaam en onaangemoedigd langs onooglijke steenwegen, brutale kasseistroken en verknoeide verkavelingen slingert, houden wij vast aan het ritueel, aan het gebed.

 

De 254 slopende kilometers tussen Antwerpen en Oudenaarde lagen bezaaid met onfortuinlijke voorvallen. Het robbertje vechten tussen Otto Vergaerde en Jevgeni Fjodorov. De monstervalpartij van een half peloton. De ongelukkig weggemikte bidon van Michael Schär. De vurig gehate wedstrijdjury, een constructie die vooral in het leven werd geroepen om wielerfans te verenigen in gedeelde verontwaardiging. De allerlaatste wedstrijd van Maarten Wynants die roemloos afscheid nam. De hopeloos slecht getimede materiaalpech van Lotte Kopecky. Wat viel er veel te vervloeken.

Verrassend fortuinlijk was dan weer het feit dat Sep Vanmarcke, eeuwig vallende antiheld der Vlaamse kasseien, recht op z’n fiets bleef zitten, een voorteken van formaat.

 

Na alle stellige en twijfelende voorspellingen viel enkel te voorspellen dat niets zou lopen zoals voorspeld. En zo geschiedde. Kansloze Kasper Asgreen had lak aan heilige drievuldigheden, lokale preferenties en wenselijke uitkomsten. Niet Wout, voor wie Vlaanderen collectief uit de sofa wilde springen, maar een Deense hardrijder waarvan niemand wist dat hij kon sprinten, liet de vermeend onoverwinnelijke van der Poel achter voor de meet, een gebeuren waar niemand behalve hijzelf rekening mee had gehouden. Niemand, behalve de waarzeggers, die achteraf beweerden niet verrast te zijn door deze grillige speling van het lot. Meer nog dan de kunst van het voorspellen beheersen zij de kunst van het hineininterprieteren, een discipline die bovengemiddeld veel mentale soepelheid en zelfvertrouwen vereist.

 

En toen, na eindeloos herhaalde verklaringen over de stralende toekomst van de gouden jeugd en de onvermijdelijke teloorgang van de dertig-plussers, liet de achtendertigjarige Annemiek Van Vleuten alle andere favorieten achter zich op de gemene Paterberg, om tien jaar na haar eerste Rondezege opnieuw te heersen in Vlaanderen. Ooit zal ook Annemiek overwinnelijk blijken, maar voorlopig nog even niet.

 

Winnen of verliezen, vriezen of dooien, heersen of ten onder gaan zijn au fond bijzaak in de koers. Niet zozeer wat je doet, maar hoe je het doet bepaalt je status en je aura, hoe je de geschiedenis ingaat. Winnen kunnen er velen. Verliezen kan iedereen. Groots verliezen en gul winnen zijn kunsten die slechts weinigen beheersen.

Alle praat na de vaak en achterafanalyses vervielen bij het droge en eerlijke commentaar van de twee grote verliezers. Ze waren niet goed genoeg. Meer viel er niet over te zeggen.

De stralende Van Vleuten, die strikt genomen geen ploeg nodig heeft, bedankte haar nieuwe team, ook al was dat in geen velden of wegen te bespeuren geweest terwijl zij voorin zat te ploeteren. 

 

Het grootste wonder van allemaal was evenwel de Ronde zelf: heilig ritueel; onverstoorbaar en onverzettellijk als het weer; onoverwinnelijk als natuurkracht.