biekesblog


zondag 21 juli 2019

Dag 16: De Sumatraanse Grondkoekoek


U raadt het nooit: de wieleralgoritmen en de koerslogica lieten het ook vandaag afweten. Slechte benen allicht.
Intussen zet ik ik elke dag de televisie aan in de veronderstelling dat al mijn veronderstellingen gesloopt zullen worden. Tenminste 1 veronderstelling die overeind blijft.
Wat valt er te zeggen over vandaag? Zoveel, veel te veel.

Geloof ze niet, de PR-meneren en strategen van Deceuninck-Quickstep die beweren dat ze er niet van uitgaan dat Alaphilippe de Tour wint. Als je je enige rassprinter opoffert in de bergen, met nog 2 sprintetappes in het verschiet, dan denk je je dat je de Tour kan winnen. Tenzij Elia Viviani zich van dag vergist had.

Geloof ze niet, de mensen die overtuigd zijn van eindwinst en goudgeel voor Alaphilippe. Voor het eerst deze Tour stonden de ogen van Loulou dof. Het aura en de glans waren weg. Julian was zo leeg als een biervat op de ochtend na de Gentse Feesten. Niet dat hij z’n best niet had gedaan. Integendeel. Juju ging zo diep dat hij dreigde te verdrinken. De Alpen zouden wel eens te hoog kunnen zijn voor de renner van het jaar.

Geloof ze niet, de mensen die denken dat er achter de wilde fratsen en strapatsen van team Movistar een zweem van een plan, een minimum aan strategie schuilt. Iedereen rijdt er maar wat in het rond, zwierig en met élan, maar zonder definitie of doel. Doodzonde voor kwieke en kordate types als Amador en Soler, en voor een oerklimmer als Mikel Landa.

Geloof ze niet, de mensen die zeker weten dat de Tour opnieuw gewonnen wordt door het rijkste team. Het dappere duo Thomas en Bernal is niet uitgeteld, maar vandaag deelde een herboren Thibault Pinot een mokerslag uit waar de hoofden van de tegenstand nog dagen van zullen duizelen.

Geloof ze niet, de mensen die denken dat enkel de hoofdrollen van belang zijn. Soms zit het mooiste en heldhaftigste van de koers in de anonieme voorposten en de achterhoedes, daar waar geploeterd, gevochten, gebeukt en afgezien wordt. Ik heb een derde koersoog voor de frontsoldaten, die zich onverschrokken in het vuur van de strijd gooien. De ware helden van de koers vind je niet altijd in de loopgraven, maar wel vlak ervoor. Ze worden zelden geinterviewd. Terwijl hun kopman bestormd wordt door de verenigde en vechtende wielerpers staan ze al onder de douche.

Dries Devenyns is zo’n strijder, waar ik met open mond naar kan blijven kijken. Schijnbaar onbewogen, blik op oneindig, ritmisch stampend, vooruit, altijd maar vooruit.
Niemand weet nog dat Dries een ex-crosser is en zelf best een aardig palmarès bij elkaar fietste. Niet dat Dries daarvan wakker ligt.

Het succes van een ploeg is recht evenredig met de mate waarin de Devenynsen, Lampaerts, Asgreens, De Plussen, Martins, Bennetts, Naesens, Gallopins en vele anderen zich uit de naad willen rijden.
Het zijn bovengemiddeld goede coureurs, met stalen benen,  een leeuwenhart en een ondermaats ego. Ik zie ze graag, de working class heroes van de koers, waar alleen het podium telt.
Soms, heel soms, hoop ik tegen beter weten in dat ze winnen. Winnende knechten zijn even zeldzaam als de Sumatraanse grondkoekoek, een vogel die alleen en met veel geluk in het bergwoud te vinden valt. De Sumatraanse grondkoekoek vindt zijn eten in hoofdzaak op de grond. Om deze vogel te spotten moet je dan ook goed naar beneden kijken.
-->

zaterdag 20 juli 2019

Dag 15: zwanenzang


Ook deze dag deed niet wat de analisten en orakels ons hadden voorspeld. Gelukkig maar.
Dartagnan reed fluks en gezwind de Tourmalet over, alsof hij nooit iets anders had gedaan, en trok z’n gele trui nog wat strakker over z’n vastberaden schouders, waar intussen vleugels aan groeien.
Jumbo Visma, de ploeg met de opvallendste flow, zat met 3 man vooraan in de finale van een loodzware klimetappe. Laurens De Plus, de man die tot voor kort bijna verlegen zat om een contract, reed zowaar minutenlang aan kop de slotklim over. Ik wreef m’n ogen uit.
Wat wel vertrouwd aandeed: Movistar reed iedereen aan flarden, inclusief hun eigen semi-kopman Quintana, om vervolgens met lege handen te finishen. De oude Valverde is zowaar de eerste Movistar-renner in het klassement. Je snapt het niet.

Tot slot aanschouwde ik medelijdend de tragische zwanenzang van Romain Bardet, ooit Frankrijk’s hoop in bange Tourdagen, vandaag een schichtig schimmetje op een fiets. Mijn hart bloedde voor Romain. Koers is meedogenloos. Eerst knuffelen ze je dood. Wanneer je de hooggespannen vewachtingen niet inlost, word je genadeloos gedropt. De Fransen hebben intussen niet een, maar 3 nieuwe chouchous om te versmachten: de machtige man in het geel, comeback-koning Pinot en het piepjonge supertalent Gaudu. Niemand maalt nog om de vederlichte strijder, waar de hele natie ooit voor juichte en duimde. Als je wint, heb je vrienden. Als je verliest, ben je eenzamer dan ooit.

Bardet zal nooit een pop poll winnen. Daarvoor is de jongen te introvert, te weinig exuberant. Romain doet geen wheelies voor de ogen van een opgetogen publiek. Romain is geen luide lolbroek. Romain steelt zelden de show. Romain werkt, ploetert, studeert, focust, en bedankt iedereen keurig. Bovendien mist Romain het zelfvertrouwen dat talentvolle renners kan doen stralen tot ze licht geven als een koplamp. Nooit valt hij te betrappen op een protserige of pedante quote, hoe mooi hij ook de cols op danst in z'n beste dagen. Romain is geen killer, en zal dat allicht nooit worden.
De stille, slimme en alleraardigste Bardet rijdt voorts in een ploeg die het allicht allemaal goed bedoelt, maar misschien nooit de Tour zal winnen, gezien hun flagrante gebrek aan inzicht en strategie. Pas dit jaar werd er voor het eerst een tijdritspecialist onder de arm genomen, en dat na jarenlang inzetten op de grootste rondewedstrijd van de wereld. De fietswissel van Bardet in de individuele tijdrit was van een knulligheid waar een beetje koersfanaat van moest huilen. Wie kwam op het onzalige idee en vooral: waarom?

Terwijl ‘le pauvre petit Romain' steeds hopelozer achterop raakte, door niemand meer vooruit geschreeuwd, vroeg ik me af wie er aan de finish zou klaarstaan om hem te omhelzen en te troosten, om hem liefdevol mee te nemen naar een rustig plekje om daar in stilte uit te huilen.
-->

vrijdag 19 juli 2019

Dag 14: 'Als hij maar heelhuids thuiskomt'


Ooit was de tijdrit het soort etappe die je als Tourkijker gerust kon overslaan. Tijrijden heette saai en voorspelbaar mathematisch te zijn.
Vandaag zat half Vlaanderen iets voor om 15u30 op het puntje van de luie zetel om naar een tijdrit te kijken. Aan dat tijdrijden zelf is niet zo gek veel veranderd. Maar voor het eerst in de recente wielergeschiedenis strijden er Belgen voor de winst. Dat scheelt in animo bij het publiek.
Sinds het werelduurrecord van Victor Campenaerts en de tijdritwinst van chouchou des vaderlands Van Aert is er zowaar een zweem van tijdritenthousiasme te bespeuren in ons land.

Zelf ben ik een tijdritliefhebber van het eerste uur. Of liever: sinds die ene sakkerse tijdrit van 1989. In tijdritten werden Tours gewonnen en verloren. Vraag het maar aan Miguel Indurain, de keizer van zijn generatie in de discipline. Bovendien zijn tijdrijders wat aparte figuren: controlefreaks, uiterlijk beheerst en doordacht. Geen renner zit mooier en gestroomlijnder op de fiets dan een tijdrijder.

Sommigen tijdrijders doen vreemde dingen om geen millimeter te verschuiven op het zadel. Tony Martin, viervoudig wereldkampioen, rijdt altijd met een vel schuurpapier op z’n zadel gekleefd. Het leverde vaak bloederige en weinig appetijtelijke beelden op van Tony’s bebloede kruis en gehavende kont.
Schuurpapier of niet, vandaag had Tony er geen zin. Of hij zag er de zin niet van in. Op een sukkeldrafje pedaleerde hij richting finish, alsof hij om een bruin gesneden fietste. Dat hoede niet te verbazen. Vanochtend nog had hij duidelijk gemaakt veel meer te geloven in de kansen van zijn ploegmaat Van Aert. Hij was niet de enige.

Het liep anders, zoals het alleen in de koers kan verkeren. Eerst perstte Thomas De Gendt een verbluffende tussentijd uit z’n hardrijdersbenen. Thomas was zowaar sneller dan onze topfavoriet. Wie de afgelopen jaren goed had opgelet wist dat De Gendt een dijk van een tijdrit kan neerzetten in een grote ronde. Hij zou derde worden achter een ontketende Alaphilippe en een zeer degelijke Thomas;  alweer een signaal dat Tommy in bloedvorm is.

Dat Wout deze tijdrit niet zou winnen werd vrij snel duidelijk, terwijl Michel en José zijn tussentijden voorlazen. Maar voor dat besef goed en wel tot het nationale bewustzijn kon doordringen, gebeurde er iets dat al de rest deed vergeten. Wout viel. Zo hard en griezelig en lelijk als alleen wielrenners vallen. Zo’n val die iedereen die ongewild toekijkt luid naar adem doet happen. Kort voordien hoorden we zijn moeder nog luidop hopen dat haar zoon heelhuids thuis zou komen, “want dat is het belangrijkste”. Terwijl Wout ondraaglijk lang bleef liggen, onder hetzelfde ellendige spandoek waaraan hij was blijven haken, hoorde ik haar woorden weergalmen in mijn hoofd.
“Opgave van Aert” stond er zomaar ineens op het scherm. Ik staarde wat ongelovig naar de stomme letters. Even later zagen we Maximilian Schachmann in dezelfde bocht crashen. Schachmann reed verder, met een verdacht scheve schouder, z’n tanden op elkaar geklemd van de pijn, bloed uit z’n gehavende knie. Soms is koers gewoon gemeen.

De Tour van Van Aert is voorbij. Z’n leven is dat niet, en dat is niet vanzelfsprekend. Vraag het maar aan Stig. Vraag het aan de ouders en geliefden van de renners die voorgoed op het asfalt bleven liggen. Zij hebben niet gewonnen, maar zijn voor altijd verloren. Soms is koers bijzaak.

-->

donderdag 18 juli 2019

Dag 13: Waar is Dennis?


Wat hadden we reikhalzend uitgekeken naar de eerste echte cols in deze Tour. Zelf heb ik altijd een voorkeur gehad voor de Pyreneeën. Niet dat de Alpen niet schilderachtig mooi en adembenemend hoog zijn, maar de Alpencols zijn doorgaans toch wat geleidelijker dan die in de Pyreneeën. Even steil, maar minder verraderlijk en wispelturig. Op een Pyreneeëncol heb je explosiviteit nodig, in de Alpen gaat het net iets meer meer om kracht en uithouding.

Halfweg deze Tour lustte de verwende Tourkijker wel wat suspens. De suspens die we kregen was vrij apart, maar met explosief of aanvallend koersen had die weinig te maken.
Er was namelijk zomaar een renner zoekgeraakt.
Heersend wereldkampioen tijdrijden Rohan Dennis werd het laatst gezien op zo’n 80 km van de finish, verwikkeld in een dispuut met z’n ploegleiding in de volgauto.
Even later was Dennis spoorloos. De Tour-organisatie deelde mee dat hij uit koers was gestapt. De ploegleiding bleek niet op de hoogte. Aslof dat niet mysterieus en idioot genoeg was lanceerde Bahrain-Merida een tendentieus en raadselachtig Twitter-bericht:
 Our priority is the welfare of all our riders so will launch an immediate investigation but will not be commenting further until we have established what has happened to @RohanDennis.’

Een onderzoek dus. Ik stelde me voor hoe de FBI het parcours zou bezetten, het peloton in geen tijd zou oprollen en met een meute kwijlende speurhonden op zoek zou gaan naar de verdwenen renner. In elke bus of camper, achter elke molshoop zou naarstig gezocht worden naar de verdwenen kampioen. De spanning die uitbleef in koers, werd ruimschoots goedgemaakt door deze onvoorziene soap. Om 16u werd Dennis gevonden. Nu ja, niet helemaal. Zijn fiets werd gespot, eenzaam tegen de ploegbus geparkeerd. De renner zelf zou zich in de ploegbus bevinden, aldus de Tourpaparazzi. Even later verliet een stugge Rohan Dennis de bus, z’n manager en PR-assistant in z’n kielzog. “No comment”. Exit Dennis. Op de rugzijde van z’n ploegshirt kon de aandachtige kijker nog net ‘It’s not about me. It’s about us’ lezen.

Tot nader order weet niemand wat Dennis zo misnoegd van z’n fiets deed stappen, de dag voor de individuele tijdrit, toevallig een discipline waarin hij excelleert. Het blijft wachten op de finale ontknoping van de soap. Had de ploegleider de kampioen aangemaand wat werk op te knappen voor de ploeg? Had de kampioen bits geantwoord dat hij zich wilde sparen voor de tijdrit van morgen?

Het feit dat mijn aandacht werd opgeslorpt door het Dennis-mysterie zegt veel over het gebrek aan spanning in de wedstrijd zelf. Het begon nochtans veelbelovend, toen eerst Thomas De Gendt (wie anders?) en daarna Peter Sagan (of all people) dappere pogingen deden om te ontsnappen. Bij de lan in het groen kon er zelfs een wheelie vanaf in de vlucht. Na een razend snel en afmattend eerste uur liet het moegetergde peloton een groep van 39 renners vertrekken, met daarin alweer een setje Belgen. Weelde went snel. Een monsterontsnapping dus, met daarin zelfs een paar verdwaalde rassprinters als Groenewegen. 

Maar de klassementsrenners hielden zich gedeisd en lieten de vluchters het onder elkaar uitvechten. De kopgroep viel als mislukt gebak uit elkaar en de zogenaamd minder fitte helft van de Yates brothers ging met de zege aan de haal. De andere Yates spaarde zichzelf, blij grijnzend in het peloton. Aardig voor Yates 1 en 1, maar zelf wilde ik toch vooral weten wat er met Dennis aan de hand was.
Wat er ook van zij: de kansen van Wout Van Aert, om morgen een tweede zege achter z'n naam te schrijven, zijn vandaag ongeveer verdubbeld.





-->

woensdag 17 juli 2019

Dag 12: "De kleine"

Ein-de-lijk, moet het weerklonken hebben in de bus en de ploegwagens van Lotto-Soudal. Elke sprint meestrijden in de frontlinie, en telkens net naast die gegeerde zege grijpen, het is om je helm op te eten van frustratie.
Maar vandaag was het eindelijk Caleb Ewan-dag.
Op 10 km van de finish zag het er nochtans allesbehalve hoopvol uit. Jasper De Buyst, lead-out en kamergenoot van Ewan, werd gemeen de gracht in geduwd door een renner van CCC (die daar wat mij betreft een fikse sanctie voor mag krijgen). Het voorval hield de boel op en Ewan moest z'n voet aan de grond zetten. Weg sprintzege, zo leek het.
Maar de Jumbo-Visma trein van concurrent Groenewegen vertrok riskant vroeg, en verloor aan snelheid voor de finish. Als een poema sprong Ewan over de meet, in die typische, aparte stijl van hem: diep vooroverliggend over z'n stuur, z'n neus net niet op z'n voorwiel.
Het ziet er eng, spannend, efficiënt, en volgens sommigen gewoon lelijk uit. Zelf vind ik het prachtig, maar ik zou het thuis niet nabootsen.

Sprinters zijn speciale renners, verslaafd aan adrenaline en gezegend met de gave van de explosivitieit. Ze kunnen kortstondig dieper in hun reserves tasten dan wie ook, tot ze kotsen. Het vertrouwde beeld van de rassprinter is dat van een kloeke renner met dijen als Spaanse hammen en de schouders van een zwemmer.
Caleb Ewan is 1,65m en allesbehalve breedgeschouderd. Half Australisch, half Koreaans, zorgt hij voor welgekomen diversiteit in een hoofdzakelijk wit peloton.
Wel zeven keer sprak Michel Wuyts vandaag het adjectief 'klein(e)' uit, met betrekking tot de jonge sprinter. Ik werd er nijdig van, even nijdig als van José De Cauwer's beschamende commentaar over de "dikke" Alexander Kristoff in het voorjaar, die toch maar mooi Gent-Wevelgem achter z'n naam zette, dik of niet.

Als je op je negentiende als Koreaanse Australiër helemaal alleen naar Europa komt om te koersen, en te scoren, dan ben je sowieso geen doodgewone jongen. Dan heb je dromen, ambitie, branie en een scherpgesteld doel. Die langverwachte Touretappe was vandaag dus gewoon voor "de kleine", en voor niemand anders.

Overigens zet Ewan en passant de donkerrode kers op de Lotto-taart, na een matig voorjaar en een verbluffend performante Tour. Geen idee wat ze daar uitvreten, maar soms, in een uitzonderlijk analytische bui, durf ik wel eens denken dat Kevin De Weert (die in de herfst van vorig jaar aan de slag ging bij Lotto) er iets mee te maken heeft.










dinsdag 16 juli 2019

Dag 11: op de plaats, rust!

Tourkijkers houden niet van rustdagen. Die onbevattelijk lege dagen, zonder spanningsboog of ontknoping, herinneren ons namelijk aan het Zwarte Gat dat onvermijdelijk wacht. Elke rechtgeaarde en doorleefde Tourfanaat kent en vreest het.
Rustdagen zijn er enkel voor renners met zere benen en een zwaar gemoed, voor commentatoren met keelpijn en een leeg inspiratievat en voor ploegleiders die een ei of een hele omelet te pellen hebben met deze of gene renner. Wij, het weerloze publiek, hebben er niets aan. Wij kunnen enkel hopen dat er een renner ontsnapt uit het hotel, liefst met een cameraploeg in z'n kielzog.

Voorts dienen rustdagen ook om dopingschandalen de wereld in te sturen, kwestie van al die dolgedraaide, hysterische koersgekken bijtijds en tussentijds met hun stuiterende voeten op de grond te zetten. Ketonen, zo heet het hotte topic deze keer. Alleen zijn ketonen geen doping, maar toegelaten voedingssupplementen. Niet dat de koershaters zich daar wat aantrekken.

Veel mensen, die zelf liefst van al de dag doorbrengen op de sofa of een kantoorstoel, vinden dat coureurs zich drie weken lang, 3500 km ver, over berg en dal moeten sleuren op een sportdieet van biefstuk en karnemelk. Ze roepen graag om ter luidst "doping" van zodra er rumoer is over een neusspray, een puffer of zoals vandaag: ketonen. Sinds de wielerdrama's van de jaren negentig is het onmogelijk geworden om een genuanceerd en normaal volwassen gesprek te voeren over wat coureurs eten, drinken, slikken, doen en laten.
Rustdagen zijn bedacht om dit soort relletjes tot volle wasdom te laten komen, en niet te laten verzinken in misplaatste euforie of rouw over winnaars of verliezers.

Maar passons, want de rustdag is bijna om. Op dagen als deze, zonder waaiers, hellingen, massapurt of valpartijen, vraag ik me af wat ze doen, de renners. De coffee ride is helemaal het ding in het peloton, zo blijkt. Een beetje fietsen en onderweg stoppen voor een espresso of twee. Meer moet u zich daar niet bij voorstellen. Koffie werkt namelijk prestatiebevorderend, oppeppend en vochtafdrijvend. Doping!
Zelf mijd ik elke hersenactiviteit zolang ik geen koffie heb gehad, dus ik ben volstrekt niet objectief wat koffie betreft.

Wat Michel en José doen tijdens een rustdag weet niemand, maar geruchten doen de ronde dat José de sokken van Michel wast in de lavabo van de hotelkamer. Anderen, kwade tongen en snoodaards, beweren dan weer dat ze de hele dag picon drinken op een terras. De wandelgangen en whereabouts van M &J op een rustdag zijn zowaar een beter bewaard geheim dan de populairste voedingssupplementen van het peloton.

Zelf beleef ik rustdagen gelaten en berustend, zoals ik de regen aanvaard wanneer ik word natgezeikt tijdens mijn dagelijkse fietsrit. Het is vast ergens goed voor, maar laat het in godsnaam snel voorbij zijn.

maandag 15 juli 2019

Dag 10: Waaiers en waanzin


Een rustig dagje, schatte ik zelfzeker. Zo’n dag van het genre ‘groep vlucht weg-peloton ontwaakt en jaagt–peloton haalt vluchters terug–massasprint’. Een etappe die zonder malheuren zou gewonnen worden door Ewan, Viviani of Groenewegen. Niet de moeite om verlof voor te nemen. Ik plande een stukje over Berhane en koersland Eritrea, waar heel wat boeiends over te vertellen valt.

Maar toen waren er waaiers, en toen sloegen die waaiers het hele klassement aan gruzelementen, en toen zat niet Groenewegen, maar tourdebutant Van Aert plots aan het front, en toen won de tourdebutant. Je kan gewoon niets meer voorspellen, nergens meer op rekenen. De koerslogica is op.
Excuses ook aan de mevrouw in de laatste wagon van de trein die mij van kantoor huiswaarts bracht, en die ik heb opgeschrikt met een luide oerkreet. Ik kreeg geen hartverzakking. Het was gewoon weer zo’n gekke renner die iets deed dat we niet hadden voorspeld.

In 2016 juichte ik luid toen Thomas De Gendt de Mont Ventoux en al de rest overklaste. Voordien was het 3 jaar geleden dat er een Belg (Jan Bakelants) als eerste over een Tourmeet was gereden. We hebben het jarenlang heel wat gevonden dat er een landgenoot mee zat in een ontsnapping.
Deze Tour is niet halfweg en er staan 3 Belgische ritzeges op de teller. Je kan er gif op innemen dat er straks een groot blik semi-analysten wordt opengetrokken om dit mirakel wetenschappelijk en koerstechnisch te verklaren aan de hand van allerlei ingewikkelde schema’s, statistiek, sportmethodiek en psychologie.

Na de zegekreet van Wout van Aert voelde ik vreemd genoeg een zweem van medelijden. Niet alleen met die arme Elia Viviani, die ongewild koersgeschiedenis schreef door het meest verongelijkte finishgezicht ooit op te zetten toen hij rechts van zich van Aert z’n armen in de lucht zag gooien; een grimas die de verbijstering uitdrukt van iemand waar net een zwerm meeuwen overheen heeft gekakt.
Ook niet met die arme Fransen die hun chouchou en hoop in bange dagen Pinot meer dan een minuut zagen verliezen en collectief aan het jeremiëren sloegen op Twitter. 
Nee, ik dacht aan die arme Christian Prudhomme. De man die dacht een Tour op maat van Romain Bardet uit te tekenen, en langzaam in de mot krijgt dat hij in realiteit de Belgen een geweldige faveur cadeau deed.
Zo’n ronde die afwijkt van het gedoodverfde en slaapverwekkende patroontje (massaprintetappes, cols en tijdritten), die is op het lijf geschreven van jongens die een heel voorjaar over Vlaamse en Waalse hellingen en kasseien denderen. Al helemaal als die jongens niet in een strak keurslijf worden gehesen en wat bewegingsvrijheid krijgen.

Ik ben niet zo’n chauvinist (nooit geweest), maar de 3 Belgische zeges die we deze Tour gepresenteerd kregen, zijn stuk voor stuk juweeltjes. “Kabinetstukjes” om het op z’n Wuyts te zeggen. Stukjes om in te kaderen, boven de eikenhouten schouw te hangen en wekelijks af te stoffen met een proper microvezeldoekje. Teuns die de jonge bergkoning Ciccone klopte. De Gendt die elke koersstrategie en -logica tartte. Van Aert die de beste sprinters ter wereld versloeg. Geen van de drie trok zich ergens wat van aan. Dat je niet kan winnen van een geboren klimfenomeen op een duizelingwekkend steile helling; dat je niet met de wiskundige wetmatigheden van de koers kan spotten; dat je als ex-crosser geen wereldsprinters kan verslaan in een massasprint in je eerste Tour: deze drie hadden er lak aan.

Het kan me niet schelen hoe het komt, maar ik vind het heerlijk. Coureurs die gewoon voluit koersen tot hun tong hun pedalen likt: wat hebben we ze gemist in de Tour; wat zijn ze welkom.







zondag 14 juli 2019

Dag 9: Whiplash


De impact van de raid die Thomas De Gendt gisteren vertoonde, liet zich voelen aan de start. Vermoeide koppen en getemperde verwachtingen kleurden het vertrek. Er leek sprake van een collectieve whiplash.
Even vreesden we dat er ook vandaag geen dutje in zou zitten, toen Tim Wellens en Van Aert er van onder muisden, maar de vluchtpoging bleek van korte duur. De volgende jump was er eentje van formaat, met ambitie en ronkende namen als Naesen, Stuyven, Benoot, Marton, Soler, Clarke, Boasson Hagen, Impie, Roche en Pöstlberger. Geen roekeloze beginners, maar ver genoeg buiten de gevarenzone van het klassement.
Het peloton liet zuchtend betijen, restanten spierpijn en krampen van gisteren verterend, exact waar je op hoopt als vluchter van de dag.

Dutje dan maar? Tourdutjes hebben maar 1 nadeel: je weet niet wanneer je moet wakker worden. Kan iemand eens een app ontwikkelen die koersverloop koppelt aan de wekkerfunctie van je smartphone? Koersliefhebbers zouden de pientere bedenker eeuwig dankbaar zijn.

Vandaag was allicht opnieuw een goede dag geweest om de laatste etappe van de Giro Rosa uit te zenden, waar Marianne Vos haar vierde (!) ritzege scoorde en Annemiek Van Vleuten voor de tweede keer op rij het roze binnenhaalde. Een etappe met een steile kasseiklim als finale. Spektakel gegarandeerd. Maar passons.

De kopgroep viel aan scherven toen Simon Clarke zijn zenuwen niet meer de baas kon en te vroeg aan het wringen en wriemelen sloeg. En toen waren ze nog met twee. Benoot ging met Impey verder, en kreeg die laatste er met geen mogelijkheid af. Het verhaal was geschreven. Niemand, zelfs niet de meest onverbeterlijke optimisten, die geloofde dat solist Benoot een sprint zou winnen van Impey.
Afijn, de moraal van de dag is een klassieke koerswaarheid als een hoogzwangere koe: de sterkste wint niet per se. Impey was niet enkel sneller, maar ook gewiekster.

De etappe werd door de ASO naar Brioude geleid, niet toevallig het dorp waar Romain Bardet opgroeide. De doortocht van de lokale held op deze Franse nationale Feestdag werd allesbehalve een feest. Bardet maakte in week 1 al duidelijk dat hij dit jaar opnieuw niet, en wellicht nooit de Tour zal winnen. Het Franse wielervolk richt dan maar al haar wielergeestdrift op Alaphilippe aka Loulou en Pinot. Koers is meedogenloos.
-->

zaterdag 13 juli 2019

Dag 8: Sprookjes bestaan


Soms is de koers gewoon een sprookje, dat de logica tart en waarin precies datgene gebeurt wat eigenlijk niet kan. Vandaag was zo’n sprookjesdag.

Ik had in mijn Tourgids opnieuw met rode balpen de naam De Gendt boven de etappe van vandaag geschreven, en vertrok met een gerust hart voor een paar uur fietsen. Als Tommy vertrok, dan had ik minstens een paar uur de tijd. Het zou de rest een halve dag kosten om hem terug te halen, dus ik hoefde me niet in het zweet te trappen.
Vier uur later zette ik in mijn bezwete fietsoutfit de televisie aan. Er zou vast nog tijd zijn voor een douche.

Daar reed hij, in het gezelschap van een even verbeten Italiaan. Het peloton was net ontketend en had de jacht ingezet op de ontsnappers. In elk ander geval zouden die jammerlijk, maar zonder al te veel moeite ingehaald worden. Maar Thomas De Gendt is niet elk ander geval. Thomas De Gendt is Richard Leeuwenhart, Robin Hood, Peter Pan en Klein Duimpje tegelijk; gezegend met een soort moed die makkelijk te verwarren valt met overmoed, de koppigheid van een steenezel, de verbetenheid van een pitbull en de pijngrens van een comapatiënt.
Twee-hon-derd kilometer reed Tommy in de aanval, als een padvinder die dringend thuis wil zijn omdat zijn mama gehaktballen heeft gedraaid.

Als Thomas De Gendt niet bestond, dan moest hij stante pede worden uitgevonden. Geen doeltreffender remedie tegen koersmoeheid en dalende kijkcijfers dan Tommy de verschrikkelijke die er op uit trekt, iedereen spottend achter zich latend. Hoog Tommy, kijk omhoog Tommy, maar vooral niet achterom.
Tommy wint vrij zelden, maar doorgaans wel op z’n gemak. Tijd genoeg voor een nat washandje over z’n stoffige tronie, een biertje en een opgetogen telefoontje naar huis voor de knarsetandende jagers over de meet komen. Maar niet vandaag.

Vandaag had het sprookje zich vernuftig vermomd als thriller. Iemand wilde heel graag z’n gele trui terug, ging op jacht en nam een Franse berggeit mee op sleeptouw. Het einde leek nabij, het kalf flirtte met de verdrinkingsdood. De toestand leek hopeloos. In talloze Vlaamse huiskamers staken mensen kaarsen aan en werden sleetplekken in de parketvloer geijsbeerd.
De voorsprong slonk even gestaag als mijn optimisme. Het ging niet lukken. Het kon niet lukken. Ik vloekte alvast, kwestie van me voor te bereiden op het pesthumeur dat wellicht mijn avond zou ontsieren. Bovendien geloof ik niet in sprookjes.

De bezwete koersbroek plakte aan mijn stuiterende benen. Ik at een nagel of twee op. Ik sloeg een hand voor mijn ogen, zoals mensen die horrorfilms bekijken maar daar eigenlijk niet tegen kunnen. Zelfs mijn twee koershatende zonen staarden naar het scherm, en af en toe bezorgd naar hun doodnerveuze moeder. Op datzelfde scherm bleef Tommy iedereen voor en reed hij, de dapperste aller coureurs, met twee handen aan z’n ongelovige hoofd als eerste over de meet. Voor het eerst deze Tour sprak Michel het gevleugelde woord “kabinetstukje” uit (twee keer zelfs). José stamelde “het is een fenomeen” (drie keer zelfs).
Plots zat er zomaar een stofje in m’n oog. Geen idee waar dat vandaan kwam.






-->

vrijdag 12 juli 2019

Dag 7: treuzelen en treintjes

Treuzelen is een schandelijk onderschatte bezigheid. Wij bezige mensen razen altijd maar voort en verwachten van wielrenners minstens zoveel. Vooruit moet het, met de geit of met de fiets.
Vandaag werd dan ook met hoorbaar gezucht ingeluid als een geknipte dag voor de achterstallige administratie of een dutje. Enkel de laatste kilometers zou enige actie van betekenis opgetekend worden. Het peloton zou keuvelend en zonder animo door het landschap fietsen, een paar vluchters zouden met de overmoed der wanhoop ontsnappen uit het treuzelende monstergezelschap, en aan het einde zou er een rassprinter winnen.
Mijn gedachten gingen uit naar Michel en José in hun duffe hok, die 230 km moesten volkwebbelen. Het viel te hopen dat er veel kastelen en wijndomeinen langs het parcours lagen, kwestie van de landschapskijkers en de toeristen te bedienen. De koersgekken laten zich dan weer niet zomaar afleiden door historisch erfgoed, het rijpingsproces van streekkazen, of de teelt van deze of gene druif.

Een gedroomde etappe om even uit te wijden naar de loonslaven, de geclassificeerde working class heroes van de koers; de weggapiteins, locomotieven, luitenanten, waterdragers, lead-outs en domestiques. Ze zijn met veel, en we vergeten ze te vaak.
Vandaar: een ode aan het sprinttreintje, een schandelijk meewarig woord voor een edele stiel.

De eerste perfecte sprinttrein, die rijdt in blauw en wit, met een ego dat omgekeerd evenredig is met dat van hun illustere ploegbaas (die met het malle hoedje). De treinspotters onder de koersfanaten vinden het heerlijk om Asgreen, Devenyns en Lampaert te zien tempobeulen aan kop om vervolgens een semi-afgewerkt product af te leveren aan de specialisten, de stielmannen, Morkov en Richeze. Een Deense en een Argentijnse kampioen kunnen zelf allicht een nummertje sprinten. Maar nog beter zijn ze in het voorbereiden, het uitrekenen, het pad effenen, de timing op punt stellen voor de perfecte sprint. Docenten aan de Wieleracademie gebruiken het Morkov/Richeze-model als schoolvoorbeeld van de volmaakte sprinttrein. Nee, over dat treintje van de blauwe formatie valt niets te kniezen. Des te pijnlijker was het dat Elia Viviani voor de tweede keer in een week z’n trein miste. Er werd vast pijnlijk lang en stil gezwegen op de blauwe bus.

Mijn favoriete wegkapitein van het moment heet Tony Martin en ploetert al een week als een stomende tank aan kop, een kreunend peloton in z’n kielzog. Der panzerwagen is een onverzettelijke doordrammer. Turbo Tony was de grote motor én de rekenmachine achter de glorieuze TTT-victorie van Jumbo Visma. Turbo Tony weet perfect hoeveel voorsprong en hoop hij de vluchters van de dag kan gunnen. Tony is zijn gewicht en dat van z’n fiets in goud waard. Achter een benijdenswaardig rustig en vriendelijk gezicht met helblauwe ogen schuilt een onverstoorbaar en stalen karakter. Ik kijk al dagen met stijgende bewondering naar locomotief Tony, zelfs wanneer piepjonge Casper Asgreen hem van pure koersverveling konijnenoortjes zet, een zeldzaam onderhoudend momentje in een voorts slaapverwekkende etappe. Tony kan ook een sprinttrein voorbereiden als geen ander. Wanneer Tony heeft opgeruimd, banen Van Aert en Grondahl-Jansen de weg. En zo kon hun licht gefrusteerde sprinter Dylan Groenewegen vandaag eindelijk de bloemen in ontvangst nemen. Hij werd er zowaar een beetje balorig van.
--> -->