biekesblog


zondag 6 september 2020

Mist


 Sommige vragen worden sneller beantwoord dan je had gewenst. De vraag wanneer Thibaut Pinot door zichzelf en het noodlot zou worden gesaboteerd was zo’n vraag. De tragische held Pinot is voorbestemd voor onheil. De beproevingen van Oedipus waren een ponykamp vergeleken met de noodlottigheden die Thibaut’s Tourdroom al jaren dwarsbomen. Een week na de start werd duidelijk dat hij ook dit jaar niet in het geel de Champs Elysées zou oprijden. Terwijl hij loste met een pijnlijke grimas schudde ik meewarig zuchtend mijn hoofd, denkend aan de demonen in het zijne. 

Pinot is de antithese van de vedette. Toen hij in 2015 na zijn zege in de ronde van Romandië werd uitgenodigd door minister Macron sloeg hij de invitatie droogjes af. Hij ging liever vissen. Thibaut prefeert een merguezworstje en een blikje bier boven chique diners. Hij houdt niet van aandacht en heisa, niet van schijnwerpers en kostuums. Als hij niet op de fiets zit, dan is hij het liefste thuis bij z’n ezels, honden en geitjes. De geitjes van Thibaut hebben een eigen Instagram-account, waarop we hem zien dollen met z’n huiselijke fauna, overduidelijk zoveel gelukkiger dan voor de camera’s. Diezelfde camera’s die hem minutenlang in het vizier hielden terwijl hij zichzelf lijdend vooruit sleurde. “Ga daar weg, stelletje voyeurs!”, roep de moederkloek in mij. Dat ik te weekhartig ben voor deze sport, bedenk ik vaak.

 

Ik dacht aan Thierry Gouvenou, de parcoursbedenker van de Tour. Ik stelde me voor hoe Thierry, bij het aanschouwen van het slagveld, minutenlang stomverbijsterd naar het scherm staarde en luid vloekte. Al het denkbare en ondenkbare had hij gedaan om de gele droom der natie, geïncarneerd door Pinot en Alaphilippe, te vervullen: de ploegentijdrit afgevoerd; één enkele individuele klimtijdrit op de agenda gezet; heuvels en cols zorgvuldig afgewogen en uitgekozen. Aan hem zou het niet liggen. En dan lieten die twee Franse sukkels zich op minuten rijden door een paar Slovenen en een bende Colombianen. 

 

Onder de overige slachtoffers van de Pyreneeën reken ik mijn Nederlandse koersvrienden, die hun ontzetting uitschreeuwden over de noeste ploegarbeid van Tom Dumoulin. Ook hij werd voortijdig geschrapt als zegekandidaat, in de eerste plaats door Dumoulin zelf. Tom, immer zelfkritisch en rechtlijnig, besloot dat hij niet goed genoeg was, en zette zich zonder dralen aan kop om de ploeg te dienen. “Doe dat toch niet!”, weerklonk het wanhopig in menig huiskamer. Ik vond Tom een hele heer, een nobele meneer. Maar bovenal vond ik het zonde.

 

“De Tour win je in bed”, beweerde Joop Zoetemelk. Volgens mij win je de Tour vooral in je hoofd. Het hoofd van een Tourwinnaar is opgeruimder dan de kleerkast van Marie Kondo. Alles ligt er op z’n plaats. Er slingert niets rond wat er niet thuishoort. Zo mistig als zondag op de Soudet wordt het er nooit. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten