biekesblog


maandag 7 september 2020

Rust roest

 


Rustdagen doorbreken de focus en de flow van de trouwe Tourkijkers en worden derhalve als een noodzakelijk kwaad beschouwd. Uit macht der gewoonte zetten Touradepten na de middag verlangend de tv aan, om vervolgens met een schok vast te stellen dat er zowaar niet gekoerst wordt. 

Wij ondergaan een rustdag zoals we slecht weer ondergaan: deemoedig en gelaten.

 

Deze rustdag brengt vooral onrust, in de vorm van honderden onheilspellende wattenstaafjes in de neuzen van renners, ploegleiders, soigneurs en mechaniciens. De afgelopen Pyreneeëntweedaagse, temidden van een massa uitzinnige Baskische wielerfans, die hun bieradem en geestdrift in de gezichten van de passerende renners brulden, baart nogal wat zorgen. 

Stel je voor dat je als toegewijde fan urenlang in de blakende zon of de druilerige mist op een Pyreneeëncol hebt staan wachten op je favoriet, om vervolgens te vernemen dat je al z’n kansen hebt gefnuikt met je speekselrijke aanmoedigingen.

 

Nu hebben rustdagen wel vaker voor commotie gezorgd. In 1964 was Jacques Anquetil op weg naar zijn vijfde Tourzege, een historisch record. Slechts een handvol seconden scheidden hem van zijn landgenoot Raymond Poulidor. Maar Anquetil was er gerust in, zo bleek. Zo gerust dat hij op de avond  van de rustdag stevig ging feesten. De dag nadien hakte de kater er stevig in. Op de top van de Port d’Envalira, ergens halverwege de etappe, stond hij maar liefst vier minuten achter op zijn rivaal. Zijn ploegleider, Raphaël Géminiani, sakkerde en wanhoopte, tot hij een even geniale als twijfelachtige ingeving kreeg en zijn renner een bidon champagne aanreikte. Een wilde gok, die goddank goed uitdraaide. Anquetil daalde de Port d’Envalira af als een bezetene en reed de kloof dicht. Nooit kwam Poulidor zo dicht bij de Tourzege als toen.

 

Het risico op straalbezopen of bekaterde renners weegt dit jaar niet op tegen de angst voor een wattenstaafje met een “positief” resultaat, eens wat anders dan een “positief” plasje. 

Eens mens zou heimwee krijgen naar de peilloze leegte van een doorsnee rustdag, bij uitstek geschikt om al dan niet vermeende dopingschandalen de wereld in te sturen, om nutteloze persconferenties bij te wonen vol bluf en strategische mistspuiterij, om een resem slimme en bedenkelijke transfers op te lijsten, of het het publiek te verblijden met aandoenlijke beelden van vrouwen en kinderen op bezoek.

 

Deze keer wil iedereen maar één ding weten: Wie test positief? Wie moet morgen tegen z’n zin en binnenvettend naar huis? Wie de Tour wint is onvoorspelbaarder dan ooit. Wie hem uitrijdt misschien een even groot raadsel.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten