biekesblog


maandag 28 juni 2021

Hefboomproduct

hefboom - YouTube

Sprinters zijn ‘hefboomproducten’, zo vernam ik onlangs toevallig; een beleggingsproduct waarmee je versneld kunt profiteren van een koersstijging of een koersdaling. 

Dat er sprake zou zijn van koersdaling werd duideljk bij het bestuderen van het profiel van de etappe, waar zich voor de eindmeet een duidelijke neerwaartse lijn aftekende. 

Ik druk me omfloerst uit als ik zeg dat ik niet dol op ben op koersdalingen voor de meet. Het reguliere gepor en gewring van een massasprint volstaat ruimschoots ter vermaak, en heeft geen bijkomende perikelen nodig. Sinds Fabio Jakobsen in Polen als munitie van zwaar kaliber de hekken in werd geschoten snuif ik luid geërgerd bij het aanschouwen van zulke overbodige parcoursongein. 

Zelf zou ik nooit beleggen in een sprinter. Veel te riskant. Sprinters zijn enkel nuttig als ze winnen. Er bestaan geen ereplaatsen voor sprinters; enkel de eerste plaats telt. Een sprinter die niet wint is overtollig gewicht aan spieren en pezen. De ontvlambare nervositeit van een massasprint valt enkel te verklaren door deze wrede sprinterswet: wie niet wint is waardeloos. Weinig dingen stemmen treuriger dan een sprinter die niet meer wint, over zijn glorie en houdbaarheisdatum heen is, met enkel nog dijen als serranohammen als bewijs van zijn voormalig kunnen. Stiekem hoop je op een wonderlijke heropstanding, een magische hergeboorte, maar in het ongenadige universum van de koers zijn dat soort mirakels zeldzaam. Niet iedereen heet Cavendish.

 

Ergens onderweg in etappe 3, in een miezerig, kniezend landschap, lang voor er sprake was van neerwaarts sprinten, reed Geraint Thomas zijn eigen klassement en het sleutelbeen van Robert Gesink in de vernieling tegen een verkeersdrempeltje van niks. Het was van een knulligheid waar je enkel bij kunt zuchten. Van mensen die van fietsen hun beroep hebben gemaakt hoop je toch dat ze een dag rechtop in het zadel weten te blijven. Exit Gesink, een renner als een pilaar die je liever rijk dan kwijt bent. Dag 3 en al 5 man uit koers. En dan moest die eerste obligate masssaprint nog komen. “Het wordt chaos”, had Jasper De Buyst voorspeld, iemand die het kon weten. Op zulke dagen vraag ik me af wat ik in vredesnaam zo mooi vind aan deze geaccidenteerde sport.

 

Tijd voor mijmering en beschouwing krijgt een koerskijker in overvloed wanneer 189 km de start scheiden van een sprint. De knalgele fiets en het blinkende vel van Mathieu, ginnegappende coureurs die banden smeden en aanspannen, veelzeggende tussensprintjes, vertrokken gezichten, omzwachtelde ledematen. Mij hoor je niet klagen over lange etappes, waar schijnbaar niets gebeurt en toch zoveel te zien is.


Helaas gebeurde er wel wat, en veel te veel. Primoz Roglic, die kort voordien nog een van z’n belangrijkste helpers was kwijtgeraakt, ging pardoes tegen de vlakte, een malheur vol bloed en wonden dat even later door de wielergoden halfslachtig werd gecompenseerd door een buiteling van zijn rivaal Pogacar. Voorin raasden de hefboomproducten onverstoorbaar verder en hoorde je zenuwen knisperen en kraken. Net toen de meet in zicht kwam tuimelde Caleb Ewan zo lelijk tegen de grond dat ik spontaan de tv uitzette. Niet dat ik Merlier zijn moment de gloire niet gunde, maar de lol was eraf. Juichen leek me niet aan de orde. Wie denkt dat je kijkers lokt met dit soort ellende dwaalt in het duister.

Ga toch weg met je koersdaling.

zondag 27 juni 2021

Een samenzwering van idioten

 Spectator causes one of the worst crashes the Tour de France has ever seen  - Article - Bardown

Een mensengeheugen is een onbetrouwbaar zootje, een zolder waar je lukraak spullen in pleurt voor het geval ze ooit nog eens van pas komen. De meeste dingen komen nooit meer van pas; sommige dingen blijken onvindbaar wanneer ze van pas zouden komen. In mijn frauduleuze geheugen voltrekt een normale Tour de France zich in een decor van zonnebloemvelden en kale cols, gestaag meanderend van de ene landerige zomerdag naar de andere, als het borduurlapje van een beginneling. Deze lang verwachte Grand Départ, levend symbool van de terugkeer naar het échte leven, doorstond de geheugentest niet. Bretagne is geen jolig Frans vakantiedeuntje, maar een klaaglied vol kommer, kwel en beproeving. Mijn persoonlijke herinnering aan Bretagne bestaat uit een tergend lange doorregende week in een Bretoens visserhuis met een setje jengelende peuters. De Franse revolutie verdeelde Bretagne in twee kampen: les bleus, aanhangers van de vernieuwing, en les blancs, fans van het ancien régime. De regio en haar bewoners hadden zwaar te lijden onder de bloederige burgeroorlog. De optelsom van die feiten had een voorteken kunnen zijn, maar wij wielerfans leren niets van de geschiedenis. Zodoende is zij gedoemd om zich te herhalen, in haar meest onbegrijpelijke en onredelijke gedaante.

Alles klopte nochtans feestelijk. De vroege en kansloze vlucht, een snuif jeugdige branie, Tim Declercq geruststellend aan kop van een hijgend peloton. Niets wees erop dat we niet rustig konden indommelen tot Michel en José ons ten gepaste tijde zouden opschrikken met een geëxalteerd “Parbleu” of “Madre Madonna”. En toen was daar dat kartonnen bord, die ochtend snel van een lege doos gescheurd en haastig beklad met groetjes aan oma en opa thuis. Nog voor de groetjes hun bestemmeling bereikten, smakte Tony Martin tegen het kartonnen bord en vervolgens tegen het brute Bretoense asfalt, catalysator van een wanordelijk slagveld vol geblutst carbon en geschaafd rennersvlees. 

“Stomme trut!” weergalmde het in alle huiskamers, ook in de onze. Waarna ik dacht aan al die keren dat iemand een autoportier had opengegooid op het moment dat ik langsfietste; of net wat nederiger aan die Paris-Roubaix toen Nils Politt tegen m’n hand reed op een mottige kasseistrook. Naadloos en in luttele seconden schoven wij van “Oh, eindelijk weer publiek en sfeer!” naar “Het was leuker zonder toeschouwers.” Leg die koers stil, riep ik naar niemand in het bijzonder, en eenvoudige en logische gedachte die evenwel weigerde te ontluiken in de juryhoofden.

 

Heb je maanden ver van huis op een godvergeten bergtop doorgebracht, ver van je geliefden en je eigen knusse bed, je murw trainend voor die verrekte Tour, en halfweg dag één is de toestand al onomkeerbaar hopeloos. Minuten achterstand aan je been en een brutaal gehavend lijf omdat iemand de groetjes deed en de jury net koffiepauze nam toen het noodlot om doortastend optreden vroeg. Rotsport.

Terwijl Ide Schelling, een montere debutant, met tomeloze sturm und drang naar de eerste bollentrui stoof, vulde het medisch bulletin van de dag zich als het logboek van een oorlogsarts. 25 minuten na de onstuimige wereldkampioen sukkelde Marc Soler over de meet, met twee gebroken ellebogen. Proficiat Marc. Doe de groetjes thuis.

maandag 26 april 2021

Levensdrift

 Today 126 years ago Léon Houa won the first Liège–Bastogne–Liège -  CyclingRanking.com

De oudste zijn leidt zelden tot afgunst, behalve wanneer je een wielerwedstrijd bent. In de koers strekt geschiedenis tot eer.

De allereerste Luik-Bastenaken-Luik werd gereden in 1892, toen de fiets een prille en opwindende uitvinding was.

De Belgische bokser Léon Houa zou de drie eerste edities van de amateurwedstrijd winnen. 10u en 48 minuten was Houa onderweg, van Luik naar Bastenaken en via omslachtige en steile omwegen terug naar Luik. 250 km aan een gemiddelde snelheid van 23,32 km/u. Dat zegt niets over de fysieke kwaliteiten van Houa en de 16 andere renners die Luik haalden, maar alles over de technische evolutie van de fiets. In de race om snelheid zou de populaire fiets het al snel moeten afleggen tegen de auto. Uitgerekend snelheid en auto’s zouden Léon fataal worden. In 1912 werd hij testpiloot voor Renault. In 1918, nog voor het einde van de Groote Oorlog, botste Léon tijdens de Ronde van België voor auto’s tegen een paar grote opslagvaten. Hij zou de klap niet overleven.

 

De vrouwen moeten het doorgaans met wat minder geschiedenis stellen en reden dit jaar hun vijfde editie. Een wedstrijd met de maturiteit van een kleuter, maar ook de allerlaatste Doyenne voor Anna van der Breggen, misschien wel de beste wielrenner ter wereld, die dit seizoen haar afscheidstournée afwerkt.

Op la Roche-aux-Faucons of de Valkenrots moet het gebeuren, zo gebieden de ongeschreven wetten van Luik-Bastenaken-Luik.

De valk is de snelste vogel ter wereld: met een snelheid van meer dan 300 km/u stort hij zich naar beneden om in de vlucht een prooi te grijpen. Vallen of crashen doen valken niet.  Gracieus glijdend als een valk wierp Anna zich van de rots, de keure van het peloton klapperwiekend achter zich aan. Ze regelde haar nalatenschap zoals alleen de allergrootsten dat kunnen, in schoonheid, stijl en generositeit. Demi Vollering, haar eerste klassieker op zak, moest er zowaar van huilen. Ik weet dat ik elke koersdag zonder Anna met weemoed aan haar zal denken. 

 

Ook de allerlaatste klassieker van het seizoen stemt mij doorgaans wat weemoedig. Heimwee naar wat nog niet voorbij is: daar zou een woord voor moeten bestaan. Het besef dat er in oktober een extra herfstklassieker wacht deed wonderen voor mijn gemoed. Renners zien lossen op La Redoute is fijner zonder hartzeer, net als staren naar een kopgroep met een 41-jarige en een 22-jarige. In tegenstelling tot Anna van der Breggen, was de jarige Alejandro Valverde niet bezig met afscheid nemen, noch met rijden voor een ander, een weekhartigheid waar hij zich nooit aan heeft bezondigd. De kwieke 41-jarige liet zich ringeloren als een nieuweling. De 22-jarige vloerde de rest gezwind en won na de Tour z’n eerste monument. Ik hoopte dat er toch een taart zou klaarstaan voor Valverde, eentje met smurfblauw glazuur.

 

Eén zwaluw maakt de lente niet. Eén koersvoorjaar wel. Zoveel gezien en beleefd, zoveel om te onthouden: gedoodverfde winnaars die strijdend ten onder gingen; over het hoofd geziene renners die schreeuwend zegevierden, amper meerderjarige snotneuzen zien huppelen en dansen op de pedalen, pensioengerechtigden in de frontlinie; wind en waaiers; vals positieve testen; kasseistroken zonder uitzinnige mensenzee; fotofinishes voor gevorderden; boekhoudersploegen in de aanval; aanvallersploegen in crisis; dom gepoker; slim gepoker; nieuwe regels; stomme regels. Niets ging zoals gepland en iedereen bleef leven.

 

Nu voorwaarts, richting Turijn, waar op 8 mei de mooiste grote ronde start. De Piazza del Campo in Sienna; Ravenna; de Zoncolan en de Passo Pardoi; een snoepjesroze trui; de comeback van Remco het wonderkind: zoveel Giro om naar te verlangen.

Ook nu weer zullen wij ons compleet verliezen in verwachting; zullen we ontgoocheld zijn als Remco niet minstens een etappe wint én de top tien haalt; zullen we zeuren over onnozele sancties, onbegrijpelijke tactiek, obstakels op de weg, lelijke truitjes en niet gegrepen kansen. Zolang wij niet bruisend kunnen leven, is er goddank bruisende koers. Wat ben ik dankbaar voor zoveel ongeremde levensdrift op twee wielen. 

maandag 19 april 2021

Van Raas tot Wout

 Vader Mauri Vansevenant begrijpt het niet: "Ik zit met grote ogen te  kijken, hier is geen verklaring voor" | Wielerkrant.be

Ik herinner me nog mijn ontgoocheling toen ik vernam dat De Amstel Gold Race niet naar de rivier in het zuiden van Noord-Holland, maar naar een matig biermerk was genoemd. De wedstrijd zelf kon me niet zo boeien. Maar een van mijn vroegste koersherinneringen heet Jan Raas, een nukkige en contraire Zeeuwse coureur die maar liefst vijf keer heerste in de Limburgse heuvels. Zo’n stugge zwijger waar je slechts met moeite voor kon juichen, maar die des te meer tot de verbeelding sprak.

Minder tot de verbeelding sprak het parcours van deze corona-editie: een veredeld criterium, slechts de moeite van het kijken waard omwille van een oogverblindend deelnemersveld, al is elke koers die überhaupt gereden wordt pure winst in deze tijd.

 

Wie de race bij de vrouwen wilde zien moest niet alleen de wekker zetten, maar ook op slinkse wijze geografische beperkingen omzeilen, aangezien enkel de NOS de wedstrijd integraal streamde voor een exclusief Nederlands publiek. Doodzonde, zeker gezien het ongeduld en de gretigheid waarmee het peloton ten strijde trok. Na 7 rondjes vuurwerk vinkte Marianne Vos een vakje af op haar bijna volle Bingo-kaart. Als Vos wint klopt mijn hart altijd een slagje sneller. Soms, wanneer ik wild dagdroom, stel ik me voor dat ik Marianne Vos ben en bij elke pedaalslag geschiedenis schrijf.

 

Dat er daarna uren tijd zou zijn voor een koersdutje en een lijst uitgestelde huiselijke klussen had ik graag op voorhand geweten, maar koers laat zich niet voorspellen. Twee weken hadden wij uitgekeken naar de Limburgse avonturen van de geelzwarte tweekoppige draak Roglic/van Aert. Ik vroeg me af hoe bovengemiddeld zenuwslopend het moest zijn om de beste renner ter wereld voor je te zien ploeteren, gaatjes te zien dichten, vluchters te zien oprapen als bundeltjes vuile was. De beste renner ter wereld ontgoochelde niet en zwoegde zich in het zweet voor Wout. Tot Primoz lek reed op het slechtst denkbare moment. Ik hoopte maar dat Primoz minstens een paar Vlaamse harten had veroverd.

 

Mijn held van de dag heette echter niet Primoz of Wout, maar Mauri, Een wonderlijk wiebelig verschijnsel op wielen, boerenzoon op speed, immer laverend tussen leeuwen- en overmoed, het soort roestvrije coureur die door geen malheur of tegenspoed te stuiten valt. Het is onmogelijk om niet instant van Mauri te houden. Mauri Van Sevenant fietste als een vader die met z’n doodbloedende kind naar de spoed rijdt. Winnen zou hij niet, maar dat was bijzaak. En dan te bedenken dat we nog zo’n slordige 15 jaar naar Mauri mogen kijken: wat een geschenk.

 

De slaapverwekkende saaiheid van driekwart Amstel Gold Race werd ruimschoots gecompenseerd door het soort fotofinish die trending is. Zenuwslopende minuten gingen voorbij voor wij luidop “Wout!” durfden roepen, zij het aarzelend, gezien het haardunne verschil met die

belachelijk getalenteerde snotneus van een Pidcock, die wel vaker in de weg rijdt. Zelf was ik vooral blij dat Primoz zich niet voor niets had opgeofferd en dat Wout dus gerust zou kunnen slapen. Danku Primoz.

maandag 5 april 2021

Ritueel

 Paterberg - Kluisbergen, Belgium | Landschappen, Herfst landschap,  Fotografie

De Ronde van Vlaanderen ontvouwt zich jaarlijks als een langgerekt ritueel in verschillende onontbeerlijke stadia.  Een hele week lang maakt Vlaanderen zich anticiperend druk over de belangrijkste feestdag van het jaar, een dag waarop naar goede gewoonte schijnbaar oeverloos wordt voorbeschouwd. 

De religieuze, ordenende, louterende en verheffende rol van rituelen in de samenleving wordt schromelijk onderschat. 

Om het Ronderitueel kracht en overtuiging bij te zetten luisteren wij naar ervaren waarzeggers op televisie, die dagenlang dezelfde vraag herkauwen. Om die hamvraag te beantwoorden baseren zij zich op voortekenen en signalen die enkel zij kunnen lezen omdat zij, uitverkorenen, in contact staan met bovennatuurlijke krachten en heidense wielergoden.

 

In het vroegchristelijke Europa werd waarzeggerij als een zonde beschouwd. Beoefenaars werden vervolgd en gestraft voor hekserij en zwarte magie. 

Hedendaagse koerswaarzeggers heten genoeglijk Eddy, Bram, Tom of Dirk en verpakken hun voorspellingen in schijnbaar onweerlegbare analyses van recente momenten. Het moment waarop Wout moest lossen. Het moment waarop Mathieu niet mee kon. Het moment waarop Greg niet meereed. De sprint van Marianne. Momenten die aan elkaar worden geregen als kralen aan een gebedskrans.

 

De Ronde is een rozenkransgebed dat we uit het hoofd kennen en prevelend opzeggen: Lippenhovestraat, Paddestraat, Katteberg, Oude Kwaremont, Kortekeer, Eikenberg, Wolvenberg, Holleweg, Molenberg, Berendries, Valkenberg, Kanarieberg, Oude Kwaremont; Paterberg, Koppenberg, Mariaborrestraat, Steenbeekdries, Taaienberg, Kruisberg, Hotond, Oude Kwaremont, Paterberg, Minderbroedersstraat. Amen.

Ook zonder luid brullende mensenmassa die zich opent als de Rode Zee voor Mozes; ook wanneer het peloton zich eenzaam en onaangemoedigd langs onooglijke steenwegen, brutale kasseistroken en verknoeide verkavelingen slingert, houden wij vast aan het ritueel, aan het gebed.

 

De 254 slopende kilometers tussen Antwerpen en Oudenaarde lagen bezaaid met onfortuinlijke voorvallen. Het robbertje vechten tussen Otto Vergaerde en Jevgeni Fjodorov. De monstervalpartij van een half peloton. De ongelukkig weggemikte bidon van Michael Schär. De vurig gehate wedstrijdjury, een constructie die vooral in het leven werd geroepen om wielerfans te verenigen in gedeelde verontwaardiging. De allerlaatste wedstrijd van Maarten Wynants die roemloos afscheid nam. De hopeloos slecht getimede materiaalpech van Lotte Kopecky. Wat viel er veel te vervloeken.

Verrassend fortuinlijk was dan weer het feit dat Sep Vanmarcke, eeuwig vallende antiheld der Vlaamse kasseien, recht op z’n fiets bleef zitten, een voorteken van formaat.

 

Na alle stellige en twijfelende voorspellingen viel enkel te voorspellen dat niets zou lopen zoals voorspeld. En zo geschiedde. Kansloze Kasper Asgreen had lak aan heilige drievuldigheden, lokale preferenties en wenselijke uitkomsten. Niet Wout, voor wie Vlaanderen collectief uit de sofa wilde springen, maar een Deense hardrijder waarvan niemand wist dat hij kon sprinten, liet de vermeend onoverwinnelijke van der Poel achter voor de meet, een gebeuren waar niemand behalve hijzelf rekening mee had gehouden. Niemand, behalve de waarzeggers, die achteraf beweerden niet verrast te zijn door deze grillige speling van het lot. Meer nog dan de kunst van het voorspellen beheersen zij de kunst van het hineininterprieteren, een discipline die bovengemiddeld veel mentale soepelheid en zelfvertrouwen vereist.

 

En toen, na eindeloos herhaalde verklaringen over de stralende toekomst van de gouden jeugd en de onvermijdelijke teloorgang van de dertig-plussers, liet de achtendertigjarige Annemiek Van Vleuten alle andere favorieten achter zich op de gemene Paterberg, om tien jaar na haar eerste Rondezege opnieuw te heersen in Vlaanderen. Ooit zal ook Annemiek overwinnelijk blijken, maar voorlopig nog even niet.

 

Winnen of verliezen, vriezen of dooien, heersen of ten onder gaan zijn au fond bijzaak in de koers. Niet zozeer wat je doet, maar hoe je het doet bepaalt je status en je aura, hoe je de geschiedenis ingaat. Winnen kunnen er velen. Verliezen kan iedereen. Groots verliezen en gul winnen zijn kunsten die slechts weinigen beheersen.

Alle praat na de vaak en achterafanalyses vervielen bij het droge en eerlijke commentaar van de twee grote verliezers. Ze waren niet goed genoeg. Meer viel er niet over te zeggen.

De stralende Van Vleuten, die strikt genomen geen ploeg nodig heeft, bedankte haar nieuwe team, ook al was dat in geen velden of wegen te bespeuren geweest terwijl zij voorin zat te ploeteren. 

 

Het grootste wonder van allemaal was evenwel de Ronde zelf: heilig ritueel; onverstoorbaar en onverzettellijk als het weer; onoverwinnelijk als natuurkracht.

zondag 28 maart 2021

Chaostheorie

 Sam Bennett moest overgeven: "Ik had teveel gegeten" | WielerFlits

Ik heb het afgelopen jaar geleerd niets te verwachten. Verwachting is als voorjaarsweer of de staat van het Vlaamse wegdek: er valt geen peil op te trekken. 

Er waren tijden dat de koers verliep volgens een vertrouwd patroon. Verwachtingen waren zelden gewaagd. Vandaag kan een wielerfan maar beter op z’n hoede zijn. Het oeroude kursdutje, een prachtige traditie, is met uitsterven bedreigd. Wie toch in slaap sukkelt of even de was ophangt, stelt even later onthutst vast dat er honderd en een dingen zijn gebeurd die niet te verwachten vielen. 

 

Chaostheorie onderzoekt de omstandigheden die deterministische chaos teweegbrengen: het soort schijnbare wanorde dat toch exact bepaald is en geordend tot stand komt. Koers is naast theater ook een tikje wetenschap.

 

Terwijl ik breed grijnzend toekeek hoe Thomas De Gendt een van zijn zeldzame, en daarom des te fraaiere solozeges afrondde in Catalonië, scheurde de wind een wild stampend peloton aan rafels in een landschap dat nooit mooier bezongen werd dan door Brel. 

Avec le fil des jours pour unique voyage
Et des chemins de pluie pour unique bonsoir
Avec le vent d'ouest, écoutez-le vouloir”

 

In mijn hoofd huist een bescheiden archief aan onvergetelijke Gent-Wevelgem momenten. Cipollini die een bidon mikt naar de wedstrijdjury; Geraint Thomas in de gracht; een ontroostbaar snikkende Elia Viviani op de stoeprand. En gloednieuw: een kotsende Sam Bennett. Sammy overleefde tot ieders verrassing de Kemmelberg, maar loosde al ploeterend zijn maaginhoud, als een student die voor het ochtendgloren kotwaarts fietst na het gulzig nuttigen van een halve bak streekbier en een pak frieten met stoverijsaus. Even later zwalpte Sammy zieltogend als een uitgewrongen dweil achter de kopgroep aan. Ik wenste dat iemand hem stante pede van z’n fiets zou halen en op een achterbank parkeren met een dekentje en een cola.

 

In een landschap dat ooit een slagveld was, werd ongenadig gevochten. Wat overleefde was een select groepje met evenveel kansen als coureurs, evenveel hoogspanning als snelheid. Soms ligt de uitkomst van de chaos vast, als tractorsporen in het opgedroogde slijk. Soms, na de wanorde, herstelt de orde zichzelf en wint Wout met twee vingers in de neus en adem op overschot. Het allermooiste was de zegevierende arm in de lucht van Nathan Van Hooydonck, domestique van de dag, goed voorzien van poten, oren en bespraakte mond, die wellustig, maar beleefd revanche nam na wekenlang gezeur over zijn “matige” ploegwerk. Winnen is de zoetste wraak.

 

En toen moest het dessert nog komen, een kaasplankje met een handvol gerijpte vaste waarden en een paar verrassingen. Elisa Longo-Borghini, een coureur met een naam als een opera en een leeuwinnenhart, kliefde door de wind als een schip op drift. In haar kielzog werd naar adem gehapt. Maar het schip strandde met de kust in zicht en Marianne Vos op haar hielen. Marianne, die tijdperken overbrugt zoals alleen tradities en geschiedenis doen. Ooit komt er een dag waarop Marianne niet meer koerst. Sommige verwachtingen schuift een mens liever voor zich uit.

zondag 21 maart 2021

Blijde boodschap

St. Gabriel, the Archangel HD - YouTube

De dag voor de lente zich geeuwend uitrekte stroomde het voorjaarspeloton als een lang en gestaag aanzwellend Italiaans lied van het mondaine Milaan naar de bloemenstad aan de Ligurische kust. 

De kokette badstad San Remo, aankomstplaats van La Primavera, staat onder meer bekend als woon- en sterfplaats van Alfred Nobel, maar is in Italië vooral genoegzaam vermaard om het ‘Festival di San Remo’: de jaarlijkse verkiezing van het beste Italiaanse lied. De bekendste Italiaanse liederen blinken uit in dramatische spankracht en eindigen met een aangekondigd en voorspelbaar slotakkoord.

 

Allemaal dachten wij het slotakkoord van de dag al lang te kennen. Wekenlang hadden we het luid en binnensmonds geneuried, tot vervelens toe. Het koersverloop als oorwurm waar je niet van af raakt.

De strijkers zouden gezelschap krijgen van wat zachte blazers bij de Capo Mele, Capo Cervo en Capo Berta. Op de Cipressa zou het tempo versnellen en de saxofoon geestdriftig invallen. Op de Poggio zou het orkest uitbarsten als een vulkaan die een decennium had liggen smeulen. De solisten en leadzangers waren aangewezen en bekend. Zij hoefden enkel de rol te spelen die wij hen voortvarend en vol vertrouwen hadden toebedeeld.

 

In tegenstelling tot een orkest doet een peloton goddank niet altijd wat we hopen of verwachten. Het orgelpunt van de langste koers van het jaar bleef tergend lang uit. Ongedurig wiebelend zaten wij te wachten op de aanzet, de versnelling, de uithaal van de geroemde solisten, op de voorspelde apotheose die ons geduld zou belonen. En toen ontaarde het lied met het zorgvuldig ingestudeerde slotakkoord in een wilde en oorverdovende jam. In een vlaag van weerbarstigheid roffelde en bouncete de drummer van dienst de rest van het voortoneel. Weg met de partituur.

 

Om te schitteren moet je durven. Om te winnen moet je bereid zijn om te verliezen. Hoog springen of diep vallen. Alles of niets. De dood of de gladiolen.

Terwijl Jasper Stuyven als een heerser over de meet reed, gleed een zucht van verlichting als een tedere lentebries over het peloton. Jasper was de gevleugelde blijde boodschapper die bange rennersharten met nieuwe hoop vervulde. Hoop dat zij niet voor spek en bonen zouden starten in elke nog te rijden koers waar de goddelijke drievuldigheid aan deelnam; hoop dat hun dag, hun moment, hun orgelpunt nog in het vooruitzicht lag, als ze maar durfden springen; hoop dat hun tijd nog niet voorbij, hun talent niet reddeloos verloren was.

dinsdag 16 maart 2021

Niks laten liggen

 Roglic geeft alleen zichzelf de schuld voor dramatisch einde van  Parijs-Nice | NU - Het laatste nieuws het eerst op NU.nl

Op grillige voorjaarsdagen kijk ik met afgunst naar twee wielerpelotons in een decor dat naar vakantie ruikt. Terwijl het ene van Parijs naar Nice trekt in de koers naar de zon, kruist het andere het middenrif van Italië, van de Tyrreense tot de Adriatische zee. 

Benen, treintjes en lead-outs worden getest, tegenstanders getaxeerd en bestudeerd: wie is al goed en wie nog niet, met het oog op de grote rondes?

 

Wie alvast onhebbelijk goed blijkt is Primoz Roglic, de enigmatische Sloveen van weinig woorden. Wie aan Primoz denkt ziet nog steeds dat leeggeknepen mannetje in het geel op het asfalt van la Planche des Belles Filles. Achteraf wist iedereen hoe en waarom hij de Tour had verloren. Had hij maar geen kostbare seconden moeten laten liggen. Primoz liet zaterdag geen seconde liggen, laat staan 11. 

 

Dat het sneu was voor Gino Mäder, een obscure Zwitser die op weg leek naar de zege van zijn leven, dat was randschade. Dappere vluchters die op de valreep worden ingehaald, ze horen bij de koers als een kater bij een wilde feestnacht. Ach nee en ocharme en wat erg, jammerde de koerskijker, die oh zo graag een underdog ziet winnen. Gulzige Primoz had arme Gino de zege moeten gunnen, klonk het her en der. Uit barmhartigheid, om eventuele bondgenoten te paaien, om godweetwelke koersspecifieke flutreden had deze toprenner van een topploeg die betaald wordt om topkoersen te winnen in de remmen moeten knijpen. Alsof je aan KIpchoge vraagt om wat trager te lopen omdat Rob Bravenboer ook wel eens wilt winnen. Ik bedacht hoe luid de ploegmaats van Roglic zouden vloeken nadat ze zich een hele dag bewusteloos hadden getrapt, om meneer vervolgens de winst te zien weggeven aan de eerste de beste overmoedige vluchter. 

Commentatoren vonden dat Primoz bovendien deemoediger, zelfs verontschuldigend over de finish had kunnen bollen, na zijn demonstratief machtsvertoon. “Niks laten liggen!”, had José De Cauwer een half uur voordien nochtans stellig geponeerd. Geen sport minder consequent dan de wielrennerij. 

Een dag later smakte Primoz hoogst ongelukkig en pijnlijk hard tegen het asfalt. Weg eindwinst. Wielergoden straffen onmiddellijk en wreed.

 

Terwijl Primoz voor commotie zorgde in Frankrijk reed zijn ploegmaat van Aert in Italië drie ex-tourwinnaars uit het wiel op de enige echte col van de Tirreno-Adriatico. Tussen een dozijn wereldklimmers met een anorectisch BMI reed tijdrijder/crosser/78 kilo kasseistoemper/sprinter van Aert gestaag bergop aan kop, alsof dat zo hoorde. 

Zijn eeuwige rivaal, schrik van het peloton, nam een snipperdagje en moest op zondag hoogdringend uitgelaten worden. Kwispelend als een te lang opgehokte jachthond vertrok Mathieu van der Poel uit de kopgroep; het soort actie die we ‘te vroeg, te driest, te onbesuisd’ noemen wanneer het over gewone stervelingen gaat, maar die bijna voorspelbaar heet wanneer het deze bizarre speling der natuur betreft. Die andere wonderlijke wereldsloveen kreeg hem nét niet te pakken, zodat niemand hoefde te zeuren dat het zonde was.

 

Alles went, zo wordt beweerd, zelfs wat niemand ooit voor mogelijk hield. 

maandag 8 maart 2021

Gesel Gods

Catatumbobliksem is een atmosferisch... | Trivia Vragen | QuizzClub

De verstilde esthetiek en het feërieke decor van de Strade Bianche hebben weinig opsmuk nodig. Alles aan deze koers ligt te schitteren in een bad van vloeibaar goud. De roomwitte grindpaden, de traag terugschrijdende ochtendnevel, de goedkeurend knikkende cipressen, het zonovergoten middeleeuwse plein met stroken travertijn, het schrikwekkende deelnemersveld, dat de beste ronde- en eendaagse renners samenbrengt in een passionele affaire.

Zo gebeurde het dat wij zomaar, op een verloren zaterdag, mochten toekijken hoe de beau monde van de wielrennerij zich het snot voor de ogen fietste in een landschap vol verlangen. Soms is koers een koningsgeschenk in zacht ritselend zijdepapier.

Later die dag, veel later pas, wanneer de zon zich westwaarts richtte, zou alles wat we hadden gezien in het niets verzinken. De bloedvorm en de lekke band van Lotte Kopecky, het uitgekookte ploegenspel van SD Worx, het momentum van Chantal Blaak, de wonderlijke kopgroep van kampioenen en tourwinnaars die koersten als junioren, … deinende golven voor de tsunami.

 

Van sommige natuurfenomenen weet je dat ze bestaan. Het Noorderlicht, geisers, zoutvlaktes. Van anderen heb je nooit gehoord tot ze zich eerder toevallig aan je openbaren. Roze meren, zingende duinen, brandende rotsen, onderwatersparren, lichtgevende stranden, kruipende stenen, de catatumbobliksem.

Die laatste is een opmerkelijk heftig onweer aan de monding van de Catatumborivier in Venezuela, waar het zo'n 140 tot 160 dagen per jaar, 10 uur per dag onweert. Niemand weet waarom, alle hypotheses over topografie en meteorologie ten spijt.

Het is niet omdat iets onverklaarbaar is dat het niet kan bestaan. Het is niet omdat iets bestaat dat het niet onverklaarbaar kan zijn.

 

Zo is er geen logische verklaring voor de verwoestende versnelling waarmee Mathieu van der Poel op de steile Via Santa Caterina wegzwiepte van wereldkampioen Julian Alaphilippe. Evenmin valt te verklaren waarom het wegdek niet spontaan openscheurde onder zo'n driest geweld.

Als Attila de Hun bestormde en veroverde Mathieu het mooiste plein ter wereld. Ik dacht terug aan die paasdag van 2 jaar geleden, toen diezelfde van der Poel als een komeet naar de meet schoot en wij sprakeloos en met open mond achterbleven, zoekend naar een logische verklaring voor wat onverklaarbaar was, de dag dat de wetten der koerslogica werden opgeheven.

“Waar Attilla is langsgekomen zal nooit geen gras meer groeien.”, waarschuwt een eeuwenoud gezegde. Attilla’s bijnaam was Gesel Gods, een titel die blijk gaf van de doodsangst die hij zaaide.

Overal waar de nieuwe Gesel Gods van start gaat, van Antwerpen tot Roubaix, van Milaan tot Brest, zal de angst als een ijzige tochtvlaag door het peloton waaien. Niets is angstaanjagerder dan wat we niet kunnen verklaren.

maandag 1 maart 2021

Doodgewoon

Dit zijn alle klimmen en kasseienstroken van Omloop Het Nieuwsblad

Het Openingsweekend schrijf je met grote O. Net als de Omloop. Hoofdletters vertalen vurig verlangen. Verlangen naar de broeierige opwinding in ’t Kuipke, waar de voorpret gul van de muren druipt. Verlangen naar de ­verbijstering in de ogen van argeloze neo-profs uit andere contreien die onthutst en richtingloos de verkeerde kant uit fietsen te midden van zoveel chaotische commotie. Verlangen naar een zompig veld tussen Zegelsem en Elst, waar de ijzige wind door je wollen ­ondergoed blaast terwijl Heinrich Haussler monter, met blote benen en zonder handschoenen, voorbijraast. Verlangen naar glans, glorie en kasseien.

Het laatste weekend van februari klinkt als een langgerekte collectieve zucht van verlichting, zelfs wanneer een pandemie aan de koersbeleving knaagt en ons veroordeelt tot de sofa.

De coureurs van de eerste voorjaarskoers zijn als zwaluwen die de lente ­inluiden. Langverwacht, opgetogen verwelkomd en vooral: doodgewoon. Niets heerlijkers dan doodgewonigheid in ­deze tijden.

Doodgewoon was de kansloze vroege vlucht. Doodgewoon was Sep ­Van­marcke die pardoes tegen het asfalt smakte omdat het seizoen pas echt ­begint als Sep valt. Doodgewoon was de bruisende overmoed van Julian Alaphilippe. Doodgewoon was de lenige overmacht van de blauwe kasseivreters­brigade. Doodgewoon was de vederlichte tred waarmee Anna van der Breggen schijnbaar moeiteloos naar haar eerste zege van het jaar pedaleerde. Dood­gewoon was Mathieu van der Poel die op ruim 80 kilometer van de meet rücksichtslos wegsjeesde als een balorige puber die zich verveelde op het familiefeest. Doodgewoon was de paniek in de ogen van alle favorieten die niet van der Poel heetten.

Gelukkig bleef er genoeg ongewoons op te tekenen, zodat wij niet indommelden van zoveel onverstoorbare dood­gewonigheid.

De massasprint die bijna niemand had verwacht. De massasprint die ­iedereen had verwacht tot we hem niet meer verwachtten. Klokrijder Victor Campenaerts in de aanval. En nog eens. Veteraan Heinrich Haussler op het ­podium in Ninove. Sep de Onfortuinlijke op het podium in Ninove. De verdwaalde padvinders van Trek die op dag één in geen Vlaamse velden of wegen te bespeuren vielen. Annemiek van Vleuten die niet ten strijde trok. Een Ecuadoraan aan Matje z’n zij. Het peloton dat zich tussen Gent en Wevelgem waande in plaats van tussen Kuurne en Kuurne. Iedereen in de aanval tot niemand nog wist wie waar zat, laat staan waarom. Het hoorbare knarsen van tanden en kiezen in de groep vol kanjers die jaagde op Van der Poel. Van der Poel die niet won, een stuitend onrecht dat weldra zal worden rechtgezet.

Welkom terug, volstrekt onvoorspelbare voorspelbaarheid. Welkom terug, heerlijke, beminde, broodnodige, ongewone doodgewonigheid.